De grote vraag ruim honderd jaar na de Oktoberrevolutie is: heeft deze gebeurtenis nog relevantie voor links heden ten dage?

Al tientallen jaren houden belangrijke historici en ideologen ons voor dat de erfenis van Oktober, terecht, dood en begraven is. Toch zijn er ook nog radicaal linkse lieden die de erfenis kritisch onder de loep willen nemen. Naar mijn mening zijn daar gegronde redenen voor. In veel opzichten zijn er strategische inzichten uit de Oktoberrevolutie die niet zijn overleefd en zelfs nog toepasbaar zijn.

Echter, ook bij uiterst links oogsten de Bolsjewieken waarschijnlijk meer waardering voor hun sovjets als vormen van basisdemocratie die in de strijd zijn opgebouwd, voor de mogelijkheid om in onderontwikkelde landen te breken met het kapitalisme en voor hun internationalisme, dan voor hun sekse-politiek.

Maar er wáren Bolsjewieken die waardevolle opvattingen hadden over sekse-politiek! Ik meen dat de sekse-politiek ten tijde van de Oktoberrevolutie zeker relevant en bruikbaar was en is.

Dit vergt een delicate aanpak, want het verleden kan alleen nuttig zijn als het in de juiste historische context wordt geplaatst. En de omstandigheden voor sekse-politiek in het Rusland van 1917 waren heel anders dan die waar we tegenwoordig mee te maken hebben. Dus moeten de lessen uit 1917 voor de huidige tijd met de nodige voorzichtigheid worden getrokken, met zo veel mogelijk het vermijden van anachronismen. Ik denk dat er lessen kunnen worden getrokken, zij het met inachtneming van zowel historische breuken als continuïteit.

Schade inhalen…

Waarom doet 1917 ertoe als het gaat om sekse-politiek? Omdat de eerste tien jaren na de Oktoberrevolutie een enorme rijkdom bevatten aan denken over en activiteiten rondom zaken als gender en seksualiteit.

Het probleem is dat bijna niemand dit weet of zelfs gelooft dat dit zo is. Er is een geweldige inspanning geweest om sekse-radicalisme van de vroege communisten te verbergen en te ontkennen. Dat geldt zowel voor de liberalen ter rechterzijde en voor de Stalinisten en anarchisten ter linkerzijde. Het resultaat is dat de Bolsjewieken nu vooral worden gezien als seksuele puriteinen.

Stalinisten hebben dit beeld geboetseerd met bij elkaar geveegde citaten van Lenin. Vele van deze citaten zijn overgeleverd vanuit de herinnering van Clara Zetkin en Krupskaja.(1) Clara Zetkin “Lenin on the Women’s Question”, 1920 ; Nadezhda Krupskaja “Reminiscenes of Lenin” ;  Alexandra Kollontai “Selected Writings”, 1978, 202-3  Andere citaten komen uit brieven die niet voor publicatie waren bedoeld of zijn uit hun verband gerukt.

Zonder twijfel had Lenin op het gebied van seks een conservatieve kant. Maar het is belachelijk om voor een plaatje van de sekse-politiek van de Bolsjewieken je uitsluitend op Lenin te baseren.  Hij leverde belangrijke bijdragen op andere terreinen, maar sekse-politiek was voor hem geen prioriteit. En als het gaat om de  sekse-politiek tussen 1917 en zijn dood in 1924, dan speelde hij slechts een ondergeschikte rol.

Om een indruk te krijgen van de bolsjewistische sekse-politiek in de eerste jaren na de revolutie zijn de geschriften van Alexandra Kollontai (foto) het meest bruikbaar. Toen zij de eerste commissaris voor Sociale Zaken voor de Bolsjewieken werd, werden haar ideeën weerspiegeld in revolutionaire maatregelen. En haar ideeën werden niet alleen op papier gezet, ze werden uitgevoerd.

Het is wel waar dat haar ideeën snel uit de gratie raakten, in het bijzonder toen ze aanvoerder werd van de Arbeiders Oppositie in de partij en haar stroming werd verslagen en gemarginaliseerd in 1920-21. Maar zelfs toen haar ideeën over seksualiteit snoeihard werden aangevallen op partij-congressen – en soms kwaadaardig werden vervalst – ze werden wél besproken. Nog was het niet mogelijk, in het relatief vrije klimaat onder de Bolsjewieken in de vroege twintiger jaren, om haar tot zwijgen te brengen.

De verwantschap tussen Kollontai’s  ideeën en de sekse-politiek van marxistische feministen en radicale queers vandaag de dag is buitengewoon. Helaas zijn veel Marxisten ondanks de neergang van het stalinisme de rijke erfenis van de vroege communistische sekse-politiek blijven negeren.

In de zestiger en zeventiger jaren had dit veel te maken met de sympathie die veel Nieuw Linksers koesterden voor China, Vietnam en Cuba, landen die zacht gezegd geen erg bevrijdende sekse-politiek kenden in die jaren.

Trotskisten hadden een betere uitgangspositie omdat zij altijd al de stalinistische criminalisering van abortus en homoseksualiteit hadden veroordeeld. Maar zij hadden eveneens een probleem: hun sociale profiel was gevormd in de dertiger en veertiger jaren door een dominante oriëntatie op mannelijke industriearbeiders , die vaak als seksueel conservatief werden ingeschat.

Dus zelfs de Trotskisten hadden aanvankelijk weinig aandacht voor het bolsjewistische seksuele radicalisme. Sommigen, in het bijzonder in de Vierde Internationale, begonnen na 1968 de schade in te halen. Maar we zijn er nog niet. Ik wil graag helpen om dat proces voort te zetten en te versnellen.

Liefde-kameraadschap

Waarom hebben de ideeën van Kollontai een buitengewone verwantschap met de sekse-politiek van marxistische feministen en radicale queers van nu? Dat berust op de argumentatie die ze geeft in “Vrij baan voor een Gevleugelde Eros” en op haar concept van “liefde-kameraadschap”.

Liefde –kameraadschap was voor Kollontai dé vorm van seksuele liefde in het tijdperk van proletarische heerschappij, zo goed als de hoofse liefde hoorde bij het feodalisme en het burgerlijk huwelijk en de prostitutie bij het kapitalisme. Liefde-kameraadschap betekende voor haar, in tegenstelling tot de privatisering van seks en liefde in de burgerlijke maatschappij, het kanaliseren van de seksuele liefde in een socialistisch collectief – waarin vrouwen volkomen gelijk en onafhankelijk zouden zijn.

Natuurlijk verwierp ze prostitutie – maar ze  verwierp net zo goed het model van langdurige seksuele relaties waarin een vrouw afhankelijk was van een man. Daarom nam ze tevens stelling tegen criminalisering in de strijd tegen de prostitutie. Ze stelde dat als de klanten van prostitués  zouden worden opgepakt, dat dit dan ook moest gebeuren met de echtgenoten van veel getrouwde vrouwen.(2) Alexandra Kollontai “Selected Writings”, 1978, 271-2

De seksuele bevrijding van vrouwen vereiste volgens haar de volledige socialisatie van de zorg voor kinderen – zij ging daar ver in. Ze schreef: “Moederschap betekent in het geheel niet dat je zelf de luiers verschoont, de baby wast of zelfs in de buurt van de wieg bent”(3) Alexandra Kollontai “Selected Writings”, 1978, 142

Ze bepleitte de vrije en gemakkelijke echtscheiding, hetgeen de officiële politiek was. En ze pleitte tegen “elke formele beperking van de liefde”, tegen elk waardeoordeel dat langdurige relaties plaatste boven kortdurende en tegen het opleggen van monogamie als norm.

Ze bevestigde “de waarde van experimenteren in … liefdesrelaties.” Niet alleen liefde, maar ook “vluchtige passie” was volgens haar een legitieme basis voor een seksuele relatie; berekening, gewoonte of een intellectuele band waren dat niet. (Nu nog kunnen Kollontai’s scherpe commentaren ons een ongemakkelijk gevoel geven!). Voor haar draaide alles om “volledige vrijheid, gelijkheid en echte vriendschap”.(4) Alexandra Kollontai “Selected Writings”, 1978, 288-9, 230, 259, 229 ; Dan Healey “Homoseksual Desire in Revolutionairy Russia”, 110-1

Seks tussen mensen van gelijk geslacht

In haar geschriften heeft Kollontai het uitsluitend over seksuele relaties tussen mannen en vrouwen, niet over die van mensen van hetzelfde geslacht. Dat lijkt vreemd heden ten dage. Ik denk eigenlijk dat dit niet verrassend is.

In tegenstelling tot Duitsland was er in Rusland aan het begin van de 20e eeuw geen homo-emancipatiebeweging. In Rusland was de homo-gemeenschap en –identiteit zwak ontwikkeld. Dat betekende dat homoseksualiteit geen prioriteit was in de vrouwenbeweging, die voor Kollontai centraal stond.

Dit maakt het des te opmerkelijker dat de bolsjewistische stellingname ten aanzien van homoseksualiteit zo vooruitstrevend was als die was. Ik denk dat dit vooral te danken was aan het internationalisme van de Bolsjewieken, aan de internationale ervaringen van leidende Bolsjewieken in ballingschap vóór 1917 en in het bijzonder aan het prachtige voorbeeld dat door August Bebel was gegeven in de Duitse Rijksdag vanaf 1898 toen daarin gediscussieerd werd over  seks tussen mensen van gelijk geslacht en de decriminalisering daarvan.

Hoe dan ook, voor een groot deel van de twintiger jaren heerste in Sovjet Rusland een positieve sfeer als het ging om relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht – zeker waar dit lesbische relaties betrof.

Vrouwelijke commandanten in het Rode Leger, die seksuele relaties onderhielden met andere vrouwen werden gezien als “gelukkige, goed passende lesbiennes”. In Moskou werden vanaf 1920 in de kunstkring Antinoi voordrachten verzorgd van homoseksuele gedichten en werden uitvoeringen gegeven van homoseksuele musicals en balletten. Bovendien vonden er in de twintiger jaren diverse homo-huwelijken plaats die door Sovjet rechters als wettig werden erkend.(5) Dan Healey “Homoseksual Desire in Revolutionairy Russia”, 61-2, 143-4, 47, 68

Dat dit alles nieuw is, zelfs voor mensen die de geschiedenis van de Russische revolutie vrij goed kennen, bewijst hoeveel werk er nog verzet moet worden om de radicale erfenis van de vroege bolsjewistische sekse-politiek boven tafel te krijgen.

Omstreden politiek

Het is desalniettemin belangrijk om te benadrukken dat deze radicale opvattingen omstreden waren in het bolsjewistische Rusland. En na 1925 raakten ze uit de gratie, al vóór de definitieve zege van de Stalinisten en vóór de hernieuwde criminalisering van abortus en homoseksualiteit in de dertiger jaren.

Kollontai’s visie op totale vrije seksualiteit veronderstelde een uitgebreide sociale infrastructuur teneinde vrouwen van huiselijke beslommeringen te bevrijden. Die infrastructuur bestond niet in het Rusland van de twintiger jaren. Haar visie was grotendeels utopisch, zoals veel van de vroege bolsjewistische ideeën.

In de romans van Victor Serge kun je de verschrikkelijke paradoxen van deze periode terugvinden: mensen die hongerend en bevriezend in halflege steden op zoek zijn naar blauwdrukken voor een ware proletarische cultuur en een glorieuze socialistische toekomst.

Die neiging tot utopie helpt een verklaring te vinden voor Kollontai’s nederlagen in de bolsjewistische debatten, zoals de zwaarbevochten nederlaag bij haar poging om “het doen verwelken van de familie” in het partijprogramma opgenomen te krijgen. Dit leidde tot haar waarschuwing dat “de kleinburgerlijke manier van leven en diens ideologie ons het moeras in trekken”.(6) Alexandra Kollontai “Selected Writings”, 1978, 301

De libertaire familie-wetgeving die in 1922 werd ingevoerd, en die zij steunde, leidde tot ongewenste bijeffecten, zoals het massaal in de steek laten van vrouwen en kinderen en verergering van hun armoede. Dat was één van de redenen om die wetgeving te amenderen in een meer conservatieve richting in 1926.

Daarbij had ook de meest radicale bolsjewistische sekse-politiek zijn beperkingen. Mij is om maar iets te noemen geen enkel voorbeeld bekend van een Bolsjewiek die opkwam voor het recht van vrouwen of seksuele minderheden op zelforganisatie.

Er waren wel bolsjewistische vrouwenorganisaties in Sovjet Rusland en bolsjewistsiche vrouwenconferenties, die voor vrouwenemancipatie opkwamen en model stonden voor communistische vrouwenorganaties in andere landen, maar hun taak was vooral het Bolsjewisme te promoten onder niet-bolsjewistische vrouwen en om het partijwerk gericht op die vrouwen te organiseren. Ze waren niet bedoeld om gezamenlijk te vechten tegen de vooroordelen en privileges van de mannelijke arbeiders in de partij. Dit verminderde hun mogelijkheid om de conservatieve teruggang binnen de partij tegen te houden toen die een aanvang nam.

Een andere tekortkoming was het onkritische vertrouwen van de Bolsjewieken in de wetenschap. Marxisten zagen begin 20e eeuw de godsdienst als de belangrijkste bron van seksueel vooroordeel en de wetenschap als een bondgenoot daartegen. Gedurende meerdere jaren leken het bolsjewistische libertaire anticlericalisme en hun streven naar wetenschappelijke vooruitgang hand in hand te gaan. Maar ze begonnen steeds meer uiteen te lopen, zoals bij Lenin’s enthousiasme over Taylor’s managementtechnieken.

De over het algemeen positieve houding van links ten opzichte van eugenetica was een symptoom van hetzelfde probleem. Er was nog maar weinig begrip van de rol die een groeiend wetenschappelijk establishment kon spelen bij de vestiging van bureaucratische autoriteiten, in onder andere seksuele zaken, en dus in het kortwieken van zelfactiviteit.

Lessen en een nieuwe start

Welke lessen kunnen we vandaag de dag hieruit trekken? In positieve zin kunnen we feministen en queeractivisten wijzen op de sterke verwantschap van Kollontai’s visie op de seksuele autonomie van vrouwen en op het concept van liefde-kameraadschap met een huidig queer-ideaal als polyamorie.

Te vaak wordt tegenwoordig in de meeste media het woord ‘polyamorie’ slechts gebruikt om ‘niet-monogamie’ aan te duiden. Oorspronkelijk betekende het voor radicale queers veel meer dan dat. Net als liefde-kameraadschap voor Kollontai betekende het waardering van vriendschap en gedeelde betrokkenheid bóven het louter consumeren van orgasmes.

Tegelijkertijd moeten we de materiele basis en het klassekarakter van Kollontai’s programma benadrukken. In het bijzonder zijn de grootschalige socialisatie van huishoudelijk werk en de kinderopvang noodzakelijke voorwaarden voor seksuele bevrijding. En we moeten een voorwaarde benadrukken die door de Bolsjewieken níet werd gezien: de onafhankelijke zelforganisatie van de slachtoffers van gender- en seksuele onderdrukking, zowel in de socialistische als de arbeiders-beweging én in de rest van de wereld.

Dat alles, zou ik zeggen, is nog gemakkelijk. Moeilijker wordt het om de bolsjewistische sekse-politiek in te brengen in de huidige zeer diverse omgeving van klasse en maatschappij.

In zekere zin hebben we te maken met het tegenovergestelde van waar de seksuele radicalen in de twintiger jaren mee te kampen hadden. Toen dreigde klassenpolitiek de sekse-politiek onder te sneeuwen. Vandaag de dag vindt klassenpoltiek in feministische en queer milieus nauwelijks nog weerklank.

In Rusland, in 1917 en jaren daarna, zagen miljoenen werkende mensen zichzelf als deel van de arbeidersklasse. Voor de Bolsjewieken was het niet nodig om een arbeidersklasse-cultuur uit te vinden, ze groeiden daarin op. En ze namen die voor lief.

Dat gold ook nog voor West Europa in de eerste tientallen jaren na de Tweede Wereldoorlog en in iets mindere mate in de Verenigde Staten. Toen de tweede golf van feminisme en lesbische/homo-bevrijding op gang kwam, bestond een groot gedeelte van de activisten uit jonge mensen, die, ook als zij niet als arbeider werkten , een achtergrond hadden in de arbeidersklasse en die een verbinding zochten met de arbeidersbeweging.

Momenteel echter, dankzij de fragmentatie en desorganisatie van de arbeidersklasse door 40 jaar neoliberalisme, heeft een groot deel van wat nog steeds objectief tot die klasse kan worden gerekend niet langer een duidelijke klasse-identiteit.

In mijn ervaring radicaliseren tegenwoordig weinig jongeren, die actief worden als feminist of queer, ook spontaan op klasse-thema’s. Dat neemt niet weg dat ze best vaak bewust goede dingen inbrengen tegen het kapitalisme. Maar onbewust lijken ze het te accepteren als een gegeven.

Dit betekent niet dat anti-kapitalisme objectief dus minder noodzakelijk is. In 2017, net als in 1917, is de logica onvermijdelijk: er kan geen werkelijke seksuele bevrijding plaatsvinden zonder omverwerping van de kapitalistische fundamenten in het huishouden en het persoonlijk leven.

In 1917 was anti-kapitalisme het startpunt en kwam seksuele bevrijding later. Vandaag moeten we soms juist aan de andere kant beginnen.

Voor jongeren is het tegenwoordig moeilijker om in de arbeidersstrijd te radicaliseren, omdat die strijd fragmentarisch en in het defensief gevoerd wordt. Daarom is het een goede zaak voor links dat veel jongeren nu radicaliseren rond gender en seksualiteit, net als in de strijd tegen racisme.

Het winnen van jonge feministen en radicale queers voor het Marxisme is geen eenvoudige zaak. Eerlijk gezegd denk ik dat niet veel jongeren het socialisme als erg seksy zien. Maar ik denk dat het terugbrengen van de verloren erfenis van het bolsjewistische seksuele radicalisme hen kan overtuigen dat het dat wél was én is.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Solidarity. Nederlandse vertaling: Rob Lubbersen.

 

 

 

 

Voetnoten   [ + ]

1. Clara Zetkin “Lenin on the Women’s Question”, 1920 ; Nadezhda Krupskaja “Reminiscenes of Lenin” ;  Alexandra Kollontai “Selected Writings”, 1978, 202-3
2. Alexandra Kollontai “Selected Writings”, 1978, 271-2
3. Alexandra Kollontai “Selected Writings”, 1978, 142
4. Alexandra Kollontai “Selected Writings”, 1978, 288-9, 230, 259, 229 ; Dan Healey “Homoseksual Desire in Revolutionairy Russia”, 110-1
5. Dan Healey “Homoseksual Desire in Revolutionairy Russia”, 61-2, 143-4, 47, 68
6. Alexandra Kollontai “Selected Writings”, 1978, 301