Politiek en muziek overlappen elkaar op veel manieren, en dat werd niet steeds begrepen door mensen die over de geschiedenis van de folkscene geschreven hebben. Sommige auteurs hebben bijvoorbeeld geconcludeerd dat degenen onder ons die ervoor kozen om geen politieke liedjes te zingen dit deden omdat we apolitiek waren. Het is waar dat deze keuze in sommige gevallen een reactie was op de vorige generatie en hun politieke voorkeuren, maar voor velen van ons was het een puur esthetische beslissing.

Zelf was ik altijd bereid om naar een meeting, demonstratie of benefiet voor dit of dat te gaan, en daar mijn liedjes te zingen, maar ik heb heel weinig politiek materiaal gedaan. Het paste niet bij mijn stijl en ik heb nooit het gevoel gehad dat ik het overtuigend deed. Ik had gewoon niet dat soort stem of dat soort présence. Bovendien: hoewel ik een zanger ben en stevige politieke opvattingen heb, voelde ik aan dat mijn politiek niet relevanter voor mijn muziek was dan ze dat zou zijn voor het werk van een andere vakman. ’t Is niet omdat je een meubelmaker bent en links, dat je linkse kasten moet maken.”

Dit lange citaat komt uit de memoires van de Amerikaanse folksinger Dave Van Ronk (1936-2002).(1)Dave Van Ronk, The Mayor of MacDougal Street, Da Capo, 2005. Het boek werd na het overlijden van Dave afgewerkt door Elijah Wald. De Coen Brothers gebruikten deze memoires als hun voornaamste inspiratiebron bij het maken van de film Inside Liewyn Davis (2013). Iets wat de cover van het boek dan ook trots vermeldt. Voor een oude trotskist als ik zijn het woorden om verliefd op te worden, ik herken de stem van een geestesgenoot.

De woorden doen me ook aan ietwat verwante meningen denken, bijvoorbeeld deze van George Orwell, over wie ik eerder De onwelkome partizaan gepost heb, en aan de merkwaardige kronkels van de filosoof Georg Lukács waarover ik me hier verwonder. Het citaat raakt aan de discussies over de vermeende afvalligheid van Bob Dylan, wanneer hij de folkscene schoffeert.

Het voert me bovendien terug naar het stichtingscongres van de Bond van Sovjetschrijvers, in 1934, waar Joeri Oljesja zijn collega’s uitlegt waarom het opgedrongen socialistisch realisme voor hem niet deugt: ‘Dit was niet mijn thema. Ik had naar een bouwproject kunnen gaan, in een fabriek onder arbeiders gaan wonen, ze in een schets hebben beschreven, zelfs in een roman, maar dit was niet mijn thema, het zat niet in mijn bloedbaan, dat was geen deel van mijn ademende zelf. Ik zou hebben gelogen, verzonnen; het zou mij gemankeerd hebben aan wat inspiratie wordt genoemd.

Het citaat van een Amerikaanse folksinger en dat van de Russische schrijver passen in een thema dat me danig interesseert. De Rus en de Amerikaan zijn het over dat onderwerp eens: je moet een kunstenaar vooral zijn eigen gang laten gaan. Dave Van Ronk zegt het wel mooier: ‘’t Is niet omdat je een meubelmaker bent en links, dat je linkse kasten moet maken.’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op De Laatste Vuurtorenwachter.

 

Voetnoten   [ + ]

1. Dave Van Ronk, The Mayor of MacDougal Street, Da Capo, 2005. Het boek werd na het overlijden van Dave afgewerkt door Elijah Wald. De Coen Brothers gebruikten deze memoires als hun voornaamste inspiratiebron bij het maken van de film Inside Liewyn Davis (2013). Iets wat de cover van het boek dan ook trots vermeldt.