Als we de peilingen mogen geloven staat de regeringspartijen in Nederland een terecht afstraffing te wachten bij de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart. De grote vraag is echter vooral welke partijen het waard zijn om op te stemmen.

Het is niet verwonderlijk dat de regeringspartijen, overigens met uitzondering van de ChristenUnie (een rechtse protestantse partij), een zware afstraffing te wachten staat. Volgens peilingen is de steun voor het CDA (christendemocraten) nu minder dan de helft van wat het bij de laatste parlementsverkiezingen was. De belangrijkste vraag lijkt echter te zijn: wat dan? Landelijk winnen extreemrechtse partijen als JA21 en PVV (extreemrechts, de partij van Wilders) aan virtuele aanhang. Hetzelfde geldt voor Volt en de Partij voor de Dieren. Op lokaal niveau wordt een verdere versterking van de lokale partijen verwacht. Die partijen verschillen, maar zijn niet zelden zeer rechts.

De verkiezingen lijken opnieuw uit te draaien op een verdere versplintering van het politieke veld. De heersende politiek heeft duidelijk afgedaan, maar de alternatieven zijn weinig overtuigend.

Wonen

Voor de linkse partijen geldt dat in het bijzonder. In de peilingen weten GroenLinks en de Partij van de Arbeid iets te herstellen. Maar hun geloofwaardigheidsprobleem is levensgroot. In de landelijke politiek blijven deze partijen vasthouden aan een ‘loyale’ oppositie, waarbij Rutte op beslissende momenten de hand boven het hoofd gehouden wordt.

Ook lokaal is het linkse imago van deze partijen vaak flinterdun. Misschien het meest sprekende voorbeeld daarvan vinden we in Rotterdam, waar PvdA-leider Richard Moti zich inzet voor betaalbare woningen en een einde aan de racistische Rotterdamwet die mensen met een laag inkomen uit bepaalde wijken weert. Dat is goed nieuws. Ware het niet dat de Rotterdamwet mede door de PvdA is ontworpen en sindsdien werd gesteund. Moti is bovendien wethouder in een college dat zich inzet voor de etnische en sociaaleconomische zuivering van Rotterdam door middel van gentrificatie. Beleid dat door de VN terecht als mensenrechtenschending wordt gezien. In totaal stelde zijn college zich ten doel om 15.000 sociale huurwoningen te slopen. Met de verkiezingen in zicht is de PvdA toch weer even links.

Links lullen

In Amsterdam, waar een college van D66 (liberalen), GroenLinks, PvdA en SP zit, is de situatie nauwelijks anders. GroenLinks is er de grootste partij en levert er de burgemeester. Hoe zag het Amsterdamse gemeentebeleid eruit? Halsema spande zich in voor de uitbreiding van Schiphol. De Lutkemeerpolder moet ondanks verzet van klimaatactivisten en bewoners worden geasfalteerd om ruimte te maken voor een bedrijventerrein. En de stad is een walhalla voor vastgoedspeculanten geworden.

De SP probeert zich ondertussen vooral als een anti-migratiepartij te profileren en lijkt zich niet links van GroenLinks, maar liever tussen BBB en JA21 te willen positioneren. Het is kortzichtig opportunisme: extreemrechts groeit immers wel – dus waarom zou je ze niet imiteren? De SP-top ‘vergeet’ echter dat extreemrechtse kiezers keuze genoeg hebben en dat linkse kiezers op een linkse partij willen stemmen.

De gevestigde linkse partijen moeten vooral hopen dat sommige kiezers in hen het kleinste kwaad zien. En in veel gemeenten zijn ze dat ook.

Het grote gevaar in deze verkiezingen is dat de fascisten van FvD (extreemrechts, de partij van Baudet) op meer plekken voet aan de grond zullen krijgen. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, omdat dat de partij aan geld en middelen helpt en de kans geeft om ook op lokaal niveau aan een fascistische aanwezigheid te werken. Die ruimte zal de partij vroeg of laat gebruiken voor fascistisch geweld in de vorm van knokploegenterreur, waar we al de eerste voorbeelden van hebben gezien. Het steeds openlijker neonazisme, de steun aan Poetins imperialistische agressie en bijvoorbeeld hun plan om de gaskraan in Groningen helemaal open te draaien, lijken een groot electoraal succes nu gelukkig in de weg te staan. Het gevaar van het fascisme schuilt echter niet in hun electorale succes op korte termijn, maar in het effect van fascistische terreur op lange termijn.

Op een klein aantal plaatsen is wel iets te kiezen. BIJ1 (een linkse en antiracistische partij) doet op steeds meer plekken mee en in een aantal plaatsen zijn nieuwe initiatieven opgezet van voormalige SP’ers die de eer van het socialisme proberen te redden door een solidair en strijdbaar geluid te laten horen. Deze groepen zijn nog klein en nog erg op verkiezingen en niet op het bouwen van sociale bewegingen gericht – terwijl dat de basis moet zijn voor een linkse tegenmacht. Desondanks bieden deze partijen zeldzame voorbeelden van een principieel links geluid en helpen op die manier om een basis te leggen voor de wederopbouw van een echte principiële en strijdbare linkse beweging.

Waar mogelijk is het daarom zeer aan te bevelen om op deze partijen te stemmen. Op andere plekken is een keuze voor een van de drie gevestigde linkse partijen het hoogst haalbare. De verkiezingen zullen een indicatie geven van de krachtsverhoudingen en het is belangrijk om te gaan stemmen tegen de regeringspartijen en de extreemrechtse ‘oppositie’. Als het gaat om echte verandering zijn de demonstraties tegen racisme en fascisme en in solidariteit met Oekraïne en de Russische anti-oorlogsbeweging vele malen belangrijker.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op socialisme.nu.