De verkiezingen voor de Provinciale Staten in Nederland maken duidelijk dat op uiterst rechts Baudet het stokje heeft overgenomen van Wilders. Baudet bouwt voort op de ‘revolutie’ van Fortuin en de islamofobie van Wilders, maar het Forum voor Democratie (FvD) is in veel opzichten anders en radicaler.

Een verschil is dat het FvD zich openlijk als ideologisch gedreven presenteert. Zoals het programma van het FvD in een impliciete kat naar Geert Wilders stelt: ‘We zijn inhoudelijk, redelijk, beschaafd en serieus ’. Het FvD wordt soms bestempeld als ‘populistisch’, maar het is de meest zelfbewuste elitaire partij in het Nederlandse politieke landschap. Baudet schreef een boek over klassieke muziek en begon zijn maidenspeech in het parlement met het in het Latijn parafraseren van Cicero. De kandidatenlijst van het Forum bestaat uit advocaten, chirurgen, bedrijfsleiders, zakenlieden, gepensioneerde legerofficieren… En vooral beloven de programmatische verklaringen van het FvD klassenoorlog van bovenaf op alle fronten.

Baudet en de mensen om hem heen werken aan een project voor een autoritaire, nationalistische transformatie van de Nederlandse samenleving. Als onderdeel hiervan bouwen ze aan een partijorganisatie die nu al 30.000 leden telt (meer dan verschillende gevestigde partijen) met lokale afdelingen en een snel groeiende jeugdafdeling en ideologische training. Waar de PVV volledig draait om Wilders en zijn Twitter-account, creëert het FvD een beweging als onderdeel van haar langetermijnstrategie om Nederland te vernieuwen.

De ideologie die aan de basis ligt van hun project is coherenter dan die van de PVV. Wilders begon op de rechtervleugel van de VVD. Maar met islamofobie als centrale prioriteit liet hij zijn aanvankelijke radicale neoliberale standpunten varen en omarmde hij een soort ‘welvaartschauvinisme’. Wilders stelde zich op als verdediger van de welvaartsstaat en beweerde dat de echte bedreiging voor de verzorgingsstaat komt van immigratie en dat de toegang van immigranten tot de sociale zekerheid verder beperkt moet worden. Het verkiezingsmanifest van het FvD roept daarentegen op tot het schrappen van wetten die werknemers beschermen tegen ontslag en bij ziekte, tot de verkoop van sociale woningen en het afschaffen van successierechten, huursubsidie en zorgtoeslag. In de sociaal-darwinistische terminologie van het (landelijke) verkiezingsprogramma heeft de sociale zekerheid mensen tot ‘kuddedieren’ gemaakt en de samenleving ‘gezapig’. In plaats daarvan wil het FvD ‘dynamiek’ zien en van Nederland ‘het Silicon Valley van Europa’ maken.

Om dit project te realiseren wil Forum een sterke uitvoerende macht. Zoals de partij het eufemistisch uitdrukt, wil zij dat er ‘grotere afstand’ komt ‘tussen regering en parlement ’. Het FvD wil de rol van de (coalitie)partijen beperken en meer macht in handen van de premier leggen. Zij stellen voor dat de minister-president rechtstreeks wordt gekozen en de bevoegdheid krijgt om leden van het kabinet te benoemen, te ontslaan of te overrulen.

Terwijl ze de bevoegdheden van de uitvoerende macht wil vergroten, wil de partij de macht van ‘linkse rechters’ beperken en de steun aan het maatschappelijk middenveld, de publieke omroep en politieke partijen afschaffen. In plaats van ‘oeverloos compromis-zoekend overleg’ wil Forum ‘slagvaardiger’ bestuur, dat met een versterkt leger en een versterkte politiemacht heerst over een politiek verzwakte bevolking en vooral over een precaire en ontmachtte arbeidersklasse.

Daarnaast wil het FvD bindende referenda invoeren waarmee burgers voorstellen kunnen lanceren en nieuwe wetsvoorstellen kunnen indienen. Dit voorstel is een belangrijk onderdeel van de ideologie van het Forum en daarom noemt de partij zichzelf een voorstander van ‘directe democratie’. Maar in een samenleving waar de rechten van werknemers zijn afgenomen en de mechanismen van het publieke debat zijn uitgehold, zullen de mensen met geld en connecties nog meer worden bevoordeeld en zijn referenda slechts een andere manier om hun wensen uit te voeren. Voor Baudet is dat geen probleem – hij schuift dit bezwaar terzijde door te schrijven dat het feit dat de economische machtigen hun zin krijgen, niet uniek is voor referenda: want ‘zijn parlementen niet ook vatbaar voor krachtige lobbies van bijvoorbeeld multinationals of andere kapitaalkrachtige bedrijven?’

De ideologische lijm die de geatomiseerde samenleving van het FvD bij elkaar moet houden bestaat uit nationalisme en blanke suprematie. Volgens het paranoïde wereldbeeld van het FvD is de afgelopen decennia getracht de Nederlanders van hun geschiedenis te vervreemden en hun cultuur af te nemen. Forum is een groot voorstander van de extreemrechtse mythes van de ‘omvolking’; een vermeende samenzwering door links om de blanke Europese bevolking te vervangen door middel van immigratie, en ‘cultuur marxisme’.

Om deze complotten tegen te gaan roept het FvD op tot ‘Al die mooie dingen die het Westen heeft voortgebracht weer te onderwijzen, uitdragen en promoten ’, terwijl de grenzen worden gesloten (behalve voor ‘degenen die we nodig hebben’) en de linkse invloeden uit de academische wereld en het onderwijs worden weggezuiverd. Het FvD wil ‘remigratie’ aanmoedigen wanneer ‘integratie (assimilatie) niet is gelukt,’ ze wil immigranten ‘met extreme politieke ideeën die niet in lijn zijn met onze westerse beschaving’ deporteren en de toegang van immigranten tot sociale zekerheid beperken.

Als voorbeeld van wat voor soort maatschappij het FvD wil, kan men naar Hongarije kijken: in een interview met een Hongaars tijdschrift noemde Baudet premier Viktor Orbán een ‘held van de westerse beschaving’ en prees hij in het bijzonder zijn anti-Soros campagne.

Baudet ontwikkelde zijn ideeën over nationale soevereiniteit en democratie in zijn proefschrift, De aanval op de natiestaat. Voor Baudet is ‘democratie’ de soevereine uitoefening van legitieme macht in naam van een natie. Deze legitimiteit is niet het resultaat van de erkenning van rechten en democratische organisatie – het is een culturele constructie. Wanneer bestuurders en onderdanen deel uitmaken van dezelfde nationale cultuur, zo betoogt Baudet, zullen de onderdanen zichzelf in hun bestuurders herkennen en hun macht als legitiem accepteren. Hieruit volgt voor hem dat naties homogeen moeten zijn om de vereiste legitimering mogelijk te maken. Staten moeten niet alleen de wet handhaven, maar ook actief de ‘normen en waarden’ van hun samenleving vormgeven om de homogeniteit ervan te behouden (of liever: te creëren). Bij Baudet zien we een verschuiving in de bepaling van deze homogeniteit van culturele termen naar etnische termen, zoals toen hij zei dat hij Europa overwegend blank wil houden, of toen hij zijn angst uitsprak voor de ‘homeopathische verdunning ’ van het Nederlandse volk.

Baudet’s concept van democratie brengt hem er logischerwijs toe de mensenrechten te verwerpen. Baudet beschouwt een natie als soeverein indien de staat die namens de natie optreedt niet beperkt wordt in de uitoefening van haar macht. Aangezien rechten worden gegeven en bepaald door de soevereine macht, hebben mensen alleen die rechten als ze hen als deel van de natie worden toegekend. Mensenrechtenorganisaties stellen grenzen aan wat een soevereine natiestaat mag doen en daarom beschouwt Baudet dergelijke organisaties, evenals alle andere internationale instellingen, als ‘antidemocratisch’. Het verzet van het FvD tegen mensenrechtenverdragen is niet alleen een kwestie van tactiek, gebaseerd op de manier waarop deze verdragen de implementatie van gesloten grenzen belemmeren – het is een principiële kwestie.

Het F-woord

Baudet haalt zijn inspiratie herhaaldelijk bij fascisten. In een stuk voor het Franse rechtse tijdschrift Valeurs Actuelles in december 2015 over de terroristische aanslagen in Frankrijk vergeleek hij de jihadistische terroristen met Gilles, de hoofdpersoon van de gelijknamige autobiografische roman van de Franse fascist Pierre Drieu de la Rochelle uit 1939. Voor hem worden deze figuren aangetrokken door het ‘erotisch effect van geweld’, een opvatting waarmee hij zelf blijkbaar sympathiseert; ‘Alles in het leven wordt bereikt door strijd. Wie niet vecht, sterft. En dan zouden we graag willen dat onze samenleving koste wat kost ‘vrede’ wenst?’ De maatschappij nadert, schrijft Baudet, het punt waarop zij, net als Gilles, gedwongen zal worden de noodzaak van een dergelijke strijd onder ogen te zien.

Een andere Franse schrijver die door Baudet wordt geroemd is Dominique Venner. Venner zat begin jaren zestig in de gevangenis vanwege zijn betrokkenheid bij de rechtse terroristische organisatie Armée Secrète en werkte later samen met Alain de Benoist en andere figuren in de Franse Nouvelle Droite. Centraal in hun project stond een herformulering van de ideeën van extreemrechts in termen van de vermeende ‘essentiële verschillen’ – en dus de onmogelijkheid van vermenging of combinatie van naties.

In de woorden van De Benoist: ‘De ware rijkdom van de wereld is in de eerste plaats de diversiteit van haar culturen en volkeren. De bekering van het Westen tot het universalisme is de belangrijkste oorzaak geweest van de daaropvolgende poging om de rest van de wereld te bekeren… De verwesterlijking van de planeet is een imperialistische beweging die gevoed wordt door de wens om al het andere uit te wissen’.

Dit soort redenering rechtvaardigt anti-immigrantenbeleid, in naam van het behoud van ‘verschil tussen naties’ in plaats van een zogenaamd superieur ‘ras’. Het is ook te zien in Baudet’s oproep tot een ‘soeverein kosmopolitisme’ om de unieke identiteit van elke natie te beschermen (en tegelijkertijd alle verschillen binnen de natie weg te nemen, om deze identiteit te behouden).

De rechtse denker waar Thierry Baudet de meeste overeenkomst mee heeft is Oswald Spengler, auteur van De ondergang van het avondland. Volgens Spengler bestaat de mensheid uit wezenlijk verschillende volkeren (‘Völker’ in het oorspronkelijke Duits) die gedoemd zijn om eeuwige strijd te voeren. Elk volk wordt bepaald door zijn ‘bloed’ – een woord dat Spengler op een zeer vage manier gebruikt, maar dat wijst op een soort eeuwige, metafysische essentie. De voortdurende strijd tussen ‘volkeren’ (in andere tijden ‘naties’ of ‘beschavingen’ genoemd) is cyclisch. Volgens Spengler naderde het einde van de ‘westerse beschaving’ in de jaren twintig. De taak was om het onvermijdelijke moedig onder ogen te zien – zoals de Romeinse soldaat die op zijn post bleef toen de vulkaan Vesuvius uitbarstte en waarvan de overblijfselen eeuwen later ontdekt werden.

Baudet beschouwt Spengler als een ‘groot filosoof’ en herhaalt zijn retoriek van verval, de noodzaak van essentiële verschillen en van eeuwige strijd. Losgekoppeld van de nationale essentie zal een samenleving haar culturele vitaliteit verliezen en in plaats daarvan alleen ‘vormloze, modernistische bouwsels’ produceren, terwijl ‘abstracte, betekenisloze ‘kunst’ ondertussen het thuisgevoel van de mensen vernietigt’. Zo doemt voor hen een toekomst op van ‘spirituele dakloosheid en politieke onteigening’. ‘De maatschappij heeft haar organische eenheid verloren’ en ‘de moderniteit is te ver gegaan’, waardoor we vergeten dat ‘het leven strijd is’. Het ontkennen van deze eeuwige strijd maakt een samenleving decadent en pogingen om mensen te beschermen tegen de gevolgen ervan maken van hen de ‘gezapige kudde-dieren’ die het verkiezingsprogramma van Forum aan de kaak stelt.

Maar Baudet heeft ook een verschil met de Spengler van De ondergang van het Avondland – misschien wel de reden waarom hij zegt dat hij niet langer een adept van hem is. Want Baudet gelooft dat de neergang kan worden teruggedraaid.

Dit was ook het thema van zijn overwinningsrede, die zelfs voor Baudet’s maatstaven bloemrijk was en boordevol verwijzingen naar extreemrechtse thema’s. Baudet beweert dat we ‘tussen de ruïnes’ staan van de ‘grootste en mooiste beschaving die de wereld ooit heeft gekend’, een ‘boreale beschaving’, die van binnenuit wordt aangevallen door journalisten, kunstenaars en linkse leerkrachten en van buitenaf door migratie. Baudet beschreef zijn beweging als ‘een nieuwe politieke theologie’, de drager van een ‘unieke kracht die nooit weggenomen kan worden’, een beweging die een ‘wedergeboorte’ teweeg zal brengen door het land opnieuw te verbinden met zijn ‘oude wortels en het weer tot bloei te brengen’.

De duidelijke invloeden op Baudet van Europese extreemrechtse figuren uit de jaren twintig en dertig, zijn nationalisme en racisme, zijn misogyne uitspraken en zijn verlangen naar autoritair leiderschap doen onvermijdelijk de vraag rijzen wat hem en zijn partij onderscheidt van het fascisme. Het FvD heeft niet het soort militante aanwezigheid op straat dat geassocieerd wordt met het klassieke fascisme en wil ook de meerpartijendemocratie niet afschaffen. Waar nodig kan Baudet nog steeds overgaan op een milder register en in de laatste campagne heeft het FvD vakkundig vermeden om de volledige implicaties van haar programma te bespreken. Internationaal variëren haar contacten tussen het Franse Rassemblement National (het voormalige Front National ) en de rechtervleugel van de Britse Tories.

In het algemeen past het wereldbeeld van het Forum heel goed bij de beschrijving van wat de Italiaanse historicus Enzo Traverso ‘post-fascisme’ heeft genoemd in zijn boek The New Faces of Fascism; ‘De recepten zijn politiek reactionair en sociaal regressief: het gaat om het herstel van de nationale soevereiniteit, het aannemen van vormen van economisch protectionisme [het FvD wil de staat gebruiken om ‘nationale bedrijven’ zoals KLM te ondersteunen] en de verdediging van een bedreigde ‘nationale identiteit’, het ‘handhaaft een plebiscitair model van democratie dat elk proces van collectief overleg vernietigt ten gunste van een relatie die mensen en leider, de natie en haar leider samenbrengt.’

Wie ondersteunt deze politiek?

Toen het FvD in de peilingen begon op te komen, was er de verwachting dat de partij vooral aanhangers van Wilders zou aanspreken. In deze tijden waarin de politiek steeds minder te onderscheiden is van de entertainmentindustrie, is een deel van de aantrekkingskracht van Baudet gewoonweg het feit dat hij nieuw is. De aantrekkingskracht van Wilders’ imago van permanente verontwaardiging en botte uitspraken begint af te nemen. Baudet biedt iets nieuws en anders; hij is jonger, knap, goed gekleed en tweet over hoe het luisteren naar zelfs ‘tweederangs’ negentiende-eeuwse componisten hem doet beseffen hoe veel beter het toen was. Hij legt uit hoe belangrijk het is om te leren hoe je sigaren goed kunt roken en beschouwt zichzelf als ‘de belangrijkste intellectueel van het land’.

Maar hoewel de partij van Wilders bij de provinciale verkiezingen aanzienlijk heeft verloren en peilingen voorspellen dat hij ook bij de volgende landelijke verkiezingen steun zal verliezen, is het verlies minder dan de winst van het FvD. De ‘stijlvolle’ presentatie van het FvD spreekt rechtse kiezers aan die Wilders verwierpen vanwege zijn vulgariteit en het volkse karakter van zijn beweging.

Forum is erg populair onder ambitieuze universiteitsstudenten die zichzelf zien als de opkomende elite. Zij zijn opgegroeid in een samenleving die de laatste twee decennia steeds nationalistischer en rechtser is geworden en het FvD is daarvan de meest coherente uitdrukking. Forum belooft hen een kans op een glanzende carrière: het programma opent met het uitroepen dat het land in een ‘existentiële crisis’, verkeert en dat de oplossingen daarvoor worden geblokkeerd door een ‘kartel’ van politieke partijen die machtsposities monopoliseren. Het FvD belooft het ‘achterhaalde, verstikkende ’ establishment opzij te schuiven om plaats te maken voor de ‘nieuwe generatie’, zodat zij op de ‘juiste posities’ kunnen komen.

Twee jaar geleden incasseerde de PvdA de zwaarste verkiezingsnederlaag in de geschiedenis. Veel van haar kiezers zijn naar rechts opgeschoven, naar partijen van regulier rechts, maar een groot deel koos in plaats daarvan voor GroenLinks. De provinciale staten verkiezingen bevestigen dit beeld. Op enkele belangrijke uitzonderingen na komt de steun voor extreemrechts niet van kiezers die massaal partijen van het centrum verlaten, maar van rechtse kiezers die zich verder naar rechts bewegen. Hoewel de regerende coalitie haar meerderheid in de senaat verloor, groeide rechts als geheel. De rechtervleugel heeft zich gehergroepeerd en is verder geradicaliseerd.

Vanaf de jaren zeventig tot eind jaren negentig was er een soort progressief liberale hegemonie in de Nederlandse samenleving. De wig die een breuk in deze hegemonie opende, was islamofobie. Nieuw rechts nam elementen van de liberale hegemonie over om te gebruiken tegen de Moslim en de allochtone Ander, door te beweren dat seksisme en homofobie producten zijn van ‘niet-westerse culturen’ en dat de verdediging van vrouwen- en homorechten anti-immigrantenbeleid noodzakelijk maakt. Het FvD blijft homo- en femo-nationalistische uitspraken doen – maar in een veel zwakkere vorm. Baudet staat bekend om zijn seksistische opmerkingen. Hij beweert dat vrouwen helemaal niet willen dat hun partners ze respecteren als ze niet instemmen met seks en dat ze heimelijk gedwongen willen worden. Een van zijn eerste publieke daden was de verdediging van ‘versierder’ Julien Blanc (die mannen adviseerde om een vrouw te ‘verleiden’, door haar ‘gewoon te grijpen’). Bewegingen en partijen die het FvD als bondgenoten beschouwt, zoals Pegida of de Belgische groep Schild en Vrienden, staan bol van homofobie en seksisme.

Wat moet links daar tegenover stellen?

Sinds twee decennia zijn de traditionele rechtse partijen steeds rechtser geworden. Terwijl ze zich voordoen als een ‘redelijk alternatief voor extreemrechts’, nemen ze hun ideeën over en maken ze deze ‘respectabel’. Dit was de dynamiek met Pim Fortuyn, met Geert Wilders en het lijkt nu te gebeuren met Baudet nu ‘centrumrechtse’ politici klaarstaan om hem te feliciteren en hun bereidheid tot samenwerking uitspreken. De Nederlandse politiek als geheel wordt steeds reactionairder en nationalistischer. Geen enkele linkse kracht in de Nederlandse politiek heeft het radicalisme en de dynamiek van Baudet of Wilders.

Groenlinks is de laatste tijd tot bloei gekomen omdat zij zich positioneert als een vooruitstrevend alternatief tegenover extreemrechts in zaken als racisme en klimaatverandering. De partij die in het verleden heeft geholpen om de studiebeurzen af te schaffen en andere bezuinigingen door te voeren haalde meer dan 10 procent van de stemmen en verdubbelde haar zetels in de senaat. Prompt kondigde ze aan dat ze bereid is om met de coalitie samen te werken. Als ze dit doet, zal het waarschijnlijk veel van haar kiezers ontmoedigen.

De Socialistische Partij (SP) is er niet in geslaagd succes te boeken, hoewel zij op sociaaleconomisch gebied beduidend linkser is dan Groenlinks. De huidige koers van de SP is een mix van het accepteren van delen van de ruk naar rechts in Nederland, ook op het gebied van immigratie en vluchtelingen en tegelijkertijd proberen zaken waar ze sterker op staat, zoals de gezondheidszorg tot campagnethema te maken.

Deze aanpak is geen succes – de partij verliest al bijna tien jaar lang bij verkiezingen en nu is haar stemmenaantal bijna gehalveerd, tot minder dan 6 procent. Het aantal leden is het laagste in vijftien jaar. Het uitbreken van de crisis in 2008, toen de tijd voor de ideeën van de SP leek te zijn aangebroken, was in plaats daarvan het einde van de groei van de SP.

De grootste bedreiging voor de ‘westerse beschaving’, schreef Spengler in zijn laatste boek, is het samenkomen van klassenstrijd van onderaf met de strijd van onderdrukte volkeren in een ‘gekleurde wereldrevolutie’. Een voor de hand liggende les voor links is dat kwesties van racisme en immigratie geen secundaire zaken zijn, maar dat ze inderdaad gecombineerd moeten worden met andere vormen van emancipatiestrijd. We hebben in Nederland onlangs een periode van toenemende stakingsactiviteit gezien en grote marsen zoals de vrouwenmars en de klimaatmars. In plaats van te proberen een partner voor rechts te zijn, kan links één ding leren van de aanpak van Wilders en Baudet: consequente oppositie en ideologische strijd kunnen veranderen wat in de politiek voor mogelijk wordt gehouden.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op Jacobin. Nederlandse vertaling: redactie Grenzeloos.