Deze week hebben we afscheid genomen van onze kameraad Amir Haberkorn, geboren in juli 1944 in een vluchtelingenkamp van het Rode Kruis. Zijn Poolse ouders waren gevlucht voor de antisemitische pogroms en de razzia’s van de nazi’s. Ze zochten vervolgens hun toevlucht in Antwerpen, omdat ze naar de VS wilden, maar niet over de middelen beschikten om hun reis voort te zetten. Hij groeide op in het religieuze centrum van Antwerpen. Al op vierjarige leeftijd leerde hij lezen en schrijven. Hoewel hij in zijn jeugd zeer gelovig was, verloor hij op 14-jarige leeftijd zijn geloof nadat hij tijdens een tentoonstelling die hij met een vriend bezocht een familiegeheim ontdekte: de geschiedenis van de Holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog was hem door zijn familie verzwegen, in de veronderstelling dat ze hem zo zouden beschermen tegen de angst en het verlies van een groot deel van de familie. „God hoort te beschermen en sterk te zijn”, Amir beschouwt wat er gebeurd is als een tegenstrijdigheid en een leugen. Zijn wereld stort in. Hij wordt atheïst en seculier. Op zijn negentiende vertrekt hij naar een kibboets in het noorden van Israël en noemt zichzelf in die tijd een linkse zionist. Het boerenleven is zwaar; elke dag komt hij langs een Palestijns dorp, waar men hem begroet, tot hij op een dag bij hen op de koffie gaat en hun leven leert kennen, onder meer dat ze geen water hebben vanwege de kibboets. Men zegt hem zich niet bezig te houden met „onze vijanden“. Zijn wereldbeeld wordt opnieuw flink op zijn kop gezet.

Een jaar later, terug in België, schrijft hij zich in bij de communistische partij in Antwerpen. Hij wordt diamantslijper en vakbondsman. Hij blijft zeer gehecht aan Israël, maar op een seculiere (niet-religieuze) manier: het is onmogelijk om de joodse cultuur en filosofie achter zich te laten.

1967: totale breuk met Israël vanwege de gebeurtenissen die zich daar afspelen (het begin van de Zesdaagse Oorlog). Hij wordt antizionist. Door het lezen van Franz Fanon en Edward Said wordt hij antikolonialist en door vanaf mei ’68 om te gaan met militanten van de Vierde Internationale, wordt hij ook trotskist. Hij neemt deel aan de activiteiten van het cultureel centrum King Kong van onze Antwerpse kameraden van de RAL (Revolutionaire Arbeidersliga). Gedurende enkele jaren verdwijnt hij uit het politieke activisme, maar duikt in 2011 weer op wanneer Amir zich aansluit bij de Rood-beweging, van de dissident Erik De Bruyn die de SP.a had verlaten om zijn eigen, werkelijk linkse politieke organisatie op te richten. In die periode hervatten wij het contact. Amir was een man die trouw bleef aan de oorspronkelijke hoop van het communisme, waarvoor hij zich altijd had blijven inzetten.

Toen hij met pensioen ging, trok hij met Pax Christi langs Vlaamse scholen om te spreken over het Israëlisch-Palestijnse conflict; overal waar hij werd uitgenodigd, sprak hij over zijn joodse achtergrond, bestreed zo het antisemitisme en begeleidde hij groepen en talrijke vrienden om hen kennis te laten maken met de joodse cultuur en het joodse leven in Antwerpen en Brussel. Hij ontwikkelde een enorm talent als pedagoog en kennisoverdrager. Nog maar vier jaar geleden kwam hij spreken over de geschiedenis en de ideeën van de Bund(1) bij de Brusselse afdeling van Gauche anticapitaliste, waarvan hij inmiddels weer ondersteunend lid was geworden.

In oktober 2025 nam hij, ondanks zijn ziekte, deel aan wat ongetwijfeld zijn laatste openbare conferentie-debat van ons Ernest Mandelfonds in Antwerpen: „Welk perspectief voor Palestina” met Elena Fernandez en Isja Puissant. Daar benadrukte hij onder meer hoe belangrijk het was om onder alle omstandigheden het recht op zelfbeschikking van alle volkeren – Oekraïners, Palestijnen, Congolezen, enz. – te blijven verdedigen, wat voor hem betekende dat de kolonialistische apartheidsstaat Israël plaats moest maken voor een democratisch, federaal en multicultureel Palestina.

Als bruggenbouwer en cultureel bemiddelaar was hij bovendien de favoriete gids van schoolkinderen die het Joods Museum in Brussel bezochten.

Als geëngageerde figuur in het Brusselse leven, en jarenlang actief lid en bewonderaar van de acties en activiteiten van de Unie van Joodse Progressieven van België (UPJB), besloot hij in 2014 medeoprichter te worden van de Vlaamse vereniging „ Een Andere Joodse Stem”, om de hegemonie van rechts-zionisme tegen te gaan, dat toen toenadering had gezocht tot het Vlaams Belang en de N-VA. Daarvoor had hij in 2010 samen met Henri Goldman, Marc Jacquemain, Nadine Plateau, Farida Tahar en Seyma Gelen het collectief Tayush (denktank voor actief pluralisme) opgericht. Zo was hij ook een grote bondgenoot van het Antwerpse collectief „Baas Over Eigen Hoofd“ (Boeh!). Jarenlang kwam hij in het Centre Bruxellois d’Action Interculturelle spreken over de geschiedenis en de diversiteit van de joodse gemeenschap in België en in Brussel in het bijzonder, voor toekomstige leidinggevenden van verenigingen.

Hij nam deel aan vrijwel alle solidariteitsdemonstraties voor Palestina, waarbij hij luid riep: „Israël, je hebt niet het recht om namens ons te spreken”, omdat Israël al heel lang geen vrede wilde sluiten met het Palestijnse volk. Hij was een fervent antizionist. Hij wist dat hij vandaag de dag deel uitmaakte van een aanzienlijke minderheid binnen de joodse gemeenschap, maar wilde door mee te demonstreren in het joodse blok laten zien dat er joden waren die zich verzetten tegen de huidige extreemrechtse regering in Israël. Het blok, dat voortdurend werd toegejuicht, werd geprezen voor zijn aanwezigheid. Nog een van de beste manieren om antisemitisme te bestrijden.

Een groot antikapitalistisch, antiracistisch en dekoloniaal activist, een groot pedagoog en een groot bestrijder van antisemitisme is heengegaan. Hij zal moeilijk te vervangen zijn. Ook wij betuigen ons medeleven en onze solidariteit aan zijn echtgenote Frie, aan zijn zonen en kleinkinderen, evenals aan zijn naasten en al zijn strijdgenoten. Vaarwel, kameraad.

 

1. in het Frans: de Algemene Unie van Joodse Arbeiders van Litouwen, Polen en Rusland