Net als tijdens de vorige twee verkiezingen gaat het er in 2027 om spannen of Marine Le Pen de nieuwe Franse president wordt of ‘een’ linkse kandidaat. Toch lijken de vooruitzichten voor haar opponent beroerder dan ooit. Daarom wordt het stilaan tijd ons af te vragen wat de plannen zijn van extreemrechts voor de ontmanteling van de democratische instellingen van de V de Republiek. Die door generaal De Gaulle in 1958 opgedrongen presidentiële staatsvorm was op zichzelf echter al een aantasting van de democratie en past in een lange traditie waarin Frans radicaal rechts streeft naar de instelling van een autocratisch bewind.

De socialist Raphaël Glücksmann maakt de meeste kans om rechtse kiezers in de tweede ronde te overtuigen, maar zijn bewind zou waarschijnlijk een Marcon-light versie worden. Hij oogt nu al als een verzwakte versie van François Mitterrand – en dan moeten de toegevingen aan rechts nog beginnen. Jean Luc Mélenchon is een stuk radicaler, maar net dát aspect wordt door rechts en extreemrechts al jarenlang genadeloos in de verf gezet. In combinatie met zijn autoritaire en humorloze uitstraling jaagt hij gematigde kiezers op de kast en zullen velen in de tweede ronde liever voor Marine Le Pen kiezen. Dom en gevaarlijk, zeker, maar in het mediatijdperk moeten we de kracht van de schijn niet onderschatten. Richard Nixon verloor in 1960 nipt van John F. Kennedy door tijdens een televisiedebat met ongeschoren kaken in beeld te komen. De strategen van rechts hopen daarom op een overwinning van Mélenchon in de eerste ronde. Dan is de overwinning van Le Pen  in hun ogen verzekerd.

Per referendum

En dan? Le Pen kan voortgaan op het pad dat Macron al is ingeslagen: het parlement zoveel mogelijk buiten spel zetten en regeren per decreet. Omdat de grenzen daarvan al snel in zicht komen, kan ze vervolgens een referendum uitschrijven waarin ze de president nog meer bevoegdheden laat toekennen, via een rechtstreekse wijziging van de grondwet. Dat mag niet volgens de huidige, dat lijkt op een institutionele coup d’etat, maar net zoiets is geen unicum in de Franse geschiedenis. Sterker nog: de drie geslaagde staatsgrepen hadden elk een zweem van rechtsgeldigheid, reden waarom Franse historici er een naam aan hebben gegeven le coup d’etat democratique. Louis Napoleon Bonaparte (neef van de bekende Napoleon) deed iets dergelijks in 1853. Hij pleegde een militaire staatsgreep en liet die vervolgens bekrachtigen per referendum. Later herstelde hij geleidelijk burgerlijke vrijheden en parlementaire bevoegdheden maar als keizer bleef hij een autocraat. Op 10 juli 1940 stemde het parlement de III de Republiek in de badplaats Vichy naar de prullenbak, op instigatie van maarschalk Pétain. En op 13 mei 1958 liet Charles de Gaulle hetzelfde doen met de grondwet van de IV de Republiek. Het gebeurde zonder bloedvergieten en zonder protesten, maar tijdens de Algerijecrisis die De Gaulle aan de macht bracht, had de generaal steeds een plan B achter de hand, en dat draaide wel degelijk rond een ordinaire machtsgreep met militaire middelen.

Communicerende vaten

Drie republieken, alle drie de strot doorgesneden door mensen die democratische handschoenen droegen. Frankrijk kent daarnaast een meta-geschiedenis van mislukte of geaborteerde staatsgrepen, zoals die van 6 februari 1934, of die van 4 april 1954. Een uitspraak van De Gaulle is illustratief voor het gebrek aan populariteit van dit type staatsgreep, zelfs onder de coupplegers zelf: “In 1947 had ik militair de macht kunnen grijpen, maar hoe lang was ik dan aan de macht gebleven?” Een ander element is namelijk dat een coup d’ état pas kans van slagen heeft als de politieke rechterkant verenigd is. Dat was ze niet in ‘ 34, ‘ 47 en ‘ 54, dat was ze wel in 1958 en dat is ze waarschijnlijk ook in 2027. In zijn lijvige reconstructie van de geboorte van de V de Republiek, ‘Résurrection’ , schrijft journalist Christophe Nick daarover het volgende: “De collaboratie betekende een schisma in de nationalistische familie, maar om die scheur te helen volstond het de harde kern van nationaalsocialisten te elimineren en verder de spons over Vichy te vegen. Daarna kon de draad weer worden opgepakt waar men ze op 6 februari 1934 had laten liggen.” Veel aanhangers van het collaboratiebewind van Vichy werden onder de vleugels van het gaullisme gebracht. Nu dat gaullisme als politieke beweging verschrompeld is, zien we de omgekeerde dynamiek: veel aanhangers van ‘fatsoenlijk’ rechts komen schuilen onder de paraplu van het Rassemblement National. Zoals we in Vlaanderen NVA en Vlaams Belang als communicerende vaten kunnen beschouwen, zo is dat ook binnen het Franse politieke spectrum. Soms vloeit er maar heel weinig water tussen beide vleugels van rechts, soms lijken de schotten wagenwijd open te staan, zoals nu.

Vals democratisch aanschijn

Het is heel waarschijnlijk dat president Le Pen Frankrijk snel en grondig zal laten opschuiven in wat we eufemistisch ‘een illiberale democratie’ zijn gaan noemen. Ze zal een vorm van Apartheid creëren voor burgers met een migratie-achtergrond, linkse partijen en bewegingen criminaliseren, de sociale zekerheid verder uitkleden, maar eerst en vooral de presidentiële bevoegdheden sterk uitbreiden, ten koste van het parlement. Op dat laatste vlak zal ze de minste weerstand ondervinden, simpelweg omdat ze hiermee in een lange traditie stapt met een vals democratisch aanschijn, die dus veel minder opzien baart dan zou moeten. Nochtans is dit laatste de voorwaarde voor alle andere stappen die ze zal willen ondernemen.