Transfobie in 2019 – het Elles Tournent-incident

Elles Tournent – Dames Draaien – is een Belgische organisatie die jaarlijks een filmfestival organiseert in Brussel, waarop films van vrouwelijke filmmakers vertoond worden. De organisatie bestaat nu elf jaar en werd opgericht door oudere lesbische feministes.

In januari 2019 werd voor het filmfestival een film aangekondigd van Nina Paley, een zogenaamde ‘TERF’ – een transhater die weigert trans vrouwen als vrouwen te erkennen, trans personen uitlacht en hen op sociale media out zonder hun toestemming, wat gevaarlijk is gezien het vele geweld dat trans personen ondervinden.

De webdesigner van het festival – zelf een trans vrouw, de enige in het team – protesteerde hiertegen maar werd opzij geschoven. Daarop werd dit publiek gemaakt, door trans activistes en bondgenoten die een e-mailcampagne op touw zetten.

Het Elles Tournent-collectief weigerde ondanks groeiend protest echter de film te annuleren. De enige publieke poging tot verantwoording hierover (1)Zie Facebookpagina van Elles Tournent, 25 januari 2019. door de organisatie werd zeer negatief onthaald. De film werd inderdaad vertoond – gratis, de inkomprijs werd geschrapt. De Brusselse actiegroep Collectif de Lutte Trans (2)Zie de Facebookpagina Collectif de Lutte Trans. protesteerde bij de cinemazaal en deelde flyers uit.

Zowel de webdesigner als een vrijwilliger weigerden door dit incident verder nog mee te werken met het festival. Zij werden door anderen in het team ervan beschuldigd het festival te willen ‘saboteren’.

De daarop volgende maanden bleven activisten proberen te communiceren met het Elles Tournent-team, maar dit bleef grotendeels een eenwegscommunicatie. Het team draaide niet bij en er volgden geen verontschuldigingen, noch naar de van ‘sabotage’ beschuldigde medewerkers, noch naar buiten toe. Op de vragen of Elles Tournent in de toekomst nog films van transfobe filmmakers zou vertonen en of er een boodschap van transinclusie op de website zou worden gezet, werd niet ingegaan. Cis personen in het team zagen zichzelf als ‘onderdrukt’ zodra ze kritiek kregen over hun behandeling van trans personen.

Een analyse van een studente over het incident werd niet publiek gemaakt. Die benoemde een deel van het probleem als cis fragility – een recente term gebaseerd op eerdere antiracistische analyses rond white fragility. Cis personen in het team zagen zichzelf als ‘onderdrukt’ zodra ze kritiek kregen over hun behandeling van trans personen. Ook al bleven de acties tijdens het festival beperkt tot zeer zachte initiatieven als e-mails sturen en flyers uitdelen, toch bestempelden de teamleden dit als ‘extreem’ en ‘overdreven’. Volgens de webdesigner zelf was dit deels ook een egoprobleem, waarbij verschillende mensen überhaupt geen kritiek konden horen en elke suggestie als een aanval op het collectief beschouwden.

Enkele maanden later werd de webdesigner ontslagen per e-mail, zonder voorafgaand gesprek of discussie. Zij is daarop in staking gegaan en nam drie dagen lang de website en de Facebookpagina over als een soort ‘digitaal piket’, waarop dan discussies ontstonden over transinclusie en machtsmechanismen. Hoewel de organisatie weigerde te praten met de stakende vrouw, probeerden ze de opgelopen imagoschade te beperken: de staker werd afgeschilderd als een kwade, hysterische vrouw die in een opwelling gehandeld had, een ‘hacker’ – wat in sommige kringen een negatief woord is. Achter de schermen werd ook gezocht naar een film over ‘trans identiteit’ – om het negatieve imago bij te schaven. De staking hielp niet om het ontslag terug te draaien, maar bleek wel het enige wat de organisatie min of meer dwong om toch iets te doen.

De mening van trans personen over de organisatie kelderde nog verder: hoewel enkelen Elles Tournent eerst nog het voordeel van de twijfel gaven, mensen die ‘misschien wat tijd nodig hadden om te veranderen’, werd hun houding na maanden niet reageren, en het ontslag van de enige trans vrouw in het team, alsmaar negatiever. In oktober 2019 stapte nog een derde medewerker op, gefrustreerd over het gebrek aan vooruitgang.

De tweede golf

Helaas zijn de verwikkelingen rond Elles Tournent niets nieuws. Transfobie binnen het feminisme is zo oud als de tweede feministische golf. Evenals het beleefde stilzwijgen van feministes tegenover de transfobe tirades van hun ‘zusters’. Een belangrijk moment in de geschiedenis van radicaal feministische transfobie was de West Coast Lesbian Conference in 1973. Dit was de eerste grote radicaal feministische conferentie gericht op het organiseren van lesbische vrouwen.

Eén van de organisatoren was de folkzangeres Beth Elliott, die bovendien trans was. Al aan de vooravond van de conferentie bleek dat er een kleine groep feministes was, waaronder Robin Morgan, die grote bezwaren had tegen de aanwezigheid van Elliott en dreigde met geweld als ze deel zou nemen aan de conferentie. Morgan (toen al beroemd door haar feministische bloemlezing Sisterhood Is Powerful (1971)) schreef in een verklaring: “Ik ga een man niet ‘haar’ noemen; door 32 jaar te lijden en te overleven in deze androcentrische samenleving heb ik de titel ‘vrouw’ verdiend; een mannelijke travestiet gaat één blokje om, wordt vijf minuten lastig gevallen (wat hij misschien zelfs wel prettig vindt), en hij waagt het, hij waagt te denken dat hij onze pijn begrijpt?” (3)Zie Andrea Long Chu, ‘On Liking Women’, <em>n+1</em>, 30, winter 2018

Trans Liberation

Hoewel een meerderheid van de deelnemers desgevraagd geen probleem had met Elliotts aanwezigheid, besloot ze zich toch terug te trekken om de conferentie (waarvan ze medeorganisator was) niet in gevaar te brengen. De transhaters konden blijven.

Uit dit lesbisch separatistische milieu zouden later twee feministes opstaan die deze radicaal feministische transfobie van een theoretische, zij het ook klinisch paranoïde, basis zouden voorzien: Mary Daly en Janice Raymond. Mary Daly was een katholieke theologe en radicale feministe die in haar boek Gyn/Ecology: The Metaethics of Radical Feminism (1978) betoogde dat transseksualiteit, dat ze een ‘Frankenstein-fenomeen’ noemde, de manier was waarop mannen de ‘vrouwelijke wereld’ probeerden binnen te dringen door middel van ‘substituten’. Medische zorg voor trans mensen was een ‘fallocratische technologie’.

Transfobie was binnen het feminisme van die tijd simpelweg onomstreden

Het is belangrijk om op te merken dat Daly geen marginale feministe was. Ze had een vaste aanstelling aan Boston College, haar publicaties werden en worden wereldwijd door feministes gelezen en besproken en ze was een veel gevraagde spreker op conferenties. Er is een bekende open brief van de zwarte lesbische feministe Audre Lorde aan Mary Daly waarin ze haar verwijt dat ze in Gyn/Ecology een uitsluitend wit perspectief op vrouwelijke mythologieën en spiritualiteit biedt.

Lorde legde hiermee een vinger op de zere plek van de vrouwenbeweging van de jaren zeventig. Tegelijkertijd onderstreept deze brief dat Daly kennelijk salonfähig en invloedrijk genoeg was om te bekritiseren. Van een contemporaine feministische kritiek op Daly’s transfobie is ons niets bekend. Transfobie was binnen het feminisme van deze tijd simpelweg onomstreden.

Dat laatste wordt bevestigd door het succes van het boek The Transsexual Empire: The Making of the She-Male (1979) van Daly’s promovenda Janice Raymond. Ook Raymond had een katholieke achtergrond en was zelfs non geweest. Haar theorie over transseksualiteit is dan ook een uitwerking van die van Daly. De paranoia ligt er bij Raymond alleen nog veel dikker bovenop. Volgens haar is transseksualiteit een poging van het patriarchaat om het feminisme van binnenuit te ondermijnen, door lesbische trans vrouwen als vijfde colonne in de feministische beweging te introduceren. Bovendien verklaarde ze: “Alle transseksuelen verkrachten vrouwenlichamen door de echte vrouwelijke vorm te reduceren tot een artefact en zo zich dit lichaam toe te eigenen.” (4)Zie Susan Stryker, <em>Transgender History</em> (Berkeley 2008) 106.

Verder associeert ze transgenderzorg met de medische experimenten van de nazi’s en suggereert ze dat er een patriarchaal complot bestaat om cis vrouwen uiteindelijk te vervangen door sexy en supervrouwelijke trans vrouwen. Ook voor de voortplanting zouden cis vrouwen uiteindelijk overbodig worden. (Raymond was en is ook tegenstander van alle vormen van reproductieve technologie.)

Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar net als Daly werd en wordt Raymond serieus genomen als radicale feministe. De bekende psychiater Thomas Szasz schreef een voorwoord voor The Transsexual Empire. Het boek werd vaak lovend besproken, in Nederland bijvoorbeeld in De Volkskrant van 21 november 1980.(5)Zie delpher.nl En in 2006 werd Raymond nog geïnterviewd voor de docu Not For Sale over prostitutie, gemaakt door Marie Vermeiren van Elles Tournent.

Raymond heeft vele mensenlevens op haar geweten

Raymond maakte van haar transfobie meer werk dan Daly. Ze was een activiste. Zo voerde ze een lastercampagne tegen de trans vrouw Sandy Stone omdat deze lid was van het exclusief lesbische collectief Olivia Records, dat een feministisch platenlabel runde. Deze campagne leidde zelfs tot doodsbedreigingen aan het adres van Stone. Nog bedenkelijker is dat Raymond uit hoofde van haar rol als ethicus voor de overheidsinstelling National Center for Healthcare Technology een beleidsstuk schreef waarin ze adviseerde de toegang tot medische transgenderzorg onmogelijk te maken. Dit advies werd door de regering Reagan overgenomen. Tot dan toe was transgenderzorg in de VS als medisch noodzakelijke zorg vergoed geworden door alle zorgverzekeraars. Het leed dat Raymond hiermee heeft aangericht is moeilijk te overschatten. Ze heeft vele mensenlevens op haar geweten. En opnieuw, er is ons geen radicale feministe uit deze tijd bekend die haar openlijk heeft bekritiseerd, laat staan veroordeeld.

Queer feminisme

Toen eind jaren tachtig onder invloed van de poststructuralistische literatuurwetenschap en filosofie en de vroege radicale queerbeweging een nieuw soort feminisme ontstond, leek het even de goeie kant op te gaan. Voor queer feministes als Judith Butler waren sekse en gender minder stabiele en vanzelfsprekende systemen dan voor de feministes van de tweede golf. Gendernormen waren het resultaat van steeds (onbewust) herhaalde gedragingen en konden ondermijnd worden door je bewust anders te gaan gedragen. Deze gedachten worden vaak samengevat in de slogan: gender is performance.

Op papier lijken trans mensen het ideale subject voor zo’n queer feministische theorie. Een transitie is toch de ultieme middelvinger in het gezicht van het binaire gendersysteem? Helaas, in de praktijk werden trans mensen en dan vooral trans vrouwen in queer kringen vaak als ‘conservatief’ en ‘stereotiep vrouwelijk’ aangevallen.(6)Zie Julia Serano, <em>Excluded. Making Feminist and Queer Movements More Inclusive</em> (Berkeley 2013). Voor een discussie over Judith Butler en transfobie, zie: Sam Bourcier, ‘”F***” the Politics of Disempowerment in the Second Butler’, <em>Paragraph</em> 35.2 (2012): 233–253. De dunne witte cis vrouw met een valse snor – die was veel subversiever. Bovendien waren er nauwe banden tussen queer denkers als Butler en de leerlingen van de Franse psychiater Jacques Lacan. Lacan en veel van zijn volgelingen waren notoire transfoben. Zijn leerling Catherine Millot schreef zelfs een hatelijk (en warrig) boek over trans mensen, Hors Sexe (1983).

Pas in de laatste tien jaar zijn de transfobe trekjes van dit queer feminisme erkend. Judith Butler heeft in interviews zelfs afstand genomen van platte transfobe interpretaties van haar theorieën, hoewel haar afstand tot de Franse lacanianen onverminderd klein blijft. In de praktijk zijn de meeste collectieven die de aanduiding ‘queer’ voeren tegenwoordig wel expliciet transinclusief.

TERF’s

Het hedendaagse transfobe feminisme dat bij Elles Tournent de kop opstak is van een heel ander kaliber. In de jaren tachtig en negentig bleven de radicaal feministische verbanden uit de tweede golf bestaan. Er waren vaste academische aanstellingen, gesubsidieerde ngo’s en netwerken tegen prostitutie en tegen reproductieve technologie. Door de opkomst van internetfora en sociale media vond er echter een verschuiving plaats in de articulatie van het radicaal feministische gedachtegoed.

Feministische transfobie was in de jaren zeventig niet beperkt tot radicaal feminisme en niet alle radicale feministes waren transfoob. Maar op de nieuwe platformen drong juist de rabiaat transfobe minderheid zichzelf op de voorgrond en daardoor ging deze groep steeds meer bepalen wat als ‘radicaal feminisme’ gold. De Australische radicale feministe Viv Smythe was één van de eersten die (in 2008) deze ontwikkeling onderkende en probeerde het tij te keren door voor de transfobe radicale feministes een aparte naam in te voeren: Trans-Exclusionary Radical Feminists, oftewel TERF’s.

Het lijkt weinig geholpen te hebben. Voor veel mensen is ‘radicaal feministe’ synoniem geworden met TERF. Binnen radicaal feministische en andere op de tweede golf georiënteerde groepen heeft slechts een piepkleine minderheid in de afgelopen tien jaar zich uitgesproken tegen de snel groeiende transfobie in hun kringen. Elles Tournent is slechts één recent voorbeeld van deze onwil om stelling te nemen. Dit heeft er niet alleen toe geleid dat buitenstaanders TERF’s en radfems op één hoop zijn gaan gooien, maar ook dat de twee feitelijk steeds moeilijker te onderscheiden zijn. Op sociale media lijken ook jonge radicale feministes uit Noord-Amerika, Australië en Groot-Brittannië zonder uitzondering het TERF-gedachtegoed te omhelzen.

Het voortwoekeren van transhaat in radicaal feministische kringen heeft er ook toe geleid dat het activisme van karakter is veranderd. De politiek van radfems lijkt alleen nog te draaien om het bewaken van de eerbaarheid van en het respect voor cis vrouwen. Een christelijk aandoend sentiment van lesbische zuiverheid, dat al bij separatisten als Janice Raymond bestond, keert steeds weer terug, zelfs bij heteroseksuele TERF’s, die zich zorgen maken over ‘lesbiennes die straks gedwongen worden met mannen te slapen’. Behalve het schrijven van dog whistle-rijke opiniestukken (die met name in Groot-Brittannië door alle kranten en tijdschriften van links tot rechts worden gepubliceerd) bestaat het activisme van TERF’s vooral uit het treiteren van trans mensen en het lobbyen tegen antidiscriminatiebepalingen en natuurlijk tegen transgenderzorg.

Een belangrijke consequentie van deze ideologische verschuivingen binnen het radicale feminisme is dat de traditionele banden met radicaal links zijn verzwakt. Sterker nog, de TERF-agenda sluit naadloos aan bij die van conservatieve en extreemrechtse groepen. In de VS hebben TERF’s en anti-LHBT-organisaties openlijk samen campagne gevoerd tegen trans rechten. Er zijn ook sterke aanwijzingen dat TERF-groepen in Groot-Brittannië financieel gesteund worden door christelijke conservatieve organisaties uit de VS, die niet alleen trans mensen haten, maar ook homo’s en, niet te vergeten: abortus. Dat er steeds nauwere banden tussen deze groepen bestaan is hoe dan ook onomstreden.Zelfs reguliere media hebben erover bericht.(7)Zie bijvoorbeeld Tim Fitzsimmons, ‘Conservative group hosts anti-transgender panel of feminists “from the left”’, nbcnews.com, 29 januari 2019. Kennelijk is abortus niet meer zo belangrijk voor deze radfems.

Bovendien zien we keer op keer TERF-kopstukken opduiken in het gezelschap van white supremacists en onversneden nazi’s. Zo voerde Jordan Peterson in 2018 een vriendelijk gesprek met Nina Paley op YouTube over de gewraakte film en in oktober 2019 zagen we de bekende Britse TERF Posie Parker in een video samen met een Canadese nazi.(8)Zie Jordan Peterson, ‘Nina Paley: Animator Extraordinaire Transcript’, jordanbpeterson.com, 14 juli 2018; Vic Parsons, ‘Gender-critical feminist Posie Parker in video with white nationalist YouTuber’, pinknews.co.uk, 15 oktober 2019. Dat TERF’s zichzelf regelmatig vergelijken met suffragettes in hun strijd tegen de ‘trans agenda’ is ironisch en passend als je bedenkt dat opvallend veel suffragettes later extreemrechts werden.(9)Zie Martin Pugh, ‘Why Former Suffragettes Flocked to British Fascism’, slate.com, 14 april 2017.

Besluit: welke toekomst voor de feministische beweging?

De vraag blijft: wat is het bestaansrecht nog van transfobe feministische organisaties? Kunnen we die a priori als ‘feministisch’ bestempelen ondanks hun vaak transfobe handelingen? In de praktijk zullen deze organisaties waarschijnlijk verdwijnen, doordat weinig nieuwe mensen zich erbij willen aansluiten en bestaande transfobe organisaties meer en meer activisme van trans activisten en bondgenoten tegen zich gericht krijgen. Er is ook steeds vaker ‘no-platforming’ van extreemrechtse en transfobe sprekers, waardoor hun mogelijkheid om haat te verspreiden actief wordt bestreden.

De geschiedenis van feminisme is duidelijk niet zo positief qua transinclusie – maar dat wil niet zeggen dat de toekomst zo hoeft te zijn. Daarvoor moeten feministes die transinclusief willen werken wel een belangrijke stap zetten: breken met transfobe ‘zusters’. Daarvoor moeten ze ook hun stilte verbreken en zich uitspreken tegen transfobe individuen en groepen. Het gedrag van de ‘silent majority’ is veel schadelijker dan dat van enkele extreme personen op zich, het is enkel doordat de meerderheid niets doet dat de kleinere haatgroepen ongestoord hun gang kunnen gaan.

TERF’s moeten gezien worden voor wat ze zijn: een conservatieve, rechtse groep die haat verspreidt en tegen alle idealen van de feministische beweging ingaat. Hedendaagse transfobe groepen als Elles Tournent bezetten ruimte die van ons allemaal is, en opnieuw geclaimd moet worden door initiatieven die wél transinclusief zijn.

De feministische beweging en de beweging voor trans bevrijding strijden voor ultiem gezien eenzelfde betere toekomst, het zouden ideale bondgenoten kunnen zijn.

Disclaimer: één van de schrijfsters van dit artikel is de bij Elles Tournent ontslagen web designer.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Buiten de Orde.

Voetnoten   [ + ]

1. Zie Facebookpagina van Elles Tournent, 25 januari 2019
2. Zie de Facebookpagina Collectif de Lutte Trans.
3. Zie Andrea Long Chu, ‘On Liking Women’, <em>n+1</em>, 30, winter 2018
4. Zie Susan Stryker, <em>Transgender History</em> (Berkeley 2008) 106.
5. Zie delpher.nl
6. Zie Julia Serano, <em>Excluded. Making Feminist and Queer Movements More Inclusive</em> (Berkeley 2013). Voor een discussie over Judith Butler en transfobie, zie: Sam Bourcier, ‘”F***” the Politics of Disempowerment in the Second Butler’, <em>Paragraph</em> 35.2 (2012): 233–253.
7. Zie bijvoorbeeld Tim Fitzsimmons, ‘Conservative group hosts anti-transgender panel of feminists “from the left”’, nbcnews.com, 29 januari 2019.
8. Zie Jordan Peterson, ‘Nina Paley: Animator Extraordinaire Transcript’, jordanbpeterson.com, 14 juli 2018; Vic Parsons, ‘Gender-critical feminist Posie Parker in video with white nationalist YouTuber’, pinknews.co.uk, 15 oktober 2019.
9. Zie Martin Pugh, ‘Why Former Suffragettes Flocked to British Fascism’, slate.com, 14 april 2017.