Jan Willem Stutje, biograaf van Ernest Mandel (1)Jan Willem Stutje, Ernest Mandel, Rebel tussen droom en daad, Antwerpen/Gent 2007, gaat in op het vonnis van het Amerikaanse Hooggerechtshof dat Trumps inreisverbod voor moslims onlangs legitimeerde. Het vonnis had een precedent in het inreisverbod dat hetzelfde hof in 1972 uitvaardigde tegen Ernest Mandel.

Eind juni nam het Hooggerechtshof een beslissing in de zaak Trump versus Hawaii, waarin het vonnis van de lagere rechtbank tegen de Presidentiële Proclamatie 9645, de derde versie van Trumps inreis-verbod, werd opgeheven. Met een meerderheid van vijf tegen vier sprak het Hof uit dat Trump handelde binnen de bevoegdheden die de wet ─ Immigration and Nationality Act ─ hem verleende en oordeelde dat het niet nodig was nader te onderzoeken of Trump zich schuldig maakte aan discriminatie op grond van godsdienst, in juridische terminologie: discrimatory ‘religious animus’.

Door dit vonnis sloot het hoogste rechtssysteem de ogen voor de islamofobe trekken van de Amerikaanse politiek. Terecht wees opperrechter Sonia Sotomayor er in een minderheidsverklaring op dat de beslissing overeenkomsten vertoont met de zaak Korematsu versus United States uit 1944, waarin het Hof om veiligheidsredenen de internering toestond van Amerikanen van Japanse afkomst louter en alleen op basis van ras.

Namens de meerderheid baseerde opperrechter John Robert zich in het bijzonder op de zaak Kleindienst versus Mandel, waarin het Hof de beslissing goedkeurde van de regering Nixon om de Belgische marxistische econoom en leider van de Vierde Internationale Ernest Mandel de toegang tot de VS te ontzeggen. Mandel was uitgenodigd voor een debat op Stanford University met de Harvard econoom en voormalig ambassadeur in India John Kenneth Galbraith over ‘Technologie en de Derde Wereld’. Hoewel buitenlanders geen constitutionele rechten kunnen doen gelden op toelating in de VS, werd het vonnis aangevochten op grond van het Eerste Artikel van de grondwet omdat het onthouden van een visum aan Mandel het constitutionele recht van de uitnodigende partij om in vrijheid informatie in te winnen met voeten treedt.

Omdat het Hof al meer dan een eeuw met succes verdedigt dat de beslissing over toelating of uitwijzing van vreemdelingen voorbehouden is aan de regering, zonder de verplichting van een juridische toetsing, betoogde Robert met een verwijzing naar de zaak Mandel dat de rechters van het Hof zich mochten beperken tot een onderzoek naar de vraag of de regering tot zijn besluit was gekomen op grond van zogenaamde ‘legitieme en bona fide’ redenen.

De beperkte toetsing zoals in de zaak Mandel, is, zo zei Roberts, in het bijzonder relevant voor toelatings- en immigratie zaken waarbij de nationale veiligheid in het geding is. In de eerste plaats, zo schreef hij, omdat een gerechtelijk onderzoek in de sfeer van de nationale veiligheid raakt aan het in de grondwet verankerde prerogatief van de president in zake de buitenlandse politiek en zo’n onderzoek de scheiding van machten in gevaar kan brengen. Ten tweede, omdat de juridische instanties een grote achterstand in kennis en ervaring hebben, als het aankomt op het verzamelen van bewijs en het trekken van conclusies in vraagstukken van nationale veiligheid.

Trumps motivatie was niet minder ideologisch dan die van Nixon in de zaak van Mandel. Het Hof oordeelde niettemin dat de president een ‘legitieme en bona fide’ reden had voor zijn ‘ban’. Voor Roberts, zo schreef Mikund Rathi in de Socialist Worker, was beslissend dat de derde en definitieve tekst met geen woord meer repte over religie en dat de ban ook betrekking had op landen als Venezuela en Noord Korea die niet in meerderheid Moslim landen zijn. Hij concludeerde dat Trumps proclamatie op zichzelf genomen niet gerechtvaardigd werd door racisme en anti-Moslim overwegingen, maar uitsluitend door nationale veiligheidsredenen.

Omdat volgens het Hof Trump de vlag zwaait van de nationale veiligheid en de ‘ban’ zich beperkt tot gevaarlijke landen, staat hij buiten iedere verdenking. Maar is het denkbaar dat gelet op Trumps openlijke Islamofobie, er nog iets anders een ‘bona fide’ reden kan zijn geweest voor zijn beslissing? Door een overheersend gewicht toe te kennen aan het gezag van de uitvoerende macht en de zorgen over raciale en godsdienstige discriminatie te verwaarlozen, zet het Hoog Gerechtshof een lange traditie voort van ondemocratische politieke interventies en blind respect voor de nationale veiligheid. Het vonnis zal desastreuze praktische gevolgen hebben en is een schaamteloze boodschap aan mensen die in de USA toevlucht zoeken voor burgeroorlog en sektarisch bloedvergieten, dat hun leven minder telt dan de verwaarloosbare kans dat een Amerikaan geveld zal worden door een Moslim terrorist.

De solidariteitsbeweging heeft een belangrijke nederlaag geleden door de travestie die de regering Trump haar racistische motieven heeft laten ondergaan. Met de recente benoeming van de ultra conservatief Brett Kavanaugh als opvolger van Anthony Kennedey, staat Trump op het punt om een rechter in de Hoog Gerechtshof te benoemen die hem kan bijstaan de witte supremacistische beweging aan verdere, nieuwe overwinningen te helpen.

Tegen deze achtergrond is het van belang ook andere aspecten aan de Mandel zaak uit 1972 in herinnering te brengen. Ten eerste de snelle uitbreiding van Mandels inreisverbod naar bevriende landen die de repressieve politiek van de VS in deze revolutionaire jaren tot voorbeeld namen. Mandel werd de toegang geweigerd niet alleen in de VS, maar ook in de BRD, in Frankrijk, Zwitserland en Australië. Het minste dat we kunnen zeggen is dat Trumps anti immigratie politiek gemakkelijk navolging vindt in Fort Europa waarvan de afzonderlijke landen geplaagd worden door de groei van verwerpelijke anti-immigratie bewegingen.

Ten tweede de wereldwijde protesten die rezen als antwoord op Mandels inreisverbod. Mandel liet zich niet afstoppen en stelde Galbraith voor hun debat voor te zetten via op band opgenomen bijdrages gevolgd door een publiek debat over de telefoon. Dit soort acties riep de publieke opinie wakker en stimuleerde protesten en mobilisaties tegen Nixon. De New York Times noemde de Mandel ‘ban’ een idiote beslissing en een overblijfsel uit de benepen jaren vijftig. Een comité met Arno Mayer, Gabriel Kolko, Noam Chomsky en Susan Sontag sloot zich bij het protest aan. De New York Review of Books and Partisan Review eveneens. Op zoveel protest had de Nixon regering niet gerekend. Minister van Justitie John N. Mitchell werd het vuur aan de schenen gelegd in Meet the Press. Zelfs de Wall Street Journal vroeg zich af: ‘Al was het wellicht wettig, was het ook wijs?’

Nieuwsmedia in Europa besteedden opnieuw aandacht aan de zaak toen in april 1970 Mandels vrouw, Gisela Scholtz, op het Brusselse vliegveld Zaventem verboden werd het vliegtuig te nemen naar New York. Sabena weigerde haar omdat het Consulaat van de VS haar visum had ingetrokken. De kranten stonden er vol van. In het Belgische parlement werden vragen gesteld. Was hier geen sprake van ‘schuld door associatie, alleen maar vanwege familiebanden’? Mandel was in alle staten. Hij had een inreisverbod voor vijf landen. Hij was bang dat Engeland en Italië zouden volgen.

Sunday Telegraph speculeerde over connecties met de IRA. Net als Newsweek bracht ook La Libre Belgique Mandel in verband met terrorisme. In juli 1975 brandmerkte de Amerikaanse Subcomissie voor Nationale Veiligheid Mandel als ‘de belangrijkste theoreticus van het terrorisme in de Vierde Internationale. Een hoog geplaatste veiligheidsofficial sprak zijn verbazing uit dat Mandel een visum was geweigerd vanwege het feit dat hij bij een eerder bezoek geld had ingezameld voor gevangengezette Franse studenten. “Niemand had Mandel veroordeeld om het feit dat hij een pleitbezorger was van het wereldwijde terrorisme”, klaagde de ambtenaar.

Pas onder President Carter werd Mandel opnieuw toegestaan het grondgebied van de VS te betreden, maar wel onder beperkte condities en alleen voor een bepaalde tijd. Toen Ronald Reagan president werd in 1981 werd de deur opnieuw dichtgeslagen. Dit soort maatregelen werden ook door regeringen van democratische huize gesteund. In de zaak Sale v. Haitian Centers Council stemde het Hoog Gerechtshof, eveneens met een beroep op de Mandel zaak, in met een zeeblokkade door de regering Clinton om te voorkomen dat immigranten na een militaire coup Haiti ontvluchten.

Mandels inreisverbod – en de acties van republikeinse en democratische presidenten die er de weg voor plaveiden, openden de deur voor deze gruwelijke politiek van Trump en zijn racistische geestverwanten. De Mandel geschiedenis laat zien dat het noodzakelijk is om protest te mobiliseren tegen zulke repressieve politiek. Die noodzaak geldt met nog meer kracht voor Trumps inreisverbod en zijn institutionalisering van islamofobie en racisme.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Grenzeloos.

Voetnoten   [ + ]

1. Jan Willem Stutje, Ernest Mandel, Rebel tussen droom en daad, Antwerpen/Gent 2007