Het centrum van Luik is een amalgaam van smalle straatjes die soms steil bergop gaan, en lange boulevards. Oudere stadswoningen met fraaie stadstuinen wisselen af met hedendaagse kantoorgebouwen, waar een hypermoderne tram geluidloos tussendoor zoeft. Een oude en wat vervallen stad met de allures van een zakenmetropool. En toch is dat laatste deels maar schijn, want achter meer dan één van de glazen puien gaapt leegte. Bij de Place Xavier Neujean, recht tegenover een bioscoop, stond zelfs vier jaar lang een heel pand van zes verdiepingen leeg – tot het een kleine twee maanden geleden werd gekraakt. Sindsdien hangt er een groot doek uit een van de ramen met daarop de naam die past bij de nieuwe bestemming: Centre Social Autogére. ‘Sociaal Centrum in Zelfbeheer’ zou de correcte vertaling zijn, Autonoom Sociaal Centrum bekt natuurlijk beter.
Geen barricade of ijzeren hek aan de voordeur, wel twee bellen, in geval de ene geen gehoor geeft. Een hond die blaft als de deur opengaat maar die niet bijt. Het is tekenend voor de anarchistische inslag van veel bezetters dat hij ‘Bakoenin’ heet, maar luistert naar de roepnaam ‘Bakoe’. De studente die me te woord staat gebruikt graag het pseudoniem Tournevice – een schroevendraaier die – door de verwisseling van de s door een c – de ondeugende kant uit draait. Er heerst een vrolijke en vriendelijke sfeer, wat niet wegneemt dat de staat van het gebouw deplorabel was toen ze er in trokken – en dus eerder ontmoedigend was. “Het pand had zó lang leeg gestaan dat alles door vocht leek te zijn aangetast. In de kelder stond water en op de muren van de zesde verdieping stond schimmel. Maar we hebben een groep handige gasten en die hebben de ruimtes redelijk snel in een relatief acceptabele staat kunnen terugbrengen.”
“We weten uit ervaring waar dat toe leidt: alle energie en aandacht gaat naar woonvraagstukken en dat fnuikt de andere activiteiten die je hier wilt ondernemen. Daarom hebben we ervoor gekozen hier niemand te laten wonen.”

Bezetting zonder bewoning
Inderdaad hangt er nergens stank. Elektriciteit en water zijn weer aangesloten. Er is een keuken waar maaltijden worden bereid en zelfs een ruime binnentuin. “Tot de eigenaren het gebouw leegmaakten was het een woonzorgcentrum,” zegt Tournevice. “Alles was ontruimd, op een kopieermachine na, die merkwaardig genoeg zelfs nog werkte. In de kamers hebben we wel veel foto’s gevonden van vroegere bewoners. Een beetje bizar was dat dus wel.” Maar hoewel er ruimtes zijn waar mensen die op zoek zijn naar een woning zouden kunnen worden ondergebracht, heeft het CSA besloten dat niet te doen. “We weten uit ervaring waar dat toe leidt: alle energie en aandacht gaat naar woonvraagstukken en dat fnuikt op den duur de andere activiteiten die je hier wilt ondernemen. Daarom hebben we ervoor gekozen hier niemand te laten wonen. We kunnen tijdelijk wat mensen noodopvang bieden, maar dat is het. In plaats daarvan hebben we de ruimtes bestemd voor een brede waaier aan sociale en culturele activiteiten – nadrukkelijk voor de héle buurt waar ons pand staat. Er zijn bijvoorbeeld psychologen, dokters en maatschappelijk werkers die hier wekelijks consult houden. Die keuze heeft ons al snel de sympathie van de omgeving opgeleverd. Zowel de bioscoop als de Opera bijvoorbeeld ondersteunen openlijk ons initiatief. Er is binnenkort een boekenbeurs in Luik en de uitgevers en boekhandelaren hebben aangekondigd boeken bijeen te brengen om een uitleenbibliotheek te organiseren hier in het gebouw.”
In dialoog blijven
Communicatie in plaats van confrontatie dus. Het CSA kiest er voor geen bolwerk te zijn maar een commune. De bezetters hopen dan ook zo lang mogelijk in het pand te kunnen blijven, aan de ene kant om er een waaier van activiteiten te kunnen ontplooien, aan de andere om de Luikenaren zo goed mogelijk te kunnen doordringen van het belang van betaalbare woonruimte en de schande van leegstand. Vandaar ook dat de bezetters in dialoog zijn en willen blijven met de projectontwikkelaar die eigenaar is van het pand. “Dat is gelukkig ook in het belang van het bedrijf dat het gebouw in eigendom heeft. Het kan een procedure aanspannen en op een ontruiming aandringen maar dat kost allemaal tijd en geld en lost het eigenlijke probleem dat ook de eigenaar heeft niet op: wat moet er op termijn met dit gebouw gebeuren? De projectontwikkelaar wil het transformeren tot luxe appartementen. Wij hopen met onze acties die plannen in een sociale richting te kunnen beïnvloeden.”

Zonder partijpolitiek stempel
Het is een tactiek die veel minder grimmig is dan de harde kraakacties die zo kenmerkend waren voor Amsterdam en Nijmegen in de jaren tachtig – en die soms leidden tot heuse veldslagen met de oproerpolitie. Ze zou ook best wel eens meer succes kunnen hebben, want hoe langer de bezetting duurt, hoe meer goodwill het CSA kan kweken, ook voor de politieke principes die erin uitgedragen worden. Het centrum wil de praktische voordelen van horizontale democratie – de basis van zelfbeheer – aantonen. Alle beslissingen worden met meerderheid van stemmen genomen tijdens openbare vergaderingen. “De eerste keer dat we een vergadering organiseerden, kwamen er wel honderdvijftig mensen opdagen. Daaronder zaten er ook heel wat die meer uit nieuwsgierigheid dan uit werkelijke betrokkenheid waren gekomen, maar inmiddels zijn we elke keer met zo’n zestig tot zeventig mensen. Het merendeel is jong – tussen de twintig en dertig – en velen zijn aanhangers van het anarchisme, maar eigenlijk kun je geen expliciet politiek stempel op het CSA drukken. Ja, antikapitalistisch, antiracistisch, antifascistisch – wel in die zin, maar niet in de partijpolitieke betekenis. Leden van linkse partijen zijn natuurlijk welkom en we hopen dat ze ons initiatief publiekelijk ondersteunen, maar we staan niet toe dat ze hun banieren en vlaggen aan onze gevel hangen.”
Dynamiek vasthouden
De tijd speelt in het voordeel van de bezetters. Sociale en culturele activiteiten die binnen het CSA plaatsvinden, vergroten systematisch de sympathie ervoor in de omliggende wijk en in de rest van de stad. Positieve feedback versterkt de vastbeslotenheid maar ook de creativiteit van de bezetters. Als ze er in slagen die dynamiek tot lang na de zomer vast te houden, kan het voor de eigenaar van het pand nog een hele uitdaging worden daar eigen plannen tegenover te stellen die even aantrekkelijk ogen. Symbolisch voor die publieke uitputtingsslag zijn de metershoge kluizen die in de kelder staan. Ze ogen niet alleen leeg en roestig maar de deuren lijken ook al een beetje uit hun hengsels te hangen, alsof het kapitaal dat ze jaren hebben moeten bewaken hun laatste krachten heeft doen wegvloeien. In de binnentuin daarentegen bloeien de planten en is het gras fris groen. Op de muren staan hier en daar slogans die oproepen tot verzet, aan tafeltjes converseren en lachen bezoekers ontspannen met elkaar. Bakoe heeft zijn geblaf tegen mij vervangen door gekwispel. Misschien beseft de hond als geen ander dat een goed humeur geen basisvoorwaarde is voor zelfbeheer maar wel voor een blijvende en succesvolle kraakactie.
