Ja, Maurice Audin is 61 jaar geleden door het Franse leger in opdracht van de Franse staat dood gefolterd. De Franse president Emmanuel Macron draait er niet meer omheen: Audin, communist en voorvechter van de onafhankelijkheid van Algerije, is in juni 1957 wel degelijk vermoord. Dat is geen nieuws, men wist dat vanaf het begin. Maar tot nog toe wou officieel Frankrijk zijn geschiedenis met ‘l’Algérie française’ liefst vergeten. En zowel rechts als links willen velen dat dit zo blijft.

Een deel van rechts en natuurlijk uiterst rechts vinden die bekentenis van de president niet nodig, want dat verdeelt de natie. Een deel van die natie heeft dat, 56 jaar nadat Algerije ophield Frans te zijn en onafhankelijk werd, nog altijd niet verteerd. De pied noirs – de Franse kolonisten die Algerije na 1962 verlieten en hun afstammelingen, vormen in het zuiden van Frankrijk een groot bataljon van het uiterst-rechtse Rassemblement National. De socialisten worden liefst niet herinnerd aan de moordende repressie in Algerije en Frankrijk waarin hun toenmalige kopstukken een hoofdrol speelden.

Volmachten

Maurice Audin, communist en wiskundige, was 25 jaar toen Franse militairen hem op 11 juni 1957 in Algiers oppakten. Zijn misdaad: hij was zoals veel linkse Fransen actief in de strijd voor een onafhankelijk Algerije. Dat volstond om te worden opgepakt en om stevig te worden ondervraagd. Want in Parijs had het Franse parlement het leger volmacht gegeven om met alle middelen Algerije Frans te houden. Daaropvolgende decreten gaven de Franse troepen de vrije hand, ze waren honderd percent politiek gedekt.

Zo ook generaal Paul Aussaresses die veel Fransen in 2003 schokte met zijn boek “Srvice spécieaux Algérie 1955-1957”. Daarin schreef hij dat hij inderdaad gefolterd had en daar bovendien geen spijt van had. Hij beschreef uitvoerig hoe hij Algerijnen martelde en vermoordde. De generaal vermoordde onder andere de grote nationalistische leider Larbi Ben M’Hidi, volgens hem in opdracht van een rechter-commissaris die in het kabinet zat van de minister van Justitie, François Mitterrand. Aussaresses gaf kort voor zijn dood in 2013 toe dat hij bevel had gegeven Maurice Audin te vermoorden.

De regering in Parijs was op de hoogte. Parijs, dat was onder andere premier Guy Mollet, leider van de SFIO, de toenmalige benaming van de socialistische partij, volgens encyclopedieën een orthodox marxist (sic). Voor Mollet, en voor Parijs, was Algerije geen kolonie maar gewoon een overzees gebiedsdeel van Frankrijk dat onverbrekelijk Frans moest blijven. Desnoods met folteringen en massamoorden. Het is een les voor vandaag: regeerders met volmachten zijn altijd gevaarlijk.

Mitterrand

Bij het begin van de Algerijnse opstand, stond de latere socialistische president François Mitterrand als minister van Binnenlandse Zaken in voor de repressie van die opstand. In 1956 kwam hij op de post van Justitie. Hij schaarde zich volledig achter de harde houding van Mollet en aanvaardde dat de ‘justitie’ in Algerije aan militaire rechtbanken werd overgedragen. Onder zijn ministerschap werden 45 Algerijnse nationalisten terechtgesteld omdat Mitterrand hun verzoek om gratie had afgewezen. Onder hen militanten van de Algerijnse communistische partij.

Mitterrand zou de folteringen, zoals deze waarvan Audin slachtoffer werd, afgekeurd hebben? Hij heeft daar echter nooit iets tegen ondernomen, volgens biografen om zijn carrière-ambities veilig te stellen. Toen de Franse communistische partij zich in 1965 achter de presidentiële kandidatuur van Mitterrand schaarde, verzetten de communistische studenten zich daartegen. De partij sloot hen uit, waarop zij de trotskistische JCR oprichtten. De politieke erfgenamen van Mollet en Mitterrand worden niet graag aan die Algerijnse episode herinnerd.

Vergeten, ontkennen

Tijdens de periode dat Mitterrand president was (1981-1995) werd de oorlog in Algerije officieel afgedaan als ‘les évènements d’Algérie’, de ‘gebeurtenissen in Algerije. Of de ordehandhaving tegen rebellen – een ordehandhaving met honderdduizenden doden. Het duurde tot 1999 voor de Assemblée nationale sprak over een oorlog. In 2007 zou toenmalig president Nicolas Sarkozy in Algiers het grondig onrecht (‘profonde injustice’) van de kolonisatie betreuren. In 2012 veroordeelde president François Hollande eveneens in Algiers het systeem van kolonisatie, het geweld, het onrecht, de slachtingen en de folteringen.

Maar de weduwe Josette en kinderen van Aubin hebben wel tot nu moeten wachten tot er gevolg is gegeven aan de klacht die Josette op 4 juli 1957 indiende tegen onbekenden. In 1962 was die geseponeerd. Toen werd Algerije in 1962 onafhankelijk en kwam er in Frankrijk een algemene amnestie voor feiten tijdens “de gebeurtenissen”. De weduwe herhaalde haar klacht in 2001, maar die werd het jaar daarop nogmaals afgewezen. In 2007 vroeg ze in een brief aan president Sarkozy dat de moord op haar man zou opgehelderd worden. Ze kreeg geen antwoord. Historicus Pierre Vidal-Naquet schreef vier boeken over Audin en de Franse oorlogsmisdaden, zodat de Fransen er regelmatig aan herinnerd werden.

Macron

Dit jaar kwam de familie van Audin en hun vrienden weer in actie. De wiskundige Cedric Villani, vorig jaar verkozen als parlementslid voor ‘La République en marche’ van Macron, zette er zijn schouders onder en de president reageerde wel. Macron had vorig jaar in zijn campagne de kolonisatie al als een misdaad tegen de mensheid bestempeld, en vindt nu dat de geschiedenis van de Algerijnse oorlog geschreven moet worden. De nationale archieven gaan open.

Macron behoort tot een generatie voor wie die oorlog echt geschiedenis is, veel betrokkenen zijn er niet meer, de tijd dringt. Meteen paait Macron ook de linkerzijden op een ogenblik dat hij dat erg nodig heeft. Dezelfde week maakte hij zijn plan voor armoedebestrijding bekend.

Algiers

Het zou dus niet bij Audin mogen blijven, vooral in Algerije kijken ze ernaar uit dat er opheldering komt over de duizenden Algerijnse militanten die zijn gefolterd en vermoord.

In Algerije zelf is er echter ook weinig openheid over deze periode waarin er conflicten binnen de bevrijdingsbeweging waren. De cineast Bachir Derrais kreeg wel overheidssteun om een film te draaien over de nationale held Larbi Ben M’Hidi (slachtoffer in 1957 van Aussaresses), maar krijgt nu geen toestemming om hem te vertonen. Hij zou in die film teveel het accent leggen op de verdeeldheid binnen het FLN . Sinds 2011 is er een wet die alle films over de bevrijdingsoorlog aan censuur onderwerpt.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Uitpers.