De oorlog in Oekraïne luidt een periode van scherpere geopolitieke tegenstellingen in. Veel socialisten die het track record van het westerse imperialisme kennen, zijn terecht cynisch over de democratische en humanitaire retoriek van westerse leiders. Te vaak leidt dat echter tot onverschilligheid over het lot van Oekraïne.

Naarmate de oorlog in Oekraïne langer duurt, neemt die steeds gruwelijker vormen aan. De nietsontziende terreurbombardementen, slachtingen onder burgers en andere oorlogsmisdaden die de Syrische burgeroorlog kenmerkten, zien we nu terug in Oekraïne. Voor Poetin is er veel aan gelegen dat deze zeer kostbare oorlog niet in een vernedering eindigt. Daarom is hij bereid zeer ver te gaan.

De genocidale retoriek op de Russische staatstelevisie laat verder weinig aan de verbeelding over: de ‘heropvoeding’ van Oekraïne zou wel een generatie in beslag kunnen nemen en wie niet heropgevoed wil worden zal uit de weg worden geruimd. Poetins aanval op Oekraïne ging gepaard met de verdere inperking van democratische vrijheden in Rusland zelf. Om zijn macht te consolideren in de bezette delen van Oekraïne zal Poetin steunen op brute onderdrukking en etnisch nationalisme.

Vanuit het Westen wordt zeer cynisch gekeken naar dit conflict: de oorlog verzwakt Rusland en erodeert de positie van Poetin in eigen land, het vergroot het aanzien van de NAVO in het Westen en geeft regeringen het ideale excuus om enorme bedragen uit te trekken voor oorlogstuig, dat voor de volgende imperialistische roofoorlog kan worden ingezet. Hoe langer het conflict voortduurt, hoe beter het voor het Westen is. De hoge prijs voor dit conflict komt neer bij de Oekraïense bevolking. De westerse mogendheden die zelf nauwelijks risico lopen, vinden dat een acceptabel offer. Om die reden doen zij vrijwel niets om te de-escaleren – eerder het tegenovergestelde – terwijl ook directe inmenging in de oorlog wordt afgehouden.

Neokampisme

De westerse agenda in deze oorlog is echter onderwerp van fel debat binnen radicaal links – in het bijzonder internationaal. Anders dan in de Syrische burgeroorlog zijn er nu nauwelijks linkse groepen die de kant van Rusland kiezen. Toch bestaat er een grote terughoudendheid om volmondig steun uit te spreken voor het zelfbeschikkingsrecht van de Oekraïners, wat zich in het bijzonder uit in pogingen van sommige linkse groepen om wapenleveranties aan Oekraïne te verhinderen. Dat is gebaseerd op de misvatting dat het huidige conflict gereduceerd kan worden tot een conflict tussen de NAVO en Rusland en dat Oekraïne ondubbelzinnig als verlengstuk van het westerse kamp kan worden gezien.

Op de achtergrond speelt een tweede misverstand mee en dat is de overtuiging dat socialisten in imperialistische landen er in een interimperialistische oorlog alles aan moeten doen om ervoor te zorgen dat hun eigen leger de oorlog verliest. Toegepast op het huidige conflict leiden deze misvattingen tot de vaak impliciete overtuiging dat een nederlaag voor Oekraïne een nederlaag voor het westerse imperialisme zou zijn of in ieder geval dat er geen kant kan worden gekozen in het conflict tussen Oekraïne en Rusland.

Dat is niet alleen een totaal verkeerde lezing van de situatie, maar ook een breuk met internationalistische principes: Oekraïne voert een strijd voor nationale zelfbevrijding en verdient daarin onvoorwaardelijke, zij het kritische steun. Socialisten die slechts oog hebben voor grote geopolitieke overwegingen en de ogen sluiten voor de strijd die gewone Oekraïners nu voeren, komen uit op een abstract onmenselijk socialisme, waarin bevrijding en zelfemancipatie geen plaats meer hebben.

Hoewel socialisten in NAVO-landen zeker niet zouden moet pleiten voor wapenleveranties – wetende dat onze regeringen daar altijd een eigen agenda bij hebben – zouden we daarom moeten erkennen dat Oekraïne het recht heeft zich te verdedigen en dus ook te bewapenen. Dat is des te meer het geval, gezien het feit dat veel westerse landen de afgelopen jaren geen enkel probleem hadden om wapens aan Rusland te leveren.

Internationale solidariteit

De terughoudendheid om steun uit te spreken voor de nationale bevrijdingsstrijd in Oekraïne is des te kwalijker gezien de uitingen van solidariteit in de regio. Voor de Oekraïners is duidelijk dat een Russische overwinning niet alleen een einde aan hun nationale soevereiniteit, maar ook een einde aan hun persoonlijke vrijheden zal zijn. Hetzelfde geldt andersom: zoals er in januari in Kiev nog werd gedemonstreerd in solidariteit met de opstand in Kazachstan die met hulp van het Russische leger werd neergeslagen, zo werd er nu in Kazachstan gedemonstreerd in solidariteit met Oekraïne. In Belarus, waar Loekasjenko vorig jaar een coup pleegde en het volksverzet daartegen eveneens met Russische militaire steun neersloeg, pleegden spoorwerkers in maart sabotageacties om het transport van Russisch militair materieel te blokkeren.

In deze verschillende landen wordt heel terecht ingezien dat de strijd voor zelfbeschikking van Oekraïne en de strijd voor democratie in Rusland en de landen onder Russische controle één en dezelfde is. Over een dergelijk strijdbaar internationalisme in de regio, die nog een centrale rol kan spelen in de strijd voor socialisme en democratie, mogen we niet onverschillig zijn.

Een tweede reden waarom deze discussie van groot belang is, is dat de spanningen tussen imperialistische blokken verder zal toenemen. Het feit dat Zweden en Finland nu terugkomen op hun eerdere ‘neutraliteit’ en hebben aangegeven zich bij de NAVO aan te willen sluiten, onderstreept dat. De analyses die we nu maken, zullen hun schaduw vooruit werpen op latere conflicten. In het bijzonder op de linkse stellingname in een mogelijke oorlog van China om Taiwan in te lijven.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op socialisme.nu.