Opwarming van de aarde, extreme droogte in Europa, hittegolven en een sneeuwbaleffect (of cascadereactie) tussen al deze crisisfactoren… Risico van plotselinge veranderingen in de oceaancirculatie met niet te overziene gevolgen… Dit artikel behandelt drie punten: de verklaring van deze onbetwistbare vaststelling, de mogelijke evolutie en het te voeren beleid.

Het heeft geen zin om in het kader van dit artikel feiten en cijfers op te sommen die de extreme ernst van de droogte op het Europese continent aantonen. Zelfs degenen die het nieuws nauwelijks volgen, hebben de angstaanjagende beelden gezien van de Po die opdroogt, de Loire die tot een druppel water gereduceerd is, de Theems die bij de bron en over acht kilometer droogvalt en de Rijn die zo laag staat dat scheepvaart er onmogelijk wordt… Deze ongekende situatie is het gevolg van een ernstig neerslagtekort dat zich sinds het einde van de winter, na verschillende opeenvolgende jaren van droogte, heeft opgestapeld. Water is schaars geworden en in sommige gebieden heel schaars.

Het is even zinloos om gegevens over de hittegolf op een rij te zetten. Het is een understatement om te zeggen dat de temperaturen ‘hoger zijn dan de seizoensgemiddelden’, zoals ze op televisie zeggen: ze overschrijden ze ruimschoots. De grens van 40°C is in veel regio’s meermaals overschreden ‒ ook in regio’s met een gematigd zeeklimaat, zoals Groot-Brittannië. De hittegolf verergert uiteraard de droogte. De huidige combinatie van beide verschijnselen is uitzonderlijk wat betreft de geografische omvang, de intensiteit en de duur ervan.

Drie punten zullen kort worden besproken: de verklaringen en hun oorzaak, de mogelijke evolutie en het te voeren beleid.

Verklaringen en causaliteit

Laten we beginnen met de verklaringen. Het is nuttig dit goede populariseringsartikel op de RTBF-Info site te raadplegen. Het legt eenvoudig uit, met ondersteunende diagrammen, hoe de splitsing van de polaire straalstroom een anticycloon (een gebied met hoge druk) insluit in een geografisch gebied, zodat een massa warme lucht daarboven permanent geblokkeerd blijft.

Het verband tussen de splitsing van de straalstroom en de noordwaartse beweging van de anticycloon van de Azoren is onderwerp van discussie onder wetenschappers. Zoals de auteur van het artikel zegt: voor sommigen ‘is het de hoge druk die de straalstroom doet splitsen’; voor anderen ‘is het de splitsing die de opkomst van de anticycloon bevordert’. Eén ding is zeker: ‘splitsing is inderdaad een realiteit die de omvang van droge en warme perioden op onze breedtegraden vergroot’.

Een andere zekerheid: er bestaat weinig twijfel over dat de opwarming van de aarde de onderliggende oorzaak is van de splitsing van de straalstroom. De stabiliteit ervan wordt immers bepaald door het temperatuurverschil tussen de pool en de evenaar. Naarmate de opwarming op de noordpool groter is dan het wereldgemiddelde, verzwakt het verschil en wordt de straalstroom onregelmatiger, trager en grilliger, wat kan leiden tot de splitsing ervan.

Hittegolven en droogte zijn dus heel duidelijk toe te schrijven aan de klimaatverandering, waartegen het IPCC al dertig jaar waarschuwt. Volgens het laatste IPCC-rapport (GT1) ‘is het vrijwel zeker dat de frequentie en de intensiteit van hittegolven sinds 1950 (wereldwijd) zijn toegenomen en in de toekomst zullen blijven toenemen, zelfs als de opwarming van de aarde wordt gestabiliseerd op 1,5°C’. Het rapport stelt dat ‘de combinatie van hittegolf en droogte waarschijnlijk is toegenomen’ en dat ‘deze trend zich zal voortzetten’. Voor Europa voorspelt het rapport (met een hoge mate van betrouwbaarheid) een toename van overstromingen in het noordoosten van het continent en een toename van droogtes in het Middellandse Zeegebied, met minder zomerregen in het zuidoosten.

Geen verrassingen dus: de waargenomen werkelijkheid komt overeen met de wetenschappelijke prognoses. Behalve het feit, en dat is geen detail, dat de werkelijkheid de prognoses ver overtreft.

In werkelijkheid gaat alles veel sneller dan de wiskundige modellen aangeven. De door de pers geïnterviewde klimatologen verbergen hun verbazing niet over de temperaturen die plots 4 of 5°C boven de seizoensgemiddelden uitkomen. Dergelijke extremen werden eerder verwacht rond 2030, of daarna ‒ als de regeringen (bijna) niets blijven doen.

We moeten deze vaststelling in gedachten houden om het tweede punt aan te pakken: de mogelijke evolutie.

Wat de toekomst voor ons in petto heeft

Net als anderen heb ik vaak de aandacht gevestigd op een vrij recente wetenschappelijke publicatie die heel wat stof heeft doen opwaaien. De publicatie, geschreven door vooraanstaande wetenschappers op dit gebied, behandelt de positieve gevolgen van de opwarming (met andere woorden: de gevolgen van de opwarming die de opwarming bevordert). De originaliteit is dat wordt onderzocht hoe positieve terugkoppelingen elkaar kunnen voeden in een soort sneeuwbaleffect of cascadereactie.

Het volgende citaat is glashelder: ‘Een kettingreactie zou het aardsysteem in de richting van een planetaire drempel kunnen duwen die, als hij wordt overschreden, stabilisatie van het klimaat bij gemiddelde temperatuurstijgingen kan verhinderen en een aanhoudende opwarming in de richting van een planeetoven kan veroorzaken, zelfs als de menselijke emissies worden verminderd.’

Volgens de auteurs van het artikel zou dat proces kunnen beginnen bij een relatief laag opwarmingsniveau, tussen +1°C en +3°C.

Een van de terugkoppelingen die dat proces waarschijnlijk in gang zal zetten is de destabilisatie van de ijskap van Groenland. Deze kap vormt een bijzonder kwetsbaar punt. Specialisten schatten dat het omslagpunt voor het uiteenvallen ervan ergens tussen +1°C (+1,5°C volgens het IPCC) en +3°C van de gemiddelde opwarming ligt. We zitten dus waarschijnlijk al in de gevarenzone, of naderen die snel (bij ongewijzigd beleid zal +1,5°C worden overschreden vóór 2040, volgens het IPCC).

Als dat omslagpunt wordt overschreden, wat zijn dan de gevolgen? Enerzijds zou de instroom van water in de oceaan de stijging van de zeespiegel versnellen. Het zou lang duren voordat dat proces tot een einde komt ‒ een nieuw evenwichtspunt ‒ maar het zou onomkeerbaar zijn. Aan de andere kant zou deze instroom kunnen leiden tot een abrupte, plotselinge ineenstorting van de oceaancirculatie die AMOC (Atlantic Middle Ocean Circulation) wordt genoemd en die het klimaat van de aan de Atlantische Oceaan grenzende gebieden bepaalt. En daar zouden de gevolgen onmiddellijk zijn.

Dit is wat het recente IPCC Werkgroep 1 rapport zegt over het risico van een AMOC instorting: ‘Hoewel er een gemiddeld vertrouwen is dat de voorspelde daling van de AMOC niet zal leiden tot een abrupte instorting vóór 2100, zou een dergelijke instorting kunnen worden veroorzaakt door een onverwachte instroom van smeltwater van de Groenlandse ijskap. Als de AMOC zou instorten, zou dat heel waarschijnlijk leiden tot abrupte verschuivingen in de regionale weerpatronen en de watercyclus, zoals een zuidwaartse verschuiving van de tropische regengordel en zou dat kunnen resulteren in een verzwakking van de Afrikaanse en Aziatische moessons, een versterking van de moessons op het zuidelijk halfrond en droogte in Europa.’ (IPCC AR6, WG1, TS blz. 73)

Alles zit natuurlijk in deze ‘als’ die de mogelijkheid van ‘abrupte verschuivingen’ opent. Eén ding is zeker: de gevolgen van deze verschuivingen zouden uiterst ernstig zijn voor de ecosystemen en de bevolking. Vooral natuurlijk voor de arme massa’s in Azië en Afrika. Honderden miljoenen mensen zouden geconfronteerd worden met dramatische situaties.

Zoals we hebben gelezen, zou Europa niet gespaard blijven. Vooral het Iberisch schiereiland wordt bedreigd. De woestijnvorming is daar al jaren aan de gang en zou een kwalitatieve drempel overschrijden, onomkeerbaar op menselijke schaal.

Wat is het mogelijke verband met de huidige droogte en hittegolf, wetende dat Groenland niet wordt omgeven door de splitsing van de straalstroom die deze verschijnselen verklaart. Het verband is dat, om verschillende redenen, de opwarming boven de noordpool twee keer zo groot is als het wereldgemiddelde. Volgens het IPCC is het ‘vrijwel zeker’ dat de Groenlandse ijskap sinds 1990 massa heeft verloren: specialisten schatten dat tussen 1992 en 2020 met een nauwkeurigheid van 9,4 procent 4890 gigaton (miljard ton) ijs is gesmolten, wat leidt tot een stijging van het zeeniveau met 13,5 mm.

Het IPCC benadrukt (nogmaals!) een heel belangrijk punt: deze projecties zijn uitsluitend gebaseerd op schattingen van het smelten van ijs: ze omvatten niet de dynamische processen die het verlies van massa zouden versnellen (het loskomen van enorme fracties van de ijskap die in de oceaan glijden), want ‘Belangrijk is dat de waarschijnlijke reeks projecties niet de met de ijskap samenhangende processen omvat waarvan de kwantificering heel onzeker is of die gekenmerkt worden door grote onzekerheid.’ (IPCC AR6, WG1, TS, blz. 79).

Gezien wat er elders op de planeet gebeurt, is het niet onredelijk te vrezen dat de evolutie ook in Groenland sneller zal verlopen dan de modellen voorspellen. Dat is een understatement. In feite wijzen een aantal aanwijzingen duidelijk in die richting.

Zo lag de temperatuur in Groenland eind juli 2022 ver boven de seizoensnormen. De hoeveelheid ijs die smolt was twee keer zo groot als in andere jaren op hetzelfde moment. In drie dagen tijd werd naar schatting 18 miljard ton ijs omgezet in water. Wetenschappers hebben berekend dat de hoeveelheid water die zo vrijkwam het grondgebied van West Virginia (62.259 km2) zou bedekken met een waterlaag van ongeveer dertig centimeter. Deze versnelling van de smeltprocessen is ongekend.(1)Phys.org, 25 juli 2022 ‘Groenland getroffen door ongewoon grote smelting van ijskap, waardoor zeespiegel stijgt, zeggen wetenschappers’.

We hoeven niet verder uit te weiden: de klimaattoekomst is bedreigender dan ooit. De lichten staan op rood, knipperen indringend en de armsten, de meest kwetsbaren dreigen het zwaarst getroffen te worden.

Wat te doen? (een bekend liedje)

Laten we overgaan tot het uit te voeren beleid. De catastrofe is aan de gang en het IPCC vertelt ons dat die zich verder zal ontwikkelen ‘zelfs als de opwarming beperkt blijft tot 1,5°C’. Merk terloops op dat de huidige ramp het resultaat is van een opwarming van ‘slechts’ 1,2°C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het is niet erg moeilijk voor te stellen wat er daarna komt…

Gezien de situatie spreekt het vanzelf dat we ons niet tevreden kunnen stellen met het eisen van radicale maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen: die maatregelen zijn uiteraard essentieel ‒ meer dan ooit! ‒ maar ze moeten worden gecombineerd met een onmiddellijk en heel concreet beleid van aanpassing aan de waargenomen en te verwachten opwarming.

Wat kan worden gedaan om mensen, planten en dieren te beschermen tegen de steeds frequentere en intensere combinatie van droogte en hittegolven? Een visie op korte, middellange en lange termijn is noodzakelijk. Ze moet erop gericht zijn een publiek aanpassingsplan uit te werken dat zowel bindend (om doeltreffend te zijn) als flexibel (om zich aan te passen aan het onverwachte) is.

Dat plan moet prioritaire componenten omvatten op het gebied van waterbeheer, preventie van de gezondheidseffecten van extreme hitte (voor kwetsbare personen en op stadsniveau, geconfronteerd met het verschijnsel ‘hitte-eilanden’), land- en bosbouw, ruimtelijke ordening, infrastructuur en energie.

Het laatste rapport van de tweede IPCC-werkgroep kan ideeën geven over hoe het plan moet worden opgezet en hoe de sociale bewegingen voor het plan moeten vechten. Het rapport is uiteraard niet antikapitalistisch, maar er staat ‘De huidige ontwikkelingstrajecten bevorderen geen klimaatbestendige ontwikkeling’ (zeer hoog vertrouwen). (IPCC AR6, TS.E.1.1, blz. 100).

Als redenen worden genoemd: de toename van inkomensongelijkheid, ongeplande verstedelijking, gedwongen migratie en ontheemding, de voortdurende toename van broeikasgasemissies, de voortzetting van veranderingen in landgebruik, de omkering van de langetermijntrend naar een hogere levensverwachting…(2)IPCC, AR6, WG2, volledig rapport, 27/2/2022.

De veroordeling van het neoliberale beleid is impliciet, maar heel duidelijk.

Positief is dat het IPCC-rapport terecht benadrukt dat de aanpassing aan de klimaatverandering holistisch, sociaal, democratisch en participatief moet zijn, de ongelijkheden moet verminderen, op de zwakste sociale groepen moet inzetten, de sociale positie van vrouwen, jongeren en minderheden moet versterken, enzovoort. Maar haar aanpak is gericht op de besluitvormers die ze wil overtuigen, niet op de sociale bewegingen en hun strijd. Maar het zijn deze sociale bewegingen waar alles van afhangt, niet de regeringen.

Dit is niet de plaats om een lijst van eisen op te stellen, we zullen ons beperken tot enkele aanwijzingen en overwegingen.

Waterbeheer is een kernpunt. Zoals het IPCC (GT2) schrijft: ‘Handhaving van de status van water als een openbaar goed staat centraal in het streven naar rechtvaardigheid’ (hoog vertrouwen).’ (IPCC AR6, WG2, TS.E.2.5) Dat is de leidraad.

Met name de monopolisering van watervoorraden door kapitalistische concerns die water in flessen en diverse dranken produceren, van bossen door producenten van papierpulp, pellets of andere goederen (zie de ecologische en menselijke schade van eucalyptusplantages in Portugal!), van grondwater door de agro-industrie (bijvoorbeeld in Andalusië) worden ter discussie gesteld.

Maar de leidraad van water als openbaar goed impliceert ook een reeks meer onmiddellijke concrete eisen: terugschroeven van het waterdicht maken van oppervlakken (betegelen enzovoort), van het via de bestaande riolering afvoeren van regenwater, van de vernietiging van wetlands; het herstel van beken, het bevorderen van land- en bosbouwtechnieken die de bodem en zijn absorptiecapaciteit herstellen door de afvloeiing te beperken; een veel radicalere heroriëntering van de landbouw naar agro-ecologie; zonder de investeringen in het distributienet te vergeten (in Wallonië bijvoorbeeld wordt 20 procent van het geproduceerde water niet gefactureerd ‒ netwerklekken zijn dus heel belangrijk).

Een rationeel, sociaal en ecologisch waterbeheer vereist een ander prijsbeleid. Het liberale ’true-cost’-beleid is sociaal onrechtvaardig, aangezien alle consumenten betalen voor de zuivering van grote hoeveelheden afvalwater van de industrie. Bovendien werkt het neoliberale beleid verspilling van de hulpbron in de hand, aangezien de financiële inkomsten van de distributeur deels afhangen van het feit dat de gebruikers ook betalen voor de – nutteloze – zuivering van het regenwater dat in het riool terechtkomt…

Er moet een ander systeem worden ingevoerd: voor huishoudens, gratis verbruik dat overeenkomt met de redelijke bevrediging van reële behoeften (drinken, baden en douchen, het schoonmaken van het huis, de afwas en de was, daarna snel progressieve prijsstelling boven dit niveau.

De bescherming van mensen zou een andere effectieve prioriteit moeten zijn. Dat is niet het geval. Onder leiding van klimatoloog JP van Ypersele stelt het Waals Platform voor het IPCC vast dat de hittegolf van 2003 meer dan 1.200 mensen het leven kostte, terwijl die van 2020 meer dan 1.400 mensen het leven kostte… Tussen beide data werd er dus niets gedaan… ondanks beloftes

Een openbaar plan voor aanpassing aan extreme hitte zou ten minste de systematische vergroening van agglomeraties moeten organiseren (overal bomen om schaduw te bieden), evenals de thermische isolatie van alle ziekenhuizen, scholen, bejaarden- en gehandicaptenhuizen.

Meer in het algemeen moeten we opnieuw wijzen op de dringende noodzaak om alle woningen te isoleren en te renoveren. Niet alleen om de uitstoot van verwarming (en airconditioning!) radicaal te verminderen, maar ook om de gezondheid en het welzijn te beschermen. Zowel op dit gebied als op andere gebieden geldt: het neoliberale beleid van stimulering door marktmechanismen is zowel ecologisch inefficiënt als sociaal onrechtvaardig. Dit beleid van halve maatregelen moet plaats maken voor een overheidsinitiatief, anders zullen individuele oplossingen zoals de aankoop van airconditioners de overhand krijgen, wat leidt tot een toename van het energieverbruik en de CO2-uitstoot.

Het IPCC hamert op het belang van een holistisch beleid, dat zowel aanpassing aan de opwarming van de aarde als vermindering van de uitstoot (‘mitigatie’, in het jargon) omvat. De energiesector bevindt zich typisch op beide terreinen. Er is een gebrek aan water om de kernreactoren te koelen. Gezien de prognoses kan deze realiteit in de komende jaren alleen maar verergeren, zodat het aanpassingsbeleid voor helse alternatieven komt te staan: moet het water bij voorrang gebruikt worden om de centrales te koelen (door rivieren te verwarmen!) om elektriciteit op te wekken, om te drinken, of om de gewassen te besproeien? (en welke gewassen?) Reden te meer (er zijn er nog veel meer!) om niet te rekenen op kernenergie als ‘mitigatie’-oplossing…

Ik ga hier niet terugkomen op de te nemen maatregelen voor structurele vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, daar heb ik al veel over geschreven. Kortom: energie en financiën moeten worden gesocialiseerd, net als water, we moeten uit de agro-industrie stappen en het snelle einde van de op de individuele auto gebaseerde mobiliteit organiseren. Dit pakket van diepgaande structurele transformaties is de noodzakelijke ‒ maar niet voldoende ‒ voorwaarde voor een snelle en effectieve decarbonisatie (ontkoling) van de wereldeconomie.

Zonder deze drastische antikapitalistische remedie zal het volstrekt onmogelijk blijken om de door de wetenschappers uiteengezette klimaatbeperkingen in acht te nemen. In dat geval zal de ‘broeikasplaneet’ waarnaar Johann Rockström en de andere bovengenoemde auteurs verwijzen, ongetwijfeld een onomkeerbare realiteit worden. Het zou een menselijke en ecologische ramp van ongekende omvang betekenen. Onvoorstelbaar.

‘Fictief’ klimaatbeleid of ecosocialisme?

Elk nadeel heeft zijn voordeel: iedereen kan zich nu bewust worden van de extreme ernst van de situatie en het verschrikkelijke gevaar waarmee we geconfronteerd worden. Ik geef hier een uittreksel weer van een bericht dat op 11 augustus op sociale netwerken is gepubliceerd, over de droogte in Europa:

‘Met de overstromingen (van 2021 in België en Duitsland) heeft de klimaatverandering ons als het ware een klap op de kop gegeven. Een klap van een knuppel doet pijn, het kan dodelijk zijn voor degenen die in de frontlinie staan. Met de droogte laat de opwarming zien dat ze ons bij de keel kan grijpen en ons langzaam, elke dag een beetje meer, zonder haast kan knijpen, zodat we genoeg tijd hebben om de dood te zien vorderen ‒ de meest lucide mensen zien het al: de dood van planten, de dood van rivieren, de dood van dieren, onze eigen dood. Want hoe kunnen we overleven als alles verdwijnt?’

Geconfronteerd met wat er op het spel staat, kan iedereen zich ook bewust worden van het feit dat het overheidsbeleid totaal ontoereikend is en, om eerlijk te zijn, misdadig.

Dat beleid maakt het niet mogelijk de uitstoot snel te verminderen (de uitstoot blijft toenemen!) om in 2050 ‘koolstofvrij’ te zijn. Voor onze ogen gebeurt zelfs het tegenovergestelde: het post-pandemische herstel en de oorlog van Poetin tegen het Oekraïense volk hebben een stormloop op fossiele brandstoffen ontketend (steenkool in China, Rusland en Turkije; bruinkool in Duitsland; schaliegas in de Verenigde Staten; gas in de Europese Unie). Met daarbovenop een razernij van neokoloniaal graaien, rivaliteit tussen machten en barbaars beheer van migraties.

Het klimaatbeleid van de overheid is niet alleen ineffectief, het vergroot niet alleen de sociale ongelijkheid, maar beschermt de bevolking ook niet tegen rampen. Die bescherming van bevolkingen is echter in theorie de elementaire constitutionele taak van elke regering, van elke staat.

Deze formidabele puinhoop is een potentiële factor in de spectaculaire verdieping van de legitimiteitscrisis van de machtigen van deze wereld, ongeacht het ‘kamp’ waartoe ze behoren.

De aldus ontstane instabiliteit kan niet anders dan gevolgen hebben op ideologisch vlak. Een voorbeeld hiervan zagen we onlangs in België met het vrije forum in de vorm van zelfkritiek dat de heer Bruno Colmant publiceerde in La Libre.

In die tekst meent de voormalige kabinetschef van de zeer liberale Didier Reynders, de econoom die de ‘notionele interest‘-zwendel heeft bedacht, dat ‘het neoliberale kapitalisme niet langer verenigbaar is met de klimaatuitdaging’.

Colmant heeft gelijk: de ‘vrije markt’ zal ons niet uit de impasse halen. Om de klimaatuitdaging aan te gaan is een publiek plan nodig, andere sociale en ecologische doelstellingen dan winst; publieke middelen en dus een radicale herverdeling van de rijkdom, in tegenstelling tot de ‘neoliberale hervormingen’.

Na zijn kritiek op het ‘neoliberale kapitalisme’ bevindt de heer Colmant zich echter in de ongemakkelijke positie van iemand die midden in de redenering stopt.

Het neoliberale dogma van de vrije markt is namelijk niet het enige obstakel op weg naar een rationeel beheer van de klimaatcatastrofe: de kapitalistische verplichting tot groei is een ander, nog fundamenteler obstakel, dat de heer Colmant niet wil overwinnen. Een niet-liberaal, Keynesiaans of neo-Keynesiaans kapitalisme kan bestaan. Een kapitalisme zonder groei is, zoals Schumpeter zei, een contradictio in terminis. Zonder vermindering van het eindverbruik van energie ‒ en dus zonder vermindering van productie en vervoer ‒ is het echter onmogelijk om in 2050 ‘nuluitstoot’ te bereiken. Zelfs door de CO2 onder het tapijt te vegen met ‘compensaties’ , ‘afvang-sequestratie’, en andere ‘fictieve emissiereducties’ is dat uitgesloten.

Het is een objectieve noodzaak: we moeten minder produceren, minder werken, minder vervoeren, rijkdom delen, voorzichtig en democratisch zorgen voor wezens en dingen. Het is noodzakelijk, met andere woorden, om de productivistische kapitalistische machine te breken. Productivistisch? We zouden moeten zeggen ‘destructivistisch’, zo duidelijk is het dat ‘het kapitaal de enige twee bronnen van alle rijkdom ruïneert: de aarde en de arbeider’ (zoals Marx zei na zijn anti-productivistische wending).

De klimaatoorlog is begonnen en het is een klassenoorlog. Daarmee bedoel ik dat hij een standpunt vereist over de ECHTE behoeften van mannen en vrouwen, dat wil zeggen een standpunt dat bevrijd is van commerciële vervreemding en de wedloop naar egoïstische winst die de werkelijkheid op zijn kop zet.

Buiten een ecosocialistische, internationalistische, feministische oriëntatie zal er geen redding zijn. Laten we ons organiseren om dat te zeggen en in dat perspectief te handelen, over grenzen, ‘kampen’ en ‘blokken’ heen. Kortom, het is tijd om revolutionair te durven zijn.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Gauche Anticapitaliste. Nederlandse vertaling: redactie Grenzeloos.

Voetnoten

Voetnoten
1 Phys.org, 25 juli 2022 ‘Groenland getroffen door ongewoon grote smelting van ijskap, waardoor zeespiegel stijgt, zeggen wetenschappers’.
2 IPCC, AR6, WG2, volledig rapport, 27/2/2022.