De nationalisering van de Belgische kerncentrales is nog niet voor morgen. De onderhandelingen met eigenaar Engie zijn een maand opgeschort omdat de federale regering geen gedetailleerd zicht heeft op de totale kosten. Het gaat dan over het prijskaartje van het opbergen van kernafval en dat van de ontmanteling en die twee kunnen oplopen tot 12 miljard euro – nog meer dan het bedrag dat de Arizonaregering in dit begrotingsjaar moet zien te ‘vinden’. Je zou je voor minder in een jodiumpil verslikken, maar de achterliggende vraag is vooral of die hele nationalisering geen dwaas ideologisch idee is.
Kernenergie is al decennia het stokpaardje van liberalen en conservatieven. In de jaren zeventig en tachtig heette het dat nucleair opgewekte energie ons onafhankelijk zou maken van kwaadwillende oliesjeiks. Daarna werd het dé oplossing voor als de olie ooit opraakte en sinds het begin van deze eeuw wordt het ook aangeprezen als panacee voor de energietransitie. Vooruitgangsfilosoof Maarten Boudry pleit voor een wereld vol kerncentrales die ons nog lang en gelukkig van betaalbare en schone stroom zullen voorzien. Betaalbaar, dat is maar de vraag, en schoon? Onlangs kwam in het nieuws dat zowel vaten met radioactief afval als een Russische kernonderzeeër die ooit op de bodem van de Atlantische oceaan waren beland, gevaarlijke straling lekken. Die roestbakken stammen nog uit de tijd dat men meende ‘binnen afzienbare tijd’ een oplossing te hebben gevonden voor dit lastige vraagstuk. De tijd is inmiddels niet langer afzienbaar en de oplossing is nog even ver weg als decennia terug.
Nucleair Oosterweel
Twaalf miljard – waarom moet het zo’n gigantisch bedrag zijn? En wie garandeert ons dat het, tegen de tijd dat de afbraakwerken daadwerkelijk beginnen, niet nog een paar miljard meer zal zijn? Bij de Oosterweelwerf weten ze alles over ‘onverwachte meerkosten’. En wat krijgt België straks concreet ter beschikking met die nationalisering? Een paar afgeschreven kerncentrales. Het is alsof we in onze handen moeten gaan wringen omdat we voor een exorbitante prijs een pallet tomaten in blik hebben gekocht met vervaldatum ‘maart 2018’. Volgens premier De Wever is kernenergie de enige optie om aan de sterk stijgende vraag naar elektriciteit te gaan voldoen. Kernenergie zal ons ook energie-onafhankelijker maken. Dat is maar de vraag, want het uranium dat hiervoor nodig is komt onder meer uit het West-Afrikaanse Niger, politiek niet bepaald de meest stabiele regio. Maar daarnaast zien we al nu al jaren dat er maar één segment van energieopwekking is dat explosief in capaciteit groeit en dat niet onderhevig is aan plotselinge prijsschokken naar boven: dat van de hernieuwbare. Jaren geleden werd al geopperd dat Europa nog veel meer op groene stroom moet inzetten, via windparken op zee (met name bij Portugal en Denemarken) en zonnepaneelparken in de landen rond de Middellandse Zee.
Overtollige energie
Dat laatste is echter ook denken volgens de gebaande kapitalistische paden. Hernieuwbare energie leent zich bij uitstek voor een decentrale opwekking én verdeling. Gebruik maken van elkaars restwarmte kan op wijkniveau worden geregeld, distributie van overtollige zonnestroom kan ook op dit niveau worden aangepakt. Maar dat vereist, dat burgers zelf zeggenschap krijgen over de stroom die hun daken produceren en dat energiemaatschappijen en netwerkeigenaren er nauwelijks aan kunnen verdienen. Het kapitalisme is per definitie niet geïnteresseerd in collectieve en goedkope oplossingen voor collectieve problemen, het wil dat iedereen zijn individuele oplossing aankoopt. Hitte? Elk gezin zijn eigen airco. Vervanging van aardgas en grijze stroom? Ieder huishouden zijn eigen panelen, warmtepomp en thuisbatterij. Diesel en benzine vervangen? Ieder gezin één of twee elektrische wagens. Zo blijft energie een goed dat kan worden verhandeld en waarop winst wordt gemaakt. Dat het op deze manier allemaal veel te traag gaat en veel te duur wordt voor de gewone burger (die in dit geval vooral een gewone consument is) zal de energiebedrijven worst wezen.
Een beetje kernramp
Het nationaliseren van aftandse kerncentrales lijkt op het eerste zicht een collectieve oplossing voor een collectief probleem, maar het is een optie uit de oude doos. Kernenergie is gevaarlijk en duur, zeker vergeleken met de hernieuwbare optie die de voorbije decennia enkel maar betaalbaarder is geworden. Het lijkt of er binnen NVA en MR met dikke oogkleppen op naar het energievraagstuk wordt gekeken, of op de partijkantoren het sprookje van Maarten Boudry voor futurologie wordt aanzien, terwijl de zelfbenoemde vooruitgangsfilosoof meer met een jaren vijftig zonnebril naar de toenmalige beloftes van kernenergie lijkt te kijken. Dat die beloftes vals zijn weten we al sinds de rampen in Harrisburg, Sellafield, Tsjernobyl en Fukushima. Bij ‘een beetje kernramp’ lopen de kosten al snel in de miljarden, maar ja, dan weet het kapitalisme ineens wél de voordelen van socialisering te omarmen. De winsten zijn voor de privésector, de verliezen voor de samenleving. Laten we hopen dat het uitstel dat Bart de Wever heeft bedongen het begin is van een scheurtje, niet in de betonnen wand van een kerncentrale maar in een van zijn oogkleppen.