De Antwerpse Ring, de Brusselse Ring, maar eigenlijk eender welke Ring verandert op steeds meer uren van de dag in een parkeerplaats voor vracht- en personenwagens. Waar het fenomeen ‘file’ zich lange tijd beperkte tot de spitsuren, kun je nu op elk willekeurig tijdstip vast komen te zitten. Bedrijven klagen over de kostprijs, werknemers over de stress, maar overheden wijzen steevast op het tijdelijk karakter van de verkeersellende. Eindeloze wegenwerken beloven alsnog ruim baan. Helaas, de paradox van de zelfrijdende stilstand zat van meet af aan ingebakken in het vervoersconcept.
De automobiel (=zelf voortbewegend vervoermiddel) is ontworpen als privilege voor de sowieso al geprivilegieerde klassen. Tot dan kon de edelman of de fabrieksdirecteur niet sneller van A naar B dan een willekeurige boer of fabrieksarbeider. Paarden en fietsen hebben een eigen snelheid. Je kunt anderen natuurlijk voorbijsteken maar slechts ten koste van veel zweten en hijgen en dat is bepaald geen statusverhogend zicht. In het openbaar vervoer bewegen alle passagiers zich hoe dan ook op dezelfde snelheid. Pas met de komst van de auto kwam er onderscheid: in mijn bolide stuif ik iedereen voorbij en ik ga zo snel omdat ik zoveel geld heb dat ik aan een automobiel kan spenderen.
Autootjes
De massificatie van de automobielproductie en de democratisering van het autobezit maakten vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw een eind aan dat privilege. T-Ford, 2CV, Volkswagen, Fiat 500 – het werden allemaal nagels aan de doodskist van de eenzame hardrijder, want al die ‘autootjes’ vulden de nieuw aangelegde gewestwegen en snelwegen, vulden de parkeerplekken en verstopten de straten. Een tijdlang konden de rijken zich verweren met luxe modellen maar als iedereen begint af te remmen kan ook de sportwagenbestuurder knarsetandend niets anders doen dan terugschakelen. De Franse marxist André Gorz beschreef in het essay De maatschappelijke ideologie van de eigen wagen deze paradox, hoe op de Parijse Ring de gemiddelde snelheid van het autoverkeer uiteindelijk verminderde tot twintig kilometer per uur, de snelheid van het paard en tot welke frustraties dit leidde. Maar in de marketing voor auto’s bleef de nadruk liggen op snelheid als kenmerkend onderscheid. De vele filmscènes waarin James Bond halsbrekende toeren uithaalt in zijn gepersonaliseerde Aston Martin zijn er een voorbeeld van. Naarmate de verkeersinfarcten in grote steden wereldwijd toenemen (Bangkok is al lang even erg als Los Angeles) zoekt de industrie zo mogelijk nog halsstarriger naar bestendiging van de ideologie van de eigen wagen.
Sukkels op de grond
Een voorbeeld is het ‘Boring’ concept van Elon Musk. De miljardair wil tunnels boren onder de drukke snelwegen rond metropolen, te beginnen met LA. Via liften kunnen automobilisten die bereid zijn daarvoor te betalen hun wagen ondergronds verder laten rijden – aan volle snelheid. Het privilege verplaatst zich dan van het bezit van een auto an sich naar de toegankelijkheid van het rijvak. Een ander concept is dat van PAL-V, een Nederlandse firma die zogezegde ‘vliegende wagens’ op de markt brengt. Hier is het idee juist omgekeerd: de vliegwagen landt en daalt op speciaal aangelegde stroken naast de snelweg. De bestuurder en zijn passagiers kunnen met een gang van driehonderd kilometer per uur óver het stilstaand verkeer razen – en misschien een middelvinger opsteken naar de ontevreden rijders beneden. De boodschap is duidelijk: winnaars boven en onder de grond, sukkels op de grond.
Speeltjes voor de Happy Few
We kunnen dergelijke concepten afdoen als speeltjes voor de happy few, maar daarmee gaan we voorbij aan het feit dat er zo wél oplossingen worden uitgewerkt voor de bourgeoisie en niet voor de massa van proletarische weggebruikers. Zo gaat de druk van de ketel waar beleidsmakers gevoelig voor zijn. De enige adequate oplossing voor de toeneming van het aantal verkeersinfarcten én van hun duur, is namelijk om zoveel mogelijk auto’s van de weg te halen. Meer gespreide werktijden of deeltijdwerk, meer telewerken, carpoolen en fietsen naar het werk maar natuurlijk ook meer openbaar vervoer is de enige echte remedie. De rijken mogen niet ontsnappen aan de files, ze moeten er deel van blijven uitmaken. Alleen als zij onze frustratie delen kan de ideologie van de eigen wagen worden gezet waar ze thuishoort: bij het huisvuil. En dan maar hopen dat de vuilnisdienst voordien niet hopeloos verstrikt raakt in een verkeersopstopping.