Na meer dan 65 jaar: het oorspronkelijk exemplaar van Lumumba’s wereldvermaarde toespraak van 30 juni 1960 teruggevonden. Kriger Josephson sprak met Gertjan Desmet, die een indrukwekkende analyse publiceerde van het document en de historische context in het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis.

Archivaris en historicus Gertjan Desmet behoort tot de staf van CegeSoma, het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij, onderdeel van het (Belgische) Rijksarchief. Naast bijdragen over ontsluiting en archiefbeheer, publiceerde hij o.a. over de Internationale Kommunisten Deutschlands en de Duitse communistische emigratie in België in het interbellum. Hij is tevens co-auteur van het boek ‘Ernest Mandel. Nationaliteit en klassenstrijd in Belgie 1958-1973’.

KJ Jouw artikel, Gertjan, zorgt voor een ongeziene doorbraak op verschillende punten, met betrekking tot de interventie van Patrice Lumumba bij de onafhankelijkheidsproclamatie van Congo. Alles begint met de “ontdekking” van archiefstuk ‘AB2191’. Je komt tot het besluit dat dit document – met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid – Lumumba’s persoonlijke exemplaar is van zijn beroemde toespraak van 30 juni 1960. Maar daar gaat twee jaar opzoekingswerk aan vooraf en een diepgaande archivalische en contextanalyse. Daarnaast zorg je ook voor de enige correcte transcriptie van wat hij werkelijk zegde.

Laat on misschien beginnen met de geschiedenis van archiefstuk ‘AB2191’.

GJD Het is merkwaardig, en het klinkt bijna ongelooflijk, maar de vijf bladzijden van Lumumba’s exemplaar bevinden zich al meer dan 20 jaar in de archiefcollectie van CegeSoma. Ze werden in onze oude online Pallas-catalogus onder referentie AB2191 beschreven met expliciete verwijzing naar de toespraak van 30 juni 1960 van Lumumba.

KJ Hoe is het mogelijk dat niemand dit heeft opgemerkt?

GJD Dit kan verschillende redenen hebben. De inhoud van Lumumba’s rede werd eigenlijk algemeen als gekend en vaststaand verondersteld. Er werd verwezen naar steeds dezelfde teksten zonder terug te gaan naar de primaire bronnen. CegeSoma werd, gegeven de oorsprong als Navorsings- en Studiecentrum van de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, wellicht niet gezien als mogelijk bron voor onderzoek over Congo. Terwijl we misschien een van de grootse collecties in België hebben van dagboeken, persoonlijke relazen, mémoires en manuscripten.

In september 2022 stootte ik, tijdens inventarisatiewerk, bij de autobiografie van een zekere Jean Rigot, op een gefotokopieerd typoscript van Lumumba’s toespraak. En iets verder bevond zich het originele getypte document, 5 pagina’s, waarop handgeschreven notities waren aangebracht. Rigot was Sabena lijnpiloot geweest. Volgens zijn eigen biografie had hij, samen met zijn collega Ruwet, Lumumba overgevlogen van Port-Francqui (Ilebo) naar Leopoldstad, na diens gevangenneming op 1 december 1960.  CegeSoma had deze papieren ontvangen in de zomer van 2004, en geregistreerd als stuk AB2191. Rigot had verklaard dit van Yvette Maertens, weduwe van een zeker Piet (Pierre) Lenain, gekregen te hebben voor haar overlijden in 2004. Hij had eraan toegevoegd dat de notities erop door Lenain, als “secretaris en raadgever” van Lumumba, waren gemaakt. Deze – feitelijk – verkeerde informatie werd als dusdanig in de catalogus van CegeSoma opgenomen. Ook diens bewering dat Lumumba zijn tekst na de toespraak op het pupiter had achtergelaten en deze zo in handen kwam van Lenain wordt door de bewaarde filmbeelden van de ceremonie weerlegd.

KJ Hoe komt deze Lenain dan aan het authentieke document?

GJD Piet Lenain was een oud-journalist bij de (liberale) krant ‘Het laatste Nieuws”. Maar op 30 juni 1960 was hij in Leopoldstad in zijn hoedanigheid van adjunct-commissaris-generaal van het CGI. Dit Commissariat Général à l’Information was de informatiedienst behorende het Gouvernement-generaal in de Congolese kolonie. Eén van de opdrachten van het CGI was het verspreiden van officiële persberichten. Lenain moet zo Lumumba’s eigen exemplaar in handen hebben gekregen en zelf nadien – privé – hebben bijgehouden. Dat is niet zo ongewoon. We stellen vaak een vermenging vast van ambtelijke stukken en het persoonlijk archief bij ambtenaren, politici, ministers, kabinetsleden… Het CGI was vanaf 8 maart 1960 ondergeschikt geworden aan de overgangsinstantie, het Collège Exécutif Général. Ten tijde van de onafhankelijkheidsceremonie – sinds middernacht – viel het CGI onder het gezag van de Congolese regering. Het CGI werd pas op 6 juli 1960 vervangen door het Ministerie van Informatie en Culturele zaken. De CGI-documenten van 30 juni 1960 moeten naar mijn mening worden beschouwd als publiekrechtelijke archieven van de Republiek Congo. De ambtelijke stukken van het vroegere Gouvernement-generaal en van het Ministerie van Koloniën worden sinds kort overgebracht van de FOD Buitenlandse Zaken naar het Rijksarchief, en moeten nog grotendeels geïnventariseerd worden. Het is niet onmogelijk dat er in de toekomst hier nog relevante informatie opduikt. Maar de verwervings- en trajectgeschiedenis van archiefstuk ‘AB2191’ leveren een plausibele verklaring voor de aanwezigheid van Lumumba’s exemplaar bij CegeSoma.

KJ  De toespraak van Lumumba van 30 juni 1960 illustreert duidelijk zijn kwaliteiten als tribuun en zijn oratorisch talent, inbegrepen de tonaliteit, de ritmering, de pauzes, … Jouw onderzoek over de omstandigheden rond zijn speech rekent echter af met een aantal wijdverspreide misinterpretaties en onwaarheden daaromtrent. Hoewel de inhoud weliswaar voor consternatie zorgde, in de eerste plaats bij de aanwezige hoogwaardigheidsbekleders, toon jij b.v. aan dat zijn interventie helemaal niet onaangekondigd was.

GJD De entourage van Boudewijn had minstens drie aanwijzingen gekregen dat Lumumba zou spreken. Kashamura schrijft jaren later in zijn mémoires dat de koning reeds de avond ervoor op hoogte was van het plan van de Congolese premier, en geschokt reageerde. Pierre Wigny, de toenmalige Belgische Minister van Buitenlandse Zaken, stelt in zijn autobiografie, die in het Rijksarchief ligt, dat hij Boudewijn vlak voor de zitting, rond elf uur, gebriefd had over het gewijzigd aantal toespraken. Interessant, en nieuw is ook een rapport van Marcel Zwaenepoel dat ik in het archief vond van August-Edmond De Schryver, Minister van Belgisch Congo and Ruanda-Urundi (3 september 1959-29 juni 1960) en van Afrikaanse Zaken (29 juni-3 September 1960). Als persattaché van De Schryver begaf hij zich naar het bureau van de Gouverneur-generaal waar nog gewerkt werd aan Boudewijns’ speech. Bij telefonisch contact met het CGI, dat op deze tekst wachtte, werd hen tot spoed aangezet omdat de teksten van Kasavubu en Lumumba er al waren. Na deze verrassende mededeling kreeg Zwaenepoel de opdracht om een exemplaar van Lumumba’s toespraak meteen op te halen. Na over en weer bellen blijkt dat het CGI deze tekst toch niet had, maar wel op de hoogte was van Lumumba’s intenties.

KJ Maar als ik het goed begrijp waren de Belgische ministers en de koning wel vooraf ingelicht over Lumumba’s plannen, maar hadden ze geen kopie van de tekst zelf.

GJD Daarover is ook later in de pers een hele controverse ontstaan. Zo werd het toenmalig hoofd van de CGI, Regis (‘Reginald’) Hemeleers, in 1961 beschuldigd van collusie met Congolese regering. Hemeleers heeft tot aan zijn dood steeds hetzelfde relaas van de gebeurtenissen hierrond aangehouden. Hij vertelt dat in zijn bureau, op een bepaald moment, Amerikaanse journalisten hem vroegen naar de tekst van Lumumba’s speech. Hemeleers viel uit de lucht. Hij belde naar de ambtswoning van de Congolese premier waar bevestigd wordt dat Lumumba inderdaad zal spreken op de onafhankelijkheidsceremonie. Patrice Lumumba kwam zelf aan de lijn en beloofde om hem, vlak voor de zitting, een voorlopige tekst te geven. Dit op voorwaarde dat deze niet verspreid zou worden. Blijkbaar werd door iemand van het CGI op deze basis toch een stencil aangemaakt en kopies rondgedeeld. Na protest van de Belgische perssecretaris van Lumumba, Henri Ancelot, werd na de zitting geprobeerd alles terug te roepen en te vernietigen.

KJ Er bestaat ook nogal wat onduidelijkheid over wie meegewerkt heeft aan het schrijven van Lumumba’s toespraak.

GJD Wie precies de auteur is voor mij een vals probleem, want alles wijst erop dat het een collectief werk is geweest. Voor de Parlementaire Onderzoekscommissie over de moord op Lumumba verklaarden zowel Jean Van Lierde en Marijse Hockers, die toen bij het kabinet van de Congolese premier werkte, niet betrokken te zijn geweest bij de redactie. Ze stelden dat Patrice Lumumba zelf zijn toespraken schreef. Een mogelijke bijdrage door de Guineese diplomaten Diallo Telli en Tounkara wordt aangehaald door Kashamura. In de recent heruitgegeven autobiografie van Andrée Blouin verwijst haar dochter in een nawoord naar de beweringen van Victor Nendaka – niet meteen een onpartijdige bron – die in 2001 Blouin als auteur aanduidt. Maar de “Zwarte Pasionaria” was al meer dan twee weken daarvoor uitgewezen – en vertrok effectief, eerst naar Italië –en schrijft zelf dat ze op de radio naar de toespraak luisterde. Het besluit van Lumumba tot zijn ongeplande tussenkomst is wellicht genomen in de dagen juist voor de onafhankelijkheidsceremonie.  In ‘Patrice Lumumba. La crise congolaise revisitée.’ van 1990 verklaarde Jean-Claude Willame dit door een groeiende frustratie, het gevoel uitgerangeerd, op een zijspoor gezet te zijn.

KJ In jouw artikel schuif je in essentie op vier argumenten naar voor die aantonen dat het teruggevonden archiefstuk AB2191 het persoonlijke exemplaar is dat Lumumba zelf voorlas tijdens de onafhankelijkheidsceremonie. We hebben het al gehad voor de herkomst en wervingsgeschiedenis ervan. Maar er zijn ook de materiële, fysieke aspecten. Je beschrijft b.v. de waarneembare toetsaanslagen aan de achterzijde en de twee duidelijke vouwen, wat overeenkomt met hoe Lumumba het document vasthield. Dan zijn er de handgeschreven aantekeningen in meerdere soorten inkt (groen, blauw, rood, magenta).

GJD Het gaat inderdaad om een origineel getypt papier (geen kopie, geen stencil) met een watermerk van het Ministerie van Koloniën. De meeste annotaties zijn in het groen, waarvan een deel overeenkomt met Lumumba’s handschrift. Er zijn een aantal brieven van zijn hand in het archief van Van Lierde, maar grafologisch zijn er onmiskenbaar gelijkenissen met de tekst en handtekening die Patrice Lumumba aanbracht in het Guldenboek van de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB) bij zijn bezoek in 1956, dat door de archiefdienst Liberas online werd gezet.

KJ Een derde pilaar die de centrale hypothese in jouw artikel onderbouwt is de inhoudelijke analyse van Lumumba’s speech. Je ontleedt 13 verschillende versies([A’] t/m [G]), reconstructueert de totstandkoming ervan, vergelijkt deze met de uitgesproken tekst.

GJD Het is bijzonder interessant om te kijken naar de wijzigingen die Lumumba doorvoert. Sommige staan al in voorlopige tekst die aan het CGI was overgemaakt, en andere niet. Zoals we op de filmbeelden zien, bewerkt hij nog de tekst tijdens de toespraken van Boudewijn en Kasa-Vubu. Deze met groene inkt bewerkte passages zijn duidelijk vast te stellen. De titel had hij bijvoorbeeld al voor de zitting erop gezet. Maar de belangrijke ‘pan-Afrikaanse’ toevoegingen op het einde b.v. gebeurden tijdens de ceremonie. De globale tendens hierbij is dat Lumumba de scherpere kanten eerder afzwakt.

KJ Dat gaat in tegen de mythe van Lumumba’s toespraak als een moedwillige, ondiplomatieke provocatie of een impulsieve, agressieve uitbarsting na Boudewijns betuttelende, kolonialistische rede.

GJD Dat Lumumba geen agressieve verrassingsaanval heeft willen doen, wordt ook verder bevestigd door het feit dat hij voor de zitting aan zijn ordonnansofficier de opdracht gaf om te communiceren dat hij ging spreken. Ik interpreteer zijn speech als een klassiek discours van nationale bevrijding. Het begint vrij scherp, over het koloniaal verleden, maar minder dan wat aanvankelijk geschreven stond. Daar is in België een hele zaak van gemaakt, maar uiteindelijk gaat het gewoon om vaststellingen.  Het tweede deel lees ik in de zin van ‘we gaan nu iets opbouwen, niet per se tégen België, maar voor het Afrikaanse volk’.

KJ Het blijft toch merkwaardig, en in ieder geval gaat het in tegen de gevestigde opinie hierover, dat Lumumba, zelfs na het aanhoren van Boudewijn en Kasavubu, de toon en inhoud van zijn toespraak eerder matigt…

GJD Ook een memo in het onderzoeksdossier dat Walter Ganshof van der Meersch, minister zonder portefeuille belast met algemene zaken in Afrika, de dag erna startte naar het hele verloop van de onafhankelijkheidsplechtigheden, stelt dat de initiële versie van Lumumba’s speech veel harder was dan de eigenlijke toespraak. In het Ganshof archief bevindt zich een verzameling van verschillende versies van Lumumba’s tekst.

KJ Kun je een paar voorbeelden geven van dit afzwakken, minder bruuskerend en – voor de Belgen – meer aanvaardbaar maken.

GJD De oorspronkelijk getypte tekst begon met “Congolais, Congolaises”. Tijdens de bespreking ’s ochtends op het kabinet van de Congolese premier werd daar voorafgaandelijk “Sire, Excellences, Mesdames, Messieurs” in blauwe inkt op zijn exemplaar bijgeschreven. Tijdens de plechtigheid wijzigt Lumumba zelf met de hand een passage “nooit gaan we dit vergeten” – wat vindicatief zou kunnen overkomen – tot “we hebben hier diep onder geleden”. Bepaalde zinnen die verwijzen naar de kogels van de Force Publique heeft hij ook doorschrapt. Interessant is ook dat systematisch “ik” en “mijn” is veranderd naar de eerste persoon meervoud, “nous” en nos”.

KJ Een andere kwestie die Lumumba’s tactische soepelheid aangeeft, en contrasteert met de snel escalerende Westerse diabolisering van zijn figuur als een irrationele fanaticus, is zijn “reparatiespeech” later op de dag.

GJD De ochtendplechtigheid van 30 juni 1960 eindigde met de ondertekening – in een ijzige sfeer – van de onafhankelijkheidsakte door de beide eerste ministers, Patrice Lumumba en Gaston Eyskens. Het protocol voorzag daarna in een receptie door beide staatshoofden en een lunch. De Belgische hoogwaardigheidsbekleders dreigden echter meteen Congo te verlaten, maar na bemiddeling van de Ghanese ambassadeur werd een compromis gevonden. Lumumba werd bereid gevonden bij de lunch een toast uit te brengen, die grotendeels door de Belgen was geschreven, en door hen als “goedmaking” was bedoeld. Een versie hiervan is te vinden in het archief van De Schryver in het KADOC. Lumumba zou wel nog een aantal dingen veranderd hebben. Na deze ‘toast réparatoire’ laat de Congolese regering door het CGI wel nog 1500 exemplaren verspreiden van de ‘definitieve versie’ van Lumumba’s eerste toespraak.

KJ Een vierde argument dat ervoor pleit dat archiefstuk ‘AB2191’ het authentieke persoonlijk exemplaar is van de redevoering van Lumumba op 30 juni 1960, berust op de vergelijking met het document dat Ludo De Witte in 2015 vond in de Finoutremer-archieven.

GJD Hier gaat het om een monochrome fotokopie, geen origineel. Inhoudelijk zijn de aantekeningen bijna identiek; er ontbreken enkel drie geschrapte toevoegingen, nl. “dans quelques années”. Maar het handschrift is zeker niet dit van Lumumba. Eenzelfde kopie bevindt zich in de SIBEKA-archieven, en collega’s hebben nog een exemplaar gevonden. Dit alles maakt dat het hier onmogelijk kan gaan om Lumumba’s eigen tekst. In het betreffende dossier in het Finoutremer-archief zit van alles: allerlei anonieme nota’s, echte en vervalste pamfletten en brieven, enz. Zo zit er een zogezegde brief van Lumumba met als titel “Mesures d’application de la première phase de la dictature” en groet “Vive l’Union Soviétique. Vive Kroutchev”.

KJ Alle drie de toespraken van de onafhankelijkheidsceremonie in het Palais de la Nation werden rechtstreeks via de radio uitgezonden, wat een grote en blijvende impact had op de Congolese bevolking. Maar er werden ook geluidsopnames en filmbeelden gemaakt.

GJD Een van de grote vragen is of (en waar) er nog onbewerkte filmbeelden bestaan van de onafhankelijkheidsceremonie. Alle gepubliceerde video’s van de toespraak van Patrice Lumumba zijn onvolledig en – achteraf – gemonteerde fragmenten. Ik heb zelf gezocht bij archiefdiensten en persagentschappen, beeldresearchers gecontacteerd… Het zou natuurlijk interessant zijn om het hele verloop te zien van de ceremonie, na te gaan hoelang Lumumba aan het noteren is, hem te volgen vanaf het moment wanneer hij opstaat om naar het podium te gaan, hoeveel keer hij van pagina wisselt, enz. tot aan het einde van zijn toespraak.  Ook om de reacties in de zaal te kunnen bekijken zonder dat deze tussen andere filmfragmenten zijn gemonteerd. We kennen nu al het beeld van Lumumba op het centrale spreekgestoelte terwijl de koning en Kasa-Vubu hem – haast symbolisch – lager aan de zijkant van de zaal moeten toehoren.

KJ  Merkwaardig genoeg publiceer je ook de eerste volledige en correcte transcriptie van de geluidsopnames van Lumumba’s toespraak. Hoewel van historische waarde en met een bijna iconische status, kwamen gepubliceerde versies nooit overeen met wat hij werkelijk zei.

GJD Ik heb via het VRT-archief een digitale kopie bekomen van de geluidsopname door het INR, de voorloper van de VRT. Los van de typfouten en enkele versprekingen en kleine improvisaties door Lumumba op het moment zelf, komt de tekst van archiefstuk AB2191 – inclusief de laatste, met de hand aangebrachte, wijzigingen – volledig overeen met de uitgesproken toespraak. In deze INR-file hoor je ook de opmerkingen van de radiojournalisten die in zaal zaten. Er is de stem van Joseph Kasongo, de Congolese Kamervoorzitter en president van de plechtigheid: “La parole est au premier ministre du Congo”. Daarna komt een commentaar “En thans zal spreken eerste minister Lumumba” waarop zijn Franstalige collega volgt “Voici maintenant monsieur Lumumba qui monte devant le bureau présidentiel”. Een bijzonderheid is het begin van Lumumba’s toespraak dat enkel aan het licht is gekomen door nauwlettend onderzoek van deze geluidsopname. Nadat Lumumba het podium bestegen heeft, hoor je een paar seconden niets. Daarna wordt er gehoest, en misschien overlapt dat met het neergeschreven aanvangswoord “Sire”, maar dat is onmogelijk te verifiëren. Maar dan hoor je – onversterkt, maar duidelijk – Lumumba zeggen “Excellences, Mesdames, Messieurs”. De bekende  opname start daarna met het gekende “Congolais, Congolaises” gevolgd door de rest van de dertien minuten durende toespraak.

De kwestie van de aanvangszinnen en de aanspreektitels in Lumumba’s toespraak gaat over details, maar zorgt wel voor een relevant nieuw element in de geschiedkundige interpretatie ervan. Dit wordt ook bevestigd door de bestaande videoframenten. Bij Boudewijn en Kasa-Vubu stond een microfoon voor hun stoelen, aan de rechterzijde van het podium. Lumumba ging centraal op het podium staan. Op de filmbeelden is te zien dat een Congolese technicus, volgens mij, nog snel een tweede microfoon aansluit, want je hoort nog wat achtergrondgemorrel op de audioregistratie, wanneer Lumumba al begonnen is met spreken.

Op het YouTube kanaal van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren kan je een volledige audioversie vinden van alle drie toespraken, spijtig genoeg zonder bronvermelding. Maar hierop is het niet-versterkte begin van Lumumba’s speech wel niet te horen.

KJ In ieder geval, Gertjan, hartelijk bedankt voor het interview, en voor het buitengewoon interessant artikel dat je hierover schreef. Behalve een synthese van de bestaande informatie over de historische context bracht je een belangrijk aantal nieuwe elementen aan. We beschikken nu zowel over een finale transcriptie als over het -zoals je stelt, met zeer grote waarschijnlijkheid – persoonlijk exemplaar van Lumumba’s toespraak. Dit alles draagt zeker bij tot de mogelijkheid van een rijkere, meer genuanceerde analyse van het complexe dekolonisatieproces in Congo.