Op 18 juli 1936 ging een groep Spaanse generaals over tot een staatsgreep die de Volksfrontregering moest onttronen en de linkse partijen en vakbonden definitief uitschakelen. De putsch mislukte- grotendeels – maar enkel dankzij het verzet van de arbeiders in de steden. Die bewapenden zichzelf en vormden in de weken nadien milities om de paar steden en provincies die de putschisten wél hadden veroverd te bevrijden. Negentig jaar nadien wordt de Spaanse Burgeroorlog meer dan ooit geframed als een strijd tussen democraten en fascisten. In werkelijkheid was het er een tussen de bezittende en de werkende klasse, waarbij zowel de westerse democratieën als de Sovjet-Unie veel banger waren voor een overwinning van de Spaanse boeren en arbeiders dan voor een zege van Franco & Co.
Waarom verloor links de Spaanse Burgeroorlog? Onder meer omdat de grootmachten een wapenembargo afkondigden, waaraan uiteindelijk enkel de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië zich hielden, terwijl Nazi-Duitsland en Italië Franco steunden met wapens en manschappen. Omdat oliemaatschappij Texaco 3,5 miljoen ton brandstof leverde aan Franco’s troepen en enkele Amerikaanse autobouwers 10.000 legertrucks – op krediet nog wel. Omdat de Britten Franco hoogstpersoonlijk overvlogen van zijn ballingsoord op de Canarische eilanden naar Marokko, vanwaar hij zich aan het hoofd van zijn troepen kon stellen. Omdat de Luftwaffe duizenden Nationalistische manschappen overvloog van Afrika naar Spanje, zodat de Republikeinse marineblokkade bij Cadiz kon worden omzeild. Toch had de regering in Madrid tot in 1937 kansen om de opstand van de generaals neer te slaan, maar in alle andere hoofdsteden zaten mannen die daar hun veto tegen stelden. Met een zege van Franco konden ze leven, voor een overwinning van die bende anarchisten en communisten waren ze echter als de dood. De sociale revolutie die in Spanje voet aan de grond had gekregen zou kunnen overslaan naar hun landen.
Kapperspartij
Iedereen was namelijk bang voor de anarchistische CNT, de trotskistische POUM en de socialistische vakbond. Grootgrondbezit was verdeeld, fabrieken en openbare diensten gecollectiviseerd, het immense bezit van de kerk onteigend. In Barcelona verscholen de rijken zich in hun vakantievilla’s of slopen over straat in een blauwe arbeidersoveral. Madrid veranderde in november ’36 in een commune, zoals Parijs zestig jaar eerder. Op het platteland verjoegen de boeren en landarbeiders de priesters en de notabelen. Het spook dat twintig jaar eerder door Petrograd en Berlijn trok was weer helemaal terug. Ook Stalin maakte zich zorgen. Hij stuurde tanks, vliegtuigen en kanonnen naar Spanje om de Republiek bij te staan, maar ook officieren en politiek commissarissen, om de volksmilities in het gareel te krijgen, en NKVD beulen, om grote schoonmaak te houden onder trotskisten en anarchisten. Onder impuls van Moskou maakte de sociale revolutie eerst pas op de plaats en werd ze vervolgens teruggeschroefd. De democratische milities maakten plaats voor een hiërarchisch georganiseerd volksleger, de onteigenden werden weer eigenaars, de bevrijde vrouwen keerden terug naar de haard. De stalinistische PCE, die aanvankelijk miniem was in leden en invloed, groeide uit tot een massapartij die – niet toevallig – vooral populair was bij de aanhangers van orde & gezag. In zijn Hommage to Calatonia merkt George Orwell sarcastisch op dat met name kappers en andere middenstanders partijlid werden.
De machtige stem
Had de Republiek kúnnen winnen? Velen wijzen op het ongelijke speelveld, maar Pierre Broué en Emile Témine focussen zich in hun studie La Revolution et la Guerre en Espagne op de gemiste kansen. De Republiek had bijvoorbeeld Spaans Marokko onafhankelijkheid kunnen beloven. Dan hadden de Moorse stoottroepen van Franco waarschijnlijk gemuit en de Nationalisten een groot probleem gehad. Helaas werden de delegaties Marokkaanse rebellen die naar Madrid kwamen met een kluitje in het riet gestuurd, want men was bang de kolonialisten in Parijs en Londen te mishagen. De Republikeinen hadden vaker op een tactiek zoals in Guadalajara in januari 1937 kunnen vertrouwen. Tijdens die veldslag zette Mussolini 70.000 Italiaanse manschappen in om de verdediging ten noorden van Madrid te breken. De Internationale Brigades vertrouwden op de stem van hun eigen Garibaldi bataljon. Letterlijk. Via vlugschriften en luidsprekers riepen de antifascisten hun landgenoten op de wapens neer te leggen, maakten ze hun duidelijk hoezeer ze door de Duce waren voorgelogen. En het lukte. Duizenden deserteerden en stuurden zo het Italiaanse aanvalsplan volledig in de war. De stem van de revolutie bleek machtiger dan de meest moderne wapens.
Schuldvraag
Maar met het terugschroeven van de sociale revolutie vervloog ook het revolutionair elan. Met de ontberingen als gevolg van bombardementen en voedseltekorten kon de bevolking nog wel leven, met de toenemende repressie in eigen rangen niet. Toen alle strategische voordelen die een socialistische omwenteling biedt waren verbleekt, werd de burgeroorlog een strijd tussen legers tout court en daarbij waren de Nationalisten met hun superieure wapens in het voordeel. Toen Madrid en Barcelona in het voorjaar van 1939 in handen van Franco’s beulen vielen, vluchtten 500.000 Spanjaarden over de Pyreneeën. Drie jaar intensieve oorlogsvoering had niet alleen een land geruïneerd maar ook een geest. Die geest was niet gebroken door bommen uit de lucht en massale executies, maar wel door de halfslachtigheid van de maatschappelijke omwenteling van 1936. Over de schuldvraag zou tot op de dag van vandaag worden gediscussieerd: die van de compromisbereidheid van de anarchisten, de tegenwerking van de Volksfrontpartijen of de sabotage door de buitenlandse machten? Laten we het op de schuldige drievuldigheid houden.