Net als eerder dit jaar gingen op 23 november, op Black Friday, arbeid(st)ers van Amazon in meerdere landen in Europa in staking. Nog steeds vanwege de lage lonen en de ‘onmenselijke omstandigheden’ in de distributiecentra, zoals zij dat zelf noemen.

Het Amazon-personeel had voor de stakingen een goede dag uitgekozen, want Black Friday is een van de drukste dagen van het jaar voor deze multinational. Of zoals Eduardo Hernandez, een van de arbeiders bij Amazon in Spanje het zegt: ‘Het is een van de dagen dat Amazon de hoogste omzet heeft, dit zijn de dagen waarop we ze harder kunnen treffen en ons laten horen, omdat het bedrijf niet naar ons heeft geluisterd en geen enkele overeenkomst wil bereiken.’

Amazon is een zeer groot en rijk bedrijf , topman Jeff Bezos is de rijkste man ter wereld en ‘hij kan het zich veroorloven om dit op te lossen’, zoals een Britse vakbondsleider stelde.

Bij het logistieke centrum van Amazon in Madrid legde ongeveer 90 procent van de arbeid(st)ers het werk neer. Ook bij de internationale stakingen aan het begin van de zomer speelde de vestiging in Spanje een belangrijke rol. Volgens lokale bronnen zou Amazon in Spanje zelfs de politie gevraagd hebben om tegen de stakers op te treden. Maar die vond het niet haar taak om de productiviteit van de arbeid(st)ers bij Amazon te garanderen. Toen de arbeid(st)ers in Spanje in juli in staking gingen op Prime Day, had Amazon ook al politieassistentie gevraagd om de picket lines te doorbreken.

Zo’n duizend mensen in Duitsland – bij de distributiecentra in Rheinberg en Bad Hersfeld – deden mee aan de staking. Vakbondsleden in Groot-Brittannië organiseerden in vijf magazijnen acties in verband met de veiligheid. Tim Roache, hoofd van de GMB-vakbond in Londen zegt daarover: ‘De omstandigheden waaronder onze leden bij Amazon werken, zijn ronduit onmenselijk: ze lopen botbreuken op, vallen bewusteloos en worden in ambulances afgevoerd.’ Amazon ontkent alle klachten. Roache stelt verder: ‘Dit zijn mensen die het geld verdienen voor Amazon. Mensen met kinderen, huizen, rekeningen die betaald moeten worden – het zijn geen robots.’

Ook in Italië en in Frankrijk waren er acties bij Amazon. Volgens de Italiaanse krant Corriere della Sera moesten managers daar pakjes gaan inpakken om de vraag bij te houden.

In Nederland heeft Amazon nog geen vestiging en haar pakjes komen uit Duitsland, maar het bedrijf is wel met voorbereidingen bezig. Bijvoorbeeld met de eerste Amsterdamse pop-up-winkel van Amazon.

Niet alleen mensen die bij Amazon werken verzetten zich. Dat geldt ook voor mensen uit steden waar Amazon enorme privileges afdwingt in verband met de eventuele vestiging van een hoofdkantoor of een andere vestiging van het bedrijf. In november gingen bijvoorbeeld mensen in New York om die reden de straat op, ter verdediging van kleine lokale bedrijven en ook om eerst maar eens geld te investeren in scholen en een goede infrastructuur. De vestiging van een hoofdkantoor van Amazon in New York kost de stad en de staat een 54.000 euro per nieuwe baan.

In Berlijn was er dit jaar een protest tegen de opening van een Google-campus. Dit soort protesten vindt in veel meer steden plaats. Intussen nemen de verschillen tussen arm en rijk in Seattle, het hoofdkwartier van Amazon, schrikbarend toe en het aantal daklozen vertoont er een stijgende lijn.

In de loop van dit jaar is wel de bubble van de beurswaarde van Amazon – en ook die van Apple, Facebook, Alphabet (Google) en Netflix, enorm leeggelopen. Amazon verloor sinds de zomer een kwart van z’n beurswaarde, dat wil zeggen een 275 miljard dollar. Dat is geen gering verlies in enkele maanden.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op socialisme.nu.