Door Anne Dhooghe, Maria Vindevoghel, Jef Mariën, Willy Verbeek

Het Vlaams ACV houdt zijn congres op 23 en 24 november onder de titel Gelijkheid maakt het verschil. Beweging CAB (Christelijke Arbeidersbeweging), een groep strijdbare vakbondsmilitanten binnen ACV en beweging.net, maakt een aantal kritische bedenkingen bij de congresteksten en doet een reeks voorstellen, die we hieronder publiceren.

We maken graag twee bemerkingen bij de voorstellen van de vrienden van Beweging CAB. De groep pleit sinds lang meer dan terecht voor een breuk van het ACV met de CD&V. Maar de nood aan een eigen politiek instrument van de ganse arbeidersbeweging, ACV en ABVV, blijft natuurlijk ook na zulke breuk volledig bestaan. Dan maar naar de PVDA en/of Groen kijken bijvoorbeeld, zal dit niet afdoende kunnen oplossen.

Verder blijft ons inziens de nood aan een echt actieplan in gemeenschappelijk vakbondsfront, ‘in het hier en nu’, om de eisen af te dwingen, met een opbouw naar een algemene stakingsbeweging om de rechtse regering te doen vallen, enigszins onderbelicht. (SAP-Rood)

Een ander beleid is mogelijk

Militanten van alle sectoren en regio’s van Vlaanderen komen samen in het Kursaal van Oostende om de huidige toestand van de werknemers in dit land te bespreken. De grootste en sterkste werknemersorganisatie van Vlaanderen maakt een scherpe analyse van het regeringsbeleid op federaal en vooral op Vlaams niveau.

Dat is ‘niet niks’, als men in rekening brengt dat in Vlaanderen ‘de klassieke oude bevriende politieke partij, de CD&V, deelneemt aan het beleid samen met de N-VA en Open VLD.

De aanhef van de actualiteitsresoluties spreekt boekdelen. “De Vlaamse regering heeft aan het begin van deze legislatuur meer dan 1 miljard euro bespaart op de rug van de werknemers, gezinnen, gepensioneerden, werkzoekenden, zieken en personen in armoede. De beloofde sociale correcties voor de zwakste groepen zijn er nooit gekomen of hebben onvoldoende effect. Het Vlaams ACV eist dat deze besparingen worden teruggedraaid en dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Er is de laatste jaren ook telkens bespaard in de overheid en in de non-profit door personeel niet te vervangen of te ontslaan. Dit zorgde voor een minder goede dienstverlening voor de burger en voor een slechtere werkbaarheid voor het personeel. Extra investeringen in de overheid moeten hier opnieuw verandering in brengen.”

Strijd en verzet een gezicht geven

Om die verandering te bewerkstelligen wil “het Vlaams ACV samen met de andere vakbond en democratische middenveldorganisaties blijven strijden voor een duurzaam, solidair en sociaal rechtvaardig Vlaanderen met als doel de welvaart eerlijk te verdelen en de ongelijkheid te verkleinen.” Want het is nu wel duidelijk geworden: “de neoliberale recepten van de federale en Vlaamse regering versterken de ongelijkheid. Ze geven voorrang aan de vrije markt en bouwen de regels af.”

Dat klinkt ons als muziek in de oren. Maar woorden volstaan niet. ‘Verzet en strijd’ worden maar concreet als de vakbond informeert, organiseert en concrete actievormen ontwikkelt die dat verzet op straat een gezicht geven. Wij geloven dat de sterkste vakbond van Vlaanderen die klus kan klaren. Er is echter een ‘maar’.

Samen met onze ‘bevriende politieke partij’, de CD&V?

Van oudsher is de CD&V een bevoorrechte partner voor het ACV. Maar waar die partij concreet voor staat, hoe ze de regeringsmaatregelen mee uitvoert, zowel op het Vlaamse niveau als federaal, vloekt steeds meer met alles waar het ACV voor staat. ‘Een ander beleid is mogelijk’, dat is zeker maar krijg je dat gerealiseerd met de CD&V? Doe je dat door de invoering van de persoonsvolgende financiering in de zorg met alle rampzalige gevolgen van dien zoals wij in onze vorige blog schreven.

En wat te denken van de ongeziene flexibilisering die minister Peeters, de bevoorrechte politieke vriend van het ACV via beweging.net, heeft ingevoerd? We weten het wel, dat is de perceptie: de CD&V is ‘het sociale gelaat’ van de regering en zonder hen zou het allemaal nog veel erger zijn.

Maar keer op keer onderschrijft de CD&V de regeringsvoorstellen en gaat het tiental mandatarissen dat voor beweging.net de helft van de CD&V fractie in het federaal parlement uitmaakt, zij het soms met de nodige gewetensbezwaren, over stag. Met die partij en ‘de horigheid’ van de mandatarissen van beweging.net (die als ze zouden opstappen de federale regering doen vallen), gaat het ons niet lukken om de sterke analyses die in het congres gemaakt worden met daden kracht bij te zetten. Als we de teksten van het congres ernstig nemen en de beoogde verandering willen doorvoeren, dan moet er snel, grondig en doeltreffend worden gehandeld.

Geen gelijkheid zonder vermogensbelasting

Op het congres legt het ACV de vinger op de wonde. De verdeling van de vermogens loopt compleet fout in Vlaanderen. Het beleid werkt amper of niet herverdelend. En toch kan je dat perfect organiseren. “Dat kan door belastingen te verschuiven van arbeid naar vermogen, meer te investeren in collectieve diensten, de afbouw van de sociale bescherming te stoppen. Vermogens meer aanspreken kan door een belastingbasis waar de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, in de vermogens- en vastgoedfiscaliteit, door een verstrenging van de Vlaamse belastingverminderingen en door ontwijking tegen te gaan.”

Wij vragen ons af waarom het Vlaamse ACV in zijn teksten niet resoluut opkomt voor een vermogensbelasting op de 1 procent rijksten? Natuurlijk is dat geen Vlaamse bevoegdheid maar wat verhindert hen te zeggen dat ze daarin voortrekker willen spelen als Vlaams ACV op nationaal vlak? Als je weet dat de rijkste 1 procent van de bevolking over een vermogen beschikt dat net iets groter is dan wat de 60 procent minst rijken bezitten, als men weet dat de rijkste 500 Franse families via 54 holdings 17 miljard euro in België hebben geparkeerd, dan is het toch duidelijk dat er iets grondig fout zit in de Belgische fiscale wetgeving?

Als de regering zou kiezen voor een progressieve vermogensbelasting op het totale bezit met een vrijstelling van 1 miljoen euro, verhoogd met een waarde van 500.000 euro voor de eigen woning, kan zo’n vermogensbelasting 9,5 miljard euro opbrengen.

De vermogensbelasting die het ACV mee ondersteunt in het Financieel Actie Netwerk (FAN) heeft drie aanslagvoeten: 1 procent op de schijf tussen 1 en 2 miljoen euro, 2 procent op de schijf tussen 2 en 3 miljoen euro en 3 procent op alles boven de 3 miljoen euro. Als alleen de gezinnen met een vermogen groter dan 1,5 miljoen euro onder de vermogensbelasting vallen, dan komt slechts 3 procent van de bevolking in aanmerking. Dat gaat dan over 138.000 gezinnen die iets minder snel nog rijker worden.

Geen solidariteit zonder federale sociale zekerheid

Het Vlaams ACV blijft er voorstander van om de sociale bescherming in ons land maximaal te organiseren via de federale sociale zekerheid. Deze federale sociale zekerheid moet opnieuw worden versterkt en kan niet verder geregionaliseerd worden, noch afgebouwd, noch geprivatiseerd worden.

Ja, “het Vlaams ACV eist dat de essentiële solidariteitsmechanismen federaal blijven: sociale zekerheid, arbeidsrecht en interprofessionele en sectorale CAO’s.” En dit tot grote voldoening van de basismilitanten die daar sterk hadden op aan gedrongen. En ook de financiering zoals die nu bestaat in de vorm van een forfaitaire heffing werd weggeblazen door de ACV-basis.

In dit verband kan voor ons ook de verlaging van de vennootschapsbelasting niet door de beugel.

Volg even mee. Om de tewerkstelling te bevorderen kregen de bedrijven in 2015 samen een bedrag van 13,8 miljard euro aan subsidies (o.a. voor de invoering van de flexi- jobs). De belasting op de ondernemingswinsten bedroeg 13,9 miljard euro.

Je leest het goed. De subsidies aan de bedrijven zijn zo goed als even groot als de belastingen die de bedrijven betalen. Je kan dus evengoed zeggen dat de ondernemers op hun winst niets bijdragen aan de samenleving, omdat ze bijna alles terugkrijgen via subsidies. Na lange discussies heeft de federale regering nu besloten om het basistarief van de vennootschapsbelasting, nu nog 33 procent, in 2018 te verlagen naar 29 procent en in 2020 tot 25 procent. De verlaging naar 25 procent en voor de KMO’s zelfs tot 20 procent op de eerste 100.000 euro winst kost de staat (de RSZ) rond de 5 miljard (De Tijd, 28/10/17).

De federale sociale zekerheid wordt uitgehold, opgegeten door subsidies aan bedrijven en door een spiraal naar beneden door de verlaging van de vennootschapsbelasting. Ook al is dit weer een federale materie, het Vlaamse ACV kan er niet onderuit, zeker niet als je van ‘gelijkheid’ je centraal thema maakt, dit thema op nationaal vlak aan te kaarten en …te bestrijden.

Arbeidsduurvermindering met loonbehoud, de werknemer eist zijn deel

Het Vlaams ACV klaagt dat de reguliere economie er niet in slaagt arbeidsplaatsen te creëren voor iedereen en dat de wachtlijsten in de sociale economie steeds groter worden. Het Vlaams ACV kiest daarom “voor een economie op mensenmaat, gestoeld op solidariteit en niet op winstmaximalisatie.”

Naast allerlei beschouwingen over recht op vorming, over een responsabiliseringsbeleid van werkgevers wat aanwervingen betreft, over het weerbaar maken van werknemers, thematische verloven en een structurele aanpak rond de werkdruk (met betere combinatie van arbeid en gezin) drongen veel militanten uit verschillende sectoren aan op arbeidsduurvermindering als structurele oplossing om een tewerkstellingsbeleid die naam waardig tot stand te brengen.

Waarom sluit het Vlaams ACV niet aan bij de recente congresbesluiten (12/10/17) van het Brusselse ACV? Daar werd gesteld dat we blijven geloven “dat collectieve arbeidsduurvermindering met behoud van loon de weg bij uitstek is naar een rechtvaardige verdeling van de rijkdom, op voorwaarde dat ze gepaard gaat met verplichte compenserende aanwervingen en de werkdruk niet verhoogt.

We blijven achter die eis staan, zodat ze op de politieke agenda en op de agenda van de sociale onderhandelingen komt.” En waarom zou het congres niet voluit de campagne van de partnerorganisatie Femma voor een 30-uren werkweek steunen?

En de term ‘arbeidsherverdeling’ die het Vlaams ACV gebruikt is interpreteerbaar, want hoe wordt dat ingevuld? Premier Michel en Kris Peeters klopten zich onlangs nog op de borst met de resultaten van het tewerkstellingsbeleid van de regering. Het klopt zegt professor Gert Peersman (Knack, 11/10/17) dat er jobs zijn bijgekomen maar die aangroei is vooral te danken aan de Europese conjunctuur.

En er is meer. Van al die banen die we gecreëerd hebben gaat het vooral over voltijdse banen, toeterden Michel en Peeters. Maar dat was zonder de oppositie gerekend en de cijfers die de RSZ zelf bekend maakte. Daar bleek zwart op wit dat er hoegenaamd geen 75% voltijdse banen zijn bijgekomen. Het gaat slechts om 43, 3% procent en de rest gaat naar deeltijdwerk, uitzendarbeid, flexibele jobs, mini jobs, enz., naar jobs dus die onvoldoende inkomen opleveren om van te leven. We willen toch niet in een Duits scenario terecht komen en het aantal werkende armen vergroten?

Wij hopen dat tijdens het congres hard wordt gediscussieerd en dat ‘de individualisering’ van de loopbanen, zoals in de zogeheten cafetariaplannen (een flexibel loonpakket met weinig of geen sociale bescherming) of ‘sympathieke snoepjes’ zoals 6.000 euro per jaar netto bijverdienen zonder belastingen of sociale lasten te moeten betalen, fors wordt afgeblokt omdat de staatskas en de sociale zekerheid alweer de rekening moeten betalen.

Wij roepen de congresgangers dan ook op om resoluut voor een structurele collectieve aanpak te gaan. Als je mikt op volwaardig werk, met een rechtvaardig loon en een stevige sociale bescherming, wat is er dan mis met een collectieve arbeidsduurvermindering met behoud van loon?

De zorg, de openbare diensten, het onderwijs: de kinderen van de rekening

De besparingen van de afgelopen jaren hebben lelijk huis gehouden. Daarom vraagt het ACV op zijn congres extra middelen voor drie sectoren die zwaar zijn aangepakt met alle gevolgen van dien voor het statuut, het pensioen, de contracten en de werkbelasting van het personeel. Om nog niet te spreken over de weerslag die de besparingen hebben gehad voor gebruikers, gepensioneerden, kinderen, gehandicapten en zorgbehoevenden. Als we inzetten op gelijke kansen voor alle kinderen, zouden we dan ook niet moeten pleiten voor gratis basisonderwijs en voor een maximumfactuur in het middelbaar onderwijs?

Er wordt ook gepleit voor een kwaliteitsvolle, toegankelijke en betaalbare zorg voor elke zorgbehoevende, maar over de persoonsvolgende financiering blijft de tekst eerder dubbelzinnig. Al moet het ACV wel toegeven dat het probleem van schaarste en dus ook van ‘de wachtlijsten’ hiermee niet opgelost is. En iedereen beseft dat enkel het versterken van de mantelzorgers geen oplossing biedt.

Ook de mobiliteit baart het Vlaams ACV zorgen. Het spreekt zich wel goedkeurend uit over de hervorming die de Vlaamse regering m.b.t. het openbaar vervoer voor ogen heeft en ziet wel iets in het nieuwe concept van basisbereikbaarheid. Maar tegelijk stelt het ACV vast dat mooie principes niet noodzakelijk tot op het terrein worden gevolgd. Het blijft voorlopig aanmodderen met onvoldoende geld voor nieuwe projecten en men krijgt de negatieve impact van de voorbije besparingen vooralsnog niet weggewerkt.

Maar één ding is duidelijk voor het Vlaams ACV. Het verzet zich tegen een verdere privatisering van het Vlaams openbaar vervoer want “het voorzien van een breed beschikbaar en betaalbaar systeem van openbaar vervoer is een essentiële taak van de overheid.”

Overleg en strijd: op cadeaus moeten we niet rekenen

Als we kijken waar we vandaan komen en wat vandaag op ons afkomt, dan kunnen we niet anders dan concluderen dat de strijd tegen de ongelijkheid één van de grootste uitdagingen is waar we voor staan. Overleg als het kan, strijd als het moet. Maar één ding is duidelijk, de taaiheid waarmee die ongelijkheid zich blijft manifesteren en de geweldige druk en machtsontplooiing die daarbij wordt uitgeoefend, doet ons beseffen dat de strijd tegen ongelijkheid een permanente strijd zal zijn.

Gelijkheid krijg je niet zo maar in de schoot geworpen. Vroeger niet en ook vandaag niet. Daarom is het goed dat op het congres vragen gesteld worden op welke manier de vakbonden vandaag, volgens sommigen een kantelmoment in de geschiedenis, met overleg en strijd willen omgaan.

Meer en meer worden de sociale organisaties zoals de vakbonden onder vuur genomen, buiten spel gezet. Ook door de meeregerende zogeheten ‘bevriende politici’ van de CD&V. Toch hebben wij er alle vertrouwen in dat een beweging die in het verleden ‘het onmogelijke’ heeft gerealiseerd, met de invoering van bijvoorbeeld de achturendag, betaald verlof en de sociale zekerheid, ook vandaag nog over een dynamiek beschikt om de uitdaging van deze tijd, de ongelijkheid, met succes te lijf te gaan.