Zes linkse partijen uit Midden- en Oost-Europa hebben een nieuwe alliantie gevormd. Ze zijn verenigd door hun verzet tegen rechtse populisten en Russisch imperialisme ‒ maar ze dagen ook de centrumlinkse partijen uit die de neoliberale wending in de regio hebben geleid.

Ten overstaan van de media kondigden vertegenwoordigers van zes organisaties op 12 januari in het Poolse parlement de oprichting aan van een nieuwe Centraal-Oost-Europese Groene Linkse Alliantie (CEEGLA). Voor de organisatoren ‒ het Poolse Razem, de Hongaarse Szikra Beweging, het Roemeense Demos, de Oekraïense Sotsialnyi Rukh, de Tsjechische Budoucnost en de Litouwse Kartu ‒ betekende het evenement de uitdrukking van een modern links in de regio.

Al na de Russische invasie in Oekraïne begonnen veel linkse Oost-Europeanen een eigen identiteit te ontwikkelen ten opzichte van hun kameraden in West-Europa ‒ ze klaagden dat deze laatsten niet erkenden wat er werkelijk op het spel stond in de oorlog. De oprichting van CEEGLA lijkt bedoeld om die realiteit te concretiseren.

‘We realiseerden ons dat we in verschillende werelden leven en dat de linkse wereld ‒ West, Zuid en Noord ‒ verschillende opvattingen hebben [over de oorlog],’ vertelde Claudiu Crăciun, woordvoerder van Roemenië’s Demos. ‘En we voelen dat we hier een wereld hebben. Het is een Europese periferie die onafhankelijkheid en soevereiniteit als belangrijke inzet had in de negentiende en twintigste eeuw, en we weten iets over … Russische invloed in elke vorm.’

CEEGLA hoopt de vaandeldrager van die wereld te worden. Maar hoewel de contouren duidelijker zijn geworden, is het idee van een Oost-Europees democratisch socialisme nog steeds een werk in uitvoering. Het lidmaatschap van de alliantie weerspiegelt de realiteit dat dit een ontluikend project is. Zelfs de meest prominente lidorganisatie ‒ het Poolse Razem ‒ heeft slechts zeven zetels in het nationale parlement.

Ineenstorting

CEEGLA heeft zijn wortels in twee periodes van de recente geschiedenis: de neergang van Oost-Europese linkse partijen in de jaren 2000 en de crisis van de Eurozone in de jaren 2010.

Het is belangrijk om karikaturale interpretaties van de rechtse dominantie in de postcommunistische landen te vermijden. In de eerste jaren van het nieuwe millennium maakten sociaaldemocratische en socialistische partijen deel uit van of controleerden ze de regering in Tsjechië (1998-2006), Hongarije (2002-2010), Litouwen (2001-2008), Polen (2001-2005), Roemenië (2000-2004) en Oekraïne (2002-2005). Maar halverwege de jaren 2000 zagen die partijen hun populariteit afnemen als gevolg van schandalen en hun rol in de door bezuinigingen gedreven overgang naar het kapitalisme.

‘Een groot deel van de overgang naar het kapitalisme en naar neoliberale economische regimes werd mogelijk gemaakt door in naam linkse regeringen in de jaren ’90 en het begin van de jaren 2000,’ zegt Áron Rossman-Kiss, hoofd externe betrekkingen van de Hongaarse Szikra Beweging.

De ineenstorting creëerde een links vacuüm net toen de crisis in de eurozone uitbrak. Uit de protestbewegingen die daaruit voortkwamen, ontstonden groepen als Podemos in Spanje, Syriza in Griekenland, La France Insoumise en de beweging in de Britse Labour Party onder leiding van Jeremy Corbyn. Tegelijkertijd begon een Oost-Europees ‘nieuw links’ samen te smelten ‒ en modelleerde zich vaak naar West- en Zuid-Europese partijen.

‘Als je terugkijkt naar toen Razem werd opgericht, stelden ze zichzelf voor als een soort democratisch socialistisch alternatief in Westerse stijl voor wat er overbleef van het postcommunistische links in Polen. Ze probeerden dus vooral iets westers na te bootsen,’ zegt Tom Junes, assistent-professor aan de Poolse Academie van Wetenschappen.

In het begin waren er maar weinig organisaties die voet aan de grond kregen in Oost-Europa. Van de huidige leden van CEEGLA waren alleen het Poolse Razem en het Roemeense Demos in de jaren 2010 actief als politieke partijen, hoewel andere zoals het Oekraïense Sotsialnyi Rukh wel bestonden als sociale bewegingen.

‘Zeven, acht jaar geleden waren het alleen wij en Razem,’ zegt Crăciun van Demos. ‘Maar ondertussen ontstonden er andere partijen en bewegingen.’

Het nieuwe links verschilde van de gevestigde partijen uit de vorige eeuw. In tegenstelling tot de vaak conservatieve communistische partijen waren ze sociaal progressief en in tegenstelling tot de sociaaldemocraten waren ze tegen bezuinigingen. Veel van hun leden kwamen uit de stedelijke middenklasse en Europa’s groeiende ‘precariaat’ in plaats van de traditionele basis van industriële arbeiders.

In verschillende landen ‒ Polen en Hongarije in het bijzonder ‒ organiseerden die bewegingen zich ook naast andere krachten die zich verzetten tegen rechtse populisten. Ze sloten zich aan bij mainstreampartijen in brede volksfronten. Razem (als onderdeel van de Lewica alliantie) en Szikra hebben zich beiden verkiesbaar gesteld in officiële of informele coalities tegen zittende nationaal-populistische machthebbers.

Toch zijn de CEEGLA-partijen meer dan de linkervleugel van democratische, pro-Europese bewegingen. Hoewel hun verzet tegen antidemocratisch gedrag heeft geleid tot allianties met centristische en neoliberale partijen, pleiten de CEEGLA-leden voor vervanging van de ‘pre-populistische’ status quo, niet voor terugkeer. Dit verschil plaatst nieuw links soms op gespannen voet met haar voormalige bondgenoten. Bij de Poolse verkiezingen van oktober vorig jaar zat Razem bijvoorbeeld in een ‒ weliswaar zeer losse ‒ informele coalitie van de brede centrumlinkse tot centrumrechtse oppositie. Maar toen Donald Tusk dezelfde partijen leidde bij het vormen van een nieuwe regering, koos Razem ervoor om er buiten te blijven.

Internationalisme

Zelfs in de crisisperiode na 2008 bestonden er spanningen tussen de nieuwe linkse bewegingen in Oost-Europa en die elders op het continent.

‘Velen van ons deelden een gelijkaardige ervaring: we gingen al jaren naar internationale ‒ linkse ‒ fora en hadden het gevoel dat er daar weinig of geen plaats was voor Oost-Europese linkse stemmen, dat we gereduceerd werden tot een soort verwaarloosbaar achterland,’ zegt Rossman-Kiss.

Die spanning nam vooral toe rond defensiekwesties ‒ en Rusland. In 2014 annexeerde Rusland de Krim en sponsorde het opstanden in het oosten van Oekraïne.

Terwijl linkse politici in heel Oost-Europa gealarmeerd waren, spraken sommige linkse politici elders op het continent hun steun uit voor de ‘volksrepublieken’ Donetsk en Luhansk.

Toch bleef de samenwerking tussen de oosterse en westerse partijen doorgaan. De Russische invasie in februari 2022 was de laatste aanleiding om de relatie te veranderen.

‘Er werd erkend dat het niet langer kon zoals het tot nu toe was gegaan, dat we actief moesten beginnen met het opbouwen van partnerschappen binnen de regio, aangezien ze niet voor ons zouden worden opgebouwd,’ legt Rossman-Kiss uit.

Sommige Oost-Europese partijen haakten af bij linkse projecten die ze als westers gedomineerd zagen. In maart 2022 kondigde Razem aan dat het de Progressieve Internationale en DiEM25 zou verlaten ‒ groepen die geassocieerd worden met de voormalige Griekse minister van Financiën Yanis Varoufakis.

In de daaropvolgende maanden ontmoette Razem andere groepen die ook teleurgesteld waren in de reactie van Europees links op de oorlog.

‘We hadden een bijeenkomst in Warschau [waar] … we ontdekten dat we enkele zeer gemeenschappelijke problemen hebben omdat de kapitalistische orde in Centraal-/Oost-Europa, met beperkte verschillen, hetzelfde is,’ zegt Crăciun van Demos. ‘En het was interessant om te zien hoe onze strijd zich in onze landen op verschillende manieren uitkristalliseerde. … We herkennen onszelf in de strijd van de anderen. Het was alsof we in de spiegel keken en zeiden: ‘Oh ja, dat hebben wij ook meegemaakt.’

Die bijeenkomsten legden de basis voor CEEGLA. Het was een reactie op de marginalisatie die Oost-Europees links ervoer binnen linkse ruimten, maar ook een afwijzing van de lokale neoliberale status quo.

‘Ik denk dat het heel belangrijk is om te onthouden dat er geen linkse politiek kan zijn zonder internationalisme ‒ zowel omdat een werkelijk emancipatoire strijd niet succesvol kan zijn als die beperkt blijft tot nationale grenzen, maar ook op een heel praktisch niveau. Het is zo cruciaal om van elkaars ervaringen te leren en methoden uit te wisselen over wat heeft gewerkt ‒ en wat niet,’ zegt Rossman-Kiss. ‘Heel vaak kijken we naar Duitsland, het VK of de VS in plaats van naar wat er gebeurt in de landen om ons heen. Dat heeft een gevoel van isolatie met betrekking tot onze nationale strijd alleen maar versterkt.’

Maar nu CEEGLA bestaat, is het moeilijk om aan te geven wat het wil doen of vertegenwoordigen, behalve regionale samenwerking.

‘In het licht van de gebeurtenissen van de afgelopen twee jaar zie ik deze alliantie als een poging om een soort regionale identiteit te creëren voor een democratisch socialistisch links alternatief,’ zegt Junes. ‘Het is een poging om een identiteit te creëren, maar geen identiteit die al bestaat. Ik denk dat ze nog aan het zoeken zijn naar wat het zou moeten zijn.’

Ideologie

CEEGLA heeft zeventien principes geformuleerd, maar ze zijn nogal weinig gedetailleerd. Het resultaat is een ruwe schets van de doelen en overtuigingen van de organisatie.

Eerst en vooral probeert de alliantie de laatste drie decennia van de Oost-Europese geschiedenis ‒ de ineenstorting van het communisme, de overgang naar het kapitalisme, de uitbreiding van de Europese Unie en de NAVO, en de hernieuwde agressie van Rusland ‒ samen te vatten in een coherent progressief programma.

‘We willen de Centraal-Oost-Europese regio sterker zien; een regio die de Westerse politiek kan beïnvloeden en vanuit onze perspectieven kan praten en niet de [buffer]zone tussen Rusland en de VS is,’ zegt Victoriia Pihul, bestuurslid van het Oekraïense Sotsialnyi Rukh.

De leden zeggen echter dat dit slechts een deel van hun identiteit is.

‘Het gaat niet alleen om [Oekraïne]. We pleiten voor links progressief ecologisch beleid in Oost-Europa, als weerspiegeling van die [gedeelde] context,’ zegt Klára Školníková, medevoorzitter van de Tsjechische Budoucnost partij. ‘En ik denk dat West-Europa … we willen dezelfde dingen, toch? We willen klimaatrechtvaardigheid, we willen werknemersrechten, we willen sociale rechtvaardigheid, maar het is gewoon zo dat we een compleet andere context en compleet andere debatten hebben, en we kunnen niet dezelfde [strategieën] op onze landen toepassen; dat gaat gewoon niet werken. Het gaat dus vooral om het uitwisselen van dingen die wel werken.’

Het bestaansrecht van de alliantie is met andere woorden het creëren van een gedeeld politiek thuis.

‘We vinden steun in soms zeer ingewikkelde politieke omgevingen in onze eigen landen,’ zegt Crăciun. ‘Zodat we ons minder alleen voelen.’

Zofia Malisz, lid van de stuurgroep van de nationale raad van Razem, stelt ook dat de toekomst van de alliantie ligt in het aanpakken van de concrete binnenlandse problemen waarmee de leden te maken hebben, en niet alleen in verheven soevereiniteitskwesties.

‘CEEGLA is een organisatie waarvan de doelen, naast solidariteit met Oekraïne, veel breder zijn,’ zegt Malisz. ‘En ik denk dat de Oekraïners en de Hongaren en alle anderen het meest enthousiast zijn over het onderling discussiëren, het vinden van oplossingen en het delen van beleid over de manier waarop we ons organiseren [met betrekking tot] zeer praktische zaken zoals het nieuw leven inblazen van de vakbonden en de arbeidersbeweging in de regio.’

‘Zoveel van het neoliberale proces dat de afgelopen jaren in onze regio aan de gang is geweest, heeft gedijt bij het tegen elkaar opzetten van ons land en onze mensen ‒ er is een echte race naar de bodem,’ zegt Rossman-Kiss. ‘En het gedijt ook door een gebrek aan informatie. En omdat we onze netwerken niet delen, we delen onze ervaringen niet, we delen geen succesvolle tactieken.’

CEEGLA’s nadruk op regionale samenwerking is echt vernieuwend. Decennialang bestonden dergelijke banden niet of kregen ze geen prioriteit.

Als het enige niet-EU-lid van de alliantie is Sotsialnyi Rukh vooral hoopvol dat de organisatie linkse mensen in Oekraïne zal leren hoe ze moeten navigeren bij de mogelijke overgang van hun land naar het [EU] blok.

‘Ik denk dat het voor Oekraïne belangrijk is dat de landen die deze overgang naar de Europese Unie al hebben meegemaakt, ons de problemen leren kennen waarmee zij werden geconfronteerd, en wij kunnen die ervaring doorgeven aan de Oekraïense samenleving in de Oekraïense politiek,’ zegt Pihul.

Andere onderwerpen die de leden naar voren brachten waren onder andere huisvesting, rechten van minderheden en democratische integratie.

‘In verschillende landen [waarvan linkse partijen] betrokken zijn bij CEEGLA ‒ zoals Roemenië, Oekraïne en Litouwen ‒ zijn er heel veel verouderde wettelijke hindernissen die de participatie en democratische processen voor links of in het algemeen sterk beperken,’ zegt Malisz. ‘En dat vraagt om ingrijpende democratische hervormingen.’

Deze prioriteiten bepalen echter weinig over wat CEEGLA eigenlijk is. Wordt het een los discussieforum of een electoraal vehikel voor kleinere Oost-Europese partijen? Wat betekent het om groen en links te zijn in Oost-Europa?

De algemene principes en het brede toepassingsgebied van CEEGLA maken duidelijk dat de nieuwe alliantie een koorddanser is. Gezien de relatieve diversiteit van de alliantie zijn er verschillende meningen over wat CEEGLA precies zou moeten zijn.

‘Elk van onze bewegingen werkt duidelijk in heel verschillende omstandigheden. Maar net zoals ons werk met Szikra niet beperkt is tot deelname aan verkiezingen, is het werk van CEEGLA dat ook niet,’ zegt Rossman-Kiss. ‘Dit project is geen verkiezingsmiddel op zich, maar moet verder gaan dan dat.’

Niet geïsoleerd

Er is overeenstemming over wat CEEGLA niet is. Het is geen pan-Europese partij of bedoeld als een factie binnen het Europees Parlement. Het is ook geen afsplitsing van westerse partijen of grotere pan-Europese formaties.

‘Het doel van dit streven is niet een soort breuk of isolement. Integendeel, we willen de kwaliteit van de dialoog versterken tussen ons en sommige van onze westerse collega’s die moeite hebben om de problemen in onze regio te begrijpen,’ zegt Malisz. ‘De vorming van CEEGLA … zal de bilaterale samenwerking met specifieke partijen intensiveren en tegelijkertijd [ons] op de kaart zetten van regionale en pan-Europese linkse of linkse en groene organisaties.’

De vorming van CEEGLA is een argument dat Oost-Europa belangrijk zal worden voor het hele continent ‒ en dat links er klaar voor moet zijn. De alliantie is een beslissend statement dat democratisch Oost-Europees links die kans op haar eigen voorwaarden wil grijpen.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Jacobin. Nederlandse vertaling: redactie Grenzeloos.