Al jarenlang belooft Elon Musk de lancering van een menselijke missie naar Mars en al evenveel jaren stelt hij die uit. Toch lijkt de algehele bewondering voor zijn verondersteld genie daar nauwelijks onder te lijden. Elke aankondiging van wéér een waanzinnig technologisch avontuur wordt op gejuich en stijgende beurskoersen onthaald. Maar elk avontuur is slechts een tussenstap op weg naar de eindbestemming, het culminatiepunt van al zijn fantasieën: de rode planeet Mars. Gaat Musk daar daadwerkelijk de eerste buitenaardse kolonie stichten of is het project vooral een afleidingsmanoeuvre?
Elon Musk, Jeff Bezos en Marc Zuckerberg hebben naast hun miljardenfortuin en liefde voor Trump nog iets met elkaar gemeen: in hun jeugd lazen ze graag science fiction. Die romans en verhalen vormen een belangrijke inspiratiebron voor hun geloof dat elk probleem in wezen een technisch vraagstuk is en voor hun technologisch optimisme. Een concept als dat voor ruimtetoerisme of diepzeetoerisme vindt zijn oorsprong in de fantasie van SF-schrijvers. De miljonairs die enkele jaren terug dodelijk verongelukten in een duikboot die kilometers onder de oppervlakte van het zeewater was gedaald, waanden zich wellicht moderne kapitein Nemo’s, de hoofdfiguur uit Jules Vernes roman Twintigduizend Mijlen onder Zee. De ijle ruimte boven de dampkring en de bodem van de oceaan zijn bovendien de enige plekken waar het plebs met zijn all-in reizen niet kan komen – vooralsnog.
Goeroe-oplichter
Deze technosprookjes draaien rond het verleggen van grenzen, en voor de rijke elite gaan ze vooral over biologische grenzen. Wie alles heeft wat zijn hartje begeert, vreest dat dit hart zal stoppen met pompen. Vandaar dat het fantaseren over onsterfelijkheid een versnelling hoger gaat. En weer komt Elon Musk als eerste sprookjesverteller om de hoek kijken, bijvoorbeeld met zijn concept voor chips in het brein en het overplanten van de geest in een enorme computer. Die beloftes krijgen een zweem van technologisch realisme zodra ze uit de mond van Musk komen, niet alleen wegens zijn vermeende genialiteit, maar ook omdat ze een ondertoon van politieke almacht hebben. Via chips kunnen we als elite natuurlijk ook de gedachten van de werkende klasse controleren en bijsturen. Twee generaties terug zou Elon Musk met zijn concepten een tweede Ron Hubbard zijn geweest, de goeroe-oplichter die met Scientology de mensheid totale controle over de eigen geest beloofde, maar dankzij Tesla, dankzij SpaceX reageren bankiers en beleggers alsof het woord van Musk sowieso vlees zal worden. Datacenters in de ruimte? Voor hoeveel aandelen kan ik inschrijven? Tunnels onder snelwegen? Kan ik nog intekenen op de obligatie? Net als in de late jaren negentig, toen talloze bedrijfjes met een vaag internetconcept naar de beurs gingen, lijken de saaie berekeningen voor een aanvaardbare return on investment te worden weggewimpeld, met dit verschil dat het bij de bedrijven van Musk om bedragen gaat waar een extra nul achter wordt geschreven.
Eén dode bol
De menselijke missie naar Mars heeft echter nog een andere functie: ze leidt af van de klimaatcatastrofe waar onze aarde op af stevent. Al vijftig jaar lang zoekt NASA met robotwagentjes naar sporen van leven op de Rode Planeet. Na tal van pogingen hebben die grijparmpjes de bodem grondig onderzocht, de ijle atmosfeer geanalyseerd en de droge beddingen gefotografeerd. Er leeft niets op Mars, helemaal niets. Zelfs bewijzen van vermeende fossiele micro-organismen konden wetenschappers op aarde niet overtuigen. En alle speculaties over een dikke atmosfeer en grote waterpartijen die miljarden jaren geleden de planeet zouden hebben kunnen bedekken, blijken ook weer op te gaan in rook als ze nader worden onderzocht. Eén dode bol. Wat hebben wij daar in godsnaam – pardon: in Musksnaam – te zoeken? Waarom moeten we met een enorme, fallusvormige raket astronauten droppen in die woestenij, in de hoop dat ze zich daar zullen redden? ‘Gaat heen naar Mars en vermenigvuldigt u!’ Volgens de bedenker van het plan is die missie nodig om de mensheid te redden, opdat die niet van één planeet afhankelijk is. Maar de vraag is: welk deel van de mensheid hij wil redden (laat ons raden: dat met een lichte huidskleur en blauwe ogen) en of het niet veel verstandiger is alles in het werk te stellen om die andere planeet te redden. Zelfs op de meest onherbergzame oorden van onze wereld, het snikhete Death Valley en het ijskoude Antarctica, wemelt het nog van de micro-organismen. Ook onder de meest extreme klimaatomstandigheden blijft de aarde een biologische bloeiende planeet en Mars een dode.
Nee, de techmiljardairs hebben ongelijk; niet elk probleem is te herleiden tot een technologisch vraagstuk en niet elk technologisch vraagstuk is op te lossen. De publieke opinie zou zich veel kritischer moeten opstellen tegen de kletspraat die uit de mond van de techbonzen komt. Willen we onze wereld redden dan moeten we niet naar het rood van Mars kijken maar naar de kleur van het ecosocialisme. “Liever dood dan rood’, was een slogan van de anticommunisten tijdens de Koude Oorlog. Als ze met de Musk-Expres massaal naar Mars emigreren riskeren ze alsnog beide tegelijk te zijn.