De gemeenteraadsverkiezingen op 14 oktober waren de eerste sinds 2014. Het was een officieuze ronde voor de drievoudige regionale, federale en Europese verkiezingen op 26 mei 2019. Het resultaat schetst een beeld van de politieke machtsverhoudingen in dit land, gedeeltelijk vertekend door lokale kwesties. In nogal wat gevallen gaven de kiezers een voorkeur te kennen voor zogenaamd ‘sterke figuren’ – wat samenhangt met het gevoel te leven in onzekere tijden, net zo goed als met de voorkeur van de media om precies dit soort ‘sterke figuren’ naar voor te schuiven in de beeldvorming. Het totaalbeeld dat naar voren komt, bevestigt niettemin een reeks tastbare tendensen in zowel de opiniepeilingen als binnen de sociale bewegingen van de afgelopen maanden.

Algemeen

Natuurlijk is de realiteit van de grote steden en kleine plattelandsgemeenten niet helemaal hetzelfde en verschilt deze ook sterk per provincie. Niettemin blijven in het algemeen de traditionele partijen, die al tientallen jaren de ruggengraat van de Belgische staat vormen, aan invloed verliezen. Het christendemocratisch of (in het zuiden van het land) ‘humanistisch’ centrum, de sociaaldemocratie en de liberalen gaan er in het hele land op achteruit. Waar dit niet zo eenvoudig in elke gemeente op zich aantoonbaar is, geldt dat wel voor de provinciale verkiezingen – die we ook als maatstaf kunnen hanteren naar potentiële parlementaire vertegenwoordiging toe.

Vlaanderen

In Vlaanderen profiteren Groen en de neofascisten van het Vlaams Belang van de achteruitgang van de traditionele partijen. Gelukkig versterkt de reële doorbraak van de PVDA in een reeks Vlaamse steden ook de stem van ons sociaal kamp.

De N-VA verliest in Vlaanderen terrein ten opzichte van 2014. Het doel van de N-VA was uitdrukkelijk het verwezenlijken van een sterke lokale verankering in alle Vlaamse provincies. Daartoe voerde ze een scherpe campagne – vooral via haar nationale spreekbuizen – rond de thema’s ‘identiteit’ en ‘veiligheid’ (in beide gevallen wordt vooral gedoeld op een vermeende ‘angst voor migranten’). Op twee niveaus is dit mislukt.

Aan de ene kant speelden de regelmatige racistische provocaties van haar belangrijkste figuren voornamelijk – maar niet spectaculair – in de kaart van Vlaams Belang. De xenofobe kiezer verkiest nog steeds het origineel boven de kopie. Het zoveelste bewijs dan ook dat elke toegeving aan extreem-rechts haar op de lange termijn alleen maar versterkt.

Aan de andere kant lukte de N-VA er niet echt in haar thema’s overal tot inzet van de (lokale!) verkiezingen te maken. Naarmate de campagne vorderde werd steeds duidelijker dat een groot deel van het Vlaamse electoraat eerder wakker ligt van kwesties als betaalbare huisvesting, mobiliteit, luchtkwaliteit en armoede, dan van identiteit en veiligheid.

Daar waar de N-VA er enerzijds niet in slaagde haar zelfgekozen thema’s tot inzet van de verkiezingen te maken en anderzijds geen sterke en/of gemediatiseerde kandidaten naar voor kon schuiven, mislukte ze dan ook in haar streven naar lokale verankering. Dat vormt meteen ook de verklaring voor haar al bij al povere resultaten in West- en Oost-Vlaanderen. Ondanks de achteruitgang van CD&V, wist deze laatste door de relatieve mislukking van de N-VA haar lokale bolwerken te behouden. Ook de liberalen van OpenVLD deden hier hun voordeel mee – zij hebben in de campagne expliciet ingezet op hun ‘sterke’ figuren, waarvoor ze tot op zekere hoogte her en der ook beloond werden.

Het opvallendste verschijnsel in Vlaanderen is de implosie van de Vlaamse sociaaldemocratie. Niet alleen gaat de sp.a er overal op achteruit en verliezen ze quasi al hun burgemeesterssjerpen in grotere steden (1)Dit is ondermeer het geval in Gent, Brugge en Oostende. Enkel in Leuven wist Mohammed Redouani tot nu toe de sjerp voor de sp.a te redden, dankzij een stevige persoonlijke score en een voorakkoord met Groen en CD&V. Ook qua percentage in de provinciale verkiezingen gaan ze dramatisch naar beneden. In die mate zelfs dat de kiesdrempel van 5% gevaarlijk dicht in de buurt komt.

Het zijn vooral de Groenen die de vruchten plukken. Enerzijds omdat de thema’s die de kiezers nauw aan het hart liggen – huisvesting, mobiliteit, luchtkwaliteit en armoede – door velen geassocieerd worden met de zogenaamde ‘core business’ van de ecologisten. Anderzijds omdat een groot deel van het electoraat dat zich afkeerde van de sociaaldemocraten, bij Groen is terecht gekomen.

Tegelijk doet ook radicaal-links haar voordeel bij zowel de relatieve neergang van de rechtse regeringspartijen als de implosie van de sp.a . De PVDA wilde haar aantal verkozenen in heel België verdrievoudigen, van 50 naar 150. Naar eigen zeggen koos ze er bewust voor niet overal op te komen, maar wel om zich in de eerste plaats op de centrumsteden te concentreren. Met 169 verkozenen in heel België kwam de PVDA makkelijk boven haar eigen doelstelling uit.

Ook in verschillende Vlaamse steden brak de PVDA door. Zo veroverde zij 43 zetels in 21 gemeente- en districtsraden in Vlaanderen, waaronder nieuwe verkozenen in Gent (3 zetels), Sint-Niklaas (1), Leuven (1), Vilvoorde (1), Brasschaat (1), Geel (1), Turnhout (1), Mechelen (1), Hasselt (2) en Lommel (1). Weliswaar ging de PVDA erop achteruit in Genk (van 3 naar 1 zetel), maar tegelijk behield ze haar zetelaantal in Zelzate (6 zetels) en in Antwerpen (4 zetels). Bovendien miste ze in de stad Antwerpen (wellicht door het opstappen van de populaire Zohra Othman) op een haar na een vijfde zetel. Mocht die vijfde zetel met 278 stemmen extra toch veroverd geweest zijn, dan was bovendien de rechtse meerderheid in de Scheldestad haar meerderheid kwijt geweest – met een heel andere perceptie tot gevolg. Tegenover deze uitstekende scores in Vlaamse steden en gemeenten staat wel dat de PVDA enkel in de provincieraad van Antwerpen een zetel kon behouden. De doelstelling om bij de volgende parlementsverkiezingen in 2019 vanuit Antwerpen verkozenen te behalen voor het Vlaamse en federale parlement blijft dan ook een dubbeltje op haar kant.

Het is waar dat er in Vlaanderen geen grote verschuiving naar links is opgetreden. Dat er nochtans reële mogelijkheden zijn voor radicaal-links blijkt – naast de doorbraak van de PVDA in verschillende centrumsteden – niettemin ook uit de goede resultaten van kandidaten van de SAP, die opkwamen als verruimingskandidaat op twee PVDA-lijsten – in Gent en Antwerpen. Thomas Weyts behaalde in Gent vanop de 42ste plaats 293 voorkeurstemmen en gaat daarmee 5 plaatsen vooruit in de rangorde op die lijst. Peter Veltmans behaalde vanop de 46ste plaats 430 voorkeurstemmen en schuift daarmee 7 plaatsen omhoog in de rangorde. Beide kameraden voerden een uitgesproken radicaal-linkse campagne. Daarnaast is er het puike resultaat van de lijst LEEF&Groen in Herzele, die meer dan 11% behaalde, en van 1 naar 2 zetels gaat.

Samengevat mogen we zeggen dat in Vlaanderen over het algemeen de polarisatie tussen links en rechts toeneemt, met sleutelrollen voor de N-VA aan de rechter- en de PVDA aan de linkerkant. Tegelijk is het ook zo dat instabiliteit meer en meer een kenmerk wordt van de Vlaamse politiek. Dit blijkt enerzijds uit de aanslepende coalitievorming in onder meer Oostende, Gent, Vilvoorde en (last but not least) Antwerpen. Anderzijds is het nu al duidelijk dat de rechtse Vlaamse meerderheid van N-VA, CD&V en OpenVLD er niet zomaar kan van uitgaan dat ze na de volgende parlementsverkiezingen in 2019 zonder probleem zal kunnen verder regeren. Vandaar ook de plotse – weinig geloofwaardige – uitspraken van N-VA-voorzitter Bart De Wever over ‘verzoening’ met de (vooral Groene) linkerzijde.

Wallonië

Ook in Wallonië gaan de traditionele partijen er globaal genomen op achteruit. De liberale MR betaalt de prijs voor haar deelname als enige Franstalige partij aan een rechtse federale regering, waar bovendien de separatistisch-Vlaamse N-VA het zwaarst doorweegt. De cdH wist dan weer haar tegen de PS gerichte manoeuvre in de Waalse regering (waar ze samen met de MR de PS uit de regering kegelde) niet om te zetten in groei. Tegelijk kon de PS ondanks talrijke schandalen de schade enigszins beperken – met verschillende kandidaten die nog steeds zetelen in instanties zoals Publifin – die toch werden herkozen, vooral in Luik, Bergen en Charleroi.

In Wallonië en Brussel speelt de achteruitgang van de traditionele partijen voornamelijk in het voordeel van de linkerzijde – PTB en Ecolo.

Want ook in Wallonië behaalt de PTB – zoals algemeen verwacht – ruimschoots haar doelstellingen, hetzij door zich te versterken, hetzij met echte doorbraken in tal van gemeenten. Zo behaalde ze bijkomende of nieuwe zetels in Bergen (3 zetels), Charleroi (9), Doornik (1), Frameries (3), La Louvière (7), Flémalle (5), Grâce-Hollogne (5), Herstal (9), Hoey (1), Luik (9), Oupeye (3), Saint-Nicolas (4), Seraing (11), Verviers (3), Visé (2) en Namen (3).

Een belangrijk deel van de nieuwe, jonge kiezers heeft blijkbaar gestemd voor de ecologisten van Ecolo.

Verontrustend is wel dat de enige enigszins gestructureerde extreem-rechtse formatie in Franstalig België– de Parti Populaire van de racistische jonkheer Modrikamen – 10 zetels behaalt in Waalse gemeenteraden, waaronder Charleroi, Verviers en Moeskroen. Daarnaast is er ook de grote groep kiezers (20%) – vooral in de ‘oude’ industriële gordel van Luik, over Charleroi tot La Louvière – die verkoos thuis te blijven en haar stem dus niet uitbracht.

Brussel

Tot slot is er ook in het Brussels Gewest een duidelijke draai naar links, met vooruitgang voor de PTB-PVDA, gevolgd door Ecolo. De electorale aanhang van de PS neemt weliswaar ook in het Brusselse af, maar houdt niettemin relatief goed stand, vooral in Brussel-Stad en in Molenbeek.

Conclusies

Vergeleken met de uitslag van de parlementsverkiezingen in 2014 gaan de regeringspartijen er overal op achteruit. Weliswaar is deze achteruitgang niet in alle delen van het land even uitgesproken. In dat opzicht blijft bijvoorbeeld Vlaanderen gedomineerd door een eerder ‘rechts’ bewustzijn, terwijl Franstalig België eerder ‘progressief’ georiënteerd blijft. Toch is nu al duidelijk dat de rechterzijde haar blijvend overwicht ook in Vlaanderen niet zomaar als gewonnen kan beschouwen.

Voor het eerst sinds lang leidt de achteruitgang van regeringspartijen ook niet tot een simpele verschuiving ten voordele van een andere traditionele partij. De ‘alternance’ tussen centrum-rechts en centrum-links speelt dan ook minder en in elk geval niet voldoende om verder te doen alsof er niets veranderd is. Het is dit fenomeen dat in Vlaanderen leidt tot de vooral aan Groen gerichte uitspraken van Bart De Wever over de nood aan ‘verzoening met links’. In Brussel en Wallonië zorgt hetzelfde fenomeen dan weer voor het versturen van uitnodigingen door de PS aan de PTB, om die laatsten te verleiden tot deelname aan bestuurscoalities – onder andere in Charleroi en Molenbeek.

Vooral de ecologisten van zowel Groen als Ecolo lijken zich te willen aandienen als ‘verantwoordelijke’ partners of managers, die klaarstaan om de dreigende instabiliteit te bezweren. Het oude motto van de groenen – ‘wij zijn niet links of rechts, wij zijn averechts’ – komt weer boven water. Overal sluiten ze coalities, à la carte, met de vermeende ‘winnaars’, zonder inhoudelijke principes – in Wallonië en Brussel nu eens met de MR, dan weer met de PS; in Vlaanderen met OpenVLD, CD&V en zelfs N-VA. Het blijft afwachten hoelang hun kartels met de sociaaldemocratische sp.a in sommige Vlaamse steden (zoals Gent en Vilvoorde) nog zullen standhouden.

Vooruitzichten

Over de voorbije lokale verkiezingen, net zo goed als over de komende parlementaire verkiezingscampagne, hangt ondertussen de deprimerende wolk van het eind 2014 afgeblazen actieplan van de vakbonden – destijds overigens gesteund door heel wat sociale bewegingen, verenigd in Hart Boven Hard. In het najaar van 2014 ontplooide het gemeenschappelijk vakbondsfront een enthousiasmerende campagne, met een geslaagde massabetoging, drie provinciale algemene stakingen en een nationale algemene staking. Wekenlang waren het de vakbonden die hun sociale thema’s (werkbaar werk, degelijke pensioenen, rechtvaardige belastingen) op de politieke agenda wisten te plaatsen. Ten voordele van vage beloften inzake ‘sociaal overleg’ werd deze succesvolle actie afgeblazen. In de jaren die daarop volgden werden er alleen nog acties georganiseerd door afzonderlijke delen van de arbeidersbeweging, waarbij deze acties ook nooit kaderden in een concreet perspectief op langere termijn. Het voor de hand liggende ordewoord om iedereen te verenigen – Michel Buiten! – werd niet opgenomen.

Talrijk zijn nochtans diegenen die zich meer en meer vertwijfeld afkeren van de heersende neoliberale politiek. Bij gebrek aan algemeen maatschappelijk verzet, drukt de ontevredenheid en de vertwijfeling zich dan ook uit via een (soms aarzelende) keuze voor als links gepercipieerde partijen. Aarzelend in die zin dat de PS in Franstalig België er de schade door kon beperken en dat in Vlaanderen Groen er stevige stemmenwinst mee kon verzilveren.

Omdat deze – zoals gezegd soms aarzelende – keuze voor progressieve partijen niet gesteund wordt door een machtige oppositiebeweging – niet alleen gericht tegen de huidige regeringspartijen, maar veeleer tegen de gevestigde neoliberale en kapitalistische wanorde in het algemeen – gaat deze aarzelende keuze ook gepaard met tal van illusies. Na de lokale verkiezingen komt één van die illusies erg sterk naar voren: het verlangen van velen naar verzilvering van de progressieve stemmenwinst, onder de vorm van deelname aan de macht. Dit blijkt bijvoorbeeld duidelijk uit de uitgesproken negatieve reactie van verschillende kiezers in Molenbeek over het afbreken door de PTB van de bestuursonderhandelingen met de PS. Het blijkt ook uit het plotsklaps te voorschijn komen van leerling-tovenaars (zoals mobiliteitsactivist Manu Claeys en auteur Tom Lanoye), die al hun invloed aanwenden om Groen ervan te overtuigen in Antwerpen toch maar een coalitie te vormen met de N-VA van Bart De Wever.

Om tegen deze en soortgelijke illusies omtrent ‘onze’ democratie in te gaan, zijn er meerdere handelingen noodzakelijk. Allereerst dient binnen de sociale bewegingen in het algemeen en in de vakbonden in het bijzonder eindelijk met kracht een alternatieve strategie te worden afgedwongen. In plaats van te blijven steunen op vermeende krachtsverhoudingen ‘binnen het systeem’, dient er te worden ingezet op frontale confrontatie met het systeem. Het is niet het ‘evenwicht’ van de klassensamenwerking dat vereist is; het is de antikapitalistische klassenstrijd die we nodig hebben! Dat inzicht opnieuw afdwingen vereist de heropbouw van linkse oppositiestromingen in de vakbonden en in andere sociale bewegingen.

Daartoe kan en moet met name worden ingezet op die breuklijnen, welke door het bestaande systeem nog niet geneutraliseerd konden worden. We hebben het dan uitdrukkelijk over de antiracistische breuklijn en zeker en vast ook over de breuklijn inzake de opvang van migranten. Ook de feministische breuklijn kan een grote rol spelen (denk alleen maar aan het feit dat ondanks de grotere vrouwelijke participatie aan verkiezingslijsten er niettemin nog steeds zeer weinig vrouwen zijn die weten door te stoten naar de werkelijke machtsniveaus).

Daarnaast ligt er een enorme politiek-pedagogische taak op de plank. Het is voor radicaal-links absoluut noodzakelijk dat zij opnieuw een antikapitalistisch, antiracistisch en antiseksistisch, kortom een tegen het gehele systeem gericht bewustzijn, ingang doet vinden bij de grote massa – ook bij de massa van haar eigen aanhang!

Daartoe volstaat het niet zich te beperken tot grote toespraken door of interviews met zogenaamde ‘kopstukken’, waarmee in de praktijk vooral dreigt geïllustreerd te worden dat ook bij radicaal-links de toon wordt gezet ‘van bovenaf’. Nee, eerder het omgedraaide is noodzakelijk én wenselijk: meer interne democratie, meer openheid en meer kameraadschappelijk debat. Het is vooral de PVDA die zich hierin voor een zeer grote verantwoordelijkheid geplaatst ziet.

Het zijn deze krachtlijnen – afdwingen van een strijdkoers in de sociale bewegingen, inzetten op breuklijnen rond antiracisme, opvang van migranten en antiseksisme en ijveren voor meer democratie, meer openheid en meer kameraadschappelijk debat binnen radicaal-links – die de komende maanden en jaren de activiteit van de militanten van de SAP zullen bepalen. Daartoe rekenen wij op de steun van allen die deze mening delen!

Sluit aan bij SAP – Antikapitalisten!

Voetnoten   [ + ]

1. Dit is ondermeer het geval in Gent, Brugge en Oostende. Enkel in Leuven wist Mohammed Redouani tot nu toe de sjerp voor de sp.a te redden, dankzij een stevige persoonlijke score en een voorakkoord met Groen en CD&V