Een tijdje geleden probeerde ik in een polemiekje (1)Wat Pierre Bayard, Etienne Vermeersch, Alessandro Baricco en een pizzakoerier te maken hebben met een film die ik niet gezien heb staat hier. mijn opponent ervan te overtuigen dat ons denken, oordelen en handelen minder een individuele kwestie is dan wel een sociaal proces. Dat ik dat zo kordaat stelde kwam doordat ik eindelijk tijd gevonden had om een beetje in het werk van de onafhankelijke marxist Lucien Goldmann rond te dwalen, een briljant criticus van het individualisme. Ik kwam daar nogal van onder de indruk. Vandaar ook dat ik iets meer over die Goldmann wil vertellen.

Michaël Löwy legt ons goed uit waaruit de individualismekritiek van Goldmann bestaat. (2)Michaël Löwy. Lucien Goldmann: le pari socialiste d’un marxiste pascalien. Op ‘Le blog de Michael Lowy’ (6 nov. 2012) van Mediapart, en dat staat daar. Goldmann ziet een verband tussen enerzijds de ontwikkeling van de markteconomie, waarin het individu als autonome bron van beslissingen en daden verschijnt, en anderzijds het tot stand komen van een wereldvisie die in datzelfde individu de primaire bron van kennis en actie ziet. Het Franse verlichtingsdenken van de achttiende eeuw is daar het meest frappante voorbeeld van; met name het bekende Je pense, donc je suis, met nadruk op het individuele ‘Je’.

Goldmann erkent uiteraard de vele progressieve en emancipatorische verworvenheden van de Verlichting, maar er gaat, zegt hij, tegelijk ook iets verloren. De markt schaft alle supra-individualiteit af: God uiteraard, wat de atheïst Goldmann een goede zaak vindt, maar ook de gemeenschap, ook de klassen. Voor het individualistische denker is de gemeenschap niets anders dan de som van de individuen. Waarbij we onvermijdelijk aan de inmiddels ook al historische woorden van Margaret Thatcher denken: ‘And, you know, there’s no such thing as society. There are individual men and women and there are families.’

Het marxisme is een kind van de Verlichting, maar het heeft er ook baat bij, meent Goldmann, iets van oudere denkvormen mee te nemen. Hij onderzoekt onder meer het ideeëngoed van Blaise Pascal, een ‘tragische’, in God gelovende denker die aan de Verlichting voorafgaat. Tragisch, ook omdat Pascal zijn leven inricht alsof er een God bestaat, zonder echt te weten of dat wel degelijk het geval is. Met andere woorden: Pascal gokt. (3)Lucien Goldmann. Le dieu caché. Etude sur la vision tragique dans les Pensées de Pascal et dans le théâtre de Racine. Ed. Gallimar. Bibliothèque des idées. 1959. Van dat boek staat een twintigtal bladzijden op het internet. Je kunt die hier downloaden. — Voor de liefhebbers: Een ander werk van Lucien Goldmann staat helemaal op ’t net. Cultural Creation in Modern Society, met interessante nawoorden, goed voor 177 pp leesvoer. 1977. Dat staat daar.

Volgens Goldmann doen socialisten er goed aan dat facet in hun denken mee te nemen. Waarmee hij zich pal tegenover degenen plaatst die de onontkoombaarheid van het socialisme proclameren. Net zoals Pascal dat doet, stelt Goldmann, kunnen socialisten alleen maar gokken: een andere wereld is mogelijk, maar niets garandeert helaas de realisatie ervan. Waarmee hij benadrukt dat het socialistische engagement een risico inhoudt, dat er naast de hoop ook altijd een gevaar van mislukking bestaat. We kunnen alleen maar proberen.

Voetnoten   [ + ]

1. Wat Pierre Bayard, Etienne Vermeersch, Alessandro Baricco en een pizzakoerier te maken hebben met een film die ik niet gezien heb staat hier.
2. Michaël Löwy. Lucien Goldmann: le pari socialiste d’un marxiste pascalien. Op ‘Le blog de Michael Lowy’ (6 nov. 2012) van Mediapart, en dat staat daar.
3. Lucien Goldmann. Le dieu caché. Etude sur la vision tragique dans les Pensées de Pascal et dans le théâtre de Racine. Ed. Gallimar. Bibliothèque des idées. 1959. Van dat boek staat een twintigtal bladzijden op het internet. Je kunt die hier downloaden. — Voor de liefhebbers: Een ander werk van Lucien Goldmann staat helemaal op ’t net. Cultural Creation in Modern Society, met interessante nawoorden, goed voor 177 pp leesvoer. 1977. Dat staat daar.