Fulmineren tegen de veronderstelde lelijkheid van modernistische architectuur is al zo oud als deze bouwstijlen zelf, maar in het oosten van Duitsland krijgt dit momenteel een nare bijsmaak. De AFD is de grootste partij in Saksen-Anhalt en deze deelstaat is ook de regio waar het Bauhaus stond en staat. De stijl, die onlosmakelijk verbonden is met namen als Wassily Kandinsky, Walter Gropius en Mies van der Rohe, maakte furore tijdens de Weimarrepubliek, werd verboden tijdens het Derde Rijk en veroverde na de oorlog de rest van de wereld. De Alternative Für Deutschland bestempelt het Bauhaus als ‘on-Duits’ en elitair. In werkelijkheid verdedigt het AFD met zijn heimwee naar het neoclassicisme een architectuur voor de rijke elite, ten koste van de lagere klassen.

Bauhaus stond niet op zichzelf. Overal in de kapitalistische wereld werden nieuwe materialen ontwikkeld en nieuwe technieken uitgetest om vlotter en goedkoper aan de enorme vraag naar nieuwe woonblokken, villa’s, fabriekshallen en kantoorcomplexen te voldoen. De eerste decennia van de twintigste eeuw vormden in dat opzicht een kantelpunt. De decoratieve stijlen, zoals die vooral in de Art Nouveau hun hoogtepunt hadden gevonden, waren zeer arbeids- en kennisintensief. De herenhuizen die Victor Horta in Brussel ontwierp waren indertijd al nauwelijks te betalen, zelfs voor vermogende opdrachtgevers zoals de industrieel Armand Solvay. Voor arbeiderswoningen en zakelijke panden vonden ze helemaal geen toepassing.

De Volksgenossen als slachtoffers

Architecten als Gerrit Rietveld, Walter Gropius en Robert Mallet-Stevens zochten ieder op hun manier naar een substantiële verlaging van de bouwkosten. Rietveld kwam onder meer met zijn eenvoudige stoel van houten panelen, Mallet-Stevens verwerkte op grote schaal beton in winkels en autogarages. Beton was een nieuw materiaal dat goedkoop en flexibel kon worden toegepast. In de VS ontdekten hun collega’s hoe ze met een metalen skelet veel hogere gebouwen konden construeren dan tot dan toe en werd de zogeheten Skyscraper geboren. In de Duitse stad Magdeburg installeerde Bruno Taut de eerste keukens in huurkazernes: de arbeiderskeuken was een feit, met zelfs een speciaal zithoekje waar de vrouw kon uitblazen na het uiensnijden en wenend een sigaret roken. De emancipatie verliep via de asbak. Dankzij deze innovaties kwam het moderne wooncomfort binnen het bereik van grote groepen huurders die voordien in krappe en onhygiënische woonblokken hadden moeten bivakkeren. Dát is de enorme vooruitgang die bewegingen als De Stijl en Bauhaus mogelijk maakten. De voorouders van de huidige Duitse Volksgenossen, voor wie de AFD zegt het op te nemen, profiteerden daar sterk van. Het feit dat de Duitse architecten en kunstenaars onevenredig sterk vertegenwoordig waren in deze vernieuwingsstromingen maakt de beschuldiging van een ‘on-Duits’ karakter nog leugenachtiger.

Simpelweg een bloedhekel

Natuurlijk wordt Bauhaus door de AFD ook nog eens als zuiver links gezien. Dat klopt niet. Walter Gropius probeerde de politiek zoveel mogelijk buiten de deur van ‘zijn’ Bauhaus te houden en zijn opvolger Mies van der Rohe was meer geïnteresseerd in de mogelijkheid zijn ideeën in gebouwen om te zetten dan in het veranderen van de wereld. Nadat de nazi’s het Bauhaus in Dessau hadden gesloten en Van der Rohe ontslagen was, bleef hij nog enige tijd in Duitsland ‘hangen’ en probeerde hij opdrachten te verwerven. Uit pure armoede emigreerde hij naar de Verenigde Staten, waar zijn carrière een nieuwe vlucht nam en de vele kantoorgebouwen en buitenhuizen verrezen die hem wereldberoemd hebben gemaakt. Maar Mies had niets revolutionairs in politieke zin, zoals hij dat ook niet had gehad toen hij zijn befaamde Barcelona paviljoen liet bouwen op de wereldtentoonstelling van 1929 en zijn vermaarde Barcelona stoel lanceerde. De nazi’s hadden simpelweg een bloedhekel aan Mies omdat er op die wereldtentoonstelling niet een of ander Lederhosen paviljoen was neergezet. Die weerzin hebben de ideologische kleinkinderen in Saksen-Anhalt van Goebbels en Hitler geërfd. Er is geen enkel rationeel argument voor hun haat tegen het historische en het hedendaagse Bauhaus, ze zijn niets anders aan het doen dan het schuimbekken dat opa damals deed dunnetjes over te doen. Hoezeer ze ook voortdurend bezig zijn zich subtiel te distantiëren van de historische nazi’s, uitgerekend met hun verlangen Bauhaus definitief te slopen (om te beginnen in Saksen-Anhalt) bewijzen ze rasechte neonazi’s te zijn.

Valse nostalgie

De aanval van de AFD in Saksen-Anhalt is geen geïsoleerd incident. In Nederland fulmineert het Forum voor Democratie al even hard tegen zowel de modernistische muziek als tegen de beeldende kunst en de architectuur. Het past in hun nostalgie naar een paradijselijk verleden, toen álles beter was, ook de esthetiek. Maar het is oplichterij. Dat geïdealiseerde verleden heeft nooit bestaan. Sterker nog: als we de bouwkundige en creatieve vernieuwingen die stromingen als Bauhaus ons hebben gebracht zouden moeten ontberen, waren woningen (nog) heel wat onbetaalbaarder dan ze nu al zijn. Uitgerekend de klassen voor wie AFD en consorten zeggen op te komen, zouden stevig in de aap gelogeerd zijn – en voorgoed ook.