Patrice Emery Lumumba – wereldberoemde toespraak van 30 juni 1960 teruggevonden
Het originele exemplaar van Patrice Lumumba’s toespraak van 30 juni 1960 is na 65 jaar teruggevonden. Inprecor, het tijdschrift van de Vierde Internationale, publiceerde het document in nummer 746–747 (été 2026). De SAP‑antikapitalisten brengen hier het artikel van Raphael Tambwe, dat de toespraak in haar historische context plaatst. Daaronder publiceren we de exacte en volledige transcriptie van de Lumumba’s toespraak op basis van de audio-opname uit het archief van de Belgische publieke omroep. Eerder publiceerden we al een interview van Kriger Josephson met archivaris Gertjan Desmet, die het originele document identificeerde. Een dossier over de complexe geschiedenis van de dekolonisatie van Congo.
Historische context – de lijdensweg van Congo
De verschillende stations van de koloniale calvarietocht (Congo Vrijstaat, 1885-1908; Belgisch Congo, 1908-1960) werden gekenmerkt door extreme onderdrukking, vernedering en uitbuiting. Tot op vandaag spookt de ‘chicotte’, de zweep van nijlpaardhuid, nog steeds in het collectieve geheugen, symbool van een tijdperk van lijfstraffen en dwangarbeid. Toch ontwikkelden de Congolese volkeren een veelheid aan verzetsvormen, soms uitmondend in grootschalige opstanden.
Vanaf het einde van de jaren vijftig kwam er in de Belgische kolonie een onweerstaanbare dynamiek op gang van nationale bevrijding en ontvoogding. De Belgische staat reageerde met wat bekend werd als “le pari Congolais”: snel formele onafhankelijkheid verlenen, maar de feitelijke controle behouden. Men rekende op blijvende economische afhankelijkheid en het behoud van blanke kaders in leger en administratie. Selectieve privileges en diplomatieke ‘druk’ zouden het nieuwe, Afrikaanse bestuur wel op het ‘juiste’ pad houden.
Deze strategie, de “Congolese gok” mislukte. In de daaropvolgende “Congolese crisis” van 1960-1961, speelde Patrice Lumumba een beslissende historische, en later uitermate symbolische rol. Zijn toespraak tijdens de onafhankelijkheidsceremonie situeert zich op een scharniermoment in de politieke geschiedenis van het land. Deze tekst – scherpzinnig, perspectief en hoop biedend voor de Congolese natie – weerspiegelt Lumumba’s antikoloniale vastberadenheid. Het onthult tevens de ideologische zwakte van de kleine kring van de toenmalige nationalistische leiders.
Via gewelddadige repressie, de moord op Patrice Lumumba, Pierre Mulele en hun medestanders, twee grootschalige buitenlandse militaire interventies (1960-1961 en 1964-1965), geheime operaties gepaard gaande met systemische corruptie kon de dictatuur van Mobutu (1965-1997) geïnstalleerd worden. Enkel zo kon een neokoloniale overheersing, in zijn Congolees-Zaïrese variant, geconsolideerd worden. De daaropvolgende ambtswissels – Laurent-Désiré Kabila (1997–2001), Joseph Kabila (2001–2019) en Félix Tshisekedi – veranderden de politieke figuren, maar niet de structurele mechanismen van onderontwikkeling en afhankelijkheid.
De drie geboorteakten van de Congolese staat
Op donderdag 30 juni 1960 vond in Léopoldville (het huidige Kinshasa) de proclamatie van de onafhankelijkheid plaats. Na een protestantse dankdienst en een katholiek Te Deum volgde een ontvangst door koning Boudewijn in de residentie van gouverneur-generaal Cornelis. Maar het was de officiële ceremonie waarin de Belgische en Congolese regeringen de onafhankelijkheid bekrachtigden die de geschiedenisboeken haalde. Vooral omdat deze live op de radio werden uitgezonden [1], was de impact op de Congolese bevolking diepgaand en blijvend,
In het Paleis der Natie was de crème de la crème van het Belgische establishment en de koloniale machten verzameld, samen met meer dan zestig buitenlandse afgevaardigden, een selecte groep uit de opkomende Congolese elite, en tientallen Belgische en internationale journalisten. Boudewijn sprak eerst, in zijn kenmerkende plechtigstatige, zalvende en bijna liturgische stijl. Zijn toespraak werd al snel een lofzang op de Belgische kolonisatie, die werd voorgesteld als een beschavingsproject. Leopold II werd afgeschilderd als een visionair en een vermeende bevrijder van de slavenhandel. De onafhankelijkheid werd geschonken ter voltooiing van het werk van België, een erfenis waarvoor de Congolezen dankbaarheid en respect verschuldigd waren. Het was precies binnen dit kader dat de toespraak van president Kasavubu zich ontvouwde: onderdanige en “christelijke” nederigheid, zorgvuldig getemperde Congolese ambities en een impliciete goedkeuring van het Belgische verlangen naar harmonieuze toekomstige “samenwerking”.
Meteen daarna gaf parlementsvoorzitter Joseph Kasongo, het woord aan premier Lumumba. Hoewel dit niet voorzien was in het oorspronkelijke protocol, waren de officiële persdienst CGI, verschillende Belgische ministers en de koning zelf op de hoogte gesteld van Lumumba’s eenzijdige besluit om zijn eigen toespraak te houden. Dit deed echter niets af aan de consternatie die de inhoud en toon van zijn rede veroorzaakten. Het contrast met de eerdere toespraken was frappant. Het taboe rond de koloniale wantoestanden en wreedheden werd ondubbelzinnig doorbroken. In Lumumba’s toespraak werden de strijd en aspiraties van het Congolese volk op de voorgrond geplaatst. Er werden expliciet verschillende pan-Afrikaanse verwijzingen gemaakt. Lumumba richtte zich niet alleen tot de aanwezige hoogwaardigheidsbekleders: hij wist dat de Congolese massa – en daarmee de geschiedenis – meeluisterde.
De toespraak van Lumumba – de feiten en de historische waarheid
Verschillende factoren hebben geleid tot tegenstrijdige, overdreven en onjuiste percepties en interpretaties van Lumumba’s toespraak. Gevestigde belangen en uiteenlopende ideologische standpunten met betrekking tot het koloniale verleden, het onafhankelijkheidsproces en de Congolese crises – met name de moord op Patrice Lumumba – spelen hier uiteraard een rol. Daar komt nog bij dat de totnogtoe gepubliceerde audio- en videofragmenten fragmentarisch, de transcripties onnauwkeurig en het archiefonderzoek onvolledig zijn. Hoewel Lumumba’s speech inmiddels 66 jaar oud is, blijft ze relevant en de vragen die ze oproept, zijn nog steeds zeer actueel. Vandaar de noodzaak om de beschikbare historische feiten ruim bekend te maken en er een kritische analyse van te maken.
Recent publiceerde historicus Gertjan Desmet [2] zijn bevindingen over document AB1191 dat hij in het Belgisch Staatsarchief terugvond. Het betreft vrijwel zeker het originele, persoonlijke exemplaar van Lumumba’s toespraak, compleet met zijn handgeschreven aantekeningen in groene inkt. Het artikel van Gertjan Desmet omvat een grondige archiefanalyse en uitvoerige contextualisering.[3]
Het hier gepubliceerde transcript van de toespraak van Patrice Lumumba wijkt enigszins af van het originele, geannoteerde document AB1191 vanwege improvisaties op het laatste moment door Lumumba. Deze transcriptie van Gertjan Desmet is gebaseerd op de digitale kopie van de audio-opname in het archief van de Belgische publieke omroep [4]. De openingswoorden, “Excellences, Ladies and Gentlemen,” zijn niet hoorbaar in de versie die door het Koninklijk Museum voor Centraal-Afrika op YouTube werd uitgezonden, omdat de microfoon aan het begin van Lumumba’s toespraak nog niet goed was aangesloten.
Transcription du discours prononcé par Patrice Lumumba le 30 juin 1960[5]
“Excellences,
Mesdames, Messieurs,
Congolais et Congolaises,
combattants de l’indépendance aujourd’hui victorieux,
je vous salue au nom du gouvernement congolais.
À vous tous, mes amis qui avez lutté sans relâche à nos côtés, je vous demande de faire de ce trente juin mille neuf cent soixante une date illustre que vous garderez ineffaçablement gravée dans vos coeurs, une date dont vous enseignerez avec fierté la signification à vos enfants, pour que ceux-ci à leur tour fassent connaître à leurs fils et à leurs petits-fils l’histoire glorieuse de notre lutte pour la liberté.
Car cette indépendance du Congo, si elle est proclamée aujourd’hui dans l’entente avec la Belgique, ays ami avec qui nous traitons d’égal à égal, nul Congolais digne de ce nom ne pourra jamais oublier cependant, que c’est par la lutte qu’elle a été conquise, une lutte de tous les jours, une lutte ardente et idéaliste, une lutte dans laquelle nous n’avons ménagé ni nos forces, ni nos privations, ni nos souffrances, ni notre sang.
Cette lutte, qui fut de larmes, de feu et de sang, nous en sommes fiers jusqu’au plus profond de nous-mêmes, car ce fut une lutte noble et juste, une lutte indispensable pour mettre fin à l’humiliant esclavage qui nous était imposé par la force.
Ce que fut notre sort en quatre-vingts ans de régime colonialiste, nos blessures sont trop fraîches et trop douloureuses encore pour que nous puissions les chasser de notre mémoire.
Car nous avons connu le travail harassant exigé en échange de salaires qui ne nous permettaient ni de manger à notre faim, ni de nous vêtir ou nous loger décemment, ni d’élever nos enfants comme des êtres chers.
Nous avons connu les ironies, les insultes, les coups que nous devions subir matin, midi et soir parce que nous étions des « nègres ». Qui oubliera qu’à un Noir on disait « tu », non certes comme à un ami, mais parce que le « vous » honorable était réservé aux seuls Blancs ?
Nous avons connu que nos terres furent spoliées au nom de textes prétendument légaux qui ne faisaient que reconnaître le droit du plus fort.
Nous avons connu que la loi n’était jamais la même selon qu’il s’agissait d’un Blanc ou d’un Noir : accommodante pour les uns, cruelle et inhumaine pour les autres.
Nous avons connu les souffrances atroces des relégués pour opinions politiques ou croyances religieuses : exilés dans leur propre patrie, leur sort était vraiment pire que la mort elle-même.
Nous avons connu qu’il y avait dans les villes des maisons magnifiques pour les Blancs et des paillotes croulantes pour les Noirs ; qu’un Noir n’était admis dans les cinémas, ni dans les restaurants ni dans les magasins dits « européens » ; qu’un Noir voyageait à même la coque des péniches, aux pieds du Blanc dans sa cabine de luxe.
Qui oubliera enfin les fusillades, où périrent tant de nos frères, les cachots où furent brutalement jetés ceux qui ne voulaient plus se soumettre au régime d’injustice, d’oppression et d’exploitation ?
Tout cela, mes frères, nous en avons profondément souffert.
Mais tout cela aussi, nous, que le vote de vos représentants élus a agréés pour diriger notre cher pays, nous, qui avons souffert dans notre corps et dans notre coeur de l’oppression colonialiste, nous vous le disons, tout haut, tout cela est désormais fini.
La République du Congo a été proclamée et notre cher pays est maintenant entre les mains de ses propres enfants.
Ensemble, mes frères, mes soeurs, nous allons commencer une nouvelle lutte, une lutte sublime qui va mener notre pays à la paix, à la prospérité et à la grandeur.
Nous allons établir ensemble la justice sociale et assurer que chaque-chacun reçoive la juste rémunération de son travail ;
Nous allons montrer au monde ce que peut faire l’homme noir quand il travaille dans la liberté, et nous allons faire du Congo le centre de rayonnement de l’Afrique tout entière ;
Nous allons veiller à ce que les terres de notre patrie profitent véritablement à ses enfants ;
Nous allons revoir toutes les lois d’autrefois et en faire de nouvelles qui seront justes et nobles ;
Nous allons mettre fin à l’oppression de la pensée libre et faire en sorte que tous les citoyens jouissent pleinement des libertés fondamentales prévues dans la déclaration des Droits de l’Homme ;
Nous allons supprimer efficacement toute discrimination quelle qu’elle soit et donner à chacun la juste place que lui vaudra sa dignité humaine, son travail et son dévouement au pays ;
Nous allons faire régner non pas la paix des fusils et des baïonnettes, mais la paix des coeurs et des bonnes volontés.
Et pour tout cela, chers compatriotes, soyez sûrs que nous pourrons compter non seulement sur nos forces énormes et nos richesses immenses, mais sur l’assistance de nombreux pays étrangers dont nous accepterons la collaboration chaque fois qu’elle sera loyale et ne cherchera pas à nous imposer une politique quelle qu’elle soit.
Dans ce domaine, la Belgique qui, comprenant enfin le sens de l’histoire, n’a pas essayé de s’opposer à notre indépendance, est prête à nous accorder son aide et son amitié, et un traité vient d’être signé dans ce sens entre nos deux pays égaux et indépendants. Cette coopération, j’en suis sûr, sera profitable aux deux pays. De notre côté, tout en restant vigilants, nous saurons respecter les engagements librement consentis.
Ainsi, tant à l’intérieur qu’à l’extérieur, le Congo nouveau, notre chère république, que mon gouvernement va créer sera un pays riche, libre et prospère. Mais pour que nous arrivions sans retard à ce but, vous tous, législateurs et citoyens congolais, je vous demande de m’aider de toutes vos forces.
Je vous demande à tous d’oublier les querelles tribales qui nous épuisent et risquent de nous faire mépriser à l’étranger ;
Je demande à la minorité parlementaire d’aider mon gouvernement par une opposition constructive et de rester strictement dans les voies légales et démocratiques ;
Je vous demande à tous de ne reculer devant aucun sacrifice pour assurer la réussite de notre grandiose entreprise ;
Je vous demande enfin de respecter inconditionnellementla vie et les biens de vos concitoyens et des étrangers établis dans notre pays ; si la conduite de ces étrangers laisse à désirer, notre justice sera prompte à les expulser du territoire de la République ; si par contre leur conduite est bonne, il faut les laisser en paix, car eux aussi travaillent à la prospérité de notre pays.
L’indépendance du Congo marque un pas décisif vers la libération de tout le continent africain.
Voilà, Sire, Excellences, Mesdames, Messieurs, chers compatriotes, mes frères de race, mes frères de lutte, ce que j’ai voulu, vous dire au nom du gouvernement en ce jour magnifique de notre Indépendance complète et souveraine.
Notre gouvernement, fort, national, populaire, sera le salut de ce pays.
J’invite tous les citoyens congolais, hommes, femmes et enfants, de se mettre résolument au travail en vue de créer une économie nationale prospère qui consacrera notre indépendance économique.
Hommage aux Combattants de la Liberté Nationale !
Vive l’indépendance et l’unité africaines.
Vive le Congo Indépendant et Souverain ! »
[1] Het Koninklijk Museum voor Centraal-Afrika heeft audio-opnamen van de drie toespraken op YouTube gepubliceerd:
Baudouin https://www.youtube.com/watch?v=dhDSFLw2Epo ;
Kasavubu https://www.youtube.com/watch?v=eiPQ8dv9v9Q ;
Lumumba https://www.youtube.com/watch?v=dVZ1Gz9YFHY .
[2]Desmet (G.). De identificatie van Lumumba’s ‘onafhankelijkheidstoespraak’: een archiefanalyse van het manuscript AB2191. Tijdschrift voor Belgische Geschiedenis, LVI(1), 2026, p . 62–105. https://www.journalbelgianhistory.be/en/system/files/article_pdf/04%20Desmet%20vdef.pdf
Scans van archiefdocument AB2191 worden hier gepubliceerd met de vriendelijke toestemming van Gertjan Desmet en de archiefdiensten van CegeSoma . Zie ook het interview met Gertjan Desmet op de website van de Antikapitalistische Linkerzijde in België.
[3]Samenvattend luidt de stelling dat document AB2191 het authentieke origineel is dat Lumumba op 30 juni 1960 in handen had en dat hij persoonlijk tijdens de ceremonie verder heeft aangepast. Het argument berust op vier belangrijke pijlers. De eerste betreft de herkomst en geschiedenis van het document, die terug te voeren is op Piet Lenain van het Algemeen Informatiecommissariaat (CGI) van de gouverneur-generaal. De tweede betreft de fysieke kenmerken (het papier, het watermerk, de vouw) en Lumumba’s handschrift, die aan alle authenticiteitseisen voldoen. Ten derde komt de tekst – met zijn unieke weglatingen en correcties – beter overeen met de daadwerkelijk gesproken woorden dan welke andere bekende versie dan ook, waarvan audio-opnamen bewaard zijn gebleven. Ten slotte lijken al deze elementen afwezig te zijn in een fotokopie van een getypt en van aantekeningen voorzien document, dat ten onrechte als origineel werd gepresenteerd en dat in 2015 werd gevonden in de archieven van Finoutremer , voorheen Compagnie du Katanga [cf. “Exclusief: Lumumba’s toespraak, oprichtingstekst”, Le Vif, 27-06-2015. http://www.levif.be/actualite/international/exclusif-le-discours-de-lumumba-texte-fondateur/article-normal-402789.html].
[4] Enregistrement audio “Toespraak Patrice Lumumba over onafhankelijkheid Belgisch Congo” (VRT,
Televisie-archief, media ID GW_2173_3).
[5] Transcription établie par Gertjan Desmet à partir de la copie numérique de l’enregistrement audio conservé dans les archives de la radiodiffusion publique belge. Desmet (G.). Identifying Lumumba’s ‘Independence speech’: An archival analysis of typescript AB2191. Journal of Belgian History, LVI(1), 2026, pag. 101–102.