Wat het Waals verzet tegen CETA zoal leerde

ttip-ceta-manif-20-september-dennis-licht-4-tcm183-394148

Hoe het verder ook moge verlopen met het Waals “non” aan het huidige CETA, er zijn nu reeds heel wat lessen uit te trekken.

Dat de hele EU op zijn kop staat en de instellingen hun verbijstering en woede nauwelijks kunnen in toom houden, bewijst dat ze in parlementaire goedkeuringen slechts een formaliteit zien waarvan het resultaat op voorhand dient vast te staan. Ze worden in dit vertrouwen op een goede afloop natuurlijk ook wel gesterkt door de talloze Europese verdragen, verordeningen en richtlijnen die moeiteloos doorgedrukt konden worden zonder dat een (Waalse of andere) haan er naar kraaide. De Europese leiders voelen zich bedrogen, ze gingen er vanuit dat iedereen het klappen van de zweep nu wel kende. En dan heb je zoiets voor!

Wat valt er aan te doen? Je kunt eerst de goedkope trucs proberen; we spreken niet van de tranen van de Canadese minister van handel Freeland maar van de “interpretatieve nota”, het vrijblijvend tekstje waarmee de Commissie hoopte alle twijfels weg te werken. Ze had echter niet door dat dit eerder beledigend overkwam in een Waals Parlement waar men meer dan in welk ander parlement in Europa over CETA gedebatteerd heeft.

Je kunt het vervolgens via de vrienden proberen. De Waalse PS is toch lid van de grote Europese sociaal-democratische familie die CETA wil goedkeuren? François Hollande, Martin Schulz, Gianni Pittella doen een poging, maar ook dat helpt niet. Er is meer nodig. Je kunt druk uitoefenen, de weerbarstigen tot de orde roepen, ultimatums stellen… In Griekenland had die aanpak een overtuigend succes, maar helaas zit het droogleggen van de Belgische banken er als chantagemiddel momenteel niet in.

Natuurlijk doen ook de Belgische vrienden van Europa hun duit in het zakje. Op een plompe manier, zoals de N-VA die Waals minister-president Magnette en zijn PS voor ‘bolsjewieken’ uitmaakt. Op een gewaagde manier, zoals gewezen handelscommissaris De Gucht en zijn liberale vrienden van de Open VLD die vinden dat de Belgische wetgeving ter zake kan opzij geschoven worden, en dat België het Waalse non moet negeren en CETA gewoon goedkeuren. Of op een geniepige manier, zoals voorgesteld door Guy Verhofstadt, eveneens VLD maar bovendien aanvoerder van de liberale fractie in het Europees Parlement.

Als “de Walen” het spel niet willen spelen, moeten de spelregels gewoon aangepast worden. CETA wordt nu behandeld als een ‘gemengd akkoord’, waardoor ook de parlementen in de lidstaten er aan te pas komen; bestempel CETA als “EU – only’”akkoord en je zet ze buitenspel! Het is enigszins vervelend dat het onderhandelingsmandaat dat de lidstaten aan de Commissie gaven uitdrukkelijk spreekt van een gemengd akkoord, maar wie zou daar over vallen?

Ondertussen worden door het weldenkend deel van de Belgisch en Europese beleidsmakers allerlei argumenten ontwikkeld om aan te tonen dat het Waals non helemaal niet voortkomt uit democratische bekommernissen, maar een plat politiek spel is. Men heeft het dan haast uitsluitend over de PS, en veel minder over het christendemocratisch cdH dat evenzeer CETA afwijst (net zoals Ecolo en PTB). Maar het is de PS die, opgestookt door de communistische PTB een links populistische koers vaart.

Hierover kunnen we het volgende zeggen. Hoopt de PS hiermee stemmen te winnen, of op zijn minst niet te verliezen aan de PTB? Zonder de minste twijfel! Zou het kunnen dat ook cdH – politici het aandurven om aan verkiezingsresultaten te denken? Ook dat valt niet te betwijfelen. Immers, alleen VLD, MR, CD&V of N-VA denken uitsluitend aan het algemeen belang, electorale berekeningen zijn hen volkomen vreemd…

Maar wat betekent het als politieke partijen een positie kiezen waarvan ze hopen dat ze electoraal lonend is? Dit betekent eenvoudig dat er, op zijn minst in Franstalig België, een publieke opinie bestaat waarvoor verzet tegen CETA een kiesargument kan zijn. Wat een burger interesseert is niet of een partij uitsluitend gedreven wordt door “zuivere” motivaties, maar of ze zijn/haar standpunt op het politieke forum zal verdedigen.

Dat de PS zich tegen CETA verzet is in de eerste plaats een succes voor die militanten uit sociale bewegingen, vakbonden en boerenorganisaties die sinds vele jaren, en aanvankelijk met weinig gehoor, de publieke opinie hebben proberen te informeren over de gevaren van TTIP, CETA en gelijkaardige verdragen. Sociale agitatie sloeg over naar het politieke terrein.

Het moet trouwens gezegd dat het hetzelfde mechanisme is dat de PTB/PVDA er, vrij recent, toe leidde om zich actiever met de problematiek van de vrijhandelsverdragen in te laten (1); het “pionierswerk” gebeurde door groepen met vrij beperkte middelen zoals Comités Action Europe, Constituante, D19-20…

Men moet ook nog opmerken dat een zeker verzet uit PS-rangen tegen het Europees beleid toch van langer dan oktober 2016 dateert. In 2012 stemden de drie Franstalige Belgische sociaaldemocraten in het Europees Parlement (Daerden, De Keyser en Tarabella), samen met slechts drie andere fractiegenoten (maar niet hun Vlaamse collega’s Van Brempt en Khadraoui), tegen het “twopack”. In mei 2013 waren ze eveneens onder de weinige uitzonderingen om een resolutie van het Europees Parlement ter ondersteuning van TTIP te verwerpen; idem in 2014 als het over het “vierde spoorwegpakket” ging. Onlangs meldden we ook nog dat de huidige drie PS-Europarlementariërs toetraden tot de “progressieve caucus”. Spreken van een plots electoraal PS-manoeuvre klopt dus ook niet echt.

De hele CETA-episode bevestigt eens te meer dat de Europese Unie steeds dieper wegzakt in een post – democratisch bewind dat korte metten wil maken met de resterende democratische regels in de lidstaten, en zelfs met de eigen EU-bepalingen. Als het ondemocratisch is dat “Wallonië een half miljard Europeanen gegijzeld houdt” zoals het recent vaak klonk, dan hebben nog kleinere entiteiten als Luxemburg, Estland, Letland, Litouwen, Cyprus, Malta of Slovenië dat recht nog minder.

Als het “oneerlijk” is dat België een akkoord blokkeert, dan mogen in de toekomst ook Portugal, Griekenland, Tsjechië, Zweden, Hongarije, Oostenrijk, Bulgarije, Denemarken, Finland, Slowakije, Ierland en Kroatië ook al niet meer dwarsliggen. Na de uitstap van het Verenigd Koninkrijk blijven er dan zeven staten over om te beslissen over de ‘unie’. Maar wie logisch blijft zal het dan toch ook niet kunnen hebben dat 67 miljoen Fransen in de weg liggen van 80 miljoen Duitsers?

Noot:

1) In hun Europees verkiezingsprogramma voor 2014 wordt summier de stopzetting van de TTIP-onderhandelingen geëist, CETA of TiSA worden niet vermeld.

Dit aritkel verscheen oorspronkelijk op Ander Europa.

Print Friendly

Reacties

  1. andy de gryse zegt:

    Goed gezegd. Al is de leugen nog zo snel , de waarheid achterhaalt die wel!

Laat wat van je horen

*

Share This