Voor linkse mensen is het honderdjarige jubileum van de Russische revolutie nog steeds een relevante gebeurtenis. John Reed beschrijft in zijn Tien dagen die wereld deden wankelen de kolossale toepassing van het marxisme door de Russische arbeidersklasse. Deze klassieker is afgelopen jaar heruitgegeven door uitgeverij EPO.

Het inspireert tot op de dag van vandaag bewegingen die strijden voor een betere, rechtvaardige wereld. De fabrieksarbeiders en de boeren bewezen dat het kon: de bevrijding van de onderdrukte klasse als handeling van de onderdrukte klasse zelf.

Dit jubileumjaar brengt ook vele burgerlijke, reactionaire interpretaties met zich mee. We lezen overal opportunistische vervormingen van de geschiedenis: de Russische revolutie als een moment waarop alles fout ging, waarop de arbeiders uit het niets gek werden en zich lieten opslokken in een draaikolk van willekeurig geweld. Andere keren wordt de revolutie beschreven door de lens van de Koude Oorlog en alle gebeurtenissen van de 20ste eeuw: de revolutie als kern waarin elke beslissing van het Centrale Comité tot 1991 aan toe al besloten lag.

De centrale overeenkomst van dit soort geschiedschrijving is de zogenaamde les dat, hoe noodzakelijk dan ook, een radicale verandering van de maatschappij nooit goed afloopt. Het zijn moedwillige verdraaiingen van het fenomeen van bevrijding zelf. Verdraaiingen die louter bedoeld zijn om de wind uit de zeilen te nemen van groepen die hun politiek baseren op de immens progressieve kracht van de arbeidersklasse.

Hierom is de klassieker van John Reed een boek dat we anno 2017 nog steeds nodig hebben. De vernieuwde uitgave is de eerste die ook Reeds originele voorwoord bevat, vertaald naar het Nederlands. Tien dagen die de wereld deden wankelen staat na 98 jaar nog steeds als een huis. Het is lastig om een innemender ooggetuigenis te vinden van de gebeurtenissen die de Russische revolutie vormden.

Tegengif

Tien dagen werkt als een tegengif tegen die genoemde verdraaiingen. Reed laat met verbijsterend oog voor detail zien hoe een uitgebuite klasse zichzelf optrekt, vanuit het bloed en de modder van het tsarisme en de wereldoorlog, en vervolgens de macht overneemt. Het is gemakkelijk om te denken dat de socialistische machtsovername gebeurde met de bestorming van het Winterpaleis – de revolutie als ‘coup’ – maar Reed laat zien hoe juist de kracht van de arbeidersklasse in combinatie met zorgvuldige bolsjewistische planning aan 1917 invulling gaf.

Reed, een radicale Amerikaanse journalist, werkte als verslaggever voor het socialistisch tijdschrift The Masses. Vóór 1917 deed hij vanuit heel Europa verslag over de bloedbaden van de Eerste Wereldoorlog. Wat hij daar zag heeft hem ook zeker beïnvloed; zijn anti-oorlogssentimenten zijn hier het meest radicaal ontwikkeld.

Vervolgens was Reed één van de weinige westerlingen die op de eerste rang mocht zitten bij de bolsjewistische revolutie. Zijn werk viel in zeer goede aarde bij de Russische communisten: Reed werd in 1920 als enige Amerikaan ooit bij het Kremlin begraven. Twee jaar later werd zijn boek heruitgegeven met een voorwoord van niemand minder dan Lenin zelf.

Het boek van Reed is een journalistiek werk dat je niet vaak tegenkomt. Een reguliere journalist zou waarschijnlijk een aanmatigend toontje aanslaan over dit oproer in een vreemd land, maar Reed blijft feitelijk en kan met zijn marxistische achtergrond perfect uitleggen welke klassenbelangen met elkaar botsen en hoe de revolutie zich aan de hand daarvan ontvouwt.

Niet eenduidig

Revoluties zijn onstuimig, chaotisch en ontwikkelen zich veel minder eenduidig dan we achteraf graag willen geloven. Maar alle factoren, ook die factoren waar we in de eerste plaats misschien geen belang aan hechtten, neemt Reed mee. Hij doet verslag van Sovjetvergaderingen, de verschillende dagbladen, de sfeer op straat in Petrograd, bezettingen van fabrieken, toespraken van beroemde bolsjewieken, en stapt op mensen af uit elke laag van de Russische maatschappij. We zien vanaf het begin de kiemen van een radicale democratie zien groeien; de werkende mensen bepalen via de sovsovjets steeds meer hun eigen leven.

‘Gedurende de strijd was ik niet onpartijdig’, staat in het voorwoord uit 1919. Het dichtst – zowel letterlijk als ideologisch – blijft Reed bij de bolsjewieken. Dit betekent ook dat, wat er ook gebeurt, wij telkens lezen hoe de bolsjewieken aan het werk gingen. Terwijl verschillende linkse groepen toch veilig vóór de oorlog of vóór de Voorlopige Regering kozen, bleven de bolsjewieken consequent met hun leuzen van ‘Land, brood en vrede’ en ‘Alle macht aan de sovjets’.

Het zet de lezer aan het denken: had ik op dat moment de brutale lijn van de bolsjewieken gesteund? Het was in onrustige tijden misschien verleidelijker om voor voorzichtigheid te kiezen in plaats van het confronterende, continu agiterende bolsjewisme. Dit soort gedachten kunnen alleen door het hoofd spelen dankzij de gedetailleerde en duidelijke beschrijvingen.

De Russische revolutie had zich geen betere verslaggever kunnen wensen dan John Reed. Tien dagen die de wereld deden wankelen werkt als een belangrijk historisch verslag, als een bloedstollend spannend verhaal, maar geeft bovendien een historisch venster waardoor we de onmetelijke kracht van de arbeidersklasse kunnen zien.

John Reed, Tien dagen die de wereld deden wankelen, EPO 2017, 320 pagina’s, 24€.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op socialisme.nu.