Op 18 november 2019 is het honderd jaar geleden dat Ferdinand Domela Nieuwenhuis overleed. Domela maakte gedurende zijn leven een behoorlijke radicalisering door en ontwikkelde zich tot een gedreven en originele stem in de Nederlandse revolutionaire beweging.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919), geboren te Amsterdam, was in de jaren zeventig van de negentiende eeuw begonnen als lutherse predikant in Harlingen. Hij kwam uit de gegoede en verlichte Hollandse burgerij en had Deense en Engelse voorouders. In de Friese havenplaats kwam hij in contact met de noden van het volk en ontdekte dat een kerkenraadslid aangesloten was bij de Eerste Internationale. Het was het begin van een radicalisering van zijn opvattingen, waarmee hij uitgroeide tot de aartsvader van het Nederlandse socialisme.

Domela Nieuwenhuis hield vooral na de Duits-Franse oorlog van 1870/71 vele antimilitaristische toespraken en schreef vlammende antioorlogsstukken in verschillende kranten. In 1879 nam hij als humanist afscheid van de kerk. Zijn geloofsovertuiging was al vrijzinnig tijdens zijn studiejaren en ontwikkelde zich steeds verder naar het loslaten van elk godsgeloof. Hij wilde zich wijden aan de strijd voor het algemeen kiesrecht en voor de zaak van de arbeiders. Enkele jaren later, in 1881, was hij een van de oprichters van de Sociaal-Democratische Bond (SDB). Ook was hij jarenlang redacteur van zijn blad Recht voor Allen.

De charismatische Domela Nieuwenhuis groeide uit tot de voortrekker van de socialistische beweging in Nederland. In 1887 werd hij tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens majesteitsschennis. Het maakte hem in de ogen van zijn aanhangers tot een martelaar. Zelf vergeleek hij zich met de lijdende Christus. Twaalf leden van de afdeling Gorredijk van de SDB in Friesland boden aan, ieder een maand voor hem te gaan zitten.

Kiesrechtstrijd

Vooral in Friesland was Domela Nieuwenhuis in de periode tussen 1885 en 1897 populair. Daarin viel zijn verkiezing in 1888 tot lid van de Tweede Kamer voor het kiesdistrict Schoterland, dat een groot deel van de Friese Zuidoosthoek omvatte. Dit gebied had zwaar te lijden van de crisis in de landbouw en het veenbedrijf.

De malaise trof behalve de arbeiders ook de kleine boeren, de zelfstandige ambachtslieden en middenstanders in de kleinere en grotere dorpen. En juist die groepen hadden een paar jaar eerder het kiesrecht verkregen. Zij zorgden voor Domela’s verkiezingszege, mede dankzij enkele honderden stemmen in de tweede ronde van gereformeerde ‘kleine luyden’. Voor hen liever een socialist dan een liberaal.

In de Kamer interpelleerde Domela over de stakingen in de Friese venen. Hij pleitte voor openbare werken ter bestrijding van de werkloosheid, riep op tot beëindiging van het kolonialisme en streefde naar kosteloos onderwijs en sociale voorzieningen, waaronder betaald zwangerschapsverlof.

Domela keerde niet terug in de Kamer, hij kon het daar niet uithouden en was teleurgesteld over dit middel om verbeteringen af te dwingen. Met zijn vertrek baande hij ongewild de weg voor het nieuwe parlementarisme van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), die al na enkele jaren de weg opging van opportunisme en reformisme.

Volk of klasse

Domela Nieuwenhuis was in 1888 kandidaat gesteld door de Friesche Volkspartij, een samenwerkingsverband van kiesrecht- en socialistische organisaties en vak- en werkliedenorganisaties. Ook linksliberalen maakten deel uit van deze coalitie. De doelstelling van de Volkspartij was ruim geformuleerd: directe invoering van het algemeen kies- en stemrecht ‘zoomede naar gelijkstelling bij de wet van man en vrouw’ en de behartiging van de belangen van het volk.

In grote lijnen was men het dus eens, maar met de successen van de groei van de volksbeweging drong ook het vraagstuk van de verhouding tussen hervormingen en revolutie zich op. Breed hervormingsgezind volksfront of scherp afgebakend proletarisch eenheidsfront? De SDB en Domela Nieuwenhuis radicaliseerden en zagen steeds minder in deelname aan verkiezingen.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis bleef actief in de strijd tegen oorlog en bewapening. In 1904 richtte hij samen met geestverwanten de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging op, gekenmerkt door het symbool van het gebroken geweertje. Deze vereniging kende vele afdelingen, maar was eigenlijk voornamelijk in Nederland succesvol.

Tot in de meest kleine dorpen bestonden plaatselijke groepen die met het blad De Wapens Neder colporteerden. Dit antimilitarisme was niet louter pacifisme, maar was stevig verbonden met de opvatting dat de Kazerne evenzeer als de Kroeg en het Kapitaal bestreden diende te worden.

Domela’s charisma

Zijn sobere levensstijl en Domela’s consequent opkomen voor de belangen van de arbeiders en de kleine boeren resulteerden in combinatie met zijn uitstraling in een ongekende populariteit in arbeidersmilieus. In de jaren twintig nog hing in sommige dorpen in Friesland het portret van Domela Nieuwenhuis haast huis aan huis aan de wand. Soms was het voorzien van zijn handtekening en de leus ‘Het licht is vrij / De lucht is vrij / En dat ’t ook de aarde zij / Daar moeten wij naar streven’.

Al tijdens zijn leven werd hij welhaast als een heilige vereerd. Tijdgenoten beschreven zijn uitstraling als volgt: ‘Zijn verschijning alleen al is voldoende het auditorium in verrukking te brengen’ en ‘Domela Nieuwenhuis heeft meer het voorkomen van een profetiseerenden prediker, dan van een demokratischen voorvechter’. Zijn ‘dweepersoogen’ en zijn kalme manier van spreken – zelfs bij scherpe, cynische uitvallen naar politieke tegenstanders behield Domela’s stem iets waardigs.

Hij werd beschouwd als ‘baanbreker’, als ‘us ferlosser’ (onze verlosser in het Fries), maar steeds zou hij blijven benadrukken ‘gij moet uw eigen verlosser zijn’. Zelforganisatie in plaats van heiligenverering. Overigens was hij een rustig spreker op de bijeenkomsten waar hij zijn opwachting maakte voor soms wel duizenden toehoorders. Maar door een bijzondere charismatische band wist hij zijn toehoorders, ‘de verworpenen der aarde’, te inspireren en een hart onder de riem te steken.

Het Vrouwenvraagstuk

Wat betreft de vrouwenbevrijding was Domela geen groot vernieuwend denker. Hij was uiteraard een product van zijn tijd. Toch heeft hij wel zijn bijdrage geleverd. Wilhelmina Drucker, een van de belangrijkste Nederlandse feministes van vóór 1900, was hem dankbaar voor zijn ‘stalen ijver’ zonder welke zij ‘nooit den moed zou hebben gehad op te treden voor de vrouw, wier belangen door de sociale hervormingen al niet minder werden genegeerd dan door de wetgevers en priesters der vervlogen tijden. Voor het geestelijk zaadje dat is gevallen en opgebloeid in mijn ziel en hersens, breng ik Domela Nieuwenhuis mijn dankbare hulde.’

Ofschoon geen groot vernieuwend denker op dat vlak, was Domela wel een van de weinige SDB’ers die zich ook echt druk maakte om de bevrijding van de vrouw in het kader van de socialistische revolutie. De economische verhoudingen waren in zijn ogen de bron van alle ellende. Het huwelijk was een ‘geldband’ en de huwelijkswetgeving was een weerspiegeling daarvan: de man had de macht over ‘de persoon en over de bezittingen van de vrouw’. De vrouw diende dan ook economisch onafhankelijk te worden.

Domela werd geïnspireerd door utopisch socialisten als Fourier en Owen, maar ook door de anarchist Peter Kropotkin en Friedrich Engels. Als Kamerlid streefde hij concrete hervormingen na. Naast zwangerschapsverlof kwam hij op voor een maximale arbeidsdag van 8 uur voor de man en van 6 uur voor de vrouw. Met die twee uur kon de vrouw het huis aan kant hebben voor de man thuiskwam… Dit toch weer traditionele beeld van vrouwen stond op zijn minst op enigszins gespannen voet met de vurig gewenste sociale bevrijding van mannen en vrouwen als gevolg van de socialistische revolutie.

Vertaler van Das Kapital

Domela Nieuwenhuis riep al vroeg op tot de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië, het tegenwoordige Indonesië. Hij liep daarmee vooruit op de bekende leus van de CPN ‘Indië los van Holland’. Domela Nieuwenhuis wijdde zich ook als eerste in Nederland aan een samenvatting van Karl Marx’ bekende werk Das Kapital onder de titel Kapitaal en Arbeid.

Marx, die Nederlands las, sprak er in een van zijn brieven aan Domela zijn tevredenheid over uit, maar gaf in kanttekeningen in het presentexemplaar ook blijk van kritiek. Deze wisselwerking tussen kameraadschappelijkheid en kritiek tekende ook de latere waardering van bijvoorbeeld de Friese communisten voor de pioniersarbeid van Domela Nieuwenhuis. In het bijzonder in deze provincie begaven de vroege communisten en radicale socialisten zich in het spoor van Ferdinand Domela Nieuwenhuis die hen voorging in de fundamentele strijd om gelijkheid en sociale bevrijding.

Vegetariër

De ‘romantische revolutionair’ Domela Nieuwenhuis zette zich niet alleen in voor sociale bevrijding, maar hij had ook oog voor de positie van dieren. Hij kwam niet enkel vanuit het soberheidsidee en solidariteit met de arbeiders tot het vegetarisme. Hij bestreed de ‘antropocentrische grootheidswaan’, volgens welke de aarde geschapen was voor de mens. Het ‘Recht voor allen’ dat hij eiste ging naar zijn mening niet alleen op voor de mens, maar strekte zich ook uit tot de dieren die evenzeer een onderdeel gingen vormen van zijn strijd voor een betere wereld.

Dat de productie van vlees, het doden van dieren en de verwerking ervan onder het kapitalisme de vorm zou aannemen van een wereldwijde bio-industrie met alle ecologische gevolgen van dien kon hij in die dagen uiteraard nog niet bevroeden.

Uitvaart

Na zijn overlijden stonden twaalfduizend arbeiders, mannen en vrouwen afkomstig uit het hele land op 22 november 1919 langs de Amsterdamse straten waarlangs de baar gedragen door bootwerkers ging en bewezen hem de laatste eer. Vertegenwoordigers van 160 organisaties waren aanwezig en stonden met vaandels en kransen langs de route. Onder hen bestuurders en leden van talloze vakorganisaties uit stad en platteland, vrouwenorganisaties en vertegenwoordigers van revolutionaire organisaties van uiteenlopende aard. Huilend hieven de vrouwen uit de Jordaan hun kinderen omhoog, zodat zij goed konden zien welk schouwspel zich voor hun ogen afspeelde. Als één der eerste Nederlanders werd Domela op de begraafplaats Westerveld, bij Driehuis, gecremeerd.

De Tribune, het blad van de Communistische Partij Nederland, wijdde enkele dagen achtereen de voorpagina aan zijn heengaan. Jazeker, Domela was anarchist en had steeds minder op met organisatievorming. De revolutionaire sociaaldemocraten die zich sinds kort communisten noemden, waren zich bewust van de verschillen van opvatting over politieke machtsvorming. Maar, zo schreef het revolutionairsocialistisch Volksblad, deze pionier had al vroeg de schadelijke invloed van het reformisme en parlementarisme op het netvlies.

Daar zouden we aan toe kunnen voegen, dat Domela op internationale congressen van de sociaaldemocratische Tweede Internationale als vertegenwoordiger van de SDB al vroeg botste met wat hij beschouwde als aanpassingsmechanismen van de Duitse SPD aan de burgerlijke maatschappij. De Duitse socialisten verwachtten veel van de verkiezingsstrijd, die bijna automatisch zou moeten leiden tot een overgang van kapitalisme naar socialisme. De gevaren van het ontstaan van een partij- en vakbondsbureaucratie met privileges en van het reformisme werden daarbij veronachtzaamd. Hier kwamen de wegen van Domela Nieuwenhuis en die van de communisten samen.

Revolutionair Socialistisch Comité

Zo was het ook gedurende de Eerste Wereldoorlog toen revolutionairen van verschillend pluimage elkaar vonden in bijvoorbeeld het Revolutionair Socialistisch Cmité tegen de oorlog en zijn gevolgen. Geen samenwerking met de bourgeoisie en de burgerlijke staat, consequent antimilitaristische agitatie tegen het kapitalistische leger, dat waren de motto’s.

Het revolutionaire eenheidsfront tegen de klassencollaboratie van kapitaal en arbeid gestut door de sociaaldemocratische SDAP. Geïnspireerd door de Russische en daarna de Duitse revolutie werden ook in Nederland en in de Indonesische kolonie soldaten- en arbeidersraden opgericht. De oude Domela Nieuwenhuis was een enthousiast pleitbezorger hiervan en riep zijn aanhangers op zich daarbij aan te sluiten.

Tenslotte nog eenmaal De Tribune, die bij zijn overlijdensbericht het volgende memoreerde:

Spreken, schrijven en colporteren waren in die dageraadsdagen der socialistische beweging in dit land bezigheden, die een propagandist allen tegelijk had te verrichten. D.N. is als bezielend woordvoerder de persoon geweest, die het eerst de socialistische gedachte, niet maar in besloten of intiemen kring, maar in de volle wereld heeft gedragen en verbreid. Op ongeveer elk gebied van socialistische actie is hij de eerste, de pionier en baanbreker geweest – de eerste redacteur van een socialistisch orgaan, de eerste socialistische parlementariër, de eerste socialistische coöperator, en zoo niet de eerste, dan toch de hevigste, de felste en meest consequente anti-parlementariër.

Grote groepen sociaal-anarchisten hadden via de geschriften en de optredens van Domela Nieuwenhuis kennis gemaakt met het socialisme en met het belang van zelforganisatie. Geradicaliseerd door de revolutionaire ontwikkelingen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog gingen zij verder, waar de oude Domela Nieuwenhuis de noodzaak van organisatievorming steeds meer had losgelaten.

Deze sociaal-anarchistische revolutionairen van de daad vonden, geënthousiasmeerd door de revolutionaire ontwikkelingen elders en hier, een nieuw tehuis in de vorm van de Communistische Partij en de Komintern, het nieuwe internationale samenwerkingsverband.

In het spoor van Domela Nieuwenhuis

Zowel de oude vrij socialistische beweging als de SDAP van Troelstra zijn schatplichtig aan het pionierswerk van Domela Nieuwenhuis in de provincie Friesland. Verzet tegen de mobilisatie en crisispolitiek resulteerden in een groeiende aanhang voor het Dienstweigeringsmanifest. Van hieruit ontstonden de eerste communistische groepen, die zich in het spoor van Domela Nieuwenhuis begaven als voorganger.

Historicus Ron Blom belicht die politieke en sociale ontwikkelingen in de jaren 1907 tot 1935 in zijn boek In het spoor van Domela Nieuwenhuis. Vroeg communisme en radicaal socialisme in Friesland. De auteur onderzoekt de (regionale) worteling van communistische en radicaal socialistische groeperingen, en laat hierbij zien hoe familienetwerken binnen de plaatselijke gemeenschap een rol spelen bij het ontstaan van de nieuwe Communistische Partij.

Ron Blom verbindt op aansprekende wijze lokale gebeurtenissen en persoonlijke verhalen met de ontwikkelingen op het wereldtoneel in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Ron Blom, In het spoor van Domela Nieuwenhuis. Vroeg communisme en radicaal socialisme in Friesland (1907-1935), noordboek 2019, 264 pagina’s, 19,90€.