Door op 27 mei 2020 te sterven, liet Larry Kramer nog een laatste keer zijn scherpe gevoel voor timing zien. Na veel jaren waarin aids zelden tot grote krantenkoppen in de Verenigde Staten had geleid, zijn er nu levendige discussies over de lessen van de strijd tegen aids voor de huidige strijd tegen covid-19.(1) Samengevat door de Canadese aids-activist en queer historicus Gary Kinsman in zijn blog ‘Radical Noise‘.

Als een belangrijke oprichter van Gay Men’s Health Crisis en, nog belangrijker, van de AIDS Coalition to Unleash Power (ACT UP), was Kramer een icoon van die strijd. Zijn dood was en is een gelegenheid om erover na te denken.

Kramer’s overlijdensberichten combineerden vaak bewondering met ergernis, waarbij men zich onvermijdelijk concentreerde op de persoonlijkheid van de man, die nauw aansloot bij en zijn stempel drukte op de militante stijl van ACT UP. In werkelijkheid omarmde hij het stereotype, geliefd bij de anti-homo onverdraagzaamheid, van de luide, ruziemakende queen – in Kramers geval gekoppeld aan het stereotype van de luide, ruziemakende New Yorkse Jood.

Veel homomannen van Kramers generatie, die in de jaren vijftig actief waren in ‘homofiele’ groepen zoals de Mattachine Society, hadden karakters aangenomen die bijna ostentatief van dat stereotype afweken: ze waren discreet, rustig, kalm, eindeloos geduldig, beheerst en vrijwel ongevoelig voor belediging. Kramer was dat niet. Dat was in zekere zin verrassend. Hij kwam uit een middenklasse gezin, was afgestudeerd aan Yale en hij had zich in het keurslijf van de WASP-elite kunnen persen. In plaats daarvan werd hij een kampioen in het uitdragen van ongemakkelijke waarheden en het aangaan van ruzies die vaak uitgevochten moesten worden.

Maar toch werd in overlijdensberichten met verwondering vermeld hoe mensen waar hij de strijd mee aanging soms toegewijde vrienden werden. Dat was bijvoorbeeld het geval met Dr. Anthony Fauci, een sleutelfiguur in de aidsbestrijding van de federale bureaucratie in de jaren ’80 en vandaag de dag nog prominenter als het gezonde gezicht (naast de gekke bek van Trump) van de Amerikaanse overheid ten aanzien van covid-19.

Kramer begon ermee Fauci ‘een moordenaar en een incompetente idioot’ te noemen. Vandaag de dag zegt Fauci: ‘We hielden van elkaar.'(2)‘We Loved Each Other: Fauci Recalls Larry Kramer, Friend and Nemesis,’New York Times, 27 mei 2020. Hij waardeert het dat Kramer en ACT UP hem een enorme hoeveelheid kennis over het bestrijden van epidemieën geleerd hebben, niet met een verheven wetenschappelijke en bureaucratische toonzetting, maar op een manier die aanslaat en aansluit bij de geïnfecteerde mensen zelf. ‘Ik moest veranderen,’ zegt Fauci, ‘van een conventionele laboratorium-wetenschapper in een volksgezondheidsactivist die toevallig voor de federale overheid werkte.'(3)Michael Spector, ‘How Anthony Fauci Became America’s Doctor,’ New Yorker, 10 april 2020.

Een andere onwaarschijnlijke vriend was Tony Kushner, net als Kramer een homo toneelschrijver en in tegenstelling tot Kramer een vastberaden verdediger van linkse standpunten. Kushner was vaak gefrustreerd over Kramer’s gebrek aan een brede progressieve visie. Hij vond dat Kramer ‘meedogenloos was, maar niet revolutionair.’ Maar hij gaf Kramer de waardering voor ‘een vreselijke, overweldigende waarheid: bevrijding van onderdrukking is, in de meest concrete zin, een kwestie van leven en dood.'(4)‘Tony Kushner: Larry Kramer Spoke the Truths We Needed to Hear,’ New York Times, 29 mei 2020.

Strijdlust en seks

Wat zowel Fauci als Kushner (soms met tegenzin) aanhangers van Kramer maakte, was de strijdlust die ACT UP op unieke wijze kenmerkt. In een tijd waarin de duizenden sterfgevallen door aids in de Verenigde Staten op grote schaal en gemakkelijk werden genegeerd, keurde ACT UP de machthebbers af, verstoorde hun persmomenten en blokkeerde de ingangen van hun hoofdkwartieren.

Links zat in die tijd gevangen in een routine van het houden van demonstraties die radicale retoriek naar voren brachten, maar ordelijk en zelfs saai waren. ACT UP was grenzeloos creatief, zowel in de gewaagde, kleurrijke voorstellingen die het in steden op muren kalkte als in de ruige diversiteit van zijn acties.

Als de niet-erkende peetvader van een latere activistische generatie (5)Zie Benjamin Shepard en Ronald Hayduk eds., From ACT UP to the WTO: Urban Protest and Community Building in the Era of Globalization, London/New York: Verso, 2002. kan zijn voorbeeld vandaag de dag nog steeds mensen inspireren die de uitdaging aangaan om te mobiliseren tegen onrechtvaardigheid, terwijl ze (in ieder geval soms, waar mogelijk) de afstand respecteren.

Op deze manier was Larry Kramer een geschikt boegbeeld van ACT UP, zelfs zijn rechtmatige icoon. Maar de erfenis van ACT UP is veel rijker dan dat alleen. Het hield een visie van seksuele bevrijding in stand in een tijd waarin aids het einde van de seksuele bevrijding leek te betekenen.

Het begon met het opbouwen van antiracistische, anti-seksistische, op klasse gebaseerde allianties die een voorafspiegeling waren van het latere queer kruispuntdenken.  En het zette een verschuiving in gang van homoseksuele mannelijke identiteit naar queer vloeibaarheid. In deze drie opzichten speelde Kramer een meer problematische rol. Dat maakt hem een minder voor de hand liggend icoon.

Vandaag de dag, zelfs onder mensen die te jong zijn om ze persoonlijk te hebben meegemaakt, worden de jaren zeventig van de vorige eeuw herinnerd als een verloren gouden eeuw voor homo’s: de bars, de baden, de disco’s, de tearooms, de pieren langs de Hudson en nog veel meer.

ACT UP kon die verloren tijd niet goedmaken, maar weigerde resoluut er afstand van te nemen. Nog vóór ACT UP opkwam, hadden aids-activisten als Michael Callen veilige sekspraktijken ontwikkeld en verspreid, terwijl gezondheidswerkers in eerste instantie vaak te timide waren om ze zelfs maar te vermelden.(6)Zie Martin Duberman, Hold Tight Gently: Michael Callen, Essex Hemphill, and the Battlefield of AIDS, New York/Londen: New Press, 2014. Zie ook mijn recensie: ‘AIDS Then and Now. A Blood-Drenched Battlefield,’ Against the Current No. 173, Nov./Dec. 2014.

Vandaag de dag, nu veel gezondheidsinstellingen routinematig niet-morele adviezen geven over seks tijdens covid-19, is het moeilijk voor te stellen hoe radicaal de voorlichting over veilige seks was in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dat was immers een tijd waarin ‘homoseksuele propaganda’ illegaal was, niet alleen in Rusland maar ook in Thatchers Groot-Brittannië en in veel Amerikaanse staten.

Dit was geen zaak die Larry Kramer bijzonder omhelsde. Het beroemde artikel uit 1983 waarmee hij naam maakte , ‘1,112 and Counting’, was niet alleen een aanklacht tegen de nalatigheid van de overheid, maar ook een klacht:

‘Ik ben ziek van kerels die jammeren dat het opgeven van onzorgvuldige seks tot dit overwaait erger is dan de dood. Hoe kunnen ze het leven zo weinig waarderen en pikken en konten zo veel?… Ik ben ziek van kerels die denken dat alles wat homo is, in de eerste plaats seks is. Ik ben ziek van jongens die alleen maar met hun pikken kunnen denken.'(7)Larry Kramer, ‘1,112 and Counting,’ New York Native, 14-27 maart 1983, hier beschikbaar.

In het artikel werd veilige seks niet als optie genoemd. Dit kwam overeen met de publicatie die op dat moment Kramers belangrijkste aanspraak op roem in homokringen was: de roman Faggots uit 1978. Het boek maakte deel uit van een genre dat probeerde de kwadratuur van de cirkel te vinden door de lezers het hof te maken met voortvarende beschrijvingen van emotieloze man/man seks, maar dat eindigde met moralistische veroordelingen.

Naar aanleiding van een eerdere geldinzamelingsactie van Kramer voor Gay Men’s Health Crisis schreef de homoseksuele toneelschrijver Robert Chesley: ‘Ik denk dat de verborgen betekenis in Kramers emotionaliteit de triomf van de schuld is: dat homo’s het verdienen om te sterven voor hun promiscuïteit. In zijn roman Faggots vertelde Kramer ons dat seks smerig is en dat we niet moeten doen wat we doen… Lees alles van Kramer aandachtig door. Ik denk dat je zult merken dat de subtekst altijd is: het loon van de homozonde is de dood.'(8)Robert Chesley, ‘A Hidden Message?’ New York Native, 5-18 oktober 1981. Met dank aan Paul Friedman van de New York Public Library voor het scannen van deze brief en het versturen ervan naar mij zodra de bibliotheek weer open ging. Ook dank aan Brian Weaver van de San Francisco Public Library en Isaac Fellman van de San Francisco GLBT Historical Society Archives voor hun hulp tijdens de lockdown. Om enkele van Chesley’s te weinig bekende toneelstukken te lezen, zie Hard Plays/Stiff Parts: The Homoerotic Plays of Robert Chesley, San Francisco: Alamo Square Press, 1990. Volledige openbaarmaking: in oktober 1981 was Chesley de ex van mijn toenmalige en huidige partner, Christopher Beck.

Dit was niet een bericht waarvoor Kramer veel aanhang vond in ACT UP. Toch heeft hij het nooit helemaal opgegeven. In een toespraak in 2004 zei hij: ‘Komt het in je op dat we deze aidsplaag over ons hebben afgeroepen?… En je doet het nog steeds. Jullie vermoorden elkaar nog steeds.'(9)Hier aangehaald.

Wat vandaag de dag terecht nog voortleeft van ACT UP is niet deze geest van het beschuldigen van de slachtoffers, maar het aandringen van Michael Callen en Robert Chesley op een sekspositieve reactie op de epidemie.

Transformatieve strategie

ACT UP begon als een groep overduidelijk homoseksuele blanke mannen. Toch kwam ze naar voren in een tijd waarin de nationale lesbische- en gay-organisaties, zoals de eerste lesbische/gay mars in Washington in 1979, sterk probeerde om kwesties van racisme en seksisme op te pakken en het volledige spectrum van de gemeenschap te vertegenwoordigen, hoewel het nog niet expliciet trans- of interseksuele mensen omvatte en net begon om biseksuelen op te nemen.

ACT UP heeft dat uitgangspunt in een vroeg stadium overgenomen. Een groep ervaren, links georiënteerde lesbiennes speelde vanaf het begin een onevenredig belangrijke rol. De groepen van gekleurde mensen vormden zich snel en wonnen ruimte, tijd en representatie.

Binnen enkele jaren had ACT UP haar eisen rond aids verbreed om zo te proberen bondgenoten te mobiliseren voor een radicale, veranderingsagenda. Zo probeerde ze de vakbeweging en de Nationale Vrouwen Organisatie te bereiken en de krachten te bundelen in een nationale coalitie voor universele gezondheidszorg.

Helaas, zelfs toen ACT UP aan kracht won, gingen andere sociale bewegingen in het defensief en trokken ze zich terug terwijl het neoliberalisme onder Ronald Reagan, George H.W. Bush en Bill Clinton heerste. Maar zoals de documentaire United in Anger laat zien, vocht een leidende groep in ACT UP hard voor de veranderingspolitiek, zelfs toen anderen, die indrukwekkende autodidactische experts werden, begonnen met het nastreven van carrières in de opkomende wereld van aids-ngo’s.(10)Zie hier. Ik heb in 1989 in een artikel gewezen op de toenemende raciale demografie van aids. (‘The Transformation of AIDS: Polarization of a movement,’ Against the Current nr. 19).

Tegen het midden van de jaren negentig, toen aids zich als een verwoestende pandemie over een groot deel van de wereld verspreidde, verhoogde de toenemende werkzaamheid van anti-retrovirale medicijnen de overlevingskansen van hiv-positieve homomannen in de Verenigde Staten, waardoor (samen met zoveel doden) de basis van steun voor ACT UP afkalfde.

Dit vergemakkelijkte de toenemende kracht van een conservatieve homoseksuele vleugel, zichtbaar tegen het einde van de eeuw in de dominantie van de vierde nationale mars door het Human Rights Campaign Fund en de Fellowship of Metropolitan Community Churches.

Toch blijft de radicale visie die in ACT UP werd ontwikkeld een erfenis. In de afgelopen decennia is die sterker geworden in bewegingen in andere landen, zoals de Zuid-Afrikaanse Treatment Action Campaign.

Coalitiepolitiek was echter nooit Larry Kramer’s sterkste punt. Zoals Tony Kushner schrijft: ‘Larry… was een onverbeterlijke tribalist. Ik vertelde hem vaak dat ik vond dat dit neerkwam op een opzettelijke beperking van de empathie, fataal voor de noodzaak om solidariteit op te bouwen met andere gemeenschappen die strijden voor gerechtigheid, rechtvaardigheid en emancipatie. Hij vertelde me dat ik te gemakkelijk werd afgeleid en te weinig loyaal was aan ‘ons volk’.'(11)Kushner, op.cit.

Queer diversiteit

Kramers ‘tribalisme’ sneed hem af van nieuwe ontwikkelingen in de jaren negentig, met name de opkomst van Queer Nation-groepen en van de queer theorie. De linkse LHBTIQ beweging verruilde de strijd voor de verdediging van een duidelijk afgebakende ‘homoseksuele gemeenschap’ voor een focus op diversiteit van verschillende, overlappende seksuele gemeenschappen. Ook groeide de bewustwording over het belang om te begrijpen hoe seksuele identiteiten in wisselwerking staan met raciale, etnische, gender, handicap-gerelateerde en andere identiteiten.

In de huidige explosie van antiracistische mobilisaties bestaat de hashtag #BlackLivesMatter – vanaf 2013 verdedigd door een groep radicale queer vrouwen van kleur – openlijk samen met #BlackQueerLivesMatter en #BlackTransLivesMatter.

Ook hier leeft de erfenis van wat ACT UP uiteindelijk ontwikkelde – zelfs terwijl Larry Kramer moeite zou hebben om te herkennen wat er van zijn kruistocht is geworden. Zelfs nu er veel beelden van hun sokkels worden getrokken, moeten we niet te snel Larry Kramer aan de schandpaal nagelen, zoals dat met veel andere historische figuren soms terecht wordt gedaan.

Nu duizenden, zelfs miljoenen mensen voor het eerst in actie komen, zullen de mobilisaties onvermijdelijk vol verwarrende en tegenstrijdige ideeën zitten. Verandering wordt geboren uit tegenstrijdigheden; gebouwd op tegenstrijdigheden. Het zou een fatale fout zijn om de bewegingen te beperken tot de mensen die al actief zijn – die het allemaal al weten. Alsof dat voor iemand van ons geldt.

In de gevechten die nu gevoerd worden, moet er nog steeds plaats zijn voor een sjofele voorouder die, in de woorden van Kushner, de ‘vreselijke, overweldigende waarheid erkent: bevrijding van onderdrukking is, in de meest concrete zin, een kwestie van leven en dood.’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Against the Current. Nederlandse vertaling: redactie Grenzeloos.

Voetnoten   [ + ]

1. Samengevat door de Canadese aids-activist en queer historicus Gary Kinsman in zijn blog ‘Radical Noise‘.
2. ‘We Loved Each Other: Fauci Recalls Larry Kramer, Friend and Nemesis,’New York Times, 27 mei 2020.
3. Michael Spector, ‘How Anthony Fauci Became America’s Doctor,’ New Yorker, 10 april 2020.
4. ‘Tony Kushner: Larry Kramer Spoke the Truths We Needed to Hear,’ New York Times, 29 mei 2020.
5. Zie Benjamin Shepard en Ronald Hayduk eds., From ACT UP to the WTO: Urban Protest and Community Building in the Era of Globalization, London/New York: Verso, 2002.
6. Zie Martin Duberman, Hold Tight Gently: Michael Callen, Essex Hemphill, and the Battlefield of AIDS, New York/Londen: New Press, 2014. Zie ook mijn recensie: ‘AIDS Then and Now. A Blood-Drenched Battlefield,’ Against the Current No. 173, Nov./Dec. 2014.
7. Larry Kramer, ‘1,112 and Counting,’ New York Native, 14-27 maart 1983, hier beschikbaar.
8. Robert Chesley, ‘A Hidden Message?’ New York Native, 5-18 oktober 1981. Met dank aan Paul Friedman van de New York Public Library voor het scannen van deze brief en het versturen ervan naar mij zodra de bibliotheek weer open ging. Ook dank aan Brian Weaver van de San Francisco Public Library en Isaac Fellman van de San Francisco GLBT Historical Society Archives voor hun hulp tijdens de lockdown. Om enkele van Chesley’s te weinig bekende toneelstukken te lezen, zie Hard Plays/Stiff Parts: The Homoerotic Plays of Robert Chesley, San Francisco: Alamo Square Press, 1990. Volledige openbaarmaking: in oktober 1981 was Chesley de ex van mijn toenmalige en huidige partner, Christopher Beck.
9. Hier aangehaald.
10. Zie hier. Ik heb in 1989 in een artikel gewezen op de toenemende raciale demografie van aids. (‘The Transformation of AIDS: Polarization of a movement,’ Against the Current nr. 19).
11. Kushner, op.cit.