Rapport van het IPCC : een zware diagnose maar geen geloofwaardige oplossingen

SAP.aarde2050Het internationaal panel van experten over het klimaat (IPCC) heeft het tweede deel van zijn vijfde evaluatie rapport uitgebracht. Het bespreekt de impact van en de aanpassingen aan de klimaatsopwarming. Het toont duidelijk hoe ernstig de toestand is, maar de voorgestelde oplossingen zijn helemaal niet in verhouding.

De kaderconventie van de Verenigde Naties over klimaatsverandering (CCNUCC, Rio 1992) had in het artikel 2 als doelstelling te beletten dat er “een gevaarlijke antropogene interferentie met het klimaatssysteem zou ontstaan”. Dit werd iets concreter tijdens de conferentie van Cancun (2010) die besliste een opwarming van meer dan 2°C te vermijden. Het nieuwe IPCC-rapport probeert nu de gevaren iets preciezer te omschrijven.

Acht centrale risico’s

De wetenschappers hebben centrale risico’s of gevaren geïdentificeerd. Hoe definiëren ze die risico’s? “Een risico wordt als centraal beschouwd naargelang het grote gevaar en/of de grote kwetsbaarheid van de maatschappijen en van de systemen die eraan zijn blootgesteld.

De identificatie van die centrale risico’s steunt op expertise in het gebruik van de volgende specifieke criteria: de grote omvang, de hoge waarschijnlijkheid en de onomkeerbaarheid van de impact; de timing van die impact; de kwetsbaarheid of blijvende blootstelling die bijdraagt aan het risico; of het beperkte vermogen om het risico te verminderen of te verzachten.” (1)

Er worden acht risico’s besproken: (1) de kans op doden, gewonden, gezondheidsproblemen of op het verbreken van de bestaansmogelijkheden in kustgebieden en in de kleine eilandenstaten als gevolg van stormen, overstromingen en stijging van het zeewaterpeil; (2) de kans op ernstige gezondheidsrisico’s of bestaanszekerheid voor grote groepen stadsbewoners als gevolg van interne overstromingen; (3) structurele risico’s als gevolg van extreme weersomstandigheden die infrastructuur vernietigen en vitale voorzieningen zoals elektriciteit, waterleidingen en medische spoeddiensten; (4) kans op mortaliteit (sterfte) en morbiditeit (ziekte) tijdens periodes van extreme hitte in het bijzonder bij kwetsbare stedelijke bevolkingen en bij mensen die zowel in steden als op het platteland in open lucht werken; (5) risico van voedsel onveiligheid en van het verbreken van de voedingssystemen (…) in het bijzonder bij de meest arme bevolkingen zowel in steden als op het platteland; (6) risico op het verloren gaan van hulpbronnen en van inkomens op het platteland door het onvoldoende beschikbaar zijn van drinkwater en water voor irrigatie en door een dalende productiviteit van de landbouw vooral bij de boeren en veetelers in semi-aride gebieden die slechts over een minimum aan kapitaal beschikken; (7) het gevaar voor het verlies van ecosystemen en hun biodiversiteit in zee- en in kustgebieden en dus ook van de goederen, de taken en diensten die ze leveren onder de vorm van inkomsten vooral voor kustbewoners en gemeenschappen van vissers in de tropische gebieden en in de noordelijke ijszee gebieden; (8) het risico van het verlies van ecosystemen op land en in zoetwater met hun eigen biodiversiteit, en de hulpbronnen die ze belichamen in de vorm van goederen, functies en diensten.

Iedereen kan zich voorstellen welke drama’s verscholen liggen achter deze sobere opsomming die leest als de inventaris van een failisement. Herinner je de beelden van de verwoestingen in New Orleans door de orkaan Katrina (2005), de overstromingen door abnormale moessonregens in Pakistan (2010), de ergste droogte ooit in Ethiopië (2011), de vernielingen door bosbranden in Colorado (2012), of nog, de tyfoon Hayan in de Filippijnen (2013) … Kortom, het rapport van het IPCC zegt ons – met een hoge mate van zekerheid – dat de verdere opwarming ook meer van dergelijk catastrofes zal veroorzaken, met een hogere frequentie en hogere intensiteit.

NB: een mogelijke zondvloed

Deze acht risico’s worden vervolgens met elkaar gecombineerd om vijf “redenen tot bezorgdheid” te definiëren: (1) bedreigingen voor unieke systemen, zoals koraalriffen – die een “zeer hoog risico” lopen indien de temperatuur met 2 graden stijgt; (2) de “extreme weersomstandigheden” bij 1 °C meer stijging; (3) de “ongelijke verdeling van de impact” (met andere woorden, de armen betalen de rekening voor de opwarming die de rijken hebben veroorzaakt) – waarvoor de kans zeer groot is bij twee graden stijging; (4) de “geaggregeerde impact” (met andere woorden, het feit dat de schade aan ecosystemen en de gevolgen voor de armen een negatieve invloed beginnen te hebben op de wereldeconomie) – waarvoor de kans groot is in geval de stijging de drie °C bereikt; (5) de “bijzondere gebeurtenissen op grote schaal”die een kantelmoment kunnen zijn ( in het Engels: “tipping point”) waardoor plotse en onomkeerbare veranderingen kunnen optreden.

Dit vijfde en laatste punt verwijst meer specifiek naar het gevaar van een sterke stijging van het zeeniveau. De tekst zegt hierover: “Het gevaar neemt sterk toe wanneer de temperatuur stijgt met 1 tot 2°C en het wordt groot boven de 3°C omdat er dan  een belangrijke en een onomkeerbare stijging mogelijk zal zijn door het verlies van poolijs. Bij een opwarming boven een zekere drempel zou de ijskap op Groenland bijna volledig kunnen verdwijnen over een periode van duizend jaar en dat zou een stijging van het zeewaterpeil met zeven meter veroorzaken.”

Na het woord “drempel” volgt er een voetnoot die preciseert: “Volgens de huidige schattingen ligt deze drempel hoger dan 1°C (weinig waarschijnlijk) maar beneden de 4°C (gematigde kans) globale opwarming boven het pre-industrieel niveau.” Opgelet, men heeft het hier dus wel degelijk over de opwarming ten opzichte van de 18de eeuw, niet over bijkomende opwarming ten opzichte van de huidige temperatuur. De aarde heeft al een opwarming van 0,7°C sedert het pre-industrieel tijdvak en er is (minstens) nog een bijkomende halve graad opwarming in  de pijplijn zit. We moeten dus besluiten dat de stelling dat een stijging van  het zeewaterpeil met 7 meter nog te vermijden valt, in werkelijkheid… niet erg betrouwbaar is.

Het is typisch dat een zo belangrijk besluit als voetnoot in de tekst staat en op een zo gecompliceerde manier wordt geformuleerd ( met dubbele negaties en met gebruikmaking van cijfers over temperatuurstijging in vergelijking met twee verschillende datums!) dat we het tweemaal moesten lezen om er de betekenis van te begrijpen. ( Een betekenis die nog onvolledig is omdat deze “Samenvatting voor de beleidsmakers” enkel spreekt over Groenland terwijl de bedreiging die uitgaat van het westelijk deel van de Zuidpool minstens even groot is.) De “samenvatting voor de beleidsmakers” wordt woord per woord onderhandeld tussen de auteurs en de vertegenwoordigers van de regeringen, het is mogelijk – en het zou niet de eerste keer zijn – dat deze laatsten al het mogelijk doen om de waarheid te bedekken. Maar het is ook mogelijk – een recente studie van wetenschappelijke artikels over het klimaat suggereert dit als verklaring – dat de auteurs zelf de zaken hebben verzacht om niet als onheilsprofeten over te komen… of door hun onvermogen om de neoliberale dogma’s te verlaten.

Geen blad voor de mond nemen

De tekst is als diagnose best alarmistisch, maar hij faalt volledig op het punt van de voorgestelde oplossingen. Om zowel een omslag van het klimaat als het vergroten van de ongelijkheden te vermijden, vinden de auteurs niets beters dan het afdreunen van de gekende neoliberale maatregelen, “ publiek-private samenwerking, leningen, betalen voor diensten verleend door het milieu, stijging van de prijzen voor natuurlijke hulpbronnen, belastingen en subsidies, normen en regels, het delen van de risico’s en overdrachtsmechanismen”.

Dit alles werd uitgewerkt vanaf de conferentie van Rio in 1992 maar deze zogenaamde oplossingen hebben de milieurisico’s alleen maar vergroot en de sociale ongelijkheid verdiept. Professor Kevin Anderson, klimaat specialist aan de universiteit van Manchester heeft de moed en het heldere inzicht gehad om geen blad meer voor de mond te nemen, hij verklaarde onlangs: “Na twee decennia van bluf en van leugens, vereist het koolstofbudget dat er nog overblijft om beneden de stijging van 2°C te blijven, dat er een revolutionaire verandering komt op het niveau van de politieke en economische hegemonie.”

Inderdaad, de winsthonger en de kapitalistische accumulatie ( het een gaat niet zonder het andere) voeren ons rechtsreeks naar een onomkeerbare ramp waarvan we ons de omvang niet kunnen voorstellen. Om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en op termijn af te schappen, is een ecosocialistische planning dringend nodig. Hiervoor is de prioriteit het onteigenen van de energiesector en van het krediet, zonder schadeloosstelling. Zoniet zal de klimaatscatastrofe de mensheid in een barbarij onderdompelen die onvergelijkbaar erger zal zijn dan de twee wereldoorlogen van de twintigste eeuw, het kolonialisme en het nazisme.

Noot:

1) Dit artikel is uitsluitend gebaseerd op de “Samenvatting voor de beleidsmakers”, het volledige rapport is nog niet ter beschikking.

Zie: http://ipcc-wg2.gov/AR5/images/uploads/IPCC_WG2AR5_SPM_Approved.pdf

 

Print Friendly
Share This