Een kritische reactie op het Manifest, ondertekend door meer dan 100 Franse academici en na de moord op de geschiedenisleraar Samuel Paty gepubliceerd in de krant Le Monde op 2 november 2020.

Internationale solidariteit met antiracistische academici in Frankrijk

In een tijd van toenemend racisme, witte suprematie, antisemitisme en gewelddadig rechts-extremisme is de academische vrijheid onder vuur komen te liggen. De vrijheid om te onderwijzen en onderzoek te doen naar de wortels en de geschiedenis van begrippen als ras en racisme veroorzaakt de fenomenen die ze probeert te begrijpen. Daar komt een manifest dat door meer dan 100 Franse academici is ondertekend en op 2 november 2020 in de krant Le Monde is gepubliceerd op neer. De ondertekenaars verklaren dat zij met de Franse minister van Onderwijs, Jean-Michel Blanquer, hebben afgesproken dat de uit Noord-Amerika geïmporteerde “inheemse, racistische en ‘dekoloniale’ ideologieën” verantwoordelijk zijn voor het ‘conditioneren’ van de gewelddadige extremist die op 16 oktober 2020 de geschiedenisleraar Samuel Paty heeft vermoord.

Deze bewering is zeer oneerlijk. En in een context waarin academici die geassocieerd worden met kritisch rassen- en dekoloniaal onderzoek recentelijk doodsbedreigingen hebben ontvangen, is de bewering ook zeer gevaarlijk. De wetenschappers die bij dit manifest betrokken zijn, hebben hun geloofwaardigheid eenvoudigweg opgeofferd om de studie van het racisme in Frankrijk en een politiek van ‘islamisme’ en ‘anti-witte haat’ nog verder op één hoop te gooien. Ze hebben het manifest gelanceerd in een context waarin de academische vrijheid in Frankrijk onderhevig is aan openlijke politieke inmenging, na een amendement van de Senaat dat die vrijheid ‘met respect voor de waarden van de Republiek’ herdefinieert en beperkt tot de uitoefening ervan. Zie hier.

Het manifest stelt niets minder voor dan een McCarthyistisch proces onder leiding van het Franse ministerie van Hoger Onderwijs, Onderzoek en Innovatie om ‘islamitische stromingen’ binnen de universiteiten uit te roeien, een duidelijk standpunt in te nemen over de ‘ideologieën die daaraan ten grondslag liggen’, en ‘de universiteiten te betrekken bij een strijd voor secularisme en de Republiek’ door een orgaan op te richten dat verantwoordelijk is voor de behandeling van zaken die in strijd zijn met ‘republikeinse beginselen en academische vrijheid’.

Het label ‘islamogauchiste’ (dat de woorden ‘islam’ en ‘links’ samenvoegt) wordt nu op grote schaal gebruikt door leden van de regering, grote delen van de media en vijandige academici. Het doet denken aan de antisemitische beschuldiging van ‘Joods-bolsjewisme’ in de jaren dertig van de vorige eeuw, die de verspreiding van het communisme aan de Joden toeschreef. Het begrip ‘islamogauchiste’ is bijzonder schadelijk omdat het bewust de islam (en moslims) met jihadistische islamisten verwart. Met andere woorden, academici die wijzen op racisme tegen de moslimminderheid in Frankrijk zijn gebrandmerkt als bondgenoten van islamitische terroristen en vijanden van de natie.

Dit is niet de enige tegenstrijdigheid in dit manifest. De ondertekenaars lijken niet te beseffen hoezeer de opgewonden toon die gebezigd wordt tegen de zogenaamde ‘culturele marxisten’, doet denken aan de antisemitische heksenjacht die Joodse intellectuelen als vijanden van de staat omschreef. De vijanden van vandaag zijn moslims, politieke antiracisten en dekoloniale denkers, maar ook iedereen die mèt hen staat tegenover het ongebreidelde staatsracisme en de islamofobie.

Verder is, vanuit een mondiale context, de vraag wie er nu eigenlijk ideeën uit Noord-Amerika ‘importeert’ het overwegen waard. Het manifest is gebaseerd op het uitvoeringsbesluit van de regering-Trump ‘ter bestrijding van rassen- en seksstereotypen’, dat federale overheidscontractanten of onderaannemers in feite verbiedt zich bezig te houden met wat wordt gekenmerkt als ideologieën die de VS als ‘fundamenteel racistisch of seksistisch’ afschilderen. Snel na dit uitvoeringsbesluit bestempelde de Britse Conservatieve Partij de Kritische Rassentheorie als een separatistische ideologie die, als ze op school wordt onderwezen, ‘de wet zou overtreden’.

We maken ons zorgen over de duidelijke dubbele moraal met betrekking tot de academische vrijheid in de aanval op het kritische rassen- en dekoloniale onderzoek die door het manifest wordt opgeworpen. In tegenstelling tot de eigenlijke leerstellingen van de academische vrijheid, wordt elk onderwijs en onderzoek naar de geschiedenis of de sociologie van het Franse kolonialisme en het geïnstitutionaliseerde racisme in het manifest afgeschilderd als een aanval op de academische vrijheid. Daarentegen wordt het ten onrechte en op gevaarlijke wijze koppelen van deze wetenschappelijke inspanningen aan het islamitisch extremisme en het verantwoordelijk stellen van wetenschappers voor wrede moorden, zoals de ondertekenaars van het Manifest doen, gepresenteerd als in overeenstemming met de academische vrijheid.

Dit maakt deel uit van een wereldwijde trend waarbij racisme wordt beschermd als vrijheid van meningsuiting, terwijl het uiten van antiracistische standpunten wordt beschouwd als een schending ervan. Voor de ondertekenaars van het manifest – net als voor Donald Trump – kunnen alleen gezuiverde verslagleggingen van nationale geschiedenissen die de waarheid over kolonialisme, slavernij en genocide weglaten, antiracistisch zijn. In deze perverse en a-historische visie is het kritisch onderzoeken en onderwijzen in het belang van het leren van onrechtvaardigheden uit het verleden, een visie die racisme reduceert tot de gedachten van individuen, en het loskoppelt van de acties, wetten en het beleid van staten en instellingen in samenlevingen waar de sociaaleconomische ongelijkheid tussen rassen nog steeds hoogtij viert.

In een dergelijke sfeer wordt het intellectuele debat onmogelijk gemaakt, aangezien elke kritische bevraging van de rol van Frankrijk in het kolonialisme of in de huidige geopolitiek van het Midden-Oosten of Afrika, om nog maar te zwijgen van het binnenlandse staatsracisme, wordt afgedaan als een legitimatie van islamitisch geweld en ‘separatisme’. Onder deze voorwaarden blijft de rol van de politieke en economische elites bij het bestendigen van het racisme, zowel op lokaal als op mondiaal niveau, onbetwistbaar, terwijl degenen die eronder lijden leraren en activisten zijn die proberen de omstandigheden voor de gewone mensen ter plaatse te verbeteren.

In het belang van een echte vrijheid, van meningsuiting en van het geweten, staan we achter Franse opvoeders die onder druk staan van deze ideologische aanval van politici, commentatoren en geselecteerde academici. Het is gegrondvest op het witwassen van de geschiedenis van racisme en kolonialisme en op een islamofoob wereldbeeld dat alle moslims met geweld en al hun verdedigers met het zogenaamde ‘linkse islamisme’ verwart. Echte academische vrijheid moet het recht omvatten om het nationale verleden te bekritiseren in het belang van het veiligstellen van een gemeenschappelijke toekomst. In een tijd van diepe polarisatie, aangespoord door elites in de greep van de witte suprematie, is het verdedigen van deze vrijheid meer dan ooit van levensbelang.

Deze open brief staat op Open Democracy en kan daar ook ondertekend worden.

Nederlandse vertaling: redactie Grenzeloos.