Op zaterdag 13 december ging in het Ecohuis in Antwerpen de studiedag over Verrechtsing door. Het Ernest Mandelfonds had twee historici gevraagd hun licht te laten schijnen over deze trend, ten behoeve van Vlaamse militanten van de SAP en andere geïnteresseerden.  Het was dan ook een mix van beide die luisterden naar de uiteenzetting van Vincent Scheltiens-Ortigosa, gastprofessor aan de Universiteit van Antwerpen, en die van Alex de Jong, directeur van het International Institute for Research and Education te Amsterdam. De organisatie had vooraf een syllabus verstuurd met onder meer teksten over het klassieke fascisme. Als de studiedag echter één ding duidelijk maakte, was het dat vergelijkingen tussen oud en nieuw fascisme vandaag de dag misschien wel opgaan maar contraproductief zijn om te maken. In ons verweer moeten we juist niet teveel naar het bruine verleden verwijzen.

Het was dan wel een zaterdag en geen vrijdag, maar het politiek gesternte waaronder de beide historici spraken was niet gunstig. Of het nu Engeland, Frankrijk of Duitsland betreft, in elk groot Europees land heeft extreemrechts de wind in de zeilen.  Een presidentschap van Jean-Marie Le Pen was twintig jaar geleden mathematisch nog niet haalbaar, voor 2027 moeten we serieus rekening houden met Jordan Bardella aan het hoofd van de Franse Vijfde Republiek.

Radicaliserende liberale partij

Maar volgens Alex de Jong is het kleine Nederland in zekere zin koploper binnen de EU. De PVV van Geert Wilders domineert er al enkele jaren de politiek, met een paar fascistoïde satellieten om zich heen. Toch lopen vergelijkingen met de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) van de jaren dertig heel snel spaak. “De Partij van de Vrijheid is in veel opzichten geen neofascistische maar een geradicaliseerde liberale partij,” zei Alex de Jong. “Geert Wilders is de langst zittende politicus in het Nederlandse parlement en begon zijn carrière veelbelovend in de liberale VVD, waar hij twintig jaar geleden vanaf scheurde. Zijn partij heeft twee stichtende leden, meer niet, en is dus geen politieke partij in de klassieke zin van het woord. Wilders bepaalt alles, van het programma tot de strategie.” De Jong typeerde dit als een postmoderne manier van politiek bedrijven, waarin de partij vrijwel volledig samenvalt met de persoon van Wilders en opereert volgens de logica van (sociale) media, . Politieke betrokkenheid verschuift daarbij van traditionele vormen van participatie, zoals actieve partijdeelname, naar een op passieve consumptie gerichte betrokkenheid, De Jong vatte het als volgt samen: “Je consumeert heel apatisch media en je stemt”. De Jong wees ook op de factor willekeur. Wilders stapt in en uit coalities zoals het hem uitkomt. Twee keer liet hij een kabinet vallen, maar zijn onvoorspelbare gedrag heeft hem enkel populairder gemaakt bij een groeiende achterban.

Parallellen trekken

Dat Teflongehalte maakt de rest van het politieke spectrum erg nerveus. Nigel Farage is de man die de Brexit wist door te duwen. De uitstap uit de EU heeft de Britse economie langdurig op achterstand geplaatst en toch lijkt de kiezer hem dat niet aan te rekenen, integendeel. Dat maakt het voor andere partijen heel moeilijk dergelijke politici te bestrijden. Enerzijds kiezen ze ervoor de populaire standpunten van extreemrechts over te nemen, anderzijds om te waarschuwen voor de desastreuze gevolgen van een extreemrechtse machtsovername door te verwijzen naar het midden van de vorige eeuw. Vincent Scheltiens waarschuwde daarvoor: “Als mensen mij vragen of de jaren dertig in aantocht zijn, antwoord ik bevestigend. Over vijf jaar is het zover, maar het zijn wel de jaren dertig van de éénentwintigste eeuw met het extreemrechts van deze tijd. Natuurlijk zijn er parallellen te trekken  tussen het klassiek fascisme en het neofascisme maar je kunt de twee niet gelijkschakelen, je moet ze niet op één lijn zetten omdat dit het huidige extreemrechts eerder in de kaart speelt. Veel beter is het, deze partijen aan te vallen op basis van hun eigen programma’s en daden.”

Alex de Jong: “Transpersonen zijn nog maar recent geëmancipeerd. Dat maakt ze tot een ideaal doelwit voor extreemrechts. Daarna kan de aanval zich concentreren op de volgende minderheidsgroep.”

Terugplooien

Een belangrijk verschil tussen klassiek fascisme en neofascisme is het ontbreken van een antikapitalistisch discours bij de huidige generatie extreemrechtse politici. Het ontbreekt eveneens aan expliciete imperialistische ambities: kapitaal heeft geen directe kolonies meer nodig, maar kan via andere wegen, op neo-koloniale wijze, zijn invloed uitoefenen. De potpourri van scheldpartijen tegen het ‘Joodse grootkapitaal’ en pleidooien voor de corporatistische staat is vervangen door een onversneden lofzang op een doorgedreven liberalisme. Lagere belastingen, een kleine overheid, minder regels en minder sociale zekerheid. “En die laatste dan enkel voor de mensen met migratie achtergrond,” stelde Alex de Jong. “Dit terugplooien op de eigen bevolking en op een mythisch verleden, toen we nog ‘onder ons’ waren, is een wezenskenmerk van oud en nieuw extreemrechts.” Scheltiens omschreef dit proces als “intern homogeniseren”: het construeren van een vermeende homogene nationale gemeenschap. Racisme vormt daarbij een centraal instrument, vandaag vooral in de gedaante van islamofobie. De Jong wees erop hoe dit discours wordt verwoord in termen van het “beschermen van de echte Nederlanders” en het zich “goed bewapend een onzekere toekomst tegemoet bewegen”. Maar die terugplooiing verloopt niet zonder slag of stoot. Vandaar dat de radicaal rechtse partijen zoveel tijd en energie steken in hun aanvallen op transpersonen. “De leden van deze groep zijn nog maar recent geëmancipeerd en hun rechten zijn in de ogen van een belangrijk deel van de bevolking nog niet vanzelfsprekend. Dat maakt ze tot een ideaal doelwit. Is die horde eenmaal genomen, dan kan de aanval zich makkelijker concentreren op de volgende minderheidsgroep.” Waar in het begin van de jaren 2000 nog sprake was van homonationalisme (het  idee dat homoseksualiteit past bij de Nederlandse ‘cultuur’, waardoor het niet werkt als strijd voor verschil, maar als uitsluitingsmechanisme,) is sinds de eerste ambtstermijn van Trump een verschuiving zichtbaar naar openlijke homofobie en seksisme. Het patriarchale gezinsideaal  wint opnieuw terrein . Niet de logica van een continu emancipatieproces moet bepalen wie welke rechten heeft, maar het ‘gesundene Volksempfinden’, vertegenwoordigd en belichaamd door extreemrechts. “Dat zegt: ‘wij zullen wel bepalen wie welke rechten heeft en vooral: wie geen recht op rechten heeft,” zei Vincent Scheltiens. Het antwoord op die oproep tot rechteloosheid moet een eis voor nieuwe rechten zijn, en een besef dat onze verworven rechten constant onder druk staan en verdedigd dienen te worden.

Vincent Scheltiens: “De verdediging van de status quo is een heilloze weg in de strijd tegen extreemrechts.”

Zonder socialistisch perspectief

Een ander groot verschil tussen de jaren dertig van de vorige eeuw en die van deze, is het ontbreken van een krachtdadige georganiseerde arbeidersbeweging en een werkbaar politiek alternatief. In de jaren na de Oktoberrevolutie wenkte de socialistische revolutie en hielden algemene stakingen en massabetogingen het oprukkend fascisme op afstand. De Jong parafraseerde Zetkin, die het fascisme omschreef als een reactie op de nederlaag van de arbeidersbeweging. De Duitse arbeidersbeweging verhinderde met een staking de Kapp Putsch van het leger in 1920; Franse arbeiders en intellectuelen mobiliseerden massaal tegen het Croix-de-Feux toen de aanhangers van deze fascistische beweging in februari 1934 het parlement bestormden; Brits links en Joodse proletariërs verhinderden dat Oswald Mosleys Blackshirts in oktober 1936 in Londen een mars door het Joodse East End konden houden. Maar deze tegenbeweging kon zich laten inspireren door het socialisme. “Voor wie daar nog illusies over koestert: ik kan iedereen verzekeren dat de socialistische revolutie momenteel niet voor de deur staat,” stelde Alex de Jong, ietwat sarcastisch. Toch herinnerde hij eraan dat de Black Lives Matter-protesten de grootste massamobilisaties ooit in de Verenigde Staten vormden, zelfs  in vergelijking met de protestgolven uit de jaren zestig. Die mobilisatie toonde dat verzet er zeker nog is, maar dat dergelijke erupties nog niet vertalen naar een duurzaam politiek alternatief. Als er echter geen socialistisch perspectief is, wordt het alternatief de status quo, een constellatie waarop van alles valt aan te merken. “De verdediging van de status quo is een heilloze weg in de strijd tegen extreemrechts,” vond Vincent Scheltiens. “Antifascisten moeten zich daar niet toe laten verleiden. Sterker nog: militanten moeten ook niet de illusie koesteren dat antifascist zijn op zich volstaat om kiezers van extreemrechts te overtuigen. Het morele gelijk hebben, wil nog niet zeggen dat je ook het politieke gelijk zult krijgen van anderen.”

Het ontbrekend geweld

Het feit dat extreemrechts het niet hoeft op te nemen tegen een krachtige arbeidersbeweging verklaart het ontbreken van dat andere fenomeen dat de opmars van het klassiek fascisme begeleidde: grootschalig geweld. “Paramilitaire groepen waren heel vanzelfsprekend in het interbellum,” legde Alex de Jong uit. “Hitler had zijn Sturm Abteilung, Mussolini zijn Fascio Combattimento. Beide werden voortdurend ingezet om politieke tegenstanders te intimideren en molesteren. Maar ook de linkerkant had haar stoottroepen, zoals de Roter Kampfbund, om bijeenkomsten en manifestaties te beschermen. Geweld hoorde erbij. Het feit dat extreemrechts zich nu van dergelijk geweld onthoudt, wil overigens niet zeggen dat gebruik ervan in de toekomst is uitgesloten. Het is een tactische kwestie, geen principiële.” De marginale toepassing van geweld verklaart ook het relatief ‘milde’ karakter van de huidige autocratie. Tegenstanders worden over het algemeen niet opgesloten of verbannen maar uit de publieke belangstelling verdreven. De Orbans van deze tijd geven er de voorkeur aan de pijlers naast de uitvoerende en wetgevende macht zodanig te domineren dat verkiezingen gemakkelijk keer op keer gewonnen kunnen worden door hun partij. Ze maken de media, de juridische macht en de wetenschap mak, via overnames, intimidaties en verdachtmakingen. Zo heeft de massa van de bevolking steeds minder toegang tot een ander geluid dan het rechtse en extreemrechtse discours, een evolutie die ook al weer wordt geholpen door het ontbreken van een socialistisch alternatief.  Maar, dat de opmars zich daartoe beperkt is ook geen wet van Meden en Perzen. Wat vandaag in stenen tafelen gebeiteld staat, kan morgen worden herschreven.

Ingebed in het neoliberalisme

De ruk die alle westerse maatschappijen momenteel naar rechts maken is niet enkel en alleen het werk van extreme partijen, zo bleek tijdens het aansluitende debat. In Tsjechië is de populist Andrej Babis opnieuw aan de macht gekomen dankzij steun van de Motoristen – een politieke groepering die zich kant tegen elke inperking van de vrijheid van de automobilist. In België vertoont het bewind zowel op lokaal als op federaal niveau neigingen tot autoritarisme, bedacht en in praktijk gebracht door ‘fatsoenlijk’ rechts. “Die motoristen propageren de boodschap van het neoliberalisme,” zei Alex de Jong. “Laat je vooral nergens door tegenhouden om te genieten.” Vincent Scheltiens vulde aan met het voorbeeld van de conservatieve regiopresident Isabel Ayuso, die tijdens de corona-pandemie tegen het beleid van de socialistische regering in ging en de horeca openhield. De vrijheid van ondernemen en consumeren prevaleerde op het recht op gezondheid. “Het resultaat was zesduizend onnodige hospitalisaties en overlijdens, maar dat feit wordt Ayuso door de kiezer niet aangerekend. Integendeel: ze is de meest populaire politicus van haar partij en zal het bewind na de volgende verkiezingen graag overnemen, al dan niet samen met het extreemrechtse Vox.” Die allianties aan de rechterzijde worden bovendien geleidelijk minder verrassend en omstreden omdat extreemrechtse politici in de media steeds vaker worden opgevoerd als ‘doorsnee’ politici. Ook in deze normalisering spant Nederland de kroon. Terwijl de RTBF een cordon mediatique hanteert werd Geert Wilders, in de dagen na zijn monsterzege van 2023, opgevoerd als kattenliefhebber en zorgzame zoon voor zijn moeder en zijn naam liefkozend verhaspeld tot Geert ’Milders’

Lichtpunten

Een versnipperd en geïmplodeerd links moet de strijd aangaan met een triomferend extreemrechts, geholpen door een stuurloos burgerlijk rechts. Zolang de Sovjet-Unie bestond had het kapitalisme een reden de welvaartstaat intact te houden en de sociaaldemocratie als volwaardige gesprekspartner te beschouwen. Hoe onaantrekkelijk het ‘reëel bestaande socialisme’ in werkelijkheid ook was, het vertegenwoordigde in ieder geval de mogelijkheid van een alternatief voor het kapitalisme. Sinds dit gevaar niet meer bestaat lijken alle remmen te zijn losgelaten, eerst economisch, daarna ook politiek. In het kielzog daarvan heeft het fascisme zich opnieuw kunnen ontplooien, met deels dezelfde grieven en oplossingen maar deels ook met een geheel nieuwe dynamiek. “Maar er zijn ook lichtpunten,” stelde Vincent Scheltiens. “Het dubbele failliet van sociaaldemocratie en stalinisme schept ruimte voor een nieuw, aantrekkelijker verhaal. In België kennen we bovendien een veel hogere organisatiegraad in de vakbeweging dan in de buurlanden. Dat maakt van de vakbond voor antifascisten het ideale platform om het gesprek met kiezers van extreemrechts aan te gaan en de leugens van het VB te ontmaskeren. ” Om de juiste strategie te bepalen om mensen bij ons project te betrekken moet een onderscheid gemaakt worden tussen de passieve aanhangers, de activisten en het kader van de extreemrechtse massabeweging. Daarbij vermelde Scheltiens dat het label ‘fascisme’ voor veel passieve aanhangers eerder vervreemdend werkt, omdat zij zichzelf niet herkennen als erfgenamen van het historisch fascisme (maar als ‘gewone burgers’ met zorgen). Antifascisme is niet meer hegemonistisch; fascisme en anti-fascisme worden beide gezien als extreme uitersten. De Jong voegde daaraan toe dat ook de ‘ontmasker strategie’ niet meer werkt, want de kloof tussen front- en backstage bestaat niet meer: extreme standpunten worden openlijk gearticuleerd.

Dat we weten waartoe het fascisme kan leiden, speelt ons als democraten in de kaart en is tegelijk een nadeel. We lopen het risico ons blind te staren op de overeenkomsten van het nieuwe met het klassieke fascisme, terwijl we juist oog moeten hebben voor die mix van bekend en onbekend. Wat Wilders volgens Alex de Jong goed doorheeft, is dat macht niet uitsluitend meer samenvalt met regeringsdeelname. Ze wordt ook verkregen door het publieke debat langdurig te beïnvloeden en zo extreme opvattingen geleidelijk te normaliseren. Deze strategie van de lange adem stelt politici als Wilders in staat om, ook buiten de regering, steeds meer invloed uit te oefenen. De Jong stelde in dat verband dat politiek niet enkel bestaat uit het weerspiegelen van bestaande voorkeuren, maar juist het actief vormgeven van ideeën. Het zou voor ons productief zijn politiek te leren begrijpen als een proces van mobilisatie en meningsvorming.

Het extreemrechts van vandaag heeft een eigen aanpak om kiezers en militanten te winnen. Het antifascisme anno 2026 heeft evengoed zijn eigen aanpak nodig om die opmars een halt toe te kunnen roepen en de kern daarvan moet zijn ons telkens weer op de sociale en politieke strijd te richten. In dat opzicht verschilt antifascisme niet van de andere taakstelling die een geëngageerd bestaan met zich meebrengt.