In minder dan twee maanden tijd is Europa getroffen door drie hittegolven, die uitzonderlijk zijn wat betreft het vroege tijdstip waarop ze zich voordeden, hun intensiteit, duur en geografische omvang.

De gevolgen voor de gezondheid zijn talrijk en dramatisch: ademhalingsproblemen, met name veroorzaakt door ozonvorming (als gevolg van stikstofoxide-uitstoot door verbrandingsmotoren – in juni overschreden de ozonniveaus de veilige limieten voor 300 van de 450 miljoen Europeanen); hart- en vaatziekten; infectieziekten; acuut nierfalen; luchtvervuiling door rook van bosbranden. Deze gevolgen verergeren de sociale ongelijkheden op het gebied van huisvesting, vervoer, arbeidsomstandigheden en inkomen nog verder. Het aantal extra sterfgevallen loopt in de duizenden. In de armste regio’s, waar mensen de minste middelen hebben om zich tegen de hitte en vervuiling te beschermen, bedraagt de extra sterfte bijna 80 procent, vergelijkbaar met de cijfers tijdens de COVID-19-pandemie.

Niet alleen mensen lijden en sterven. Ook veedieren betalen een zware prijs, met name rundvee (dat fysiologisch niet is aangepast aan dergelijke temperaturen) en pluimvee. Tienduizenden zijn omgekomen in industriële ‘vleesfabrieken’. Afgezien van de ethische schok, die deze massale slachting teweegbrengt, maakt dit deel uit van de bredere context van de ernstige gevolgen van de hittegolf voor de landbouwproductie en de voedselsoevereiniteit. Dit heeft een domino-effect op de consumentenprijzen (die al stijgen als gevolg van de oorlog van Trump en Netanyahoe tegen Iran). Ook hier zijn het de werkende klassen die het hardst worden getroffen.

De gevolgen voor terrestrische en aquatische ecosystemen zijn niet minder dramatisch. Extreme hitte, ernstige droogtes en bosbranden doden enorme aantallen vogels, insecten, vissen, amfibieën en zoogdieren… De schade aan terrestrische ecosystemen (met name bossen, heggen en wetlands) is het meest zichtbaar, maar de versnelde verandering van mariene milieus is even zorgwekkend. In het algemeen betekent dit een nieuwe zware klap voor de biodiversiteit, die al ernstig is verzwakt door de agro-industrie, de industriële visserij en de toeristische sector. In een soort boemerangeffect ondervinden deze sectoren nu een terugslag die niet zonder wereldwijde economische gevolgen zal blijven.

Deze hittegolven maken deel uit van een patroon van extreme weersomstandigheden die wereldwijd steeds vaker voorkomen. Om alleen de meest recente voorbeelden te noemen: in India bereikten de temperaturen in mei van dit jaar 45 °C; in China veroorzaken bijzonder hevige tyfoons ernstige overstromingen in Guangxi, terwijl een hittegolf Xinyang teistert; op het Antarctisch Schiereiland, midden in de Antarctische winter, werden temperaturen van +5 °C gemeten, 20 °C boven de seizoensgemiddelden…

Deskundigen zijn stellig: de meeste van deze gebeurtenissen zouden zonder de opwarming van de aarde niet hebben kunnen plaatsvinden. We weten dat dit voornamelijk te wijten is aan de ophoping in de atmosfeer van enorme hoeveelheden CO₂, die vrijkomen door de verbranding van fossiele brandstoffen. Het mechanisme is goed bekend: door de stijgende concentratie van CO₂ en andere broeikasgassen ondergaat het aardse systeem een toenemende energie-onbalans, die steeds heftigere ‘aanpassingen’ teweegbrengt. Toch is dit nog maar het begin. De oceanen nemen het grootste deel van de overtollige energie op (90 procent). Het feit dat zij momenteel de warmste eerste helft van het jaar sinds het begin van de metingen doormaken, is een duidelijk teken dat er nog ernstigere rampen op komst zijn. Op korte termijn zullen de gevolgen worden versterkt door de komst van El Niño (een natuurlijk verschijnsel waarvan de recordintensiteit waarschijnlijk niet losstaat van de opwarming van het oceaanwater).

De conclusie is duidelijk: de opwarming stort de aarde op dit moment in een catastrofe, die op menselijke tijdschaal onomkeerbaar is. Een catastrofe die de armen in arme landen en de arbeidersklasse in zogenaamd ‘rijke’ landen bijzonder hard treft. Dit is de eerste boodschap van de hittegolf.

Deze situatie was te voorzien en er was al voor gewaarschuwd, met name in opeenvolgende IPCC-rapporten. De oplossing is eveneens bekend: we moeten met spoed onmiddellijk beginnen met het drastisch terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en het gebruik van fossiele brandstoffen zo snel mogelijk afbouwen. Maar na de grootse verklaringen van het Akkoord van Parijs uit 2015 (“de temperatuurstijging ruim onder de 2 °C te houden en tegelijkertijd te streven naar een beperking tot 1,5 °C”) is alles gewoon doorgegaan, zoals altijd. Het is opmerkelijk dat fossiele brandstoffen in het akkoord niet eens werden genoemd. Vijfennegentig procent van de beloften om het klimaat te stabiliseren was gebaseerd op scenario’s met een grootschalige invoering van koolstofafvang en -opslag, emissiecompensatie, geo-engineering, ‘schone steenkool’ en ‘koolstofvrije kernenergie’. De verkopers van valse technologische oplossingen hadden maar één ding voor ogen: mensen laten geloven dat het klimaat gestabiliseerd kan worden zonder fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten. Het resultaat is duidelijk…

Een energie-efficiënt systeem, dat voor 100 procent op hernieuwbare energiebronnen is gebaseerd, kan voorzien in de werkelijke menselijke behoeften – democratisch vastgesteld en in een geest van solidariteit – met inachtneming van de ecologische grenzen. Maar de invoering ervan vereist een vermindering van het eindverbruik van energie, door onnodige productie en transport uit te bannen. Toch is dit precies wat het Kapitaal koste wat kost weigert te aanvaarden. Democratie, solidariteit, het voorzien in werkelijke behoeften en respect voor ecologische grenzen zijn meer dan ooit onverenigbaar met de marktgedreven logica van concurrentie om winst. Het systeem, dat van nature productivistisch is en historisch geworteld is in fossiele brandstoffen, moet steeds meer produceren door te investeren in machines en arbeid en de aarde steeds intensiever uitbuiten om de neiging tot daling van de winstmarge tegen te gaan. Van een ‘energietransitie’ kan daarom geen sprake zijn. Meer dan dertig jaar na de Earth Summit (Rio 1992) schommelt het aandeel van fossiele brandstoffen in de wereldwijde energiemix nog steeds rond de 80 procent en blijven de jaarlijkse uitstootcijfers stijgen. De absurde logica van een op hol geslagen automaat sleept de mensheid mee naar de afgrond.

Dit is de tweede boodschap van de hittegolf: sinds de Industriële Revolutie is het Kapitaal gebaseerd op fossiele brandstoffen; dat is nog steeds zo en het is van plan dat te blijven, ongeacht de menselijke en ecologische kosten.

De afgelopen jaren zijn we getuige geweest van een wijdverbreide afbouw van het milieubeleid in het algemeen en het klimaatbeleid in het bijzonder (de ‘groene terugslag’). COP 28 (2022) had halfslachtig de doelstelling van een ‘overgang weg van fossiele brandstoffen’ aangenomen. Bla, bla, bla. De investeringen in olie, steenkool en aardgas gaan door alsof er niets is gebeurd. De 65 grootste banken hebben hun investeringen in fossiele bronnen in 2024 en 2025 zelfs opgevoerd.

De terugslag is natuurlijk hevig in de Verenigde Staten, en niet pas sinds Trump 2 – ook al vertegenwoordigt hij de voorhoede van het ontkennerisme en het meest grove obscurantisme. Maar de terugslag blijft niet beperkt tot dat land en begon al vóór januari 2024. In haar rapport uit 2022 zette Werkgroep 3 van het IPCC uiteen welke reducties in het gebruik van steenkool, olie en aardgas tegen 2050 moeten worden gerealiseerd om een kans van 50 procent te hebben om onder de 1,5 °C te blijven (of die drempel niet al te veel te overschrijden): respectievelijk 95 procent, 60 procent en 45 procent ten opzichte van 2019. Regeringsvertegenwoordigers hebben deze kerncijfers weggelaten uit de in 2023 gepubliceerde ‘Samenvatting voor beleidsmakers’. Ze hebben ze vervangen door een vage formulering waarin technologieën voor koolstofafvang en -opslag op één lijn worden gesteld met hernieuwbare energie. In Rusland ondertekende Poetin in 2025 een decreet dat voorziet in een toename van de uitstoot met een vijfde tegen 2035. Het is dan ook geen verrassing dat de oliemonarchieën fors investeren.

Zelfs de zogenaamde ‘klimaatvoorbeelden’ zijn niet immuun voor deze achteruitgang. China verplaatst ‘vervuilende’ industrieën naar Zuid-Azië, verbrandt steenkool om beperkingen op de invoer van olie en gas te compenseren en past zijn decarbonisatie-indicator aan om te verdoezelen dat zijn toezegging (om de uitstoot tegen eind 2025 te laten pieken), niet wordt nagekomen. De Europese Commissie ontmantelt, in overeenstemming met regeringen en onder druk van het bedrijfsleven, de toch al hopeloos ontoereikende maatregelen voor emissiebeperking in haar eigen ‘Green Deal’. Een verbod op de verkoop van voertuigen met verbrandingsmotoren na 2035, maatregelen tegen de invoer van LNG uit landen die methaanlekken niet aanpakken, een einde aan de toewijzing van gratis emissierechten voor grote bedrijven in het ETS-systeem en de bescherming van het Noordpoolgebied: alles wordt door de omnibus-‘vereenvoudigingsmolen’ gejaagd. Midden in een hittegolf heeft de Commissie zelfs bepaald dat de productie van zakenvliegtuigen als ‘duurzame’ productie geldt.

Geconfronteerd met de economische crisis wedijveren alle mogendheden, zowel grote als middelgrote, om AI te ontwikkelen, waarvan de datacenters ware klimaatbommen zijn. Ze zijn allemaal druk bezig de agro-industrie te bevoordelen ten koste van kleinschalige landbouw, plattelandsgemeenschappen, inheemse volkeren en ecosystemen. Ze versnellen ook allemaal de wapenwedloop. Toch hebben oorlogen – waarin fossiele brandstoffen een belangrijke inzet vormen – eveneens ernstige gevolgen voor het klimaat en veroorzaken ze ecocide. De cumulatieve uitstoot van de wapenindustrieën en de operaties van strijdkrachten (die niet onderworpen zijn aan rapportageverplichtingen!) wordt geschat op 5,5 procent van de wereldwijde uitstoot (meer dan die van de burgerluchtvaart en het zeevervoer samen).

Het toppunt van schande: terwijl de ontwikkelde kapitalistische landen de hoofdverantwoordelijkheid dragen voor de catastrofe; terwijl honderden miljoenen mensen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika nu al vijftig tot honderd dagen per jaar te maken hebben met temperaturen die hun voortbestaan bedreigen, wedijveren de meeste regeringen van grote en middelgrote mogendheden met elkaar om verachtelijke maatregelen door te voeren om migranten op te sporen, op te pakken, te criminaliseren, vast te houden en te deporteren. Zelfs kinderen en zwangere vrouwen worden niet gespaard.

Het duidelijke doel van het aanwijzen van deze zondebokken is om de aandacht af te leiden van het falen van het kapitalistische klimaatbeleid: volgens het UNEP (Milieuprogramma van de Verenigde Naties) varieert de kans dat de opwarming van de aarde in de 21e eeuw onder de 1,5 °C blijft – een wettelijke verplichting volgens het Internationaal Gerechtshof! — varieert van 0 procent (als het beleid ongewijzigd blijft) tot 21 procent (als alle staten hun ‘netto-nul’-toezeggingen zouden nakomen… die ze echter vrolijk aan de kant schuiven). De kans dat we onder de 2 °C blijven, is nauwelijks geruststellender. Met het huidige beleid zullen we in de loop van deze eeuw 3 °C bereiken.

Deze regeringsbeslissingen zijn weloverwogen en bewust genomen. Ze komen niet neer op louter onverantwoordelijkheid, maar op klimaatmisdaad (zie het gezamenlijke opiniestuk in Le Monde van 6 juli 2026). Een misdaad begaan door schaamteloze schurkenkapitalisten die openlijk gerechtelijke uitspraken aan hun laars lappen, met name die van het Internationaal Gerechtshof. Een misdaad die door de staat wordt gesteund, op klasse is gebaseerd, racistisch en seksistisch is.

Een vorm van criminaliteit die zich in toenemende mate aansluit bij extreemrechts (want de les van de geschiedenis is duidelijk: als het op massamoord aankomt, kunnen de fascisten niet worden overtroffen). Een vorm van criminaliteit die wordt gekenmerkt door absoluut, absurd nihilisme, bereid om de menselijke beschaving en de rijkdommen van de natuur op te offeren op het altaar van de meest verachtelijke hebzucht. De onwetende superrijken beschouwen zichzelf als een superieur ras en denken dat ze, nu ze onsterfelijk zijn geworden, hun dodelijke werk op de planeet Mars zullen kunnen voortzetten. De onderwereld bevindt zich in de financiële wereld, in de allerhoogste echelons van de burgerlijke samenleving, precies zoals Marx had voorzien.

Dat is de derde boodschap van de hittegolf: de in diskrediet geraakte rechtse politiek keert de burgerlijke democratie en haar ‘waarden’ de rug toe en sluit een bondgenootschap met extreemrechts om het destructieve en oorlogszuchtige neoliberale beleid te intensiveren, ten dienste van de hoogmoed van de fossiele brandstofindustrie, de financiële wereld, de agro-industrie en de obscene luxe van de allerrijksten, ten koste van de arbeidersklasse.

Op de middellange en lange termijn is er geen weg terug. Wat verloren is, is verloren. Uitgestorven soorten zullen niet terugkeren. De verwoeste gletsjers zullen zich niet herstellen. De oceanen zullen niet terugkeren naar het niveau van een eeuw geleden (de jaarlijkse stijging van de zeespiegel is nu meer dan twee keer zo groot als die tussen 1956 en 1975!). Het Holoceen, het geologische tijdperk dat de bloei van de menselijke beschaving mogelijk maakte, is voorbij.

Waar gaan we naartoe? Volgens een recente studie hangt het ‘optimistische scenario’ van een ‘beheersbaar Antropoceen’ – minder dan 2 °C opwarming tegen 2100, om tegen 2200 terug te keren naar een temperatuur die iets hoger (1 °C) ligt dan die van het Holoceen – nu aan een zijden draadje. In werkelijkheid stuurt het kapitalistische beleid ons op een andere koers – het ‘gevaarlijke Antropoceen’: +3 °C tegen 2100, +3,5 °C tegen 2200. De rampen van vandaag (bij +1,4 °C) tonen aan dat dit gevaar zeer serieus moet worden genomen. Maar het zou nog erger kunnen zijn. Er zijn misschien maar een paar onverwachte gebeurtenissen nodig (bijvoorbeeld een plotselinge daling van de CO₂-opname door bossen) om de planeet vóór 2100 in een onbeheersbare spiraal te laten terechtkomen, wat zou leiden tot een temperatuurstijging van meer dan 4 °C, zonder dat menselijk ingrijpen dit nog kan voorkomen. Een ‘onbeheersbaar Antropoceen’, aldus de auteurs.

De ongerustheid die dit soort studies kan oproepen, is begrijpelijk. We moeten deze echter tegengaan door te benadrukken dat deze prognoses gebaseerd zijn op IPCC-scenario’s, die stuk voor stuk uitgaan van het dogma van voortdurende groei in primair energieverbruik, materiaalproductie en transport. Met andere woorden: ze bevestigen dat het veiligstellen van de levensvoorwaarden op aarde fundamenteel onverenigbaar is met de voortzetting van de kapitalistische accumulatie. (Het zogenaamde ‘optimistische’ scenario ontsnapt slechts gedeeltelijk aan deze onverenigbaarheid door uit te gaan van de grootschalige inzet van ‘tovenaarsleerling’-technologieën voor koolstofafvang en -opslag.) Maar als we de beperking van de kapitalistische accumulatie, die steeds grotere ongelijkheden veroorzaakt, wegnemen; het vooruitzicht aanvaarden van een economie, die is gebaseerd op het voorzien in werkelijke menselijke behoeften; de prioriteit van ‘zorg voor’ mens en natuur aanvaarden; het idee aanvaarden om onnodige en schadelijke productie en vervoer uit te bannen, terwijl werkgelegenheid en een inkomen voor iedereen worden gegarandeerd… In dat geval verandert de situatie volledig; er is licht aan het einde van de tunnel. Natuurlijk is het niet genoeg om dat alleen maar te zeggen!

Maar het moet gezegd worden, want afgezien van deze waarheid is er geen hoop.


Artikel overgenomen en vertaald van

Dit artikel verscheen eerder bij Contretemps – vertaling door SAP – Antikapitalisten.

Copyright afbeelding: Saiho / Pixabay.