Irak: een humanitaire interventie?

Raf-Sap-irak2014De interventie van Amerikaanse troepen in Irak wordt in de westerse media voorgesteld als een tussenkomst om religieuze en etnische minderheden te beschermen tegen de opmars van de ultrareactionaire jihadistische groepering Islamitische Staat (IS), voorheen Islamitische Staat in Iran en de Levant (ISIS). Deze propaganda verbergt de imperialistische politieke belangen van de VS bij hun militaire interventie, die in feite niets met humanitaire doelstellingen van doen heeft.

Sinds juni heeft de IS nadat ze de stad Mosul had ingenomen in verschillende gebieden voortdurend militaire vooruitgang geboekt. In het begin werkte ze binnen een heterogene coalitie, bestaande uit ex-Baathisten en stamhoofden, maar de jihadistische groep heeft al snel de overhand gekregen op de andere componenten van de coalitie. IS onderdrukt alle bevolkingsgroepen die haar gezag niet accepteren, met inbegrip van de soennitische moslims, terwijl ze de christelijke minderheden en de Yezidi’s (een Koerdisch sprekende minderheid waarvan de monotheïstische religie haar wortels heeft in het Zoroastrisme zoals dat voornamelijk in Iran wordt beoefend) aanvalt. De IS heeft Mosul van haar christelijke bevolking ontdaan en Qaraqosh, de grootste christelijke stad in Irak bezet.

Toch moeten we wijzen op de solidariteit van een deel van de islamitische bevolking van Mosul tegen de aanvallen van de IS op de christenen. Sommige moslims hebben zich aangesloten bij de demonstraties van de christenen en hebben zich met spandoeken met daarop ‘Ik ben christen, ik ben Irakees’, tussen hun christelijke landgenoten en de jihadisten van de IS opgesteld. Mahmoud Am-Asali, hoogleraar rechten aan de universiteit van Mosul, was de eerste moslim die door de jihadisten in elkaar werd geslagen omdat hij de christenen verdedigde. Op zaterdag 19 juli, de vervaldatum van het beruchte ultimatum van terreur (waarin de jihadisten aan de christenen van Mosul drie keuzes voorlegden: islam, dhimma (een speciale belasting) of voor degenen die de andere twee opties weigerden het zwaard), namen moslims in Mosul naast hun christelijke broeders deel aan de mis in de kerk en baden met hen. Dit gebeurde ook op zondag 20 juli in Bagdad, in de Katholieke kerk van Sint Joris.

Het oprukken en de terreur door de IS heeft volgens de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN tot nu toe geleid tot de vlucht van 100.000 christenen die zijn gedwongen om hun huizen te verlaten, net als 20 tot 30.000 leden van de Yezidi gemeenschap die door aanvallen van de IS opgesloten zaten in de bergen van Sinjar, zonder voedsel, water of onderdak. Duizenden anderen zijn er, uitgeput en uitgedroogd, in geslaagd om via Syrië Koerdistan te bereiken. Meer dan 200.000 mensen zijn ontheemd door de militaire opmars van de IS, terwijl er ook vele burgers zijn afgeslacht.

De IS beschikt over ongeveer 10.000 mannen in Irak en 7000 in Syrië.

De Amerikaanse militaire interventie heeft de vorm van luchtaanvallen op de jihadisten van de IS, het sturen van militaire adviseurs naar het gebied en de levering van wapens aan de regeringen van Irak en de autonome Koerdische regio. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben de laatste ook bewapend. De steun van het zelfbenoemde ‘anti-imperialistische’ Iran voor de Amerikaanse aanvallen ter ondersteuning van haar Iraakse bondgenoten is opmerkelijk…

Het Iraanse regime heeft ook Pasdaran (Revolutionaire Gardisten) naar Irak gestuurd om de IS te bestrijden, terwijl het ook een aantal Sukhoi SU-25 vliegtuigen heeft geleverd (die binnen de Iraanse strijdkrachten alleen zijn voorbehouden aan de Pasdaran). Tegelijkertijd gaat Iran door met het mobiliseren en financieren van Iraakse sjiitische milities. Leden van de Libanese Hezbollah lijken ook betrokken te zijn bij de taken van commando en coördinatie van de operaties. Een van hen, Ibrahim al-Hajj, veteraan van het conflict met Israël in 2006, is onlangs gedood in het noorden, in de buurt van Mosul, dat de IS sinds het begin van haar offensief in juni in handen heeft.

Aan de andere kant hebben Koerdische strijders uit Irak, Syrië en Turkije hun krachten verenigd in een zeldzame alliantie, waarbij ze hun verschillen tijdelijk opzij hebben gezet, om zich te verenigen tegen de jihadisten in Noord-Irak in de regio van Rabia en Sinjar, in het westen van Mosul. Koerdische strijders van de Turkse PKK, van de Syrische PYD en de Irakese peshmerga hebben hun krachten verenigd in een unieke samenwerking.

De Amerikaanse militaire interventie past, ondanks zijn ‘humanitaire’ propaganda, toch duidelijk in de politieke doelstellingen van de VS namelijk het beschermen van diplomatiek personeel gestationeerd in Irbil en de grote multinationale bedrijven in de oliesector, waaronder Mobil, Chevron, Exxon en Total, die de olie van de regio exploiteren en er al meer dan tien miljard dollar hebben geïnvesteerd. Maar het belangrijkste doel is om hun bondgenoot, het Iraakse regime, de opvolger van de Amerikaanse invasie, te steunen. De VS grepen niet in toen Mosul en andere regio’s vielen en toen er meer dan 200.000 vluchtelingen naar Koerdistan vluchtten, maar pas toen de IS dreigde Koerdisch grondgebied en de hoofdstad Bagdad in het Zuiden te veroveren.

De VS wilden alleen oppervlakkige veranderingen binnen het Iraakse regime, zoals het vervangen van premier Maliki, die ook de steun van zijn Iraanse bondgenoot is kwijtgeraakt door zijn rampzalige wanbeleid. De nieuwe minister-president, Haidar al-Abadi, vertegenwoordigt niet zoiets als een revolutie; hij staat dicht bij Maliki en is lid van dezelfde partij Dawa, terwijl hij de minister van Communicatie was in de interim-regering na de val van Saddam Hussein in 2003 en hij heeft internationale steun, inclusief van Iran. Maliki probeerde de macht te behouden, maar werd uiteindelijk gedwongen om af te treden. Naar aanleiding van deze aankondiging, heeft de VS verklaard dat zij bereid is om de economische en militaire hulp aan Irak te verhogen, als de nieuwe regering van Al-Abadi ook andere groepen in de regering opneemt, met name vertegenwoordigers van de soennitische bevolking van Irak. Maar er wordt vergeten dat het Iraakse regime dezelfde formule heeft en dezelfde politieke krachten omvat die in Irak geleid hebben tot de huidige situatie.

De bescherming van religieuze en etnische minderheden is helemaal geen prioriteit voor de VS, zoals blijkt uit de praktijk van zijn politieke bondgenoten in de regio, die juist hun minderheden discrimineren en onderdrukken, zoals Saoedi-Arabië de sjiitische minderheid, Egypte de Koptische christenen en de sjiitische minderheid, en natuurlijk Israël de Palestijnse bevolking (waaronder christenen), die ze onderdrukt en in ballingschap dwong toen ze vanaf het land dat in 1948 werd bezet (nu de Zionistische staat) naar de West Bank, Jordanië en Gaza werden verdreven, en dan hebben we het nog niet eens over het apartheidsbeleid van bezetting en kolonisatie. De VS deed weinig om aanvallen op minderheden in de nasleep van de Amerikaans-Britse invasie van 2003 te stoppen.

We moeten niet vergeten dat de oorsprong van de IS ligt bij de oprichting van Al-Qaida in Irak na de Amerikaanse invasie. Haar leider Abu Bagdadi had zijn ervaring met jihadisme opgedaan na de invasie toen hij toetrad tot de Iraakse tak van Al-Qaida onder het bevel van de Jordaniër al-Zarkaoui. In 2010 nam hij de leiding van de toenmalige ISIS (nu bekend als IS), die Al-Qaida in Irak verving. Het is haar betrokkenheid bij de Syrische revolutie, waarbij ze meer het Vrije Syrische Leger bestreed dan het regime van Assad vooral na 2013, die de IS-groep in staat heeft gesteld om te worden wat het nu is. De gevechten in Syrië hebben de IS training en een ongekende ervaring in de strijd opgeleverd. Inmiddels heeft de groep de middelen, waaronder tanks, trucks, raketten en andere zware wapens die ze veroverd hebben bij hun offensief in Irak. Dit materiaal, vaak van Amerikaanse makelij en veelal achtergelaten door het Irakese leger tijdens haar terugtocht uit Mosul in juni heeft de militaire kracht van de IS aanzienlijk versterkt.

De Amerikaanse interventie is ingegeven door politieke en imperialistische belangen en nergens anders door. Deze belangen vragen om het handhaven van het autoritaire en sektarische regime dat de VS in 2003 heeft geïnstalleerd en dat zij sindsdien ondersteunt. De IS is de vijand van de VS, omdat het de soevereiniteit van een overheid die samenwerkt met de VS bedreigt, en niet omdat het een ultrareactionaire groep is die minderheden en Irakezen in het algemeen aanvalt. Meer nog, dat de VS niet in Syrië heeft ingegrepen is niet omdat ze dachten dat het regime van Assad religieuze en etnische minderheden beschermt, maar omdat ze geen zin hebben om een regime dat in het verleden bij vele gelegenheden haar politieke belangen heeft gediend – met name door het onderdrukken van progressieve Palestijnse en Libanese verzetsbewegingen in Libanon en in Syrië of door haar deelname aan de imperialistische oorlog tegen Irak in 1991 binnen de door de VS geleide coalitie – ten val te brengen. De VS willen een ‘Jemenitische oplossing’ met het Assad-regime – dat wil zeggen vasthouden aan de structuren van het regime en het deel van de zelfbenoemde oppositie dat westerse belangen dient er in op nemen. Het is om deze reden dat de VS niet hebben ingegrepen in Syrië, en niet vanwege de bescherming van minderheden.

Bovendien heeft het optreden van de IS in Syrië niet geleid tot een wijziging in de politiek van de VS ten opzichte van het Syrische revolutionaire proces. De gebeurtenissen in Irak hebben er eenvoudig toe geleid dat het Assad-regime haar basis in de stad Raqqa aanviel en daarmee in de ogen van de internationale gemeenschap het terrorisme bestreed. Feitelijk heeft het regime van Assad sinds het begin van de Syrische revolutie zich gewijd aan het aanvallen van democraten, de mensen de volkscomités, en het Vrije Syrische Leger, en tegelijkertijd liet ze islamisten en jihadisten vrij uit de gevangenis zodat ze zich konden ontwikkelen en in staat waren om met steun van regionale krachten zoals de Saoedi’s en Qatar goed bewapende strijdkrachten op te bouwen.

De bescherming van religieuze- en etnische minderheden en alle Iraakse burgers kan alleen worden bereikt door een werkelijk democratische staat, sociaal en vrij van alle vormen van politiek sektarisme en buitenlandse internationale en regionale interventies. Op dezelfde manier waarop wij niet op zullen houden met het ondersteunen van het zelfbeschikkingsrecht van het Koerdische volk en zelfs de onafhankelijkheid van Iraaks Koerdistan als dat is wat zij wil. Deze ondersteuning betekent absoluut niet dat we de feodale leider Barzani, verbonden met de VS en Turkije steunen. In tegendeel die moet bestreden worden en beschouwd als een vijand van de Koerdische volksklassen vanwege zijn autoritaire, neoliberale beleid, en allianties met het westerse imperialisme en de regionale samenwerking met Turkije en Israël.

We moeten ons verzetten tegen de imperialistische interventie van de VS en andere regionale mogendheden zoals Saoedi-Arabië en Iran, en tegen de jihadisten van de IS, hun misdaden en reactionaire beleid, evenals tegen de autoritaire en sektarische regering in Bagdad. Deze buitenlandse interventies zijn een van de belangrijkste redenen voor de huidige situatie in het land.

De belangrijkste behoefte in Irak is het opbouwen van een brede sociale beweging; democratisch, progressief en niet-religieus, die zich weert tegen het communitarisme, zodat de volksklassen zich kunnen verzetten tegen de verschillende fracties en buitenlandse staten die proberen om ze te verdelen op basis van religieuze en etnische gronden, om ze te verarmen met neoliberaal beleid en hen te onderdrukken door autoritaire en repressieve maatregelen.


Joseph Daher is een Syrische revolutionaire socialist die momenteel in Zwitserland woont.           

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de site Syria freedom for ever . Vertaling door Willem Bos voor Grenzeloos. 

Lees voor meer achtergrond de brochure van onze Nederlandse kameraden van Grenzeloos Links en de Syrische revolutie

 

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This