Door Ozgur Fatsa

Wie de ontwikkelingen volgt in een land als Turkije heeft nooit gebrek aan ‘munitie’ om artikels te schrijven. Van een consequent beleid is allang geen sprake meer. Van de ene op de andere dag worden vrienden vijanden en vice versa.

Dit alles maakt deel uit van een machtspolitiek. Dat geldt zowel op het binnenlandse vlak (de noodtoestand, regeren bij volmacht, een president die absolute macht krijgt) als op het buitenlandse vlak (waar Turkije een belangrijke speler wenst te worden in Syrië en Irak).

Op het binnenlandse vlak is een deel van de oppositie gemuilkorfd, de leiding van de HDP (progressief links, gefocust op de Koerdische problematiek) zit, samen met een aantal van haar burgemeesters en parlementsleden in de gevangenis. De meeste verkozen burgemeesters van deze partij zijn afgezet en vervangen door ‘ambtenaren’, aangeduid door de regerende AKP.

De republikeinse partij (CHP), waarvan ook al een parlementslid in de gevangenis zit, reageert terecht op de toestand, maar enkel wat de binnenlandse politiek betreft. Qua buitenlandse politiek volgen zij meestal de AKP.

De nieuwe partij van Meral Aksener, is een afgietsel van de nationalistisch – fascistisch partij MHP. Bovendien is de keuze van hun naam, ‘de goede partij’, niet direct een wervelende zet. Waar zij zich, net als de HDP en de CHP, verzetten tegen de centralisatie van macht in handen van de president en een terugkeer willen naar het parlementaire systeem, staan zij qua buitenlandse politiek op de lijn van de AKP.

De MHP (of laat ons liever zeggen, de restanten ervan) is een schoothondje geworden van de president, zij steunen zowel het presidentieel systeem als de buitenlandse politiek van de AKP, meer nog, als het van hen afging, dan waren er al zware gewapende conflicten uitgebroken.

De meeste opschudding grijpt nog plaats binnen de AKP zelf. De president, onzeker over de uitkomst van de verkiezingen, wil nog enkel slaafse volgelingen. Oude getrouwen, zoals de burgemeesters van Istanboel, Ankara en Bursa (om maar de grootste steden te noemen) worden gedwongen tot aftreden. Weerstand bieden aan de president houdt immers het risico in dat ze op basis van corruptie in de cel zouden belanden!

Wist je dat momenteel van de verkozen burgemeesters, die ongeveer 35 procent binnenhaalden bij de lokale verkiezingen, een deel ontslag heeft gegeven (AKP burgemeesters) of uit hun ambt werden gezet (dat geldt dan voor de meeste HDP burgemeesters)?

Raar, dat de man, die telkens zei dat de stembusslag het belangrijkste criterium van democratie is, diezelfde stembusslag vierkant naast zich neerlegt.

Een analyse.

Op weg naar een oorlogseconomie?

De Turkse economie zal van de groeilanden waarschijnlijk de grootste economische groei van allemaal bereiken. Op zich lijkt dit een prachtig resultaat. In feite is het ‘schone schijn’, want die groei is gebaseerd op een steeds toenemende schuldenlast (die op termijn onbetaalbaar wordt).

Echte economische groei weerspiegelt zich in een toename van de arbeidsproductiviteit, een toename van de werkgelegenheid, een sterk munt, lage inflatie. Qua arbeidsproductiviteit blijft Turkije echter aan de staart hangen, de werkgelegenheid groeit nauwelijks en het werkloosheidspercentage staat rond de 11 procent, de Turkse lira staat zwak en de facto is er een devaluatie, de inflatie schommelt rond de tien procent en de ‘kerninflatie’ (dat is de inflatie zonder rekening te houden met wisselende prijzen zoals de olie) heeft nog nooit zo hoog gestaan. Bovendien betwijfelen (zowel linkse als rechtse) economen de cijfers, want door de nieuwe berekeningswijze (onder andere van de index) en de staat van beleg, wordt een reëel beeld krijgen van de Turkse economie steeds moeilijker.

Wat betreft euro miljardairs, staat Turkije wereldwijd op de twaalfde plaats (niet zo slecht), als het echter over de welvaart van het land gaat zakken ze onmiddellijk naar plaats vijfenzeventig.  Tegelijk zijn er alarmerende rode lichten. Aglioglu (één van de miljardairs, gelinkt aan de familie Erdogan) heeft enorme winsten gemaakt met bouwprojecten in Istanboel. De voorbije jaren stegen de prijzen daar met gemiddeld 30 procent, dus bouwen was een lucratieve bezigheid. Vandaag zijn die prijzen echter ineengezakt, woningen of appartementen in Istanboel stijgen dit jaar met iets minder dan acht procent, rekening houdende met een inflatie van 10 procent maakt men dus verlies. Deze mogol verklaarde het zelf!

Een ander rood licht is de toename van het tekort, zowel de staatsschuld als het tekort op de handelsbalans. In vergelijking met landen zoals België is de staatsschuld vrij klein (30 procent). Dus waarom zou Turkije panikeren? Het grote verschil ligt erin dat België heel goedkoop leningen kan krijgen, op korte termijn zijn die zelfs negatief. Dat geldt overigens ook voor Japan, waar het staatstekort meer dan 200 procent is van het BNP.

Turkije heeft al jaren het voordeel gehad dat door het massaal bijdrukken van geld (de VS zijn ermee begonnen, de EU is gevolgd) vrij goedkoop kredieten gegeven werden aan groeiende economieën.

Maar de meeste van die kredieten zijn van korte duur (men noemt dat flitskapitaal) en hebben weinig te maken met echte investeringen op de langere termijn. Zolang je eigen munt zijn pariteit blijft behouden, maakt dat niet zoveel uit. Wanneer je munt echter de facto devalueert, worden de intresten enorm hoog. De Turkse staat mag dan nog die leningen garanderen en een ‘vaste’ koers aanbieden voor munten als de euro of de dollar, het verschil moet betaald worden. Dat gebeurt door de Turkse staat, waardoor het lopende tekort alleen maar aangroeit.

Een volgende rood licht zijn de PPI (Publiek – Private – Investeringen) voor de enorm grootschalige projecten die zijn opgezet, waar weer diezelfde Turkse staat de tekorten moet dekken. Ook dit heeft gevolgen op de lopende tekorten. Vandaag zijn die nog niet zo groot, maar omdat men verder gaat op de ingeslagen weg zullen die tekorten steeds groter worden.

Om te eindigen is er het ontbreken van geschoolde kaders op alle niveaus. De voortdurende veranderingen in de onderwijspolitiek,hebben de ‘scholing’ verder ondermijnd en de massale afdankingen in de universiteiten hebben de kwaliteit verder ondermijnd. De beste universiteit van Turkije, de Bosporus Universiteit, staat nu op plaats 190 (25 plaatsen gezakt).

De huidige economische groei is dus gebaseerd op ‘luchtbellen’ die ieder moment kunnen ontploffen. Om al die tekorten te dekken, zijn er verschillende methodes toegepast. Ten eerste heeft men het indexcijfer anders berekend. Hierdoor krijg je ‘officieel’ een lagere inflatie, die in de praktijk minstens 1 procent hoger ligt. Dat houdt natuurlijk in dat de aanpassingen van lonen en pensioenen ook lager liggen, waardoor de globale koopkracht vermindert.

Dat men de minimumlonen (intussen bevroren) niet naar omlaag kon brengen, is vrij evident. Deze keer werden er dan ook extra belastingen geheven die gezocht worden bij de middeninkomens. De enorme verhoging van de belastingen op het wegenverkeer treffen dit keer de middenklasse. Nieuwe wagens betalen het meest. De verhoging is meer dan 40 procent. Dat geldt ook voor andere nieuwe belastingen.

De minister van Defensie verklaarde dat de verhoogde belastingen zouden gebruikt worden om de defensie-uitgaven te verhogen. Het kan gek klinken, maar in Turkije kan dat.  Het rare is dan wel dat Ankara besliste om de belastingen terug te brengen op 25 procent. Begrijpelijk om stemmen te houden, tegelijk enorm absurd!

Defensie is het enige terrein waarop de Turkse economie een hoge toegevoegde waarde heeft. Het is een moderne industrie waarin enorm geïnvesteerd wordt. En dat Turkije daarvan de uitgaven wil verhogen, is logisch in het denken van de buitenlandse politiek van Turkije.

De defensieuitgaven onder de loupe

Waarom wil Turkije zijn defensieuitgaven verhogen?

Het leger van Turkije is zo goed als ontmanteld. De voortdurende zuiveringen in de militaire echelons hebben het tweede grootste leger in de NATO enorme schade toegebracht. Om maar één voorbeeld te geven. Enorm veel piloten zijn ontslagen of gearresteerd zodat er niemand meer is die opleiding kan geven. De VS weigeren die opleiding te geven (dat heeft dan weer met een ander probleem te maken). Hetzelfde geldt bij de marine. Maar zelfs het ‘landleger’ zit met een probleem. Niemand vertrouwt nog iemand. Om die gaten op te vullen doet de president (met zijn partij) beroep op ‘andere religieuze organisaties’ of of ‘extreme Kemalisten’.

De paranoia van de president heeft zijn gevolgen, overigens niet enkel op het leger maar ook in de ministeries. De misnoegdheid bij de militairen is groot. Alle procedures worden met de voeten getreden en vooral de midden – en hogere kaders worden hiervan het slachtoffer. Wat nog telt is de ‘gehechtheid’ aan de president.

Tegelijk wil men een hogere paraatheid van het leger in de strijd tegen de PKK en voor buitenlandse missies (Irak en Syrië). Het Turkse leger is een papieren tijger geworden (voor een keer gebruik ik woorden van Mao, niet direct mijn vriend).

Hoeveel bedragen die defensie-uitgaven?

Volgens het SIPRI (Stockholm International Peace Research Institute) spendeert Turkije jaarlijks 14,8 miljard dollar aan defensie-uitgaven, nummer 18 op de wereldlijst. Minister Naci Agbal verklaarde echter dat het defensiebudget met 30 procent zou worden opgetrokken in 2018. Van de nieuwe belastingen op voertuigen, olie, huizen en inkomensbelasting (die rond de 7,2 miljard dollar moeten opbrengen) zou onmiddellijk 2,3 miljard dollar naar defensie gaan. De rest komt uit het staatsbudget, waardoor nog eens 7,5 miljard dollar extra naar defensie zou gaan.

Ongeveer 2,3 miljard dollar zou gaan naar de wapensystemen. Het budget van het Ministerie van Defensie zou met 41% worden opgetrokken, dat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken met 25% , de gendarmerie krijgt er 42% bij, de nationale politie 18% en de geheime diensten 20%.

Kort gezegd: 26 miljard dollar zal uitgegeven worden aan defensie, het totale staatsbudget bedraagt 195 miljard dollar. Hierdoor zal Turkije, qua uitgave aan militaire uitgaven, volgens SIPRI in de top 15 komen in 2018. Na Rusland is Turkije in Europa de natie die het meest aan defensie uitgeeft. Volgens analisten moet het geld gebruikt worden om Turkije een meer prominente te plaats te geven in Irak en Syrië.

Wat zal dit opleveren?

In Syrië en Irak spelen de grootmachten, de VS en Rusland. Het ‘Eufrates schild’ bewees al hoe zwak het Vrije Syrische Leger was (gesteund door Turkije). De huidige operatie in Idlib (waar de Turkse militairen afspraken gemaakt hebben met de Salafisten) waardoor er zelfs niet is gevochten, bewijst eens te meer dat Turkije het Koerdische kanton Afrin wil veroveren.

De speelruimte is echter niet zo groot. Turkije is een marionet in handen van de VS en Rusland. Pas als die landen toelaten dat Turkije kan of mag reageren, zal Turkije dat doen. Maar de Turkse president wil een oorlog. Toen Thatcher de verkiezingen dreigde te verliezen kwam er de Falklandoorlog tussen de UK en Argentinië. Extreem nationalisten (zeker de AKP en MHP) willen eenoorlog met de Koerden, al was het maar om nationalistische stemmen te trekken. Ook de CHP is daar niet vies van!

Net zoals met de economie, zal dit (volgens mij althans) tot een catastrofe leiden.