De kracht van een ideologie

De grondwetswijzigingen van 1993 en 2001 hebben de eisen van de Vlaamse Beweging volledig ingewilligd, niet alleen op het vlak van de culturele emancipatie, maar ook op het vlak van de bestuurlijke autonomie van de Vlaamse regio, een gebied waarin de meerderheid van de Belgische bevolking leeft. Bijgevolg heeft de Vlaamse Beweging geen doelstelling meer en dus geen bestaansreden. Daarentegen hebben we vandaag te maken met een beweging die een groot probleem vormt voor de Belgische staat, het separatistisch Vlaams-nationalisme, voortgekomen uit de Vlaamse Beweging. Twee partijen, die in de verkiezingen van 26 mei 2019 40% van de stemmen in Vlaanderen kregen, belichamen dit nationalisme: enerzijds de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) en anderzijds het Vlaams Belang (VB). Een correcte inschatting van dit nationalisme vergt een historische terugblik. Vele Franstaligen vergissen zich wanneer ze dit nationalisme herleiden tot fascisme, wat een betwisting van dit nationalisme sterk bemoeilijkt.

De geboorte van het Vlaamse nationalisme einde 19e eeuw

De pluralistische Vlaamse Beweging waarin christenen, liberalen, enkele Franstaligen (1) Zo bijvoorbeeld Lucien Jottrand die samen met Karl Marx actief was in de Internationale Democratische Vereniging. Hij zat in 1856-1857 de Vlaamse Commissie voor, de zogeheten Grievencommissie, wier rapport werd afgewezen door de liberale premier Rogier. en later socialisten actief waren, ontstond rond 1845 toen België vijftien jaar oud was. Deze beweging betwistte het bestaan van de nieuwe staat niet, uit angst voor Franse annexatie. Pas in de jaren 1880 ontstond er een vorm van Vlaams nationalisme onder invloed van het neoromantisme en van de ideeën van een Herder, een Fichte en een Adam Müller. Dit nationalisme beschouwde de bevolking in het noorden des lands uit historische oogpunt als een culturele, talige en religieuze eenheid. “De taal is gans het volk”, verkondigde men. Maar die arme, onwetende bevolking sprak diverse dialecten (Vlaams, Brabants en Limburgs) en ageerde noch beschouwde zich als een volk. Slechts een minderheid had kennis van het Nederlands.

Het volk moest “ontwaken”, en wel onder leiding van flamingante kleinburgers zich de toekomstige elite van de natie in wording waanden. Om hun nationalisme te legitimeren construeerden zij een fantasierijke geschiedenis van het middeleeuwse graafschap Vlaanderen, waarbij zij de eigen ontwikkeling van Brabant en Limburg-Loon verwaarloosden. De beruchte Slag der Gulden Sporen van 1302 waarin een grotendeels uit gemeentenaren samengestelde krijgsmacht een Frans ridderleger in de pan hakte, werd het symbool van de Vlaamse zelfstandigheidsstrijd. Maar dit gefantaseerde nationalisme leefde enkel in de hoofden van een kleine minderheid.

Het Vlaams nationalisme 1918-1945

Het nationalisme kreeg pas later greep op de Vlaamse Beweging. De Grote Oorlog lokte bij de Vlaamse soldaten die door Franstalige officieren werden bevolen, weerstand op. Hieruit ontstond de Frontpartij, voorloper van de Vlaams-nationalistische partijen. In bezet België pookte de Duitse bezetter met zijn Flamenpolitik de nationalistische gevoelens op: hij steunde bijvoorbeeld  de onafhankelijkheidsverklaring van de Vlaamse Raad en vernederlandste de Franstalige universiteit van Gent, een oude eis van de Vlaamse Beweging. Zij die met de bezetter samenwerkten stonden bekend als “aktivisten”.(2)Lode Wils beschouwt de politiek van de Duitse bezetter als een belangrijke stimulans in de ontwikkeling van het Vlaamse nationalisme (Flamenpolitik en Aktivisme, Leuven 1974).

Na de oorlog bloeide het Belgische patriottisme op en overlaadde de hele Vlaamse Beweging met schande. De conferentie van Loppem in 1918, voorgezeten door Albert I, aanvaardde het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen, want het was duidelijk geworden dat men rekening moest houden met de socialisten om politieke chaos vermijden. De Belgische Werklieden Partij had zich achter de oorlogsinspanningen geschaard maar de Vlaamse verzuchtingen verwaarloosd. Met de Vlaamse eisen hield Loppem geen rekening. Maar weldra won de Vlaamse Beweging terug aan kracht, voornamelijk door het feit dat het Belgische establishment systematisch de taalwetgeving saboteerde, de vernederlandsing van de Gentse universiteit tegenhield en de tweetaligheid in Vlaanderen verdedigde, maar ze in Wallonië afwees. Pas in 1930 werd de Gentse universiteit vernederlandst.

Een reactionair klimaat, 1920-1940

De ontwikkeling van het Vlaamse nationalisme in de jaren 1920 en ’30 gebeurde in een op politiek vlak autoritair, reactionair en elitair Europees klimaat. In 1924 ontstond de Action Nationale, een uiterst rechtse royalistische Franstalige organisatie geleid door Pierre Nothomb, telg van een illuster aristocratische geslacht. In 1931 stichtte Joris Van Severen het Groot-Nederlandse Verdinaso, het Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen. In 1928 ontstond het Algemeen Vlaamsch Nationaal Verbond, voorstander van zowel buitenparlementaire als parlementaire revolutionaire actie. Maar hiervoor was een hechte eengemaakte partij nodig. Die zag het licht in 1933 met als leider Staf de Clercq onder de naam Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), die de organisatie van Joris van Severen de loef afstak. Aan Belgische kant ontstond de uiterst rechtse katholieke organisatie van Léon Degrelle, REX (namelijk Christus Koning). Die partij behaalde in 1937 een electoraal succes met 19% van de stemmen, hoofdzakelijk in het Franstalig landsgedeelte. Zij was sterk beïnvloed door het Italiaanse fascisme et het Spaanse falangisme.(3)Martin CONWAY: Building the Christian City: Catholics and Politics in Inter-War Francophone Belgium, in Past and Present, nr. 128, augustus 1990; en Collaboration in Belgium – Léon Degrelle en the Rexist Movement, Yale-London 1993. Koning Leopold die in 1924 de troon besteeg stond bekend als een autoritaire figuur die de parlementaire democratie misprees en een leidende rol wilde spelen in een staat met een sterk executief.

Zelfs de Belgische Werklieden Partij ontsnapte niet in haar geheel aan de autoritaire en elitaire ideeën: namelijk het neo-socialisme van een Hendrik de Man (4)Hendrik DE MAN was teleurgesteld door het onvermogen van de arbeidende klasse om het socialisme te verwezenlijken en verwierp daarom de klassenstrijd. De enige uitweg was het Belgisch nationalisme rond de figuur van Leopold III en de idee dat het nationaalsocialisme een nieuw tijdperk aankondigde. Zie hierover Jan-Willem Stutje: Hendrik de Man. Een man met een plan, Kalmthout 1918. die het reformistisch marxisme had verworpen, in Frankrijk vertegenwoordigd door een Marcel Déat (5)B. Montagnon, Adrien Marquet et Marcel Déat: Néo-socialisme? Ordre – Autorité – Nation, Parijs 1933. die eveneens in de collaboratie met het nazisme zou verzinken. Van haar kant organiseerden de Belgische communisten in februari 1937 een sectie onder de naam Vlaamsche Kommunistische Partij (VKP) die opteerde voor federalisme, waarmee ze zich een flamingant figuur aanmat in de hoop zo het reactionaire nationalisme te bestrijden.(6)José GOTOVICH en Rudy VAN DOORSLAER: Les Communistes et la Question Nationale, 1921-1945, in BTNG 3, 1997.

Bruno de Wever, historicus van de Vlaamse Beweging (7)Men mag Bruno de Wever, van linkse signatuur, niet verwarren met zijn broer Bart., kenmerkt het VNV als een fascistische partij die, naast andere Vlaams-nationalistische organisaties, werkte aan de vorming van een identitaire Vlaamse cultuur.(8)Bruno DE WEVER: Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, Tielt 1994. Het VNV belichaamde, bij gebrek aan een Vlaamse bourgeoisie van enig gewicht, de geest van een kleine burgerij bestaande uit onderwijzers, dokters, winkeliers en hele en halve intellectuelen. Het was voorstander van een corporatistisch staatsbestel, en huldigde een antikapitalisme dat het “parasitair financierskapitalisme” veroordeelde en het “gezond en productief industrieel kapitalisme” verdedigde. In cultureel opzicht was het VNV conservatief, anti-modernistisch en verdediger van rurale waarden in een katholiek Vlaanderen: een idyllisch land met een gezonde idealistische jeugd die de mondaine pleziertjes afwees. Dat was ook de visie van de katholieke organisatie Scriptores Catholici aan haar auteurs oplegde, een visie die deze vereniging pas in de jaren 1960 prijs gaf. In verband met deze nationalistische cultuurvisie heeft de flamingante historicus Leo Picard gesproken van de vorming van een Vlaamse “subnatie” door een “subbourgeoisie” die is blijven vastzitten in de 19de-eeuwse burgerlijke ideologie (9)Leo Picard, De Formatie van een Vlaamse Subbourgeoisie, in BTNG 2, 1970, pp. 145-149., terwijl de historicus Jan Dhondt spreekt van een “kleinburgerlijk gevoelsnationalisme”.(10)Jan Dhondt, Bespreking van A. de Bruyne, Het Kwade Jaar, in BTNG 3, 1972, 3-4, p. 464.

De nationalisten beschouwden zichzelf als een elitaire avant-garde die “hun volk” uit zijn slaap moesten wekken. “Volk wordt staat” was de leuze van deze nationalistische prins die de schone slaapster uit de dood deed verrijzen. Bij gebrek van een bourgeoisie van enig gewicht stichtte de Vlaamse Beweging in 1926 het Vlaams Economisch Verbond (VEV) met de bedoeling de industriële ontwikkeling te stimuleren, maar zonder veel succes. Zijn eerste voorzitter was Lieven Gevaert, baas van een bedrijf dat zijn naam droeg en wereldwijd fotografisch materiaal produceerde. In 1935 zag de Vlaamse Kredietbank het licht, verbonden met de katholieke Boerenbond. Het VEV bleef echter ondergeschikt aan de VBO, de Vereniging van Belgische Ondernemingen. Pas in de jaren 1970, als gevolg van de ondergang van de Waalse industrie en de opkomst van een moderne industrie in Vlaanderen, won het VEV aan macht.

De arbeidersbeweging en de nationale kwestie

Uitgaande van haar “eerst biefstukken reformisme” en onder druk van haar Franstalige secties die niet moesten weten van de Vlaamse Beweging, beschouwde de sociaaldemocratie de taalkwestie als niet prioritair. De BWP ontkende weliswaar niet dat de taalsituatie ondemocratisch was, maar ze ondersteunde, enkele voormannen uitgezonderd, ternauwernood de democratische verzuchtingen van de flaminganten en beschouwde de Vlaamse Beweging als een bourgeoiszaak.(11)Bruno DE WEVER: Links en het Vlaams-nationalisme: Living Apart Together in Belgium, in Politiek en Samenleving, 2011/10, en Maarten VAN GINDERACHTER: Het rode vaderland. De vergeten geschiedenis van de communautaire spanningen in het Belgisch socialisme voor WO I, Tielt 2005. In 1894 verleende ze haar parlementairen de vrijheid te stemmen over de taalwetten zoals het hun paste, dit ten koste van de Vlaamse zaak. De BWP bleef bij een eentalig Wallonië, ondanks een belangrijke immigratie uit Vlaanderen. Tegen de eerste taalwetten ontstond een Waalse Beweging.(12)Els WITTE & Harry Van VELTHOVEN: Strijd om een taal. De Belgische Taalkwestie in historisch perspectief, Kapellen 2010, p. 37. Dit alles droeg bij tot een versterking van het nationalisme en het vasthouden van vele flaminganten aan het katholicisme waartegen de BWP een antiklerikale actie voerde die meer te maken had met een burgerlijk-liberale “laïcité” dan met een socialistische.

In de loop van de 19e eeuw verhinderde de Kerk de ontwikkeling van een onafhankelijke christendemocratische partij. Ze vernietigde de Christelijke  Vlaamse Volkspartij in de streek van Aalst, opgericht door priester Adolf Daens en diens broeder Pieter, voorlopers van de christendemocratie.(13)Lode WILS: Het daensisme. De opstand van het Zuid-Vlaamse platteland, Leuven 1969. Dit gebeurde in naam van de eenheid van de katholieke zuil waarin de katholieke standenpartij een centrale rol speelde en waarin de katholieke ondernemers geen christendemocratische vleugel duldden.(14) S.H. SCHOLL ed.: 150 jaar Katholieke arbeidersbeweging in België (1789-1939), Tweede Deel, Brussel 1965, en Deel Drie, Brussel 1966. De christelijke arbeidersbeweging in de katholieke zuil in Vlaanderen werd in de 20ste eeuw weldra sterker dan de socialistische. Een aantal van haar organisatoren waren Vlaamsgezind maar hun nationalisme kreeg weinig voet aan de aarde bij de arbeiders die koningsgezind waren en zich Belgisch voelden. Het taalflamingantisme van een deel van de clerus wilde het volk beschermen tegen de ideeën van de Franse revolutie. In de 19e eeuw had de dichter Gezelle zelfs een pleidooi gehouden voor een omgangstaal gebaseerd op het West-Vlaams omdat hij het Nederlands “protestants” vond.

De evolutie van het nationalisme van 1945 tot 1968

De collaboratie met het Nazisme van de Vlaams-nationalistische organisaties (waaraan naïeve flaminganten hadden deelgenomen naast bewuste administratieve, politieke en militaire collaborateurs) legde na de bevrijding opnieuw een domper op de Vlaamse Beweging. Het extreem Vlaams-nationalisme zelf leefde half clandestien voort in diverse kleine organisaties, veteranen van het Oostfront, uitgeverijtjes, jeugdgroepen, enz. In 1954 werd een nieuwe Vlaamse partij opgericht. Deze Volksunie (VU) sprak zich uit voor een democratische parlementaire weg naar het federalisme en de volledige verwezenlijking van de Vlaamse eisen qua taalwetgeving en cultuurbeleid. Maar in de VU leefden diverse stromingen, waaronder extreem rechtse, zoals de Vlaamse Militanten Orde die in 1971 uit de partij werd gezet.

De grote meerderheid van de Vlaamse Beweging heeft tot de dag van vandaag geen fundamentele kritiek geuit op het misdadige aspect van de collaboratie. Een analyse van het ideologische karakter van haar nationalisme bleef eveneens achterwege. Integendeel, ze stelde de collaborateurs voor als dé slachtoffers en eiste amnestie met het argument dat het om “idealisten” ging. De Vlaamse vleugel van de nieuwe christendemocratische partij, de CVP, zette zelfs voormalige collaborateurs op haar kieslijsten om daarmee stemmen te winnen, en ook zij vermeed een grondige kritiek van de Vlaamse collaboratie, zoals men in Wallonië liever zweeg over het Waalse Legioen van de Waffen-SS.

Aan het eind van de jaren 1950 begon de aftakeling van de Waalse industrie, waarvoor de grote Belgische holding Société Générale verantwoordelijk was. Hiertegen reageerde de Waalse Vakbeweging, in de nasleep van de grote winterstaking van 1960-91, met de oprichting van de Mouvement Populaire Wallon. De MPW ijverde voor een federalisme met drie en structuurhervormingen, in de hoop daarmee haar industrie te redden. Ze was voorstander van een interregionale structuur in de Waalse vleugel van de socialistische vakbond ABVV, dominant in Wallonië. Maar in 1964 verklaarde de Belgische Socialistische Partij dat het MPW-lidmaatschap onverenigbaar was met dat van de partij. Uit deze scheuring ontstond in 1968, na diverse gedaantewisselingen, het Rassemblement Wallon, dat een natuurlijke dood zou sterven aan het einde van de jaren 1980.

Maar de neergang van Wallonië hield aan terwijl in Vlaanderen een moderne, winstgevende industrie tot stand kwam, gesymboliseerd door het staalbedrijf Sidmar dat in 1962 werd opgericht met Luxemburgs en Belgisch kapitaal, maar desondanks in Wallonië werd opgevat als een anti-Waalse zet. Dit alles werkte een verdere verdeling van het land in de hand, politiek, ideologisch en cultureel. Na 1968 verhuisde de Franstalige afdeling van de Katholieke Universiteit Leuven onder dwang naar Waals Brabant. In deze splitsing speelde het Vlaamse nationalisme een rol, maar evenzeer de arrogante houding van het Episcopaat tegenover de Vlaamse studenten. Het positieve gevolg van de protestbeweging was een nieuwe universiteit in Wallonië en het ontstaan van nieuwe radicale linkse organisaties.

De geboorte van een nieuw Vlaams nationalisme

In de jaren 1970 begon de wereldwijde economische crisis en groeide het contrast tussen Wallonië en Vlaanderen verder aan. Wallonië wordt er van beschuldigd te parasiteren op de in Vlaanderen geproduceerde rijkdom, waarmee in de eerste plaats de sociale zekerheid werd bedoeld, naast een verspillende gezondheidszorg en de nutteloze tegenprestaties voor elk groot bouwwerk in Vlaanderen, enz.

Het verzet tegen het soberheidsbeleid verzwakte samen met een neergang van het arbeidersklassenbewustzijn, en de heerschappij van de neoliberale ideologie verspreidde zich in het hele maatschappelijke weefsel. Niet minder belangrijk is de aan de gang zijnde afbrokkeling van de christelijke, socialistische en liberale zuilen, het stemmenreservoir van de drie traditionele partijen en die een overwicht bezorgen aan de christendemocratie. Er wordt niet zozeer meer gestemd vanuit levensbeschouwelijk standpunt, maar veeleer à la carte, vanuit individuele emotionele reacties opgesloten in een neoliberaal landschap. Die ontzuiling heeft ook negatieve gevolgen, namelijk wat Luc Huyse de opkomst van “politieke concerns” noemt die “zoals hun economische soortgenoten stelselmatig oligopolische machtsposities uitbouwen.(15)Luc HUYSE, De verzuiling voorbij, Leuven 1987.

De meningsverschillen m.b.t. de economische en politieke situatie in beide landsdelen verscherpten de tegenstellingen binnenin de traditionele partijen die zich opsplitsten: de Vlaamse christendemocratie maakt zich in 1972 los van de PSC-CVP en heet vanaf 2001 CD&V (Christen-Democratisch & Vlaams); de Vlaamse vleugel van de BSP verlaat de eenheidspartij in 1980 en heet vanaf 2001 SP-A (Socialistische Partij – Anders) en de Vlaamse liberalen worden in 2007 de Open-VLD (Vlaamse Liberale Democraten). De Franstalige partijen veranderden eveneens hun naam: de PSB liet het adjectief Belgisch vallen en wordt Parti Socialiste (PS), de liberalen werden Mouvement Réformateur (MR) en de christendemocraten Centre Démocratique Humaniste (CDH). In het Brusselse gewest veranderde in 2015 het anti-Vlaamse Front des Francophones  zijn naam in Démocrate Fédéraliste Indépendant (DéFI). De twee belangrijke vakbondsfederaties, het christelijke ACV-CSC en het socialistische ABVV-FGTB splitsten niet maar kregen een federale structuur.

Deze ontwikkeling die een staatsrechtelijke federalisering van België aankondigde gebeurde in een nieuwe ideologische en maatschappelijke context. Sinds de jaren 1970 onderging Vlaanderen een culturele ontwikkeling die de traditie de rug toekeerde en zich schikte in een neoliberale moderniteit. Een op de wereldmarkt gericht artistiek bedrijf kwam tot leven. Op literair gebied verving een eigentijdse urbane Hugo Claus de nostalgische rurale Felix Timmermans. Anticonceptie werd algemeen. In 1990 bekwam de vrouwenbeweging het recht op abortus . Euthanasie werd gelegaliseerd en het homoseksueel huwelijk in 2003 ondervond geen noemenswaardig verzet van de katholieke organisaties. De ontkerkelijking nam toe en de Kerk verloor haar dominerende positie in Vlaanderen. Het schandaal van de pedofilie onder de clerus bracht de morele autoriteit van de Kerk en zware slag toe. Maar ook de socialistische beweging in Vlaanderen ging sterk achteruit, mede als gevolg van haar sociaalliberalisme in een van de neoliberale ideologie doordrongen samenleving.

Een uiterst rechtse nationalistische partij: het Vlaams Belang

Vanaf de jaren 1960 deed een nieuw geïmmigreerd proletariaat zijn intrede in België, later gevolgd door de komst van vluchtelingen met een aantal gevolgen waarvoor de overheid grotendeels verantwoordelijk was en is. Vanaf de jaren 1970 uitte het Vlaamse nationalisme een felle kritiek op de federale hervormingen die zij ontoereikend vond. Uit dit alles ontstond een nieuwe uiterst rechtse populistische partij, wier oprichters historische banden hadden met de uiterst rechterzijde van het interbellum en de daaropvolgende collaboratie met het nazisme : het Vlaams Blok dat later, na een veroordeling voor racisme, zijn naam veranderde in Vlaams Belang (VB). Zijn directe oorsprong ligt in de rechterzijde van Volksunie. Het propageert een etnisch, “volks” nationalisme en heeft vriendschapsbanden met navenante Europese partijen. Het VB verschilt echter van zijn vooroorlogse voorlopers in zijn parlementaire strategie, maar hanteert daarnaast vreemdelingenhaat, racisme en islamofobie. Tegenwoordig verdedigt het VB een sociaal programma met linkse ondertonen en krijgt hiermee gehoor in niet-nationalistische kringen. Het VB is vanuit economisch oogpunt echter fundamenteel neoliberaal en verschilt ook in dit opzicht van het vooroorlogse corporatistische sociale model. Politiek geïsoleerd door het “cordon sanitaire” van 1989 slaagde het er evenwel in electoraal door te breken in december 1991, op de zogenaamde “zwarte zondag”. Sindsdien is zijn bestaan verzekerd.

Een dominerende neoliberale nationalistische partij, het N-VA

De N-VA verschilt in menig opzicht van het VB. Zij is een conservatieve neoliberale partij, voorstandster van een burgerlijke parlementaire democratie. Zij herleidt bijvoorbeeld de strijd tegen de armoede tot een vertoog over de individuele verantwoordelijkheid van de arme, en verwerpt in puur liberale stijl elke collectieve aanpak. Haar nationalisme vertoont overeenkomsten met het nationalisme van andere kleine naties in Europa, zoals dat van de Catalaan Puigdemont en haar statuten stellen een onafhankelijk Vlaanderen voorop. Betreffende kwesties als abortus, racisme, antisemitisme of LGTBIQ kan men de N-VA niets verwijten, al is ze, samen met CD&V en VB, tegen een versoepeling van abortus. Het N-VA ontstond in 2001 uit de Volksunie als reactie op de akkoorden van Lambermont m.b.t. de federalisering, en met de steun van personaliteiten uit de Vlaamse Volksbeweging (VVB), een separatistische drukkingsgroep. In 2004 vormde de N-VA een kartel met de CD&V en samen veroverden ze 26% van de stemmen. Maar het kwam tot een breuk in 2006 toen de christelijke arbeidersvleugel zich verzette tegen het toenemend gewicht van het neoliberalisme in de N-VA.

Ondanks de tegenstand van de drie traditionele partijen werd zij de dominante partij in Vlaanderen en qua uitgebrachte stemmen de grootste partij in België. Zij opteert voor “confederalisme”, opgevat ofwel als een institutioneel eindpunt in de structuur van het koninkrijk en waarin Vlaanderen Wallonië onderwerpt aan de eisen van de ondernemers, ofwel als een stap naar de onafhankelijkheid. Dit confederalisme kan eveneens fungeren als chantagemiddel om van Wallonië verdere concessies af te dwingen, bijvoorbeeld de splitsing van de sociale zekerheid.

De leider van de N-VA, Bart de Wever, put zijn ideologie uit de antirevolutionaire Ierse denker Edmund Burke (1729-1797), grondlegger van het Brits conservatisme.(16)Zie Ico MALY : N-VA. Analyse van een politieke ideologie, Borgerhout 2012. Hij klaagt in navolging van de Britse conservatieve psycholoog Theodore Dalrymple, de “links-liberaal utopische” gedachtewereld aan. Volgens De Wever heeft de jeugdrevolte van 1968 de cultuur geïnfecteerd met multiculturele en politiek correcte ideeën die schadelijk zijn voor het sociale weefsel en de eenheid van de Vlaamse natie in wording. Hij verdedigt evenwel, in tegenstelling tot zijn separatistische concurrent, het VB, niet een etnisch maar wel een staatsburgerlijk nationalisme, dat van de liberale natie-staat.(17)Bart DE WEVER: Over identiteit, Gent 2019. In zijn streven naar de onafhankelijkheid van Vlaanderen is hij te rade gegaan bij de studies van de Tsjechische historicus Miroslav Hroch, een specialist van de nationale bewegingen in het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk: eerst leggen de “patriotten” de grondslagen van een nationale cultuur, dan overtuigen zij “hun onvolmaakt volk” van zijn eenheid en zijn historische lotsbestemming, en in de derde fase brengen ze een massabeweging op gang die moet leiden tot de vorming van een natie-staat.(18)Bruno DE WEVER, F.-J. VERDOODT & Anton VRINTS: De Vlaamse patriotten en de natievorming. Hoe de Vlaamse natie ophield ‘klein’ te zijn., in Wetenschappelijke Tijdingen, 2015/4 en Bruno DE WEVER: Nationale onverschilligheid, een uitdaging voor het nationalisme onderzoek? Een nationale workshop en een gesprek met Miroslav Hroch, in WT 2017/1.

Bart de Wever houdt niet van vakbonden die het sociaal beleid actief betwisten en staat een niet-racistische, inclusieve identiteit voor, maar die stoelt op een leidende Vlaamse cultuur, op een “Leitkultuur” om de dubbelzinnige term afkomstig van de Duitse rechterzijde te bezigen. Als tegenstander van de socialisten die in Wallonië de meerderheid vormen, weigert de N-VA allianties met de PS waarin de Vlaamse partijen niet in de meerderheid zijn. Dit maakt de vorming van een federale regering, zoals vandaag blijkt, uiterst moeilijk. Een aantal jaren geleden al stelde de Vlaams-nationalistische politicoloog Bart Maddens het organiseren van een institutionele chaos voor om België politiek instabiel te maken en het nationalisme aan te wakkeren.(19)Luc HUYSE, interview in Knack, 6 november 2019. Zie ook Maddens’ essay Omfloerst separatisme? Van de vijf resoluties tot de Maddens-strategie, Kalmthout 2009.

Vandaag kiest de N-VA voor een” strategie van de verrotting” op federaal vlak. Indien de Franstaligen een zevende grondwetsherziening afwijzen is de N-VA logischerwijze gedwongen om de verdere vorming van een Vlaamse natie weer op te pakken met een identitaire koers die zij bij haar deelname aan de vorige federale regering tijdelijk verlaten had.(20)Bruno DE WEVER, interview in Knack, 20 novembre 2019.

Vlaanderen, een natie in vorming?

Historicus Lode Wils, specialist van de Vlaamse Beweging, beschouwt Vlaanderen als een natie in wording.(21)Lode WILS: Van Clovis tot Happart, Leuven 1992, en Van de Belgische naar de Vlaamse natie. Een geschiedenis van de Vlaamse Beweging, Leuven 2009. Hij heeft het blijkbaar bij het rechte eind maar het is niet zeker of dit proces zich zal voortzetten in de door de nationalisten gewenste richting. De geschiedenis is geen doelgericht proces waarin het eindresultaat reeds in het begin vervat zit. Teleologie is eigen aan elke vorm van nationalisme die de geschiedenis (etnisch en/of racistisch opgevat) als legitimering misbruikt. Dit geldt evenzeer voor het Belgisch nationalisme waaraan zelfs een groot historicus als Henri Pirenne zich schuldig maakte toen hij de oorsprong van de Belgische staat in de Gallische Oudheid situeerde.(22)J. DHONDT: Henri Pirenne: historien des institutions urbaines, in Annali della Fondazione italiana per la storia administrativa, III, 1966, pp. 81-129. Het Vlaamse nationalisme legitimeerde de Vlaamse natie met het vroegmiddeleeuwse graafschap Vlaanderen. Zij stelt de Bourgondische 15e eeuw iets te gemakkelijk voor als een (echter op niets uitgelopen) begin van de eenmaking der Nederlanden, een gebied dat bovendien Franstalige inwoners telde (Artois, Henegouwen, Brabant). En zij vergeet, ironie van de geschiedenis, dat de Vlaamse Beweging haar bestaan te danken heeft aan België dat zich in 1830 afscheidde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In het andere geval was het noorden van België gewoon Nederlands taalgebied geweest en waren het misschien de Franstaligen die een eigen beweging hadden opgericht.

Om leefbaar te zijn heeft een natie de consensus nodig van een bevolking die sociale tegenstellingen en antagonisme vertoont. De Belgische bevolking heeft nooit veel nationale trots of burgerzin vertoont zoals dat het geval is in andere staten. Dat geldt ook voor Vlaanderen ondanks de uitspraak van Bart de Wever dat de meerderheid van de kiezers gestemd heeft voor de separatistische partijen N-VA en VB. Maar die kiezers hebben om zeer diverse redenen voor die partijen gestemd. De meerderheid van de Vlamingen voelt zich nog steeds, in meer of mindere mate, verbonden met België. Dat vormt natuurlijk een probleem voor de separatistische en confederalistische strategie van de N-VA. Na haar relatieve acteruitgang in de laatste verkiezingen, kiest ze voor de sabotage van de Belgische staat. De Vlaamse regering onder N-VA controle plant in verband hiermee een identitaire ideologische oorlog tegen wat ze de “linkse cultuur” of het “cultuurmarxisme” noemt.

Een conservatieve wereldbeschouwing

De Vlaamse N-VA-regering, geflankeerd door haar partners VLD en CD&V, bereidt een “Kulturkampf” voor op diverse fronten. De bevelhebber in die oorlog is Joachim Pohlmann, voormalig raadsman en tekstschrijver van Bart de Wever en vandaag kabinetschef van minister-president Jan Jambon en belast met het cultuurbeleid in Vlaanderen. In de beeldspraak van de N-VA “zit de cultuur in het Vlaamse DNA”, en is volgens Pohlmann “cultuur het fundament is van onze gemeenschap”, alsof dat niet geldt voor elke gemeenschap. Het cultuurbegrip van Pohlmann omvat meer dan de verzamelde kunsten. Het staat, een Duitse idee getrouw, tegenover civilisatie. Kultur staat voor een gevoelsmatig esthetische houding tegenover de geestelijke wereld, Zivilisation daarentegen voor de burgerlijke zelfgenoegzaamheid met de materiele wereld, de “oppervlakte van het menselijke bestaan”.(23)Zie o.a. Norbert ELIAS: Het civilisatieproces (1939, Boom 2011.

Zijn wereldbeschouwing stamt uit het begin van de 20ste eeuw waarin geklaagd werd over decadentie en de afbraak van het gemeenschapsgevoel door de industriële maatschappij.(24)Ferdinand TOENNIS: Gemeinschaft und Gesellschaft. Abhandlung des Communismus und des Socialismus als empirischer Culturformen. Berlijn 1887. Daarin werd niet zozeer het kapitalisme aangeklaagd als wel het gebrek aan gemeenschapszin en aan autoriteit. In het conservatieve wereldbeeld van de N-VA-leiders klaagt men over het “mondaine links-liberalisme”, de “cultuurhobo’s”, de “verstikkende politieke correctheid” en typisch populistisch, over het “cultuurrelativisme van de intellectuele, artistieke en academische elite”.(25)De Standaard, 23 november 2019. Collectieve oplossingen voor de maatschappelijke problemen bestaan niet in dit wereldbeeld waarin gewezen wordt op de individuele verantwoordelijkheid van het individu. Tot zover het “medelevend conservatisme”.

De Vlaamse cultuuroorlog

De Vlaamse regering waarin de N-VA het cultuurbeleid bepaalt en waaraan VLD en CD&V zich onderwerpen, zal haar “Kulturkampf” op diversie fronten voeren.

Het geschiedenisonderwijs zal steunen op een “canon” waarin de luisterrijke historische en culturele gebeurtenissen van het oude Vlaanderen worden verheerlijkt, met als bedoeling de jeugd een gevoel van trots te injecteren. Deze idee komt uit het brein van de Joachim Pohlmann en wordt gedeeld door Bart de Wever die nochtans in 2002 in De Standaard het volgende schreef: “Geschiedenis laat zich niet canoniseren tot absolute en eeuwige waarheden. Een officiële versie van het verleden opleggen, als dienstmaagd voor het politieke heden, is typisch voor totalitaire regimes”. Hoe die canon tot stand moet komen is onzeker, geen enkele ernstige historicus durft er zijn handen aan verbranden. Het is twijfelachtig of de jeugd die in de kosmopolitische wereld van de cultuurindustrie leeft, in bewondering zal staan voor een Rubens en voor de eenmalig glorierijke veldslag van 1302. Een museum voor Vlaamse cultuur is ook gepland en men mag er aan twijfelen of de feodale verdeeldheid van het graafschap Vlaanderen met zijn oorlogen waarin adel, steden, meesters en gemeentenaren elkaar te lijf gingen aan bod zal komen. Als er zoiets is als Vlaamse identiteit dan wordt ze het heden verwezenlijkt, niet in een mythisch verleden.

Een ander front in die oorlog is de cultuurwereld waarin sterk bezuinig zal worden. Experimenteel theater helpt Vlaanderen niet vooruit, maar nationalistische projecten zoals bijvoorbeeld het idyllische boerendorp Bokrijk hoeven niets te vrezen.De Vlaamse Radio en Televisie wordt verweten teveel aandacht aan “linkse” thema’s te wijten en de nieuwe baas van het Vlaams Audiovisueel Fonds, Edwin Provoost, vindt dat films de “Vlaamse identiteit moeten veilig stellen.(26)De Standaard, 4 maart 1919.

Het onderwijs moet enerzijds meer elitair en minder kritisch zijn, en anderzijds tegemoet komen aan de behoeften van de ondernemers. Ook hier wordt bespaard. Typisch is de afschaffing van het «M-decreet» waarin de vorige regering de integratie van leerlingen met specifieke behoeften (lichamelijk en geestelijk gehandicapten) wilde verbeteren. Opvallend is het feit dat de christelijke zuil die de grote meerderheid van het onderwijsnet beheert (80% van het secundair onderwijs) de controle heeft overgelaten aan de N-VA. De CD&V heeft, om toch maar mee aan de macht te zijn, haar ziel heeft verkocht aan het nationalistisch neoliberalisme.

De maatregelen in verband met de “nieuwkomers”, immigranten en vluchtelingen worden verscherpt. In tegenstelling tot de inburgering “rond de Europese waarden” krijgen we te maken met “uitburgering”, met marginalisering en stigmatisering. Asielaanvragers krijgen geen gezinssteun zolang ze niet als zodanig zijn erkend. Alleen wie langer dan vijf jaar zonder onderbreking in Vlaanderen woont kan steun genieten. Elke keer een erkende asielzoeker naar een andere gemeente verhuist, begint zijn wachttijd voor het bekomen van een sociale woning vanaf nul. De regering zal zich terugtrekken uit UNIA. Vlaanderen heeft namelijk geen behoefte aan deze instelling die waakt over de anti-discriminatorische maatregelen, “die evenzeer kunnen worden bewaakt in het onderwijs, de sportsector en de sociale bijstand”. Die maatregel stond zelfs niet in het programma van de N-VA maar wel in dat van het VB! De plaatselijke religieuze instellingen (islamitische uiteraard) verliezen hun erkenning als ze “zich verzetten tegen ons maatschappijmodel”. Dit opent de deur voor willekeur want wie is “ons” en wie bepaalt wat “ons model” is.

In verband met de subsidiëring van de socioculturele verenigingen hebben de oppositiepartijen SP-A, Groen en PVDA de aanpassing van het decreet verhinderd door beroep te doen de “ideologische alarmbelprocedure” die elke discriminatie “om ideologische en filosofische redenen” verbiedt. De N-VA wil immers de verenigingen “die zich terugplooien p hun etnisch-culturele afkomst en segregatie in de hand werken” geen steun meer geven. De N-VA heeft de oppositie daarop beschuldigd de Vlaamse autonomie te beknotten. Religieuze symbolen (de hoofddoek natuurlijk, maar geldt dat ook voor het kruisje aan de hals ?) worden verboden in het gemeenschapsonderwijs, maar niet in de vrije (katholieke, joodse en islamitische) scholen. De ethische waarden waarop de twee regeringspartners prat gaan, liefdadigheid en barmhartigheid voor het CD&V, en liberaal humanisme voor de VLD, worden bespot. Het gewicht van uiterst rechts weegt zwaar op die partijen die zich beroepen op de democratie en dat is zelfs merkbaar bij de nieuwe voorzitter van de SP-A, Conner Rousseau.

Opmerkelijk is de aanstelling van Zuhal Demir als Vlaams “minister van justitie en Handhaving”, een bevoegdheid die uitsluitend federaal is, maar zich beroept op “de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap inzake strafuitvoering, bestuursrechtspraak, justitiehuizen en elektronisch toezicht, de enkelband die evenwel federaal wordt opgelegd.. Blijkbaar gaat het om een provocerend nationalistisch statement.

Naar een onafhankelijk Vlaanderen?

De N-VA onder Jambon schijnt zich voor te bereiden op een regering in 2024 samen met het Vlaams Belang. Onzinnig is deze mogelijkheid niet. Ondanks hun verschillen behoren beide partijen tot dezelfde nationalistische familie. Lode Wils denkt er als volgt over: “Er is geen Chinese muur tussen het N-VA en het VB in tegenstelling tot wat Bart de Wever beweert. Er zijn wezenlijke verschillen tussen beiden maar ook wezenlijke gelijkenissen. Ze menen allebei dat ze Vlaanderen dienen door België te splitsen. En het is toch algemeen bekend dat een aantal voormannen van de N-VA zijn overgekomen uit het VB en de Vlaamse Volksbeweging, de IJzerwake, het Nationaal Zangfeest enz. Ze hebben allemaal hetzelfde einddoel: Vlaanderen voltooien, zoals ze dat zelf zeggen. Ik noem dat anders: België vernietigen. (…) Bart de Wever opent zowel de deur naar de rechterflank en zelfs naar de minder goede, met name de fascistische erfenis van het Vlaams-nationalisme. De gesprekken tussen de N-VA en het VB zijn niet van die aard dat ze een zuivering in de Vlaamse Beweging teweegbrengen”. De regering Jambon ondermijnt de parlementaire democratie in het voordeel van het populisme en uiterst rechts en streeft naar de vorming van een “Vlaamse sterke staat”.

Op zoek naar een nieuwe Vlaamse legitimiteit

Geboren uit de culturele onderdrukking door de Franstalige bourgeoisie en middenklassen heeft de Vlaamse Beweging gestreden voor democratische rechten. Haar cultureel en politiek bestaansrecht hield op met de verwezenlijking van haar verzuchtingen. Maar de separatistische ideologie die vorm kreeg in het fascistische VNV en die actief is gebleven in de schoot van de VU, in de VVB en in een aantal kleine verenigingen, is weer aan de oppervlakte gekomen doorheen het VB en de N-VA. Deze laatste moet nieuwe grondslagen bedenken voor haar nationalisme. De breuk met het «werkschuwe en verspillende» Wallonië die de wording van een gelukkig Vlaanderen in de weg staat, is een van die grondslagen. Een andere is de zogenaamde “omvolking” (27)De term is overgenomen van de Duitse nationaal-populistische term “Umvolkung” en is op zijn beurt afkomstig van het nationaal-socialisme. door immigratie en vluchtelingen waardoor Vlaanderen haar aloude identiteit verliest. De separatistische ideologie is de zuurstof om een stervende Vlaamse Beweging nieuw leven in te blazen en vooral om stemmen te werven. Eens de separatistische idee een weg gevonden heeft in de hoofden van een meerderheid van Vlamingen staat het einde van België voor de deur. Dat een splitsing sociale en democratische vooruitgang zal inhouden is uiterst twijfelachtig, zoals blijkt uit de voorbeelden Tsjechoslovakijke en Joegoslavië. Hoe populistisch nationalisme kan verzanden in autoritarisme merken we in Hongarije en Polen.

Geen enkel reëel economisch argument spreekt in het voordeel van een onafhankelijk Vlaanderen. In heel dit project gat het om een ideologie, om een vals bewustzijn dat separatistisch nationalisme heet. Dit nationalisme bots vandaag op de huidige crisis van de natie-staat, veroorzaakt door de nieuwe kapitalistische mondialisering, maar is tevens een dubbelzinnig protest ertegen. Wie zich beroept op het marxisme moet beseffen dat wat in België aan de gang is niets te maken heeft met de economie als zodanig en zelfs niet “in laatste instantie”. Het gaat over politiek om de politiek, over de machtswil van revanchisten.

Een fascistische dreiging?

Een onderdrukker heeft heel wat moeite om de reacties van de onderdrukte te begrijpen, laat staan te accepteren. De onwetendheid van de Franstaligen over de Vlaamse kwestie, die tevens onwetendheid is over de staat België, heeft een hele reeks clichés en stereotypen voortgebracht. Zo heeft het Franstalige establishment in 1945 de volledige Vlaamse beweging geïdentificeerd met het fascisme, wat nog steeds opgeld maakt. Vele Franstaligen denken ten onrechte dat het nationalisme van de N-VA (en in zekere mate van het VB) fascistisch is en dat hun kiezers fascisten zijn, ten minste potentieel.

Het fascisme is echter niet aan de orde van de dag in het huidige sociale en economische bestel. Er is nog steeds een niet te onderschatten vorm van sociale zekerheid, er is geen belangrijke sociale betwisting van het kapitalisme en geen gedeclasseerde middenklassen die eertijds de stoottroepen van het fascisme vormden. De ondernemers hebben geen behoefte aan een corporatistische staatsordening met het verbod van vakbonden en linkse organisaties. Het werkelijke gevaar zit in een autoritaire, populistische staatsordening die rondwaart in de hoofden van lieden zoals Trump, Poetin, Erdoğan, Orbán, Bolsonaro en Duterte. De Franstalige Belgen moeten beseffen dat uiterst rechts ook in het zuiden des lands heeft bestaan en bestaat, maar in tegenstelling tot het VB er nog niet in geslaagd is zich te verenigen in een daadkrachtige partij.

Het spreekt voor zich dat populistisch autoritarisme een groot gevaar inhoudt voor sociale bewegingen zoals de klimaatbeweging, het feminisme en de strijdbare vakbeweging. Het komt er daarom in de eerste plaats op aan de nationalistische en populistische ideeën te bestrijden en zich achter de sociale bewegingen te scharen. Tegenover de crisis van het laatkapitalisme in de schoot van de globalisering en de hieraan gekoppelde verzwakking van de natiestaat, moet een alternatief worden gesteld, dat van een geëmancipeerde mensheid. De strijd concentreren op een hypothetisch gevaar van een fascistische machtsgreep is energieverspilling, wat natuurlijk niet weg neemt dat men de echte fascistische groepen wel degelijk moet bestrijden.

Voetnoten   [ + ]

1. Zo bijvoorbeeld Lucien Jottrand die samen met Karl Marx actief was in de Internationale Democratische Vereniging. Hij zat in 1856-1857 de Vlaamse Commissie voor, de zogeheten Grievencommissie, wier rapport werd afgewezen door de liberale premier Rogier.
2. Lode Wils beschouwt de politiek van de Duitse bezetter als een belangrijke stimulans in de ontwikkeling van het Vlaamse nationalisme (Flamenpolitik en Aktivisme, Leuven 1974).
3. Martin CONWAY: Building the Christian City: Catholics and Politics in Inter-War Francophone Belgium, in Past and Present, nr. 128, augustus 1990; en Collaboration in Belgium – Léon Degrelle en the Rexist Movement, Yale-London 1993.
4. Hendrik DE MAN was teleurgesteld door het onvermogen van de arbeidende klasse om het socialisme te verwezenlijken en verwierp daarom de klassenstrijd. De enige uitweg was het Belgisch nationalisme rond de figuur van Leopold III en de idee dat het nationaalsocialisme een nieuw tijdperk aankondigde. Zie hierover Jan-Willem Stutje: Hendrik de Man. Een man met een plan, Kalmthout 1918.
5. B. Montagnon, Adrien Marquet et Marcel Déat: Néo-socialisme? Ordre – Autorité – Nation, Parijs 1933.
6. José GOTOVICH en Rudy VAN DOORSLAER: Les Communistes et la Question Nationale, 1921-1945, in BTNG 3, 1997.
7. Men mag Bruno de Wever, van linkse signatuur, niet verwarren met zijn broer Bart.
8. Bruno DE WEVER: Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, Tielt 1994.
9. Leo Picard, De Formatie van een Vlaamse Subbourgeoisie, in BTNG 2, 1970, pp. 145-149.
10. Jan Dhondt, Bespreking van A. de Bruyne, Het Kwade Jaar, in BTNG 3, 1972, 3-4, p. 464.
11. Bruno DE WEVER: Links en het Vlaams-nationalisme: Living Apart Together in Belgium, in Politiek en Samenleving, 2011/10, en Maarten VAN GINDERACHTER: Het rode vaderland. De vergeten geschiedenis van de communautaire spanningen in het Belgisch socialisme voor WO I, Tielt 2005.
12. Els WITTE & Harry Van VELTHOVEN: Strijd om een taal. De Belgische Taalkwestie in historisch perspectief, Kapellen 2010, p. 37.
13. Lode WILS: Het daensisme. De opstand van het Zuid-Vlaamse platteland, Leuven 1969.
14. S.H. SCHOLL ed.: 150 jaar Katholieke arbeidersbeweging in België (1789-1939), Tweede Deel, Brussel 1965, en Deel Drie, Brussel 1966.
15. Luc HUYSE, De verzuiling voorbij, Leuven 1987.
16. Zie Ico MALY : N-VA. Analyse van een politieke ideologie, Borgerhout 2012.
17. Bart DE WEVER: Over identiteit, Gent 2019.
18. Bruno DE WEVER, F.-J. VERDOODT & Anton VRINTS: De Vlaamse patriotten en de natievorming. Hoe de Vlaamse natie ophield ‘klein’ te zijn., in Wetenschappelijke Tijdingen, 2015/4 en Bruno DE WEVER: Nationale onverschilligheid, een uitdaging voor het nationalisme onderzoek? Een nationale workshop en een gesprek met Miroslav Hroch, in WT 2017/1.
19. Luc HUYSE, interview in Knack, 6 november 2019. Zie ook Maddens’ essay Omfloerst separatisme? Van de vijf resoluties tot de Maddens-strategie, Kalmthout 2009.
20. Bruno DE WEVER, interview in Knack, 20 novembre 2019.
21. Lode WILS: Van Clovis tot Happart, Leuven 1992, en Van de Belgische naar de Vlaamse natie. Een geschiedenis van de Vlaamse Beweging, Leuven 2009.
22. J. DHONDT: Henri Pirenne: historien des institutions urbaines, in Annali della Fondazione italiana per la storia administrativa, III, 1966, pp. 81-129.
23. Zie o.a. Norbert ELIAS: Het civilisatieproces (1939, Boom 2011.
24. Ferdinand TOENNIS: Gemeinschaft und Gesellschaft. Abhandlung des Communismus und des Socialismus als empirischer Culturformen. Berlijn 1887.
25. De Standaard, 23 november 2019.
26. De Standaard, 4 maart 1919.
27. De term is overgenomen van de Duitse nationaal-populistische term “Umvolkung” en is op zijn beurt afkomstig van het nationaal-socialisme.