De redactie van Socialist Resistance, de Britse zusterorganisatie van de SAP, publiceerde op 12 februari onderstaande analyse van de uitslag van de Britse algemene verkiezingen op 12 december 2019. Een laatste (gedetailleerd) deel over de verkiezingen voor de leider en plaatsvervangend leider van Labour is weggelaten. De volledige versie is te vinden op Socialist Resistance.

Wat is er gebeurd?

Net als veel anderen op links, hebben we de verkiezingsuitslag helemaal verkeerd voorspeld. De meesten dachten dat een ‘hangend’ parlement [waarbij er coalities gesloten moeten worden] of zelfs een Labour-minderheidsregering een reële mogelijkheid was. Dat was niet zo.

Brexit verbrijzelde de stemloyaliteit die in de loop van levens was opgebouwd en gaf de Tories, in combinatie met het beruchte first-past-the-post systeem van Groot-Brittannië [waarbij per district de kandidaat met de meeste stemmen gekozen wordt], een meerderheid van 80 zetels in het parlement. De Tories wonnen met 43,6% van de stemmen 66 extra zetels. Het aandeel in de stemmen van Labour daalde met 7,8% tot 32%, wat resulteerde in een verlies van 42 zetels.

Kiezers die normaal gesproken Labour stemmen, maar vóór Brexit zijn, stemden in groten getale op de Tories of de Brexitpartij. John Curtis stelt het zo: ‘Het aandeel van de Conservatieven steeg bij deze verkiezingen met gemiddeld zes punten bij die zetels waar in 2017 meer dan 60 procent voor ‘vertrek’ stemde, terwijl het daalde met drie punten daar waar meer dan 55 procent voor ‘blijven’ stemde. Daarentegen daalde het aantal stemmen op Labour met 11 punten bij de meeste ‘leave zetels en daalde met een bescheidener 6 punten in de meest ‘remain’ kiesdistricten.’ Deze gingen in Engeland meestal naar de Tories en in Schotland naar de Scottish National Party SNP. Zelfs bij veel van de zetels die Labour behield, daalde het stemaandeel van de partij vaak met ongeveer 10%. De Tories vieren nu een overwinning die ze nauwelijks voor mogelijk hielden.

Zoals Andy Stowe in een eerste beoordeling van de verkiezingen op de Socialist Resistance website aangeeft, was dit niet alleen een verwoestende nederlaag voor linkse en progressieve krachten, maar ook een enorme overwinning voor het Engelse nationalisme en het xenofobe harde rechts dat hier al vele jaren voor vocht. Het was een even zware nederlaag als bij de algemene verkiezingen in 1983, toen Thatcher met een grote meerderheid voor een tweede termijn gekozen werd. Maar, met de klimaatcrisis die opdoemt en Trump in het Witte Huis, onder veel gevaarlijker omstandigheden.

Brexit zal nu worden voltooid, en wel in de meest harde en reactionaire vorm die de Johnson-regering ter beschikking staat. Er is een einde gekomen aan het vrije verkeer. Er zullen nieuwe racistische immigratiewetten worden ingevoerd. Een no-deal crash-out uit de EU aan het einde van de implementatieperiode is ook zeer waarschijnlijk omdat dit het model is dat de sleutelfiguren in de European Research Group (ERG) altijd al wilden.

De Tory-partij is in de loop van dit alles omgevormd tot Brexit-partij II. Het is nu een Engelse nationalistische/populistische partij met een racist als leider en Tommy Robinson als nieuwe rekruut – met nog veel meer van dit soort types  in het verschiet. Misschien ook Farage? De ‘One-nation’ politiek van de Tories, voor zover die nog bestond, is ronduit verslagen.

Deze partij heeft – door de giftige alchemie van de Brexit – grote aantallen Labourkiezers ervan weten te overtuigen dat een belofte van Engels nationalisme belangrijker is dan zich te ontdoen van voedselbanken en daklozen of ervoor te zorgen dat mensen niet sterven terwijl ze wachten om in het ziekenhuis te worden opgenomen. Uiteindelijk handelde de heersende klasse in veel gevallen, ondanks hun afkeer van Brexit, in hun eigen klassenbelang, terwijl met name grote sectoren van de arbeidersklasse in het gedeïndustrialiseerde noorden hun klassenbelang negeerden en in Brexit en de retoriek van ‘het controle nemen over onze grenzen’ getrapt zijn.

Het is een ramp. Johnson zal het Britse kapitalisme vanuit het EU-lidmaatschap meenemen naar een gevaarlijke en reactionaire relatie met Donald Trump, wiens centrale slogan is ‘maak Amerika weer groot’, en wiens handelsmerk privatisering, deregulering, klimaatontkenning en militaire avonturen op korte termijn is. Hij zal de vakbondsrechten die al massaal worden beknot – met name in sectoren als het spoor en de post waar een beperkte geschiedenis van verzet is, waaronder onofficiële acties – verder inperken, samen met alle andere rechten of voordelen die in de weg staan van vrijemarkthandelsverdragen. Het gehate Universal Credit [vervanging van 6 toeslagen] blijft ongewijzigd en de verworvenheden blijven onder vuur liggen. Door het racistische karakter van het Tory-project zullen miljoenen EU-burgers in dit land zich zorgen blijven maken over hun toekomst.

Het meest beangstigend is de ecologische/klimatologische dimensie. Op het moment dat de wetenschap ons tien jaar geeft om de planeet te redden van een onbeheersbare klimaatramp hebben we waarschijnlijk vijf jaar of langer een klimaatontkenner als premier.

Wat is er echt gebeurd?

We moeten het verlies van zetels niet verwarren met het verlies aan stemmen – vooral gezien het Britse first-past-the-post-kiesstelsel, dat de Tories bij deze verkiezingen een riante overwinning van 80 zetels opleverde voor een toename van hun aandeel in stemmen met 1,3 procent ten opzichte van 2017.

In feite hebben, in termen van het totale aantal uitgebrachte stemmen voor of tegen Brexit, volgens de Yorkshire Post van 14 december, de Remain-partijen de meerderheid gekregen, met 53 procent van het totale aantal stemmen, terwijl de Leave-partijen slechts 47 procent haalden. Deze cijfers komen volgens hen opmerkelijk overeen met de laatste 75 opiniepeilingen over Brexit – ze lieten allemaal een vergelijkbare voorsprong voor Remain zien.

Met andere woorden: Brexit, een uiterst strategisch en controversieel besluit, met talrijke gevolgen voor de toekomst van het land en de kwaliteit van het leven van mensen, is genomen tegen de wil van de bevolking in, die sinds het referendum van 2016 is veranderd.

Het feit dat de overwinning van de Tories niet de mening van het volk weerspiegelt, wordt verklaard door het ‘first past the post’-kiesstelsel dat de Tories 56 procent van de zetels in het Lagerhuis toekende met 44 procent van de stemmen. Als er eerst een tweede referendum over Brexit was gehouden, zouden we een andere uitslag hebben gehad.

Hoewel het aantal stemmen voor Labour met 3 miljoen daalde ten opzichte van de verkiezingen van 2017, zijn de verschillende beweringen van de rechtervleugel van de partij dat dit een nederlaag van historische proporties was – zoals Roy Hattersley die het had over ‘de ergste nederlaag sinds 100 jaar’ – onjuist.

In feite was het aantal stemmen voor Labour bij deze verkiezingen hoger dan het aantal dat Gordon Brown in 2010 of Ed Miliband in 2015 kreeg. Labour kreeg iets meer dan 10 miljoen stemmen, wat ongeveer is wat Blair in 2001 kreeg, en meer dan hij in 2005 bereikte. Maar Brexit en de verstorende effecten van ‘first past the post’ concentreerde de Labour-verliezen in belangrijke Labour-gebieden in het noorden (de zogenaamde ‘rode muur’ ) – wat er toe leiddde dat Labour onder Corbyn minder parlementsleden krijgt dan onder Michael Foot [tussen 1980 en 1983]. Het is natuurlijk nog steeds een enorme nederlaag, maar laten we het op basis van de feiten bespreken. In de uitslagen komt dit resultaat voor Labour op de tweede plaats na de score van 12,9 miljoen van de door Corbyn geleide Labour-partij in 2017.

De belachelijke redenering van de Brexiteers dat een tweede referendum volstrekt ondemocratisch zou zijn geweest, werd door de kiezers breed geaccepteerd, terwijl het glashelder was dat een tweede referendum, of een bevestigende stemming, een uitbreiding van de democratie geweest zou zijn en niet een beperking ervan. Democratie kan niet worden gereduceerd tot één enkele ja/nee stemming op één dag – wat de gevolgen daarvan ook mogen zijn.

De stem van de arbeidersklasse

De bewering van de rechtervleugel dat dit resultaat een fundamentele verschuiving van de arbeidersklasse weg van Labour betekent, is onjuist en simplistisch. Wat het wel aantoont, is dat de electorale basis van Labour (of de kern van Labour) zich niet meer in de oude industriesteden bevindt, waar racistische en xenofobe ideeën vaak het sterkst zijn onder handarbeiders en ex-arbeiders (in veel gevallen maken ze deel uit van de arbeidersaristocratie) en een gevolg van het mislukte economische en industriële beleid van opeenvolgende regeringen, waaronder New Labour.

Zoals Paul Mason in zijn pamflet After Corbynism stelt, is de sterkste factor van verandering vandaag de dag de arbeidersklasse in de grote steden: ‘In hun strijd over lonen, huur, nulurencontracten, vrouwenrechten, migratierechten, LGBTQ+-kwesties en vooral het klimaat is deze nieuwe, diverse en genetwerkte beroepsbevolking de sterkste factor van verandering die we hebben. Ze hebben precies bereikt wat, in de oude theorie, de pure economische strijd verondersteld werd te bereiken: een gemeenschappelijk progressief bewustzijn. En ze bestaan niet alleen in grote steden. Overal in het noorden van Engeland, zelfs in plaatsen als Leigh, Shipley en Bury, vormde deze nieuwe arbeidersklasse de ruggengraat van onze electorale aanhang.’

Zoals Phil Hearse op 12 januari op de Socialist Resistance-website aangeeft dat ‘simplistische argumenten dat ‘de arbeidersklasse Labour verlaten heeft’ uitgaan van archaïsche definities van de arbeidersklasse – stereotypen die een klasse voor ogen hebben die voornamelijk handwerk verricht, voornamelijk wit is en voornamelijk in vast dienstverband. Maar zo zit de arbeidersklasse al 40 jaar niet meer in mekaar.’

De werkelijkheid is, zoals Claire Ainsley uitlegt, heel anders: ‘De beroepen in de zware industrie, die een eeuw lang het fundament van de Britse arbeidersklasse vormden, hebben plaatsgemaakt voor een veelheid aan banen in de huidige economie. Vier op de vijf banen zijn nu in de dienstensector. Veel van die banen betalen niet genoeg om mensen een fatsoenlijke levensstandaard te bieden en hun stijgende kosten te dekken. En de mensen die daarvoor in dienst zijn, zijn ook anders. Deze nieuwe arbeidersklasse bestaat uit mensen die van een laag tot gemiddeld inkomen leven, die werken als schoonmakers, winkeliers, in de horeca, onderwijsmedewerkers, koks, verzorgers, enzovoort, ze is multi-etnisch en veel diverser dan de traditionele arbeidersklasse…’

Jongeren

Er was ook een opmerkelijke generatiekloof bij deze verkiezingen. De jongeren werden in groten getale aangetrokken door de radicale anti-bezuinigingsagenda van Labour met zijn verzet tegen Brexit en zijn Green New Deal. Labour was de overweldigende winnaar bij kiezers onder de 40 jaar. YouGov berekende dat 56% van de kiezers in de leeftijd van 18 tot 24 jaar voor Labour stemde. De volgende YouGov-cijfers laten de omvang ervan zien:

Dit weerspiegelt een van de grootste verworvenheden van het Corbynisme, dat een nieuwe generatie jongeren, die jarenlang gebruikt en misbruikt werden door de Tories, in de politiek heeft gebracht. Veel jongeren hebben zich aangesloten bij Labour en in enorme aantallen vormden ze de ruggengraat van massale bijeenkomsten in de districten waar Labour zich op richtte. En de meerderheid toont, zelfs na de verkiezingsnederlaag, niet de neiging te vertrekken.

Schotland

Het resultaat in Schotland is gecompliceerder en veelbelovender – hoewel het de almaar doorgaande ineenstorting van het aantal stemmen voor Labour weerspiegelt. Labour verloor Schotland lang voordat deze verkiezingen werden uitgeschreven. Dat is het gevolg van het onvermogen om te breken met het Unionisme, ook van de kant van links in Labour. De invoering van de decentralisatie door Labour in Schotland werd voorgesteld als een poging om een oproep tot Schotse onafhankelijkheid af te wenden – terwijl het natuurlijk voorspelbaar precies het tegenovergestelde effect heeft gehad. En hoewel het heel goed mogelijk is om vanuit links legitieme kritiek te uiten op de SNP, kan dit niet worden gedaan op basis van het onvermogen om met de nationale kwestie om te gaan en de voortdurende steun voor het Unionisme, zoals Labour heeft gedaan (zowel Scottish Labour als UK Labour).

Mark Steele stelt het in een uitstekend artikel in de Independent op 2 januari (sprekend over kandidaten voor het leiderschap van Labour) zo: ‘Geen van hen heeft voorstellen gedaan hoe de ineenstorting van Labour in Schotland kan worden rechtgezet en of de partij haar houding ten opzichte van de SNP of de onafhankelijkheid moet veranderen. Tot nu toe lijkt hun aanpak te zijn geweest om de SNP een stelletje klootzakken te noemen, en misschien hopen ze dat dit zal werken als ze daarbij blijven. Zo zag ik kort na de verkiezingen in 2015, toen Labour erin slaagde om van 50 parlementsleden in Schotland af te zakken naar één, een Labour-lid van het Schotse parlement een toespraak houden op een openbare bijeenkomst. Ze begon: ‘Mijn boodschap aan de SNP is dat ze een schande zijn, die dit land vernietigen’. Het is een raadsel hoe dit hun verloren kiezers terug kan winnen. De ironie is dat de Schotse methode om kiezers te vervreemden geleerd lijkt te zijn van de Engelse methode om zaken uit te leggen aan buitenlanders: zeg hetzelfde, maar dan luider. Het verkiezingsprogramma van Labour voor de volgende Schotse verkiezingen zal zijn: ‘Labour. Ik zei Labour, nee, niet SNP, L-A-B-O-U-R. Waarom begrijp je het niet, idioot?’

Het zal een steeds belangrijkere taak voor links in Labour in Engeland en Wales worden om deze argumenten de komende periode naar voren te brengen, naarmate de andere politieke situatie ten noorden van de [Engels/Schotse] grens duidelijker wordt. De centrumlinkse SNP heeft nu 48 van de 59 zetels en intensiveert de campagne voor een tweede referendum over onafhankelijkheid in een expliciete afwijzing van de golf van Engels nationalisme die we nu meemaken.

In Noord Ierland heeft de Democratic Unionist Party (DUP) (en haar leider in Westminster, Nigel Dodds) terrein verloren en is nu in de minderheid ten opzichte van pro-Remain-parlementsleden, wat de deur openzet voor een referendum over de grens [tussen Noord Ierland en de Ierse republiek]. Dit heeft de leider van de Alliantiepartij Naomi Long ertoe aangezet om te zeggen: ‘het is bijna onvermijdelijk dat er druk op de ketel komt voor een Iers referendum over Ierse eenheid’.

Wat is er misgegaan?

Ten eerste was het, zoals we destijds met Socialist Resistance krachtig hebben betoogd, altijd enorm problematisch om voorafgaand aan een tweede referendum, algemene verkiezingen te houden – voordat de parlementaire strijd voor een tweede referendum was afgerond. Na weken waarin de oproep van Johnson tot algemene verkiezingen door de oppositiepartijen was geblokkeerd, braken de Liberaal Democraten de gelederen en werden ze gesteund door de SNP. Uiteindelijk had Labour weinig keus, maar er zijn weinig aanwijzingen dat de gevaren voldoende werden ingeschat.

De verkiezingen werden, niet verrassend, door Brexit gedomineerd. Ze werden vanaf het begin als een tweede referendum behandeld, maar zonder het vermogen van een referendum om de juiste uitkomst te geven in termen van steun voor of tegen Brexit die alleen een referendum had kunnen bieden. Dit werd uitgesloten door zowel de verkiezingsopzet als het ‘first past the post’-kiesstelsel.

Een andere belangrijke factor was de bestendigheid van de Brexit-stemming – met name in de noordelijke ‘rode muur’ van Labour. De Brexit-stemming was niet verzwakt, maar verhard en naar rechts geschoven – enthousiast geholpen door vijandigheid tegen Labour door de media, met name de roddelbladen. Dit neutraliseerde het vermogen van het radicale verkiezingsprogramma van Labour om Brexit tegen te gaan zoals het in 2017 had gedaan. Dit keer vond het niet van meet af aan weerklank. De meningen lagen vast en ze zouden niet veranderen.

Zelfs de indrukwekkende Green New Deal van Labour, die het eerste deel van het verkiezingsprogramma vormt, slaagde er niet in om de geestdrift voor Brexit te doorbreken – ondanks het grote belang van de kwestie.

Veel Labour stemmers die vóór ‘vertrek’ zijn, zagen de langdurige (en correcte) strijd van Labour in het Parlement tegen een no-deal Brexit niet als het beschermen van hun belangen (wat het absoluut was), maar als het blokkeren van hun voorkeursoptie – een no-deal Brexit. Zij zagen de ontwikkeling van Labour in de richting van een duidelijker Remain-positie en een tweede referendum op een vergelijkbare manier – als een verraad van Brexit door Labour. De zich opstapelende bewijzen voor de desastreuze economische gevolgen van het soort Brexit dat wordt voorgesteld, sloegen niet aan. Voor zover er in dit debat ooit sprake is geweest van een centrale plaats hiervoor, is dat nu al lang niet meer het geval.

Er zijn waarschuwingen geweest. Zo bleven werknemers van door Brexit met sluiting bedreigde fabrieken het voorstel steunen, ondanks de bedreiging die het voor hun banen betekende. Dit was bijvoorbeeld het geval bij Honda in Swindon en British Steel in Scunthorpe. Het kwam ook tot uiting in de manier waarop de meeste Brexiteers negatieve economische voorspellingen als gevolg van de Brexit afwezen en bereid waren om economische gevolgen te accepteren als ze uit de EU zouden stappen.

Het moet gezegd worden dat er ook een presentatieprobleem was met zowel de Labour-campagne als het verkiezingsprogramma zelf – zoals James Meadway op Novara Media betoogde. Er was een gebrek aan focus en er werd verzuimd om na de publicatie van het verkiezingsprogramma extra toezeggingen te presenteren en te verdedigen. Dit werd door de media en de Tories uitgebuit. Het echte probleem was echter dat het verkiezingsprogramma niet aansloeg omdat het door Brexit werd overschaduwd. Onder andere omstandigheden zouden de problemen met de presentatie niet hetzelfde effect hebben gehad.

Racisme

De sterkste kracht achter Brexit was, net als bij het referendum van 2016 – ondanks de inspanningen van rechts in Labour (en het merendeel van radicaal links) om dit te ontkennen – racisme en vreemdelingenhaat in de vorm van een uitgesproken haat tegen het meest vooruitstrevende aspect van de EU-structuren, namelijk het vrije verkeer van personen. Labour was helaas niet in staat om dit tegen te gaan met bijvoorbeeld een felle verdediging van het vrije verkeer. Racisme werd verpakt als populisme, waarvan Johnson, Trump, Bolsonaro, Orban en Salvini de belangrijkste voorbeelden zijn. Eenvoudige slogans in complexe situaties die worden gepresenteerd als anti-politiek, anti-politieke correctheid, anti-regulering en die appelleren aan racisme en onverdraagzaamheid.

De maatschappelijke impact van dit alles is toegenomen, zowel op straat als in speeltuinen en op voetbaltribunes, wat na de overwinning van de Tories alleen maar erger werd. Richard Seymour geeft dit punt heel goed weer in zijn beoordeling van de verkiezingen: ‘Het gewicht van de bezuinigingen en de vijandige omgeving zal toenemen. Een toch al tamelijk gruwlijke samenleving zal erger worden. En het is niet moeilijk te zien hoe dit zal leiden tot nog meer gewelddadig racisme en haat tegen buitenlanders gebaseerd op zero-sum etnische concurrentie [waarbij de één wint ten koste van de ander].’

Novara Media heeft een verbluffende reeks video-interviews gedaan met de titel The Unbearable Whiteness of Brexit – Race, class & the EU Referendum on the streets of Barking, briljant gemaakt door Ash Sarkar, die nauwelijks overtuigender kan zijn in het maken van dit punt. Dat racisme is niet nieuw in de arbeidersklasse in het postimperiale Groot-Brittannië, maar het is een groot probleem dat het nog steeds bestaat in de 21e eeuw. De Brexit-kiezers in Don Valley die de ochtend na de verkiezingen geïnterviewd werden in het programma Today, vertelden de verslaggever dat ze voor Brexit stemden om de immigratie tegen te houden en dat Brexit belangrijker voor hen was dan de National Health Service.

Wij van Socialist Resistance zouden echter niet verbaasd moeten zijn over de bestendigheid van de Brexit-stem, omdat we die allang hadden gezien als een stem gedreven door racisme, xenofobie en Engels nationalisme – dat is de reden waarom we in 2016 tijdens het referendum pleitten voor een kritische Remain stem.

De rol van de Lexiteers [linkse voorstanders van Brexit] moet ook worden becommentarieerd. Brexit heeft niet alleen Jeremy Corbyn ten val gebracht en de Tory-partij omgevormd tot een hard-rechtse populistische organisatie, maar heeft ook radicaal links gesplitst – met het grootste deel van de uiterst-linkse organisaties, waaronder de CPB [Communist Party of Britain], de Socialist Party, de SWP [Socialist Workers Party] en Counterfire aan de verkeerde kant. De aanhangers van een Remain-standpunt waren de kleinere groepen, waaronder wij als Socialist Resistance (kritisch), de AWL [Alliance for Workers’ Liberty], en degenen die betrokken waren bij de campagne voor een tweede referendum en de AEIP-campagne [Another Europe is Possible]. RS 21 [revolutionary socialism in the 21st century] raakte hierover verdeeld.

Het standpunt van de Lexiteers is een grote, zelfs historische fout met politieke gevolgen op korte en lange termijn. Het standpunt leidde ertoe dat ze het fundamentele politieke en klasse-karakter van het Brexit-project van meet af aan ontkenden. De verkiezingen zelf vormden een dilemma voor de Lexiteers. Ze konden – hoewel sommigen dat individueel wel deden – niet op Johnson stemmen, om redenen van reputatie, omdat dat betekende dat ze de meest rechtse regering die Groot-Brittannië ooit heeft gezien, expliciet steunden. Maar ze steunden het vertrek uit de EU in elke fase – in het volle besef dat dit het centrale project van Johnson was. Tijdens de parlementaire strijd tegen een no-deal Brexit steunden zij impliciet gedurende het hele proces deze reactionaire optie.

Ze weigerden voortdurend te accepteren dat Brexit een rechts project is dat in de eerste plaats werd gedreven door racisme, zelfs toen het aantal racistische geweldplegingen op elk niveau van de samenleving duidelijk toenam. Dat geld ook voor de SWP, de organisatie die in de jaren zeventig en begin jaren tachtig de Anti-Nazi League oprichtte en nu niet in staat is om het flagrante racisme in het Brexit-project van Boris Johnson zelf naar grote aantallen Brexit-stemmers toe te identificeren. Ze sluiten uiteindelijk aan bij de CPB. Ze weigerden ook te accepteren dat racisme het sterkst is in de traditionele delen van de industriële (of gedeïndustrialiseerde) witte arbeidersklasse.

Tijdens de discussies over Brexit vermeden ze om over de klasse-inhoud of de implicaties van het referendum in 2016 of de verkiezingsoverwinning van de Johnson te spreken. John Rees gaat in zijn beoordeling van de overwinning van de Tories op de site van Counterfire evenmin in op de Brexit die hij steunde, noch op de vraag wat de impact ervan zou kunnen zijn in termen van de toekomstige richting van het land en van de arbeidersbeweging, maar concentreert hij zich op de verkiezingen en waarom Labour verloor. Dat was een gevolg, zo argumenteert hij, van de ontrouw van McDonnell en anderen die, door meningsverschillen met Jeremy Corbyn over Remain en een tweede referendum te uiten, de weg vrijmaken voor de sympathisanten van Blair.

Belasteringen

Een andere belangrijke factor die we misschien hebben onderschat in onze vooruitblik op de verkiezingen was het effect van de ongekende lastercampagne tegen Jeremy Corbyn – met name over antisemitisme. Thatcher’s aanvallen op Scargill als de ‘binnenlandse vijand’ waren niets in vergelijking hiermee.

Het idee dat Corbyn een antisemiet is of ooit is geweest, is en was belachelijk. Hij is al zijn hele actieve leven een tegenstander van alle vormen van racisme. Het establishment kon echter de mogelijkheid van een pro-Palestijnse premier niet accepteren. Als gevolg daarvan werd hij vanaf het moment dat hij tot leider van Labour werd gekozen, voortdurend aan de schandpaal genageld met de enthousiaste steun van alle media en met de steun van zowel rechts in Labour als van een aantal pro-zionistische organisaties. Deze boodschap was niet in de eerste plaats gericht op het relatief kleine en diverse Joodse electoraat, maar veel meer op degenen die misschien al bang waren dat Corbyn op een aantal punten iets te ‘extreem’ zou zijn. En na vier jaar van consistente aanvallen was er ten tijde van deze verkiezingen duidelijk meer beschadigd dan in 2017.

Dit probleem werd nog verergerd door het feit dat Corbyn er niet in slaagde om van meet af aan resoluut te reageren op antisemitisme op politiek niveau, door te benadrukken dat het verzet tegen de Israëlische staat niet antisemitisch is, maar de legitieme verdediging van een onderdrukt volk. De eis tot verontschuldiging was een valstrik. Toen Corbyn zich eenmaal had verontschuldigd zonder te definiëren waarvoor hij zich verontschuldigde, konden de heksenjagers het als een bekentenis presenteren dat er een ernstig probleem was, zoals zij aangeklaagd hebben en er hun eigen invulling aan geven.

Het is ook de moeite waard om erop te wijzen dat het gedrag van de meeste mainstream media in de verkiezingscampagne van 2017 heel anders was dan nu. Toen de verkiezingen in 2017 werden uitgeroepen, volgde een groot deel van de media, met name de BBC, over het algemeen de regels van fair play voor alle politieke partijen. Maar de resultaten van 2017 gaven de gevestigde orde een schok toen bleek dat Corbyn veel succesvoller was dan ze hadden voorspeld. De aanvallen op Labour en zijn leider in 2019 zijn dus absoluut niet verminderd toen de formele campagne eenmaal was begonnen, schrijft Roger Benjamin in zijn artikel op de Socialist Resistance website.

Aarzeling

Naast het feit dat het Corbyn-team er niet in slaagde om resoluut met antisemitisme om te gaan, was het ook niet in staat om snel genoeg een duidelijk standpunt over Remain in te nemen. Dat was al een probleem bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in mei 2019, waar Labour campagne voerde over de kwestie van het verenigen van een verdeeld land – wat geen enkele weerklank vond, maar wel terrein prijsgaf aan de Liberaal Democraten. Dit werd ongetwijfeld nog verergerd door de invloed van zijn persoonlijke adviseurs, Andrew Murray, Karrie Murphy en Seumas Milne.

Deze situatie werd ten goede gekeerd op de conferentie van Labour in september vorig jaar, toen Corbyn uiteindelijk de mening van de overweldigende meerderheid van partijleden aanvaardde en het standpunt van een tweede referendum onderschreef. De conferentie besloot ook dat een tweede referendum in het verkiezingsprogramma van Labour zou worden opgenomen en dat een Labourregering de beste (of de minst slechte) Brexit-overeenkomst met de EU zou onderhandelen en deze vervolgens aan een tweede referendum zou onderwerpen tegenover een Remain-optie. Dit was een prijzenswaardige poging om de kloof in Labour en het land te overbruggen, maar rond die tijd (zo is nu duidelijk) luisterde niemand meer. De reputatieschade van de aarzeling was al compleet.

In de loop van de zomer hield de leiding van Labour zich afzijdig, terwijl er enorme demonstraties plaatsgevonden waar een tweede referendum werd geëist. De partijleiding was ook volkomen nutteloze onderhandelingen aangegaan die Theresa May in haar eigen voordeel heeft gebruikt.

Richard Seymour betoogt dat het verkeerd was dat Labour ooit een standpunt vóór een tweede referendum heeft ingenomen omdat het rechts de juiste munitie gaf. Dat is onjuist. Er was een zeer sterke reden om te pleiten voor een tweede referendum, maar die is nooit goed ingezet door de Labour-leiding. In feite was er zoveel veranderd dat een tweede referendum zelf een democratische eis was geworden. En aangezien de enige democratische manier om het referendum van 2016 te veranderen een tweede referendum was, was het uitsluiten ervan het accepteren van de onvermijdelijkheid van Brexit.

Cameron’s arrogantie had hem tot een referendum gedwongen op basis van een ja/nee keuze zonder een woord te zeggen over de vraag waar Brexit naartoe leidde of welke plaats Groot-Brittannië in de wereld zou krijgen als de stemming voor Leave zou zijn.

Was een Tory-meerderheid onvermijdelijk?

Achteraf gezien was een Tory-meerderheid waarschijnlijk onvermijdelijk en de reden was Brexit, zoals John McDonnell heeft aangegeven. De middenpositie was al weg en niemand luisterde – als dat al ooit het geval was geweest.

In zo’n gepolariseerde situatie was de houding van Jeremy Corbyn om de partij die (en/of het land dat) verdeeld was over de Brexit te verenigen, gedoemd te mislukken. Als Labour een stevig Remain-standpunt had ingenomen, wat ze veel eerder had moeten doen omdat het juist was, zouden er stemmen naar de Tories en de Brexit-partij zijn gegaan. Als Labour een Brexitstandpunt had ingenomen – wat politiek gezien rampzalig zou zijn geweest, omdat het zou hebben betekend een reactionair Tory-project te steunen – zou ze stemmen aan de Liberaal Democraten en de Groenen hebben verloren, wat in ieder geval gebeurd is. Zoals Richard Seymour het zegt: ‘Er lijkt geen voor de hand liggende oplossing te zijn voor Brexit, niets dat niet als ‘verraad’ zou worden opgevat.’

Vanaf het begin was de verdeeldheid van Labour over Brexit schadelijker en hardnekkiger dan voor welke andere partij dan ook. Terwijl 60 procent van haar aanhangers (en 90 procent van haar leden) Remain steunde, steunde 70 procent van de kiesdistricten van Labour Brexit en veel kiesdistricten waren bereid om Labour voor de Tories of de Brexit-partij in de steek te laten om dat doel te bereiken. Dit betekent dat, tenzij er iets verschoof, Labour een Tory-meerderheid niet kon tegenhouden – en toen de resultaten binnenkwamen, werd het duidelijk dat er niets verschoven was.

De Liberaal Democraten en de Groenen daarentegen zijn altijd sterk voor Remain gebleven, net als Plaid Cymru uit Wales en de SNP. Dat is de reden waarom Labour niet wilde dat dit Brexit-verkiezingen zou zijn. Het probleem is dat vanaf het moment dat de verkiezingen werden aangekondigd, ze nooit iets anders dan Brexit-verkiezingen waren en zouden worden. De Tory-partij is al dertig jaar lang beroemd om de verdeeldheid over de EU, waarbij de verschillen na de uitslag van het referendum in 2016 uitmondden in openlijke oorlogsvoering.

Deze verdeeldheid is echter door Johnson en Cummings vóór de verkiezingen op brute wijze opgelost, zoals hierboven al is gezegd, door iedereen die zich in het Parlement tegen hen heeft verzet uit te sluiten en hen vervolgens te verbieden zich kandidaat te stellen voor de Tories. Dit was een opmerkelijke prestatie. De Tory-partij werd in feite van de ene op de andere dag omgevormd tot de Brexit-partij met als bijkomend voordeel (voor de Tories) dat Farage het bos in werd gestuurd. (Het is nog te vroeg om te zeggen of Farage eind 2020 zijn basis weer kan laten herrijzen als Johnson een verlenging toestaat of terugkrabbelt van een harde Brexit). In elk geval, zullen de Tories eerder stemmen in overeenstemming met hun klassebelangen, dat wil zeggen, het tegenhouden van Labour, wanneer het tot een crisis komt.

Labour verloor stemmen naar beide kanten, waarbij de meeste naar de pro-Remain partijen gingen. Paul Mason wijst erop, dat de analistenfirma Datapraxis die het referendum analyseerde, berekende dat een maximum van 800.000 kiezers van Labour naar de Tories zijn overgestapt, terwijl de Liberaal Democraten ten minste 1,1 miljoen stemmen van Labour kreeg, de Groenen 339.000  en de SNP een kwart miljoen. Kortom, Labour verloor bijna twee keer zoveel stemmen aan progressieve pro-Remain partijen als aan de partijen van Brexit en racisme.

Rechts op rooftocht

Sinds de verkiezingen staat rechts in Labour (niet verrassend) in de rij om het Corbynisme aan de kaak te stellen als verantwoordelijk voor de nederlaag. Volgens hen zijn de verkiezingen verloren omdat Corbyn veel te links was en het verkiezingsprogramma veel te radicaal. De partijleiding en Corbyn hadden volgens hen ‘onvoldoende aandacht’ besteed aan het immigratievraagstuk en aan het Engelse nationalisme: ze waren zich dus tegen beide blijven verzetten.

Voormalig raadsman van Blair, Andrew Adonis gaat verder en zegt: ‘Corbyn en het Corbynisme moeten volledig worden uitgeroeid, wil de Labourpartij een verkiesbare democratisch socialistische partij worden’. Alan Johnson heeft hetzelfde gezegd, net als, niet verrassend, Tony Blair. We moeten ons volledig inzetten voor deze strijd die nu aan de dag treedt.

Het rechtse Labour-parlementslid voor zuidoost Wolverhampton, Pat McFadden stelt, zoals Andy Stowe in zijn recente artikel op de Socialist Resistance-site aangeeft, dat ‘Labour haar patriottische instincten moet herontdekken’. Hij stelt dat het internationalisme van Corbyn hem onvoldoende patriottisch maakt. Zelfs Rebecca Long-Bailey, de meest linkse van de kandidaten voor het leiderschap, loopt in de val door te praten over ‘progressief patriottisme’.

Zoals Stowe aangeeft ‘brengt de Morning Star, de krant van de CPB, een soortgelijke mening naar voren’: ‘Van Brexit, op het belangrijkste niveau, tot het ondersteunen van Engeland in het wereldkampioenschap voetbal, op het meest onbeduidende niveau, verlaten grote delen van links hun posten bij het eerste teken van problemen […]’. Dit is een echo van de eis die kabinetslid Norman Tebbit aan de immigranten heeft gesteld om het Engelse cricketteam te steunen.

Dit is een enorme concessie aan het racisme. Het gaat samen met het argument, dat steeds vaker wordt aangevoerd door rechts en door delen van links, dat het verzet van Britse werknemers tegen migratie en het vrije verkeer van personen niet racistisch is, maar de legitieme verdediging van banen tegen buitenlandse werknemers.

De tegenaanval

De leden van Labour moeten in de partij blijven, zich aansluiten bij de strijd en meer leden werven. De eerste aanwijzingen zijn dat dit inderdaad gebeurt. De mensen blijven in de partij, maken zich op om terug te vechten en blijven actief.

De eerste (en cruciale) fase van dit gevecht is de verkiezing van de partijleider en plaatsvervangend partijleider die nu aan de gang is.

Rechts in Labour is als vanouds gericht op het breken van het Corbynisme en alles waar het voor staat. Zij zijn ervan overtuigd dat deze leiderschapsverkiezing hen de beste kans biedt om het politieke discours en de politieke praktijk naar rechts te trekken en aan het systeem aan te passen. Ze hebben het niet noodzakelijkerwijs bij het verkeerde eind – wat betekent dat hen verslaan en degenen kiezen die het beste de verdiensten van het Corbynisme vertegenwoordigen, een absoluut essentiële taak is.

Het probleem dat we hebben is dat Jeremy Corbyn en John McDonnell politiek onvervangbaar zijn als centrale leiders van de partij. Zij vertegenwoordigen meer dan wie ook de mogelijkheden om verder te gaan op een antikapitalistisch pad dan de linkse sociaaldemocratie – daarom hebben ze zoveel stront over zich heen gekregen. Zij zijn veruit het meest standvastig gebleven als het gaat om het bevorderen van een anti-bezuinigings-, een anti-oorlogs- en een grotendeels anti-imperialistische agenda.

De meest veelbelovende van de nieuwe parlementsleden van de afgelopen periode, Laura Pidcock, die misschien overgehaald had kunnen worden om zich kandidaat te stellen, verloor haar zetel, waardoor die mogelijkheid verdween. Daarom hebben we het nu over kandidaten die niet voldoen aan de normen die de vertrekkende leiding heeft gesteld, maar die het best hun algemene richting vertegenwoordigen en het best zijn toegerust om het Corbyn-project te verdedigen tegen de aanvallen waarmee we nu geconfronteerd zullen worden.

Socialist Resistance heeft openhartig kritiek geuit op Corbyn of meer in het algemeen op het Labour-leiderschapsteam, wanneer wij dat nodig achtten. Over Brexit en over antisemitisme in het bijzonder hebben we veel artikelen gepubliceerd. Maar tegelijkertijd hebben we benadrukt waar Corbyn en Corbynisme voor staat en het is nu niet het moment om die aanpak te veranderen als er een reële mogelijkheid is dat de uitslag van deze leiderschapsverkiezing tot een grote terugslag kan leiden.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Socialist Resistance. . Nederlandse vertaling: redactie Grenzeloos.