Frontex ligt onder vuur. De vele schandalen van het afgelopen jaar wijzen op de verantwoordelijkheid van het Europees grens- en kustwachtagentschap voor mensenrechtenschendingen en illegale pushbacks aan de Europese buitengrenzen.

Tevens wordt Frontex beschuldigd van het doelbewust achterhouden van informatie aan het Europees Parlement. Het Agentschap werd ook onderworpen aan een onderzoek van het Europees Bureau voor fraudebescherming (OLAF) voor onder meer wanbeheer en intimidatie.

Lobbyen voor fort Europa

Het nieuwe rapport Lobbying Fortress Europe van Corporate Europe Observatory (CEO) legt het grensagentschap nogmaals op de rooster. CEO, een onafhankelijke onderzoeksgroep die de invloed van lobbywerk op Europese instellingen blootlegt, startte haar onderzoek in 2018 toen Frontex in het Europees Parlement had verklaard geen bijeenkomsten te houden met lobbyisten. Daar zat ongetwijfeld een luchtje aan.

En inderdaad, het rapport wijst uit dat Frontex nauwe contacten onderhoudt met lobbyisten uit de wapen- en veiligheidsindustrie. Tussen 2017 en 2019 ontmoette het grensagentschap 108 voornamelijk Europese, maar ook Israëlische, Amerikaanse en Canadese defensie- en veiligheidsbedrijven (zie hier de volledige lijst). Deze gesprekken vertoonden een aantal terugkerende onderwerpen: het aanschaffen van bewakingsinstrumenten zoals sensoren, drones en camera’s; het gebruik van biometrische gegevens (bv. vingerafdrukken, hartslag, …); vuurwapens voor grenswachten en, in mindere mate, controversiële methoden zoals de inzet van autonome robots voor grenscontrole en toegang tot sociale media om te anticiperen op migratiestromen.

Bovendien blijkt er een directe link te zijn tussen de bedrijven die bij Frontex op bezoek gingen en de bedrijven die ondertussen profiteren van EU-aanbestedingen om de Europese grenzen te beveiligen. “De grootste exporteurs van ­wapentuig naar conflicten in het Midden-Oosten, die miljoenen op de vlucht drijven, zijn dezelfde bedrijven die contracten krijgen om vluchtelingen tegen te houden”, verklaart Mark Akkerman van de Nederlandse ngo Stop Wapenhandel.

Met Frontex als business partner maken deze bedrijven niet alleen een enorme winst, ze oefenen ook steeds meer invloed uit op het Europees grenzenbeleid. Vertegenwoordigers van defensie- en veiligheidsbedrijven werden bijvoorbeeld geraadpleegd over trainingen van grenswachten en de aanbestedingsprocedure van de Europese Unie. Dat gaat het boekje ver te buiten.

Een oncontroleerbaar beest?

Sinds 2015, het hoogtepunt van de Europese vluchtelingencrisis, kende Frontex een enorme uitbreiding van budget, personeel en bevoegdheden. Met 460 miljoen euro aan jaarlijkse inkomsten groeide Frontex uit tot het best gefinancierde agentschap van de Europese Unie. Dit gaat gepaard met 10.000 internationale grensagenten (waarvan sommigen vuurwapens mogen dragen) en de mogelijkheid om zelf eigen apparatuur (schepen, vliegtuigen, drones, radars enz.) te kopen. Voorheen was Frontex afhankelijk van apparatuur van de EU-lidstaten.

Die uitbreiding wordt helaas niet geëvenaard door een overeenkomstige toename in transparantie en verantwoordingsplicht. Integendeel, Frontex onttrekt zich steeds meer aan de democratische controle. Effectieve verantwoordingsmechanismen ontbreken of worden stelselmatig genegeerd. Om deze reden waarschuwt CEO-onderzoekster Luisa Izuzquiza dat “Frontex zich heeft ontwikkeld tot een oncontroleerbaar beest.”

Wat met de mensenrechten?

Een bestaand controlemechanisme is het Adviesforum, een collectief van Europese instellingen, internationale organisaties en middenveldorganisaties met de gezamenlijke taak om het grensagentschap te adviseren over alles wat mensenrechten betreft. Het forum werd evenwel niet geconsulteerd door Frontex en bleef dus in het ongewisse. Dat past binnen de algehele trend van het agentschap: mensenrechtenorganisaties worden geschuwd. Zo is er ook nog niets te bespeuren van de veertig mensenrechtenmonitoren die zouden worden aangesteld. Sterker nog, de enige mensenrechtencommissaris tewerkgesteld bij Frontex is ondertussen bijna een jaar ‘ziek’ en wordt maar niet vervangen. Frontex wil blijkbaar geen pottenkijkers.

Toch gaan grenscontroles aan de hand van biometrische bewaking en vuurwapens allicht gepaard met grote gevolgen voor de mensenrechten. Rapporten van mensenrechtenorganisaties tonen een zorgwekkende tendens: de schendingen van mensenrechten aan de Europese grenzen zijn niet afhankelijk van de beleefdheid of het ethisch gevoel van de individuele grenswacht. Gelijkaardige illegale pushbacks vinden plaats in Griekenland, Oostenrijk, Bulgarije en Kroatië – een tendens die wijst op geïnstitutionaliseerd geweld.

Nochtans wordt er in de rapporten van Frontex met geen woord gerept over de rechten van mensen die de grens oversteken. Migratie wordt in de eerste plaats afgeschilderd als een veiligheidsdreiging, niet een kwestie van mensenrechten. Bovendien wordt migratie, zonder enige contextualisering, in verband gebracht met terrorisme en criminaliteit. Meer investeren in wapens en bewakingstechnologie; dat is de oplossing die naar voor wordt geschoven. “Als basis van het Europese migratiebeleid creëert dit uitgangspunt een oneindige vraag naar de steeds groter wordende catalogus van apparatuur en diensten voor grensbeveiliging en -controle”, stelt Mark Akkerman (Stop Wapenhandel). Een win-win voor de Europese grenswachten en de militaire industrie, maar desastreus voor mensen op de vlucht.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Vrede.be.