In 1929 bezocht Maksim Gorki het kamp Solovki, een deel van de goelag. De schrijver was populair bij velen die daar gevangen zaten. Zijn bezoek plaatste hem echter aan de kant van de bureaucratie. Gorki publiceerde een verslag over zijn bezoek, waarin hij het kamp prees als een teken van Sovjetkracht, zonder enige verwijzing naar de verschrikkelijke omstandigheden waarin de gevangenen leefden. Gorki’s ‘verslag’ markeert het moment waarop hij zijn volk verraadt en de tirannie verschoont. In de bib overloop ik de titels van ’s mans werken. Ze bevinden zich alle in het magazijn, er wordt nauwelijks naar gevraagd. Ooit was dat wel anders.

In 1902 realiseert Gorki een enorm kassucces met een van zijn toneelstukken. Zijn literair agent, die we als Parvus kennen, zamelt het geld in waar de auteur wereldwijd recht op heeft. Die Parvus verdient daar zelf niet onaardig aan, want hij eigent zich een commissie van 20 percent toe. Van de resterende tachtig krijgt Gorki een vierde, driekwart gaat naar de partij van Lenin.

Gorki steunt de communisten al van lang voor de revolutie. Zelf zegt hij daarover: ‘Vanaf 1903 beschouw ik mezelf als een bolsjewiek.’ (1)De citaten komen uit Arkady Vaksberg. The Murder of Maxim Gorky. A secret Execution. 2007. New York, Enigma Books. 421 pp. Over dat boek heb ik hier eerder al een stuk gepost. Geen partijlid, wel een mecenas. Niet dat hij blind is voor de duistere kant van de politiek. In 1909 schrijft hij aan Lenin: ‘Soms schijnt het me toe dat elke mens voor jou niets meer is dan een fluit waarop je een of andere melodie speelt, en dat je elkeen beoordeelt vanuit het oogpunt van zijn of haar nut voor het uitvoeren van jouw doelstellingen, opinies en taken.’

Het is een constante in Gorki’s leven: hij blijft de partijleiding steunen. En die constante gaat gepaard met een andere: hij probeert onafhankelijk te blijven. Dit is wat hij daarover aan zijn vrouw schrijft: ‘Het is mijn intentie om met de bolsjewieken samen te werken, op autonome basis.’ Trotski spreek over een ‘fellow traveler’.

Sartre zegt dat een intellectueel iemand is die zich druk maakt over zaken die hem niet aangaan, Dat zal ook Lenin over Gorki gedacht hebben als hij deze brief leest: ‘(…) ik ben geen politicus, en ik ben niet stom, zoals politici dat vaak zijn. Ik weet dat u het gewoon bent om “de massa’s te bewerken” en een persoon is voor u een non-entiteit (…) ik ben een dwaze artiest, maar een grotere rationalist dan u. (…)’.

Of deze, waarin Gorki zich tegenover Lenin uitspreekt over diens kompanen: ‘Ah, moest je eens weten welke dieven het zijn. En welke opstandige bourgeois ze over twee, drie jaar gaan worden.’ Gorki begrijpt de dingen niet goed, meent Lenin en hij raadt zijn pennenvriend aan om te emigreren — even goede vrienden.

Maar beschikt Gorki nog over zijn ‘autonome basis’ wanneer hij in 1931, op uitnodiging van Stalin, naar Rusland terugkeert? Hij wordt in 1934 de eerste voorzitter van de Bond van Sovjetschrijvers.

De journalist Arkadi Vaksberg haalt een uitspraak aan die zegt dat dit het moment is waarop de kleinburger in Gorki het haalt van de schrijver: ‘De onafhankelijke, trotse, en verziende auteur veranderde in de spreekbuis van het gezag. “Hij deed zichzelf vergeten,” zegt de toneelschrijver Leonid Zorin, “dat een schrijver nooit mag toestaan dat hij een dienaar wordt (…)”’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op De Laatste Vuurtorenwachter.

Voetnoten   [ + ]

1. De citaten komen uit Arkady Vaksberg. The Murder of Maxim Gorky. A secret Execution. 2007. New York, Enigma Books. 421 pp. Over dat boek heb ik hier eerder al een stuk gepost.