Kastellorizo is een Griekse eilandje waar de 500 inwoners jaarlijks tienduizenden toeristen ontvangen komend uit het nabije Turkse Kas. Het Cobid-virus en de Turkse boot Oruç Reis hebben roet in het eten gegooid. Kastellorizo staat ineens erg in de belangstelling bij de Navo en bij de EU. De Turkse president Recip Erdogan speelt hier hoog spel, hij ziet zijn acties bij Kastellorizo en in de ganse regio ook als wraak voor het vernederende Verdrag van Sèvres van 1920.

Wiens water?

De Oruç Reis is een Turks exploratieschip dat peilt naar olie- en gasvoorraden onder de zee bij Kastellorizo. Het probleem is wel dat dit volgens de Grieken en het internationaal zeerecht in Griekse wateren gebeurt. Maar daar trekt Erdogan zich niets van aan. Integendeel, hij brengt hulde aan de nationalisten die in 1974 een expeditie organiseerden om het eiland Meis (Turkse benaming van Kastellorizo) in te lijven bij Turkije.

Erdogan verwijst onophoudelijk naar de grote Ottomaanse periode die een eeuw geleden ten einde kwam. De wereldoorlog van 1914-1918 leidde tot de ontmanteling van twee multinationale rijken, het Habsburgse Oostenrijk-Hongarije, en het Ottomaanse. Voor Turkije is het Verdrag van Sèvres van 1920 wat het Verdrag van Trianon voor Hongarije is: een zware straf omdat men bij de verliezers zat.

In Turkije kwam er na Sèvres – het verdrag werd trouwens nooit geratificeerd – wel een forse reactie van Kemal Ataturk, leider van de Turkse nationalisten. Turkije was in Sèvres dan ook drastisch gereduceerd. Het noordoosten van Anatolië werd Armenië, in het zuidoosten werd een gebied uitgetekend dat een zelfstandig Koerdistan moest worden. Aan de westkust kwam Smyrna (Izmir) onder Grieks gezag in afwachting van een referendum. En in Europa bleef alleen de stad Istanboel Turks, Oost-Thracië werd Grieks, terwijl Fransen, Britten en Italianen de resten van het Ottomaanse rijk onder elkaar verdeelden.

Ataturk

De sultan had dat aanvaard, maar Ataturk en de nationalisten niet. Ataturks troepen versloegen al snel de Armeniërs – overlevenden van de genocide van 1915 – die samen met andere volksgroepen werden verdreven en vervangen door Turken en Koerden. In het westen moesten de Grieken het onderspit delven, een zege die vorige zondag plechtig werd herdacht. Bijna 1,5 miljoen Grieken vluchtten of werden gedeporteerd.

Ataturk doekte in november 1922 het sultanaat op, in 1923 werd in Lausanne een nieuw verdrag gesloten. Er was geen sprake meer van een Koerdistan, Oost-Thracië en Izmir kwamen onder Turks gezag. Datzelfde jaar riep Ataturk de republiek uit, het jaar daarop werd het kalifaat opgeheven, Turkije werd officieel een lekenrepubliek.

Dat lekenkarakter zint Erdogan niet, hij laat zijn rechtbanken zelfs uitspraken doen volgens de regels van het kalifaat. Dat gebeurde onder meer bij de beslissing om van de Byzantijnse kerk Chorakerk, tot voor kort een museum, weer een moskee te maken, zoals iets eerder met de Hagia Sophia was gebeurd. De rechtbank verwees daarbij uitdrukkelijk naar de wetten van het kalifaat.

Nationale unie

Bovendien vindt hij dat Lausanne nog teveel toegevingen bevatte, zeker inzake de eilanden bij de Turkse kust. Erdogan voert de voorbije maanden de spanning op om zeer diverse redenen. De Turkse economie sputtert niet alleen door de coronacrisis, ze was al een jaar eerder aan het slabakken. Rond de Turkse aanspraken op de rijkdommen van de zeebodem in de oostelijke Middellandse Zee is er in Turkije zogoed als een nationale unie, alleen de linkse HDP (overwegend Koerdisch) stapt niet mee in het nationalistische koor, de rest van de oppositie grotendeels wel.

Zij zijn tenslotte erfgenamen van de grote nationalist Ataturk. Erdogan laat echte oppositie weinig kans om oppositie te voeren, de pressie is werkelijk zeer brutaal. Een recente wet legt nu de ‘sociale media’ compleet aan banden, hij heeft nu zelfs de macht ze gewoon te verbieden.

Gasvelden

Een andere reden voor Erdogans strijdlust, ligt in de grote rijdkommen onder de zeebodem, vooral de grote gasvoorraden. Er zijn de voorbije jaren in dat deel van de Middellandse Zee enorme gasvoorraden ontdekt, onder meer nabij Israël, Cyprus en Egypte.
Daardoor wordt het vastleggen van de maritieme grenzen nog belangrijker. Dat is één van de redenen waarom Erdogan in november vorig jaar een akkoord sloot met de Libische president Sarraj: daarin werden ook de zones uitgetekend waarop Turkije aanspraak maakt.

Een deel van die zones overlappen dan wel de zones van o.m. Griekenland en Cyprus en worden ook betwist door Israël en Egypte. Turkije heeft de VN-Conventie over zeerecht niet ondertekend; volgens die conventie zijn de Turkse aan spraken ongegrond. Tegenover Turkije staat een alliantie van Israël, Egypte, Griekenland, Cyprus en Jordanië waar ook Frankrijk en Italië achter staan.

Vooral Parijs is in het geweer tegen Erdogan. Het gaat niet alleen om de gasvoorraden, het gaat ook om invloed en olie in Libië. Frankrijk steunt er al jaren generaal Haftar die voorgesteld wordt als een dam tegen moslimextremisme, terwijl er in diens rangen nochtans ook fundamentalistische groepen zitten. Die houding van Parijs heeft o.m. te maken met de belangen van de Franse oliemaatschappij Total in de olieontginning in het oosten van Libië. Ook met de commerciële vriendschap tussen Parijs enerzijds en de klanten van de Franse wapenindustrie in Saoedi-Arabië, de Emiraten, Egypte…die Haftar steunen.

Europa

Het is niet alleen uit vriendschap voor de Grieken, dat Frankrijk zich nu zo actief in dit maritiem wespennest mengt. Het is Parijs dat binnen de EU sterk aandringt op sancties tegen Turkije, terwijl Berlijn tracht te bemiddelen – vrezend dat Erdogan de migratiestromen weer op gang brengt plus de invloed van Erdogans AKP binnen de zeer grote Turkse bevolking in Duitsland. Voor de Fransen is de integratie van Turkije in de EU al lang afgeschreven, terwijl andere EU-landen niet zover durven gaan.

Washington zit verveeld met die opgedreven spanning. Athene is een trouwe partner, Turkije is een zwaargewicht binnen de NAVO. VS-vaartuigen hielden onlangs samen met de Grieken militaire manoeuvres in de buurt van Kreta om toch een signaal te geven. In het akkoord Libië-Turkije stonden de wateren rond Kreta als Turkse zone ingekleurd.

Broeders

Het is Erdogan ook te doen om ideologische suprematie. Hij werpt zich, gesteund door kapitaal uit Qatar, op als de leider van de politieke islam, van de Moslim Broeders. Turkije als een modelstaat van de politieke islam, Europa is verleden tijd, sterker, Europa is een rivaal, zelfs een vijand.

De Turkse militaire tussenkomst in Libië (met tanks, manschappen, huurlingen uit Syrië, drones, luchtafweer…) heeft de krijgskansen begin dit jaar volledig omgegooid. Het is in de eerste plaats Erdogan die in Libië aan de winnende hand is. Turkse ondernemingen zijn bijzonder actief, ook buiten Libië, onder meer in Soedan en Somalia waar het Turkse leger een belangrijke basis heeft. Dat alles gebeurt in samenspraak met het steenrijke Qatar dat de Turkse economie met investeringen ondersteunt en waar trouwens ook een groot Turks garnizoen is gelegerd.

Het is Erdogans ambitie om van de 21ste eeuw in het Midden Oosten een Turkse eeuw te maken, waarin het “onrecht van Sèvres” wordt tenietgedaan. Zijn neo-Ottomaans project behelst zowel gebiedsuitbreiding – te land en op zee – als uitbreiding van invloeds. Gebied: Turkije bezet nu al het noorden van Cyprus en diverse regio’s in het noorden van Syrië, terwijl het tot 200 kilometer diep militair actief is in Irak. Erdogan blijft een oog hebben op de Iraakse stad Mossoel waarvan het lot in 1923 in het midden werd gelaten.

Het kwam al enkele keren op zee tot botsingen, voorlopig zonder erg en zonder doden. Maar de zenuwen zijn strak gespannen, als Erdogan in Libië zijn opmars verder zet is de kans groot dat Egypte en andere Arabische vrienden van Haftar zich openlijker in de strijd mengen en die ook verleggen naar de zee. NAVO en EU kijken gespannen toe tot waar Erdogan de escalatie wil laten gaan.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Uitpers