Ernest Mandel en de tricolore tranen van links

mandelNajaar 1994. Ik werd opgepikt aan het station Luik Guillemins door George, een leerkracht op rust. Samen gingen we op weg naar wat mijn eerste politieke congres moest worden. “Eerst nog even Ernest oppikken”, zei George nog voor we de stad hadden verlaten. Hij stond daar te wachten aan een ouderwets hotel. Jagersjas aan, koffer naast zich. Ernest Mandel! Ik zat vooraan op de passagiersstoel, Ernest op de achterbank. 21 jaar was ik en het deed hem duidelijk deugd om een jonge kameraad te ontmoeten. “Het gaat niet zo goed met onze organisaties, maar als we winnen is het in de jeugd”. Hij rook naar zeep en vertelde als een oude bompa.

“Antwerpen is altijd een opstandige stad geweest. In de volkse wijken hing er altijd een rebelse sfeer. Ik zeg niet revolutionair, hé. Tijdens de oorlog brachten de nazi’s een krant uit, ‘Volk en staat’. Weet je hoe de mensen in de Antwerpse wijken die noemden? Vodden op straat!” Er volgde een gulle lach, alsof hij er vijftig jaar later nog steeds van genoot. Verder gaf Ernest me nog de raad mee om niet elke dag van een mensenleven aan de politiek te spenderen. Revolutionairen moeten gewone, normale mensen zijn, die ook tijd maken voor andere aspecten van het leven, zo klonk hij. Het gesprek heeft mijn leven zeker niet veranderd, maar toen Mandel een half jaar later stierf, was ik tevreden dat ik hem toch één keer had gesproken.

Vandaag ligt er voor mij een boekje met de titel: “Ernest Mandel. Nationaliteit en klassenstrijd in België”. Het gaat om een bundeling van teksten van Mandel over de nationale kwestie in ons land. Het werd samengesteld door het opmerkelijke duo Hendrick Patroons en Gertjan Desmet. Opmerkelijk, want Hendrick Patroons, Pips voor de kameraden, is een man van 68 met een jarenlange activiteit in de antikapitalistische beweging in ons land, maar ook in Frankrijk, waar hij woont. Terwijl Gertjan zowat veertig jaar jonger is, maar desondanks toch al een flinke kennis over de geschiedenis van de radicale linkerzijde heeft opgebouwd.

De opmerkelijkste artikels uit het boek schreef Mandel in de periode waarover hij het had in die auto naar dat congres. Ze stammen uit 1939, de auteur ervan was 16 jaar! Het ene handelt over de zaak ‘Martens’. Die zaak ging over een radicaal Vlaams gezinde dokter die omwille van zijn activisme tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1919 ter dood werd veroordeeld. Hij vluchtte, kon dankzij clementiewetten terugkeren naar ons land in de jaren 30 en werd bekend als specialist interne geneeskunde. De toenmalige regering Spaak – een coalitie van katholieken, liberalen en sociaal-democraten- nam dokter Martens op als lid van de Vlaamse academie voor Geneeskunde. Dat leidde tot een storm van protest vanuit Franstalige kringen, Martens was immers een landverrader en een Vlaamse nationalist. De regering Spaak zou kort daarna springen.

De jonge Mandel grijpt die zaak aan om zijn visie te geven op de Vlaamse kwestie. Hij was actief in de Revolutionair Socialistische Partij, de Belgische afdeling van de net opgerichte Vierde Internationale. In Antwerpen waren daar nogal wat Duitse ballingen in actief, waaronder ook de familie Mandel. Grappig is dat Patroons en Desmet ook de commentaren meegeven van de toenmalige leermeester van de jonge Ernest, die trouwens schreef onder de naam Esra. Het gaat dan ondermeer om Frits Besser, pseudoniem ‘Brink’, die de jonge Mandel op allerhande theoretische tekortkomingen wijst en hem aanbeveelt zich toch nog maar eens te buigen over het Communistisch Manifest.De artikels zijn nochtans indrukwekkend geschreven, voor een zestienjarige. Al eindigen ze steevast met een wat pathetische oproep om aan te sluiten bij die enige juiste linkse partij, de RSP. Iets waar sommige linkse organisaties vandaag nog steeds last van lijken te hebben.

De jonge Ernest verdedigt die dokter Martens niet zomaar, hij tracht wel bloot te leggen waarom het geval tot zo’n politieke crisis leidt. Hij toont zich bovendien als een verdediger van Vlaamse zelfstandigheid, al kan die volgens hem niet bereikt worden binnen een kapitalistisch kader. “Wanneer de Vlaamse en Waalse arbeiders en boeren schouder aan schouder strijdend de zege verworven hebben en hun sovjetrepubliek hebben gesticht, dan pas kan er van een Vlaamse sovjetstaat naast een Waalse sovjetstaat sprake zijn.” Nee, van unitarisme kon je de jonge Ernest niet verdenken. Een tweede artikel uit datzelfde jaar heeft als titel “Theses tot het Vlaamsche vraagstuk”. Daarin plaatst hij de Vlaamse kwestie in historisch perspectief en heeft hij het over de opdracht van links.

Hoe kijkt hij ernaar? Kort door de bocht, dan maar. De onderdrukking van de Vlamingen in de staat België is niet louter cultureel of administratief. Die onderdrukking heeft ook een politiek en economisch karakter. In de 19de eeuw was Vlaanderen een totaal achtergestelde en haast achterlijke regio. Op Antwerpen en Gent na was de industrialisering vooral een Waals fenomeen. De burgerij was Franstalig. Maar ook in Vlaanderen spraken de kasteelheren en de opkomende burgerij Frans. Ten gevolge van die onderdrukking en ellende kende Vlaanderen tussen 1830 en 1850 het laagste geboortecijfer van heel Europa, op Ierland na. De massa’s werden dom gehouden en verdwaasd door het katholicisme.

Daarna volgt er een resem gemiste kansen op aansluiting tussen de opkomende Vlaamse beweging en de opkomende arbeidersbeweging. Interessant is dat Mandel die gemiste kansen toeschrijft aan het reformisme van de sociaal-democratie. Voor hem is het duidelijk: een bevrijding van de Vlamingen zou niet louter een culturele bevrijding moeten zijn maar ook de economische basis van de onderdrukking moeten wegnemen. Socialisme en nationale bevrijding gaan hand in hand en hebben elkaar nodig. Maar doordat de BWP het liever op akkoordjes gooit met de burgerij, verbindt het na een tijd zijn lot aan België.

Daardoor ontwikkelt de Vlaamse beweging zich als een (klein-)burgerlijke beweging die zich zou louter toespitst op culturele en administratieve rechten en de strijd voor een egalitaire maatschappij laat varen. Nog later komt die beweging op die manier in extreem-rechts vaarwater terecht. Doordat de Vlamingen culturele en administratieve rechten verwerven, maar de Vlaamse beweging zich niet socialistisch opstelt, haast integendeel, is de opkomst van een Vlaamse burgerij er het logische gevolg van.

Daar heeft de jonge Mandel geen goed woord voor over. Het leidt tot een concurrentie tussen de Vlaamse en de Waalse arbeidersklassen. Maar het gaat ook om een nep-bevrijding, gezien het om een Vlaamse burgerij gaat die staat te popelen om de Vlaamse meerderheid uit te buiten. Grappig is hoe Mandel beschrijft hoe de voorloper van het huidige VOKA bij zijn oprichting een Vlaams aandeel in de uitbuiting van Congo opeiste. Mandel vond dus dat de socialistische beweging had moeten ijveren voor Vlaamse zelfstandigheid en zo in één slag de culturele, de politieke en de economische onderdrukking van de Vlamingen had kunnen bekampen.

Het boek van Patroons en Desmet bevat nog een hele resem andere teksten van Mandel over de nationale kwestie. We komen er nog eens op terug. Maar het is een nuttig en intrigerend boekje geworden. De vraag is wat Mandel van de huidige politieke situatie zou vinden. Een situatie waarin die Vlaamse burgerij dominant geworden is, over het grootste Vlaamse politieke vehikel beschikt en een autonomie bepleit die duidelijk wel de concurrentie met Wallonië aangaat. En dan hebben we het nog niet over de extreem-rechtse separatisten van Vlaams Belang…

Het zorgt ervoor dat nogal wat linkse Vlamingen vandaag de belgicistische kaart menen te moeten trekken. De meest invloedrijke radicaal linkse partij van het land, de PVDA, is daar een illustratie van. Die partij bepleit één unitaire Belgische staatsstructuur, met daaronder enkel maar provincies en gemeenten. Elke vorm van autonomie voor de gemeenschappen wordt weggewuifd als etnisch-nationalistisch. We mogen niet spreken in naam van de doden, maar het lijkt evident dat Mandel dit neo-unitarisme een grove vergissing zou vinden. De strijd van de Vlamingen tegen onderdrukking en voor autonomie was bijzonder legitiem. En de linkerzijde kan daar maar best een eigen vertoog over ontwikkelen en eigen voorstellen doen rond de organisatie van de staat waarin we leven. Tricolore tranen zijn daarbij overbodig. Met die gedachte heb ik de laatste pagina van dit boek omgeslaan.

Deze boekbespreking verscheen oorspronkelijk op socialisme21.

Nu te bestellen!

Nationaliteit en klassenstrijd in België is een uitgave van het Uitgavenfonds Ernest Mandel en het IIRE.

mandel14
Het boek kan besteld worden bij het Uitgavenfonds Ernest Mandel door overschrijving van 15 euro/exemplaar (verzendingskosten inbegrepen) op het rekeningnummer van Vorming Leon Lesoil, met vermelding van “Nationaliteit en klassenstrijd” en het aantal gewenste exemplaren.

IBAN: BE09 0010 7284 5157

BIC: GEBABEBB

 

 

 

 

 

Print Friendly
Share This