In Nicaragua hebben massale protesten plaatsgevonden tegen liberale hervormingen door de Sandinistische regering. Staatsrepressie vanuit de politie en het leger werkte alleen averechts. Inmiddels heeft president Ortega zijn plannen ingetrokken.

‘Het volk laat zich niet meer onderdrukken,’ vertelt Lucía mij vanuit Managua, ‘we zijn de corruptie, de censuur en de repressie zat!’ Afgelopen woensdag 18 april werd een vreedzame manifestatie tegen de hervormingen op de sociale zekerheid, die de regering Ortega zonder enig overleg doorvoerde, hard neergeslagen. De manier waarop de hervormingen werden doorgevoerd en waarop het protest daartegen uiteen werd geslagen was voor velen de druppel. De onvrede met de regering Ortega was in de loop der jaren al steeds verder opgelopen door repressie, leugens en achterkamerdeals.

De eerste doden, die een dag later bij de studentenprotesten in Managua vielen, brachten een landelijke kettingreactie teweeg. De schok was enorm en de weerstand nog groter. Het werd de regering Ortega zwaar aangerekend ‘dat zij het vuur durven te openen op zijn eigen volk,’ vertelt Julio mij vanuit León, ‘dat is niet Sandinistisch, dat kunnen wij niet verkroppen.’

Niet alleen de politie en oproerpolitie, maar ook knokploegen werden door de regering ingezet om de demonstraties te onderdrukken. Vijf televisiekanalen werden uit de lucht gehaald. Terwijl er al doden gevallen waren en met de kans om de protesten en het gewelddadige optreden van de staat te deëscaleren, noemde Rosario Murillo, vice-president en vrouw van president Ortega de opstandelingen op donderdagavond daarentegen ‘minuscule, middelmatige, bloedzuigende vampieren.’

Het volk was woedend. ‘Als wij met stenen gooien en zij met scherp schieten, wie zijn er dan de bloedzuigers?’ vraagt Axel zich hardop af vanuit de opstand in Masaya. ‘Ze zijn ons bloed aan het vergieten en het kan ze niks schelen!’ In het aangrenzende Monimbó kwam het tot zware clashes met de regeringstroepen. ‘De maat is vol!’

Ware gezicht

Vrijdag op zaterdag [21 en 22 april, red.] liep het dodental op. De oproerpolitie rukte massaal uit. Zaterdagmiddag verscheen Ortega eindelijk op televisie. Terwijl hij zei open te staan voor een dialoog, zat hij echter tussen de politie en legertop en noemde de opstandelingen onder meer ‘rechtse delinquenten.’ De vlam sloeg opnieuw in de pan, de demonstranten beschouwden zich namelijk helemaal niet als ‘rechts’.

‘Geen enkele partij vertegenwoordigt ons!’ roepen ze in koor bij de manifestaties. Erick, eveneens in León, legt uit dat ‘rechts even schuldig is aan de jarenlange corruptie en huidige repressie als de Sandinisten, die al lang niet meer links zijn. Het zijn kapitalisten die zich verkleden als socialisten. De Ortega-Murillo familie is schatrijk, heeft miljoenen dollars die ze van Venezuela kregen verduisterd en bijna alle media in handen. Het zijn stuk voor stuk dieven en vendepatrias (landverraders).’

Met dit laatste doelt hij onder meer op de 50-jarige land-concessies die de regering Ortega aan een Chinese zakenman heeft gegeven voor het nog te bouwen interoceanische kanaal. ‘Kan iemand mij uitleggen waarom de diputados (kamerleden) net een salarisverhoging gehad hebben, terwijl wij allemaal moeten inleveren?’ wil Emerson uit Matagalpa weten.

‘Met de pensioenfondsen hebben ze allerlei dure bouwprojecten voor de rijken gefinancierd,’ zegt Gabriel, eveneens vanuit Matagalpa, ‘het volk wil haar geld terug!’ Het wordt alsmaar duidelijker dat de Nicaraguanen over de jaren heen aardig wat door de neus geboord is. ‘Dit zijn geen Sandinisten,’ wordt keer op keer herhaald, ‘dit is de elite.’

Onder tegen boven

‘Het is daarom ook absoluut geen opstand van rechts tegen links,’ verklaart Lucía vanuit Managua, ‘rechts zit heerlijk op het pluche naast de Ortega’s.’ Op haar Facebook kondigt ze aan, ‘Dit is een opstand van onder tegen boven! Leve de studenten! #SOSnicaragua #QueSeRindaTuMadre.’ En ja hoor, degenen waarmee Ortega zaterdag belooft op maandag een dialoog aan te gaan is de COSEP, een belangengroep van private ondernemers. ‘Wie heeft de COSEP verkozen?’ zegt Julio, ‘dat zijn toch geen volksvertegenwoordigers? Laat ze met de studenten in dialoog gaan! Met het volk! Maar dat durven ze niet. Schieten kunnen ze wel, maar toegeven niet.’

Zaterdag op zondag gaan de protesten onverminderd door en worden ze nog bruter neergeslagen. Het dodental loopt op tot boven de 25, een journalist wordt in Bluefields met een politiekogel door het hoofd geschoten. In allerijl kondigt Ortega aan de hervormingen terug te draaien, maar daar gaat het niet langer over. Dan vinden er zondag plots plunderingen plaats.

‘De regering probeert wanhopig de aandacht af te leiden van de doden,’ legt Lucía uit, ‘ik walg van dit bewind, ze willen de buitenwereld doen denken dat de demonstranten plunderaars zijn.’ Erick vult aan dat het ‘overduidelijk is dat het hun eigen knokploegen zijn, de politie staat erbij en kijkt ernaar.’ Ondertussen blijft de oproerpolitie onverminderd de studenten, die al vier dagen de Nationale Polytechnische Universiteit UPOLI gebarricadeerd hebben, bestoken. ‘Waar is de dialoog met een laars op je nek?’ vraagt Julio zich af.

Op maandag 23 april, de dag van de aangekondigde dialoog tussen de regering en COSEP, liepen er honderdduizenden mensen in het hele land mee met vreedzame manifestaties tegen de repressie en censuur. Eindelijk lijkt de politie teruggetrokken te zijn. Er wordt om gerechtigheid voor de doden gevraagd, het vervolgen van de oproerpolitie, om vrije verkiezingen, hervormingen op het kiesstelsel, het aftreden van het presidentiële echtpaar, hervormingen van de salarissen van de diputados, onder andere eisen.

De drie marsen in Managua eindigen bij de UPOLI. Een massa van meer dan honderdduizend mensen overweldigt de studenten. ‘Is dit de minuscule minderheid van de moordzuchtige Murillo?’ vraagt Julio zich af, ‘het volk heeft haar beslissing genomen, de regering is haar legitimiteit kwijt.’

Vrede?

Door velen worden de protesten en het optreden van de staat de afgelopen dagen gezien als een absoluut keerpunt. De Sandinisten, partij waarvan Ortega president is, hadden namelijk beloofd om nimmer meer de wapens tegen het eigen volk op te nemen. ‘Het Sandinistische gedachtegoed is met Ortega in de uitverkoop gegaan,’ zeggen de demonstranten op de Dam. Veel van hen zijn of waren Sandinisten en hebben de afgelopen dagen, net als ik, ontzet de berichtgeving uit hun vaderland gevolgd. ‘De teller staat uiteindelijk op 63 doden, zeker 15 mensen zijn nog vermist. Wie gaat ons die doden terugbrengen?’

Het is een hartverscheurende vraag van een volk dat zo lang onderdrukt is geweest. Zo lang verscheurd is geweest door oorlog en zo lang bestolen is door haar elites. Nicaragua wil vasthouden aan haar vrede, maar met gerechtigheid. De kalmte lijkt wedergekeerd, maar de demonstranten zijn bang dat er nog represailles kunnen volgen. ‘Nicaragua heeft zich uitgesproken,’ zegt Julio vanuit León, ‘maar dat kan nog een nasleep krijgen.’ Hij zit ondergedoken bij vrienden. ‘Zolang de doden niet erkend worden, is het de vraag of er echte vrede zal zijn.’

Alle gebruikte namen zijn gefingeerd om de identiteit van de demonstranten in Nicaragua te beschermen.

Julienne Weegels is PhD kandidaat aan het Centrum voor Latijns-Amerika Studies (CEDLA) van de Universiteit van Amsterdam, waar ze onderzoek doet naar de leefwereld van Nicaraguaanse gevangenen en ex-gevangenen. Ze komt al elf jaar in Nicaragua, waar ze ook lange periodes heeft gewoond en veel familie en vrienden heeft.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op socialisme.nu.