Door Anxel Testas

Een revolutie van inkt en papier

Honderd jaar geleden aarzelde een woelig Rusland niet om, in het heetst van de strijd, inkt te doen vloeien. John Reed was erbij: “All Russia was learning to read, and reading – politics, economics, history – because the people wanted to know […] Russia absorbed reading material like hot sand drinks water, insatiable.” China Miéville was er met zijn October (Verso, 2017) niet bij aanwezig.

Dit houdt hem niet tegen om ons te vertellen hoe soldaten van het IIe artillerie-bataljon van de Caucasus een brief schrijven aan een mensjewistische leider waarin ze zich beklagen over hun gebrek aan onderwijs en hem vragen om hen dringend boeken toe te zenden. Tot aan de Februarirevolutie was het voor soldaten verboden om boeken en tijdschriften te ontvangen. Boeken en tijdschriften baanden hun weg door scheuren en barsten, hielden zo deze openingen open en verbreedden ze, waarbij de wereld zich opende. Op deze manier werd de oude revolutionaire gedachte van het omzetten van ideeën in materiële krachten omgedraaid: in dit geval trachtte de ongewenste kracht zichzelf in een Hegeliaanse draai te begrijpen.

De exemplaren van October ademen echter een zucht van verlichting omdat ze weten dat ze een veel comfortabele bestemming wachten. Ze zullen niet lijden onder het aanmodderen van de trein en de slijtage van het onderling doorgeven. Ze zullen evenmin in geheime zakken reizen en de modder, het stof, het zweet noch het bloed kennen.

Maar toch heeft Miéville’s relaas van de Russische Revolutie iets weg van de kracht van mondelinge vertellingen, evenals van mythen en legenden. En het is onder de narratieve vorm van de moderne roman, dat we iets van een andere tijd kunnen aanschouwen (misschien zou ‘opsnuiven’ een beter woord zijn), van een tijd van hechte ervaringen (Erfahrung zou Walter Benjamin zeggen), de tijd van de verlossing en van scheidende wegen.

Een nieuwe roman honderd jaar later

In zijn “tijgersprong in het verleden” plaatst Miéville ons voor de “runderlijke kalmte” van de tsaar en zijn idiote telegrammen naar Rodzianko waarin hij ontkent dat er iets gaande is terwijl zijn eeuwenoude rijk aan het instorten is. Deze telegrammen concurreren in hilariteit met de uitwisseling tussen Kerensky en Kornilov, over wie van beide mannen zich zou uitroepen tot redder van het vaderland. Het is een Kerensky die het inzake theatraliteit wint met zijn voortdurende coup de théâtre en die, hoe meer oktober nadert, zich laat omringen door de meest uiteenlopende samenzweerders, van het soort dat enkel hun opmars maakt wanneer de geschiedenis een roman wordt. Leugenaars en schurken, oplichters en criminelen van allerlei slag en soort, moorden, wraak, pogroms en lynchings maken ook deel uit van de cast en het scenario van oktober.

In hetzelfde schouwspel zien we de Rode Garde opkomen, gekleed in huwelijks- of zondagskledij voor de geweldige gelegenheid die de zelfverdediging tegen de fascistische poging tot machtsgreep van Kornilov vormde, zien we de vader die zijn zoon de les spelt nadat hij door een ambtenaar werd geslagen voor het tonen van sympathie voor de bolsjewieken en zien we de opkomst van vrouwelijke namen met hoofdletters, in een revolutie (trouwens, in welke niet?) waarvan de vlammen altijd de naam van een vrouw hebben: Maria Spirinidova, Inessa Armand, Alexandra Kollontai, Ludmila Stahl, Anna Larina, Kroepskaja, Larisa Reiner, enz.

Miéville voert ons mee naar tijden waarin de status van militante veteraan in een tijdspanne van twee maanden werd verworven, tijden waarin de mijmeringen en zekerheden van de theorieën ophielden te bestaan, waarin de historische debatten concretisering vereisten en vrouwen, mannen en organisaties onvermijdelijk gedwongen werden om beslissingen te nemen en in te staan voor de gevolgen. Tijden waarin een resem organisaties gevormd was uit grote netwerken van activisten en militanten, vaak autodidacten, die van de ene dag op de andere uitgroeiden tot ervaren sprekers en ambassadeurs van de revolutie.

De weg van de Bolsjewieken

In dit milieu vertoefde het levende wezen dat de Bolsjewieke partij was. Vaak wordt deze organisatie bewonderd met een reeks ijzeren adjectieven, waarbij politieke kenmerken toegeschreven worden aan het organisatorische niveau. Met zijn vertelling onthult Miéville ons een veel complexere Bolsjewieke partij.

De interne geschillen in de leidende organen, met laster, flagrante ongehoorzaamheid, censuur en smeercampagnes zonder scrupules, gingen samen met botsingen tussen de verschillende ruimtes binnen de partij. Haar lokale comité van Petrograd, steeds vatbaarder voor verwoede druk vanuit de wijk Vyborg, bastion van het radicale Peterburgse proletariaat; haar Militaire Organisatie die, met haar samenzweerderige instelling, schommelde tussen een temperamentvol insurrectionalisme en een voorzichtigheid gebaseerd op zuiver militaire overwegingen; haar verscheidene instanties in verschillende nieuwe (sovjets, conferenties) en oude (Doemas) institutionele ruimten, waar de stromingen die meer neigden naar bemiddeling steeds sterker waren. Een organisatie waarin men elkaar beledigde zonder veel spijtbetuigingen en zonder veel gevolgen.

En dan was er Lenin, wiens handelingen Miéville uitstekend materiaal geven om tussen zijn pagina’s een resem avonturen te weven. Verborgen in hutten, vermomd, op het laatste nippertje ontsnappend aan gevaar, met spookachtige verschijningen voor zijn verschrikte metgezellen. Voortdurend aan het schrijven, zich voortdurend de haren uit het hoofd trekkend vanuit een wanhoop waarbij de lezer zich verbaast dat hij er nog enige haarspriet aan overhield.

In dit opzicht dient verwelkomd te worden dat Mièville’s benadering vrij is van de verheerlijking die vaak bestaat bij de politieke stromingen die Oktober als referentie nemen. Miéville’s toegewijde blik is even scherp als zijn fysieke verschijning, en zijn ironische insteek kan enkel de catecheten storen.

Geschiedenis als passie en noodzaak

Men zou kunnen opbrengen dat de vereisten van de fictieve vertelling afbreuk kunnen doen aan de werkelijke ontwikkeling van de debatten die toen plaatsvonden, maar naar de mening van wie deze regels schrijft, slaagt Miéville erin een goede balans te brengen in zijn relaas zonder enig verlies van nauwkeurigheid, een argument dat kracht wordt bijgezet door de gedetailleerde becommentarieerde bibliografie die in het werk is opgenomen.

Want October is ook een prachtige inleiding voor vele van de klassieke debatten van de sociaal-democratie van de IIe Internationale: de nationale kwestie, de mogelijkheid om in een “achtergesteld” land verder te gaan dan de burgerlijk-democratische fase van de revolutie, de polemiek over welke sociale krachten de transformaties zouden moeten uitvoeren (en hierbij, over welke allianties moesten gesmeed worden), de oorlog, het imperialisme, enz.

Kortom, October is een uitstekende inleiding tot de maanden die de tijd openbraken, waarin de felste passies zich vermengden met de meest groteske en uitzonderlijke gebeurtenissen, maanden van fouten en successen, farces, verwarring en enthousiasme, episodes die eigen zijn aan iedere revolutie en waar de klassenstrijd zich leverde van de daden tot de grammatica.

Honderd jaar later contrasteert de verlammende vreedzaamheid van de historische visie die door de Thermidor werd opgelegd en die geërfd werd door zijn huidige discipelen, en die enkel in staat is om de huidige en verleden mislukkingen te verklaren door gefantaseerde verzinsels, met de realiteit die zich aan ons opdringt.

Oktober stond niet in de sterren geschreven, we hebben geen andere keuze dan over te gaan tot actie als we aan de barbarij willen ontsnappen. Walter Benjamin zei dat er een stilzwijgende overeenkomst is tussen de voorbije generaties en de onze. Dat ze op ons wachten in de aarde. October strooit zijn zandkorrel om de verlangens van die doden te aanhoren. En om hen wraak te beloven.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Spaans geschreven voor VientoSur. Nederlandse vertaling: Neal Michiels. De tussentitels in deze bespreking werden toegevoegd door de vertaler. Het boek is online te bestellen bij Verso Books: https://www.versobooks.com/books/2443-october