De Straat van Hormuz lijkt open, de olieprijzen dalen gestaag en ‘dus’ is de oorlog tegen Iran alweer grotendeels vergeten. Het Iraanse elftal is vaker in het nieuws dan de Iraanse leiders, en toch moet de belangrijkste consequentie van de zwaarste Amerikaanse nederlaag sinds de Vietnamoorlog nog zichtbaar worden. Het verleden biedt alvast interessant vergelijkingsmateriaal: de snelle en onherroepelijke teloorgang van wereldmacht Groot-Brittannië na de verloren Suezoorlog van 1956.
De oorlog tegen Iran draaide om een waterweg, die tegen Egypte ook. De nieuwe Egyptische leider, Gamal Abdel Nasser had grootse plannen met zijn land. Hij zou de economische ontwikkeling een boost geven door een dam te bouwen in de Nijl. Die kwam er uiteindelijk ook – de Aswan dam – maar de miljoenen vinden voor de financiering van de bouw ervan bezorgde de kolonel jarenlang hoofdpijn. Het spel waarbij hij Amerikanen, Britten én Russen tegen elkaar uitspeelde om een lening te krijgen ontplofte in zijn gezicht in juli 1956 en dus schakelde hij noodgedwongen over op plan B: de nationalisering van het Suezkanaal. Dat moest voldoende opleveren om én de dam te bouwen én de westerse aandeelhouders te compenseren. Nee, Nasser was geen communist, ondanks alle anti-imperialistische retoriek, wat niet wegnam dat de Britse socialist Aneurin Bevan naar aanleiding van de nationalisering spottend opmerkte ‘dat we blijkbaar een andere terminologie moeten bedenken voor wat Ali Baba deed’.
Een vuist in de pap
Het Verenigd Koninkrijk was tot halverwege de jaren vijftig sterk aanwezig in het Midden-Oosten. Overal had het land militaire bases, in elk land had het niet slechts een vinger in de politieke pap maar een volledige vuist. Maar hoewel de Britten een dikke tien jaar voordien de Duitsers en Italianen uit de regio hadden verdreven, waren ze nu zelf op weg naar de uitgang. Palestina was maar één van de gebieden waar ze hun hielen hadden moeten lichten. De Joodse terroristen van de Irgoen hadden aanslagen gepleegd op Britse soldaten en de Arabische van koning Saud deden nu hetzelfde, nota bene gefinancierd met het smeergeld dat oliemaatschappij Aramco hem betaalde. De Britse premier, Antony Eden, toonde zich er zeer gefrustreerd over. Die frustratie werd gedeeld door zijn ambtsgenoot in Parijs, die last had van Nassers steun aan de Algerijnse opstandelingen, met wie Frankrijk een bloedige oorlog uitvocht in de kolonie die het zwoer nooit te zullen opgeven. Zo werden Londen en Parijs in elkaars armen gedreven en vervolgens in die van Tel Aviv. Met zijn nationalisering van het Suezkanaal bedreigde Nasser de vrije doorvaart – ook toen al een heilige koe – terwijl ook nog eens de politieke invloed van de Sovjet-Unie toenam. Er moest eens en voor altijd duidelijk worden gemaakt wie er werkelijk de baas waren in het Midden-Oosten en – by Jove – dat waren niet de Arabieren zelf.
Een verblekende herinnering
Nee, en evenmin de drie partijen die de oorlog om het Suezkanaal begonnen. De militaire operatie mislukte en de VS kwamen de kolonialen niet ter hulp. De Sovjet-Unie dreigde zelfs met ingrijpen en met de atoombom. Wat eufemistisch ‘de Suezcrisis’ werd gedoopt liep met een enorme sisser af, maar bezegelde het lot van Frankrijk en Groot-Brittannië. Vóór oktober ‘ 56 had de hele wereld beide landen nog als grootmachten beschouwd, nu waren ze in één klap tandeloze voormalige imperialisten, niet in staat om een ontwikkelingsland op de knieën te dwingen. De aftakeling van de Britse militaire aanwezigheid versnelde en enkele jaren later stond ze gelijk aan die van de Italianen: een verblekende herinnering. Jordanië, Jemen, Irak, Egypte – bijna al die landen waar de opvolgers van Lawrence of Arabia de machtshebbers adviseerden en met troepen bijstonden, verwisselden hun band met Londen voor een met Moskou.
Waardeloze bases
Dit is wat er waarschijnlijk ook met de Amerikaanse militaire aanwezigheid in het Midden-Oosten zal gebeuren. De bases in de Golfstaten zijn waardeloos gebleken. Ze boden nauwelijks bescherming tegen Iraanse aanvallen. De tegenstander aan de overkant van de Perzische Golf heeft bewezen ontziltingsinstallaties en gasvelden te kúnnen platgooien en die effectieve dreiging is al voldoende geweest om het hele economische model van de Golfstaten onderuit te halen. De VS zijn als een criminele bende die, in ruil voor geld, bescherming beloven maar de winkelier rustig in elkaar laten slaan zonder tussenbeide te komen. Iran, Turkije maar ook China worden de nieuwe spelers in de regio. De kaarten gaan heel grondig worden geschud.
Figuranten
Toch lijkt het geostrategische kwartje maar langzaam te vallen. In de VS heeft het Witte Huis elke discussie over de gevolgen van de nederlaag gesmoord in een zee van voetbal en kooigevechten. Het eindeloos rekken van de onderhandelingen met Teheran hoort daar ook bij. Maar in Europa zou het debat hierover al kunnen worden gevoerd. De VS trekken zich vrijwillig steeds verder terug uit de NAVO en nu ook onvrijwillig uit een van de belangrijkste regio’s van de aardbol. Ze komen niet alleen meer op zichzelf te staan, ze zijn ook niet langer in staat hun wil aan de wereld op te leggen. Zeventig jaar na de Suezcrisis blijken de blikkerende tanden van de Verenigde Staten te zijn gedegradeerd tot een boterzacht plastic kunstgebit. De VS mogen in de wachtkamer van de tandtechnieker plaatsnemen, waar Frankrijk en Groot-Brittannië nog altijd de Donald Duck zitten te lezen. Nooit zijn ze als hoofdrolspelers teruggekeerd in het politieke theater, altijd zijn ze figuranten gebleven. In het drama van de Straat van Hormuz hadden ze nauwelijks tekst. Ze mogen straks blij zijn als ze nog iets te zeggen houden over het Kanaal tussen hun beide landen in.