Rechtspraak wordt kromspraak: staken gecriminaliseerd

Op vrijdag 29 juni 2018 deed de Antwerpse strafrechtbank uitspraak in de zaak tegen Bruno Verlaeckt – voorzitter van het Antwerpse ABVV – en Tom Devoght – militant van de Algemene Centrale. Hen werd ten laste gelegd op 24 juni 2016, tijdens een nationale stakingsactie van het ABVV, “kwaadwillig het verkeer te hebben belemmerd.” Tom Devoght werd vrijgesproken, bij gebrek aan bewijs. Bruno Verlaeckt echter werd ‘eenvoudig schuldig’ bevonden. Wegens zijn blanco strafblad en de ‘overschrijding van de redelijke termijn’ wordt hij wel niet bestraft. Toch komt het vonnis erg hard aan en zou het alle oprechte democraten ten zeerste moeten verontrusten.

Filterblokkade

Op 24 juni 2016 riep het ABVV een algemene staking uit tegen het antisociale afbraakbeleid van de rechtse federale regering. De oproep tot staken werd wel niet door alle centrales even enthousiast opgevolgd. Wat waarschijnlijk een gevolg was van het ontbreken van een meer algemeen actieplan en van het gebrek aan een gemeenschappelijk vakbondsfront. De militanten van de Algemene Centrale (de grootste arbeiderscentrale van het ABVV) wilden echter niet bij de pakken gaan zitten.

Ze pakten de staking aan zoals ze dat altijd al gedaan hebben: door het plaatsen van een zogenaamde filterblokkade op de Scheldelaan, een belangrijke verkeersader in de Antwerpse haven. In het verleden leverden dergelijke vreedzame blokkades nooit problemen op. Het is waar dat het verkeer erdoor gestremd werd, maar ongevallen of geweldplegingen zijn er nooit bij te pas gekomen. Dit keer verliep het anders.

Antwerps bestuursakkoord

Een kleine drie jaar eerder (in november 2013) kwamen in Antwerpen drie partijen na de gemeenteraadsverkiezingen tot een bestuursakkoord. In dit lijvige document staat onder meer dat “De stad zich (zal ) inspannen om (…) in ieder geval blokkades van de haven ten allen prijze te vermijden.” (1)Punt 244 in ‘Respect voor A’, Bestuursakkoord 2013-2018 voor de Stad Antwerpen, p. 40.

De drie partijen die dit bestuursakkoord sloten – CD&V, OpenVLD en N-VA – zagen hierin blijkbaar geen democratische graten. Ook in de massamedia werden er weinig tot geen woorden aan vuil gemaakt. De progressieve oppositiepartijen beschouwden deze passus wellicht als een al bij al onschadelijke vorm van stoerdoenerij. Het patronaat van de grote bedrijven in de Antwerpse haven heeft er echter wel degelijk nota van genomen.

Waterkanon

Toen duidelijk werd dat de staking op 24 juni 2016 in het Antwerpse vooral de haven ging treffen door middel van de vermelde filterblokkade, riepen zij onmiddellijk de hulp in van de burgemeester, die prompt tot actie overging. In plaats van, zoals gebruikelijk in dergelijke situaties, contact op te nemen (of te laten opnemen) met de actievoerders, stuurde Bart De Wever er onmiddellijk de federale reserve van de politie op af. Deze reserveploeg had net haar nachtshift afgewerkt en trad dan ook allesbehalve geduldig op. Zonder boe of bah werd het waterkanon ingezet tegen de stakende actievoerders. Vervolgens werden verschillende mensen gearresteerd, waarna Bruno Verlaeckt en Tom Devoght dus in beschuldiging werden gesteld.

Vijf tot tien jaar cel

Tijdens de eerste zitdag van het proces, gevoerd voor de correctionele of strafrechtbank, werd duidelijk dat het openbaar ministerie de wenk – die vervat zat in het bestuursakkoord – goed begrepen had.

De beklaagde vakbondsmilitanten werden vervolgd “wegens als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het Strafwetboek, kwaadwillig het verkeer op de weg te hebben belemmerd, namelijk door, bij wijze van vakbondsactie, het organiseren van en deelnemen aan niet-toegelaten wegblokkades op de grote toegangswegen tot de Antwerpse haven, met name door voertuigen en obstakels dwars over de weg op te stellen en voorwerpen zoals autobanden in brand te steken op de rijbaan, en door, na ontruiming door de politie, herhaaldelijk opnieuw de rijbaan op te lopen om voertuigen tegen te houden en te hinderen”, dit alles bij toepassing van artikel 406 van het Strafwetboek. De strafbepaling voor dergelijke feiten voorziet in een opsluiting van vijf tot tien jaar cel!

Beletten van fundamentele rechten

Zoals de verdediging van de beide vakbondsmilitanten opmerkt “verschilde de actie op 24 juni 2016 in niets van die van [soortgelijke acties in] de vorige jaren. Het ging om een proportionele en redelijke uitoefening van fundamentele rechten, zoals voorheen.”

Hetzelfde kan echter niet gezegd worden van de burgemeester. Hem ging het “niet zozeer (…) om de vorm die zo’n blokkade zou aannemen (de burgemeester sprak niet specifiek over het blokkeren van de openbare weg), doch wel om het feit op zich dat de economische activiteit in de Haven van Antwerpen zou worden gehinderd. Een dergelijk optreden raakt evenwel aan de uitoefening van het stakingsrecht.” Dit “plots gewijzigd en radicaal verschillend uitgangspunt van de burgemeester zorgde ook voor een veel feller optreden van de politiediensten. In plaats van, zoals in het verleden, de dialoog aan te gaan met de manifestanten werd onmiddellijk ‘het peloton in ontplooide formatie’ ingezet, met gevechtsschild, wapenstok en het waterkanon.”

De verdediging besluit dan ook dat “waar het op 24 juni 2016 vanwege de bestuurlijke overheid werkelijk om ging, (was) het beletten van de uitoefening van fundamentele rechten (…). Dit uitgangspunt drijft ook de (…) strafvervolging.” Terecht stelt de verdediging daarbij de retorische vraag of “het openbaar ministerie zich (heeft) laten beïnvloeden door de bestuurlijke overheid?”

Niet toepasbaar op staken en betogen?

Maar er is meer. Want het bewuste artikel 406 van het Strafwetboek (dat hier dus ingeroepen wordt) werd ingevoerd onmiddellijk na de ‘Staking van de Eeuw’ in de winter van 1960-61. Destijds verklaarde de regering “op de meest uitdrukkelijke wijze noch aan het stakingsrecht noch aan de vrije uitoefening van dit recht te willen raken. Het lijkt niet aangewezen passieve betogingen te beteugelen, zoals degene, waarbij pacifistische betogers op de openbare weg gaan neerzitten. Dit is [dus] niet het geval voor diegenen die deel uitmaken van een stakingspost of deelnemen aan een betoging, zelfs wanneer die verboden is.”

Tijdens de behandeling van een parlementaire vraag in de kamer van volksvertegenwoordigers op 23 juni 1997 werd nogmaals uitdrukkelijk gesteld dat “het (…) niet de bedoeling was van de wetgever om [via] artikel 406 van het Strafwetboek te raken aan het stakingsrecht of de vrije uitoefening ervan. ”

Op 28 december 2015 herhaalde de bevoegde minister dit standpunt: “Het is niet de opzet van de wet om de normale uitoefening te verbieden van het stakingsrecht en manifestaties. waarbij het mogelijk is dat het verkeer op een bepaald tijdstip geblokkeerd wordt op een normale, vrijwillige, maar niet kwaadwillige manier, door groepen demonstranten die zich op de openbare weg bevinden.”

De toenmalige parlementaire debatten spreken voor zich in dit verband. Om een te ruime toepassing van het misdrijf van belemmering van het verkeer te voorkomen, heeft de wetgever in het tweede lid van artikel 406 van het Strafwetboek de bijkomende voorwaarde toegevoegd van het gebruik van ‘voorwerpen’ die met of voor het gebruik van vervoermiddelen een belemmering uitmaken.” En nog duidelijker: “De toepassing van artikel 406 van het Strafwetboek mag het stakingsrecht niet schaden, een recht dat België internationaal erkent sinds de instemming met het Europees Sociaal Handvest door de wet van 11 juli 1990.”

Grote precedentwaarde

Deze en soortgelijke argumenten van de verdediging werden door de rechtbank van eerste aanleg evenwel achteloos van tafel geveegd. De verdedigende advocaten betreuren dan ook dat de rechtbank het niet hinderen van het verkeer liet primeren op het stakingsrecht.

“We gaan dit aanvechten: bij het Hof van Beroep, het Hof van Cassatie en desnoods helemaal tot bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dit vonnis heeft [immers] een grote precedentwaarde”, aldus meester Walter Van Steenbrugge. Het opzet is volgens de advocaten niet het straffen van bepaalde personen dan wel het inperken van de stakings- en actievrijheid.

Aanval op stakingsrecht gevangenisbewaarders

Dit vonnis staat helaas niet op zichzelf. Op dit eigenste ogenblik zijn de gevangenisbewaarders (‘cipiers’) in het hele land al dagenlang in staking tegen een maatregel die hun stakingsrecht aan banden tracht te leggen. Onder deze maatregel – eenzijdig doorgevoerd door justitieminister Geens (CD&V) – stipuleert dat stakers kunnen opgevorderd worden indien er niet voldoende personeel voorhanden is om te kunnen instaan voor een ‘minimale dienstverlening’. Naar eigen zeggen heeft de minister deze maatregel genomen omwille van “verontwaardiging over het gebrek aan respect voor de basisrechten van de gedetineerden.”

ACOD-verantwoordelijke voor het gevangeniswezen Gino Hoppe ontkent dit echter: “Door de stakingen zou er personeelstekort zijn, waardoor de gedetineerden meer in hun cel zouden moeten blijven en minder bezoek zouden kunnen ontvangen.”

De waarheid blijkt echter veel subtieler dan dit. Want door afwisselend te staken in Vlaanderen, Wallonië en Brussel, voorzien de vakbonden ook voldoende personeel om elementaire taken uit te voeren. Hoppe: “Het inzetten van de politie wordt door de regering misbruikt om de vakbonden in een slecht daglicht te plaatsen.”

Zo werden op zaterdag 23 juni in de gevangenis van Dendermonde 24 (!) politieagenten ingezet om het bezoek van de families aan de gedetineerden te overzien. Normaal gezien worden er voor dit bezoek slechts 3 (!) penitentiair beambten ingezet. Op woensdag 27 juni werden in de gevangenis van Brugge maar liefst 60 (!) politieagenten ingezet om de wandeling van de gedetineerden te begeleiden. Op een normale werkdag moeten slechts 3 (!) penitentiaire beambten datzelfde werk doen. Hoppe verklaart dan ook stellig: “Laat er geen twijfel over bestaan: op beide dagen waren er meer dan 3 penitentiair beambten aan het werk.”

Populistisch misbruik

In een persbericht benadrukt de ACOD dan ook dat de regering onnodig politiepersoneel inzet en zo probeert op een populistische manier een wig te drijven tussen gevangenispersoneel en politieagenten. “We herhalen dat naast onze strijd voor de rechten van het personeel ook de rechten van de gedetineerden belangrijk zijn.” Hoppe besluit: “De regering misbruikt door haar werkwijze en houding de rechten van de gedetineerden om stakend gevangenispersoneel in een kwaad daglicht te stellen.”

Stakingsrecht spoorwegpersoneel onder druk

Op een iets andere wijze wordt ook het stakingsrecht van het personeel van de spoorwegen onder druk gezet. Hier is er (voorlopig?) nog geen sprake van de mogelijkheid om over te gaan tot opvorderingen. Wel dienen personeelsleden bij een stakingsoproep drie dagen op voorhand te melden of ze zullen deelnemen aan de stakingsactie. Deze verplichting biedt de leiding van het spoorbedrijf niet alleen de mogelijkheid zich te wapenen tegen een al te grote impact van stakingen op het treinverkeer. Het geeft hen ook de kans om dagenlang het publiek dat gebruik maakt van de trein te brainwashen over de ‘dreiging’ van een staking.

Betekenis van het stakingsrecht

Langs alle kanten staat het stakingsrecht dan ook onder druk. Nochtans zouden er zonder stakingen geen democratische rechten en vrijheden bestaan: het algemeen stemrecht werd afgedwongen door middel van talrijke algemene stakingen – waarbij niet zelden bloed vloeide… aan de kant van de stakers! Het recht om zich te verenigen in een vakbond teneinde de collectieve belangen van werknemers te verdedigen, zou niet bestaan als het niet afgedwongen werd door stakingen. De vrijheid van meningsuiting – en daarmee ook het recht om te manifesteren op de openbare weg! – zou niet bestaan, als het niet afgedwongen werd door stakingen. Het stakingsrecht is dan ook niet zomaar een van vele rechten: het is dé waarborg om ervoor te zorgen dat deze en andere rechten niet zomaar te grabbel kunnen worden gegooid.

Voorbedachte rade

Het is opvallend hoezeer de ‘weldenkende’ media haar verontwaardiging toont over de aantasting van de rechtsstaat in Polen en Hongarije, over de autoritaire wending die zich afspeelt in de Verenigde Staten en over het gebrek aan democratische rechten in het Rusland van Vladimir Poetin.

Hoe zwijgzaam echter stellen dezelfde media zich op wanneer precies hetzelfde zich voordoet in eigen land en meer bepaald onder impuls van burgemeester-annex-schaduwpremier-annex-partijvoorzitter Bart De Wever. In feite is het zo dat het vonnis dat vandaag geveld werd tegen een vakbondsverantwoordelijke een aanslag is op de democratische rechten en vrijheden van allen. Meer nog: het is een aanslag met voorbedachte rade, beraamd in het kader van de totstandkoming van het Antwerpse bestuursakkoord.

Tegenover al deze machinaties is het niet meer dan terecht dat Bruno Verlaeckt met de hulp van zijn advocaten in beroep gaat tegen de schandalige uitspraak van de correctionele rechtbank te Antwerpen. Het is alleen te hopen dat de vakbonden zich niet louter zullen beperken tot de juridische weg.

Deze georkestreerde campagne vanuit de rechterzijde (met in de coulissen de steun van het patronaat) moet daarnaast ook bestreden worden door het inzetten van de macht van het getal. Laat de vakbonden het voortouw nemen in een verbeten en volstrekt gewettigde strijd voor het stakingsrecht in het bijzonder en voor de democratische rechten en vrijheden in het algemeen!

Een fotoreportage

Voetnoten   [ + ]

1. Punt 244 in ‘Respect voor A’, Bestuursakkoord 2013-2018 voor de Stad Antwerpen, p. 40.