Voor een doordachte strijd tegen het huidige neoliberale feminisme

Deel twee en drie in deze reeks zijn bedenkingen bij een dominante neoliberale feministische ideologie rond de idee van “gelijkheid van man en vrouw” en hoe deze ons de gevestigde ongelijke orde aanpraat en het denken beïnvloedt. Deel 3 brengt elementen van verklaring en concludeert met de stelling dat een eigentijdse herdefiniëring van een strijdend maatschappij veranderend feminisme noodzakelijk is.

Een palet van feministische visies

Het is niet omdat deze ongelijkheden maatschappelijk evolueren en veranderen dat hun opheffing automatisch in het verschiet is, waar ook ter wereld en dus ook niet in het westen.

De andere stelt dat de westerse bestaande orde net de weg naar vrijheid heeft geopend voor vrouwen en dat dit zelfs het enige lichtend voorbeeld is voor alle vrouwen.

Ingrijpender dan welke beweging ook heeft de feministische en vrouwenbeweging de samenleving en de relaties tussen vrouwen en mannen veranderd. Vrouwen dwongen via harde strijd rechten en vrijheden af. Maar hun structureel ongelijke positie blijft een feit.

Over het uiteindelijke waarom daarvan bestaan in laatste instantie twee tegengestelde visies met vele nuances daartussen.

De ene stelt dat de bestaande orde de bevrijding van vrouwen en (elke) gelijkheid in de weg staat, vermits ze steunt op structurele machtsongelijkheden en seksisme. Het is niet omdat deze ongelijkheden maatschappelijk evolueren en veranderen dat hun opheffing automatisch in het verschiet is, waar ook ter wereld en dus ook niet in het westen.

De andere stelt dat de westerse bestaande orde net de weg naar vrijheid heeft geopend voor vrouwen en dat dit zelfs het énige lichtend voorbeeld is voor alle vrouwen.

Het feminisme heeft altijd een palet aan visies gekend dat gaat van uiterst behoudsgezind tot uiterst maatschappijkritisch. Nieuw is het feit dat een uitgesproken zelfgenoegzaam wit imperialistisch islamofoob en elitair feministisch discours in alle feministische stromingen zijn invloed laat gelden. Het verdeelt de feministische beweging op een akelige andere manier dan via de traditionele ideologische lijnen. (1)

Dat heeft alles te maken met de evolutie van het feminisme sinds de jaren 1970 toen het een kritische basisbeweging was. Het werd voorwerp van een proces van institutionalisering, precies in een periode van gestage neoliberalisering van het beleid. Uiteraard bleef er een basisbeweging bestaan, maar de rol en invloed ervan is verschrompeld terwijl de druk op vrouwenorganisaties in het zogenaamde middenveld om beleidsconformerend te werken steeds groter is geworden.

Men kan daar nostalgisch over doen of verklaringen zoeken. Zeker nu het feminisme weer opleeft in al zijn contradictorische vormen is dit laatste een interessante uitdaging. Vandaar een korte en al te summiere terugblik, die de ontwikkelingen van en binnen de feministische en vrouwenbeweging (2) plaatst in de bredere context van de heersende maatschappelijk – politieke en ideologische krachtsverhoudingen, waaraan niemand ontsnapt uiteraard.

Dominant van onder uit

Tot vrij recent werd de feministische en vrouwenstrijd grotendeels van onderuit gevoerd tegen een door en door patriarchaal establishment dat van vrouwenrechten niet wilde weten en dat niet verlegen zat om de meest onwaarschijnlijke argumenten aan te halen tegen het recht op voorbehoedmiddelen en abortus of voor deeltijds werk of om seksueel geweld tegen vrouwen te minimaliseren, noem maar op. Argumenten die nog steeds opduiken overigens.

Tijdens de jaren 1970 maakten de nieuwe autonome feministische groepen deel uit van de brede, diverse en wereldwijde protest en strijdbeweging tegen de gevestigde orde en voor vrijheid, zelfbeschikking en solidariteit, de zogenaamde mei ‘68 revolte. Hoewel deze feministische groepen een minderheid vormden in de brede vrouwenbeweging was hun radicaal maatschappijkritisch tot antikapitalistisch feminisme dominant in de actie en de visie-ontwikkeling. Met de slogan “het persoonlijke is politiek” populariseerden ze het nieuwe inzicht dat de scheiding van de privésfeer/rol van de vrouw en de publieke sfeer/rol van de man geen natuurlijke maar een politieke orde is. Door dat alles stuwden ze de vrouwenstrijd vooruit.

Traditionele vrouwenorganisaties, vakbonden en partijen waren gevoelig voor het succes van de nieuwsoortige feministische ideeën en actie- en organisatievormen. Ook de media besteedden er veel aandacht aan.

Zo kwam een brede vrouwenbeweging in actie waarin feministische kernbegrippen zoals zelfbeschikking, gelijkheid, vrijheid, solidariteit ingeburgerd geraakten. Niet voor niets kreeg deze feministische opgang het etiket van tweede feministische golf.

Die kernbegrippen werden ideologisch uiteenlopend ingevuld: liberaal, socialistisch, radicaal, revolutionair. Maar op de vrouwendagen waren de vele verschillende vrouwenorganisaties aanwezig, ook in de debatten waar het er soms heftig aan toe ging.

Dominant van boven af

De invloed van het links radicale feminisme zwakte in de loop van de jaren 80 af, zoals trouwens de invloed van gans radicaal links. De vrouwenbeweging behield – in België – wel een tijd haar actiecapaciteit rond bijvoorbeeld een thema als abortus uit het strafrecht. Tegelijk verwezenlijkte zij haar eis van een politieke en institutionele integratie via een staatssecretariaat voor vrouwenzaken, emancipatiecommissies en dito ambtenaren, academische vrouwenstudies. Ze zag er een hefboom in om eisen te verwezenlijken. Tot op zekere hoogte was ze in dit opzet geslaagd. Het betekende enerzijds een erkenning van het feminisme en aandacht voor een hele reeks vrouweneisen maar anderzijds luidde het de totale marginalisering in van vooral het feminisme dat tegen het systeem was.

Het uitgesproken ideologische debat ging, niet alleen binnen de feministische beweging overigens, teloor in het kielzog van het zogenaamde einde van de “grote verhalen”. De leegte werd allengs opgevuld door een oppervlakkig consumptie feminisme en een dito anti – feminisme. De feministische kernbegrippen verwaterden in de handen van het beleid, de commerce, de media, de mode, de porno – industrie, ngo’s, auteurs, wetenschappers, de politiek…

Het gelijke kansenbeleid kleurde netjes binnen de lijnen van het steeds meer antisociale en discriminerende neoliberale beleid. Feministische thema’s werden commercieel en politiek geïnstrumentaliseerd. Beelden van sterke glamoureuze super vrouwelijke topvrouwen in de politiek, het bedrijfsleven, de showbizz, de media werden en worden gepromoot, de ene in gedistingeerde mantelpakjes, de andere in sexy outfits – als het maar geld uitstraalt. Feminisme en anti – feminisme werden in luchtige hapklare brokken geserveerd. Maar de feministische actie verdween ook nooit helemaal van het toneel.

Het was wel de perfecte setting voor de dominantie van een neoliberaal en maatschappij – bevestigend elitair feminisme. In zijn zuivere vorm wekt het duidelijke feministische tegenreacties op. Toch is de diffuse invloed ervan op het feministisch denken en handelen niet te onderschatten. Ten eerste door de teloorgang van het ideologisch debat. Ten tweede omdat dit dominant feminisme een nooit geziene graad van versmelting heeft bereikt met het politiek beleid en zijn heersend discours waardoor een wit eurocentrisch elitair en racistisch feminisme met succes verkocht wordt als hét feminisme.

Zo zijn we beland in een ondraaglijke contradictorische situatie. Verworven vrouwenrechten worden op vele manieren aangevreten in naam van een feminisme dat zich een legitimatie verwerft via onder meer een (dubieuze) anti – seksistische verontwaardiging. Eigenlijk waren we beter af met het plat anti – feminisme van weleer, dat vandaag het monopolie is geworden van een brutaal rechts seksisme, zoals dat van dat Poolse Europarlementslid – om de Amerikaanse president niet nog eens te noemen – waarover iedereen super moreel verontwaardigd kan doen en zich op die manier een aura van feminisme toemeten. (3)

De verwevenheid van kapitalisme en vrouwenonderdrukking

Een steeds complexere veelzijdige ongelijkheid tussen mannen en vrouwen blijft onze samenleving tekenen. Het is een krachtige bestaansreden voor een feminisme, dat verder reikt dan morele verontwaardiging over seksisme en een loze slogan als gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Die ongelijkheid van mannen en vrouwen is fundamenteel getekend door sociale status en wordt doorkruist door vele andere vormen van achterstelling en privileges, gecombineerd met vele vormen van discriminatie.

Om het bij werkrelaties te houden als voorbeeld. Een werknemer is geprivilegieerd als hij meer verdient of als hij gemakkelijker toegang heeft tot voltijds werk of promotie dan zijn vrouwelijke collega. Als hij wit is en hetero en geen vreemde naam heeft deelt hij een privilege met zijn dito vrouwelijke collega ten koste van collega’s m/v met een kleur of een vreemde naam of ongewoon gendergedrag. Kruispuntanalyses ontwarren dit maatschappelijk kluwen van achterstellingen en privilegies.

Om verder te gaan op het voorbeeld van werkrelaties, één categorie heeft een dominante geprivilegieerde positie, namelijk werkgevers (m/v). Hun privileges danken ze aan hun klassenpositie die hen in staat stelt alle mogelijke ongelijkheden tussen hun werkne(e)m(st)ers uit te spelen om een maximale winst te realiseren. Ons (democratisch) politiek systeem geeft hen daarbij alle steun, getuige de looninleveringspolitiek, die al jaren zelfs de gendertoets niet doorstaat (4), de minimalisering en zelfs ontkenning van discriminatie, racisme en islamofobie, ondanks de wetgeving (5), het doordrukken van de wet Peeters “wendbaar en werkbaar werk”, ondanks het massale burger en vakbondsprotest.

De oude begrippen uitbuiting en onderdrukking zijn nog altijd nuttig: uitbuiting verwijst naar de sociale (machts – ) verhouding werkgever – werknemer. De eerste maakt winst dankzij de werkkracht van de tweede en kan niet bestaan zonder onderdrukking. Onderdrukking verwijst naar alle vormen van (machts – ) ongelijkheid tussen diverse categorieën van mensen op basis van een hele reeks discriminatiegronden.

Het bijzondere van de sekse-ongelijkheid is dat ze altijd in het spel is. Vrouwelijke ondernemers/werkgevers hebben het ook moeilijk in het mannenbastion dat de bedrijfswereld nog altijd is, maar dat maakt hen niet tot bondgenoten van de klasse van werkneemsters, zeker niet als het op sociaal – economische privileges aankomt. Voor de strijd tegen discriminaties op basis van geslacht kunnen vrouwen aan de top terugvallen op een gevestigd elitair feminisme, dat hun sociaal – economische privileges exclusief voorstelt als het resultaat van voorbeeldige sterke individuele prestaties alsof het heersende sociaal – economisch en politiek systeem er voor niets tussen zit.

Dat betekent niet dat het seksisme dat hen zoals alle vrouwen op vele openlijke en onderhuidse, op brutale en vriendelijke manieren treft mag weggewuifd worden of dat seksistische of racistische beledigingen aan hun adres mogen geduld worden onder welk beding ook. Het seksisme dat zij meemaken is ook niet speciaal omwille van hun sociale positie… Het is seksisme zoals het alle vrouwen treft.

Een helemaal doordachte kruispuntanalyse kan alleen maar kan uitmonden in een antikapitalistische stellingname. Een feminisme dat alle vormen van uitbuiting, discriminatie en onrechtvaardigheden waartegen vrouwen strijden wil erkennen, herkennen en gelijkwaardig omarmen moet intersectioneel en antikapitalistisch zijn wil het de doelstelling van vrouwenbevrijding waardig zijn. En het moet als autonome beweging meer dan ooit kruisverbindingen met andere bevrijdingsbewegingen nastreven.

Over de consequenties daarvan voor feministen en hun strijd is nog heel wat te zeggen. Via twee voorbeelden moet blijken dat dit vandaag belangrijker is dan ooit. De kans om in de val te trappen van een wit hegemonisch feminisme en de verleiding om het succes van acties te meten aan de bijval die ze krijgen is groot. Twee voorbeelden kunnen dit duidelijk maken.

Het geval Equal Pay Day

Het valt misschien niet meteen op, maar de Equal Pay Day campagne van Zij – Kant (6) is exclusief wit en dat in een wereld die zo super divers is geworden. Wit is de enige kleur in de beeldvorming, wit en elitair is het denkwerk er achter, zoals tot uiting komt in onbedoelde maar daarom niet minder denigrerende, discriminerende en/of racistische uitschuivers (7), suggestief wit is het cijfer van de loonkloof, dat vrouwen en mannen samenvat in homogene categorieën.

Om het nut en het succes van de campagne aan te tonen licht Zij – Kant de categorie voltijds werkende vrouwen en mannen in de privésector uit het globale cijfer. Voor deze categorie is de loonkloof nagenoeg gedicht luidt het, namelijk van 15% in 2001 naar 5% in 2014, terwijl de globale loonkloof 20% blijft. De “grote boosdoener” zijn deeltijds werk en de ermee samenhangende segregatie van de arbeidsmarkt.

Maar de positieve evolutie van de loonkloof in de privésector (8), de toename van deeltijds werk sinds het einde van de jaren 70 en de hardnekkige segregatie op de arbeidsmarkt lijken eerder historische ontwikkelingen van de kapitalistische arbeidsmarkt, bijgestuurd door CAO’s.(9)

De essentie is dat het mediatieke loonkloofcijfer een ongelijkheid op de arbeidsmarkt verdoezelt die zoveel complexer is dan een simpele loonongelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Daar is Equal Pay Day niet echt mee bezig, op de herhaling na van de obligate en onhandig geformuleerde vermeldingen in respectievelijk de perstekst en de brochure dat “de genderkloof aanzienlijk vergroot wordt door de ‘etnische kloof’ (sic)” en dat “personen die dubbel benadeeld worden – vrouw en laaggeschoold, vrouw en niet belg (sic) – bijzondere aandacht verdienen” zonder vermelding van hoe of wat. (10)

De flashy campagnes van Equal Pay Day dreigen zo eerder een schadelijk ideologisch neveneffect te hebben dan een effectieve impact op het terrein.

Het geval BOEH

Een totaal andere case is de actiegroep Baas Over Eigen Hoofd (BOEH). BOEH verenigt vrouwen van diverse levensbeschouwelijke gezindte, die de strijd aanbinden tegen het hoofdoekenverbod bij de overheid, in scholen, op de werkvloer.

Dat unieke actiepunt argumenteren ze vanuit het feministisch principe van zelfbeschikking en gelijkheid: vrouwen bepalen zelf wel of ze een hoofddoek dragen of niet. Dat zetten ze kracht bij door een (kruispunt)analyse van de complexe manier waarop een hoofddoekenverbod een bepaalde categorie vrouwen en meisjes structureel discrimineert en als ongelijke burgers behandelt, nl. op basis van hun sekse, hun geloof, hun toegang tot school en arbeidsmarkt en als persoon en burger, die aangesproken wordt, uitgescholden, ter verantwoording geroepen voor terrorisme enz.

Een spontaan neveneffect van de activiteiten en deskundigheidsvorming van de leden van de groep is dat ze ook een proces doormaakten dat hen tot een gedeeld intersectioneel feminisme bracht, dat uitgaat van de principes van gelijkheid, vrijheid en solidariteit en de concrete bekommernis om de rechten van alle vrouwen. Toch kan de strijd van BOEH op veel minder bijval rekenen dan Equal Pay Day. En dat is zacht uitgedrukt.

De waarde van volgehouden eisen en acties

Links radicale feministische en vrouwenorganisaties zaten na de tweede feministische golf tijdens de neoliberale opgang van de afgelopen 30 jaar in het defensief. Ondanks een algemene scepsis bleven ze tegen de stroom – de mainstream – in gaan. Het VOK (11) bleef lange tijd quasi alleen een radicale werktijdverkorting voor iedereen verdedigen en staat daar vandaag niet meer alleen in.

Nieuwe actiegroepen zagen het licht. “Blijf van mijn hoofddoek” (12) voerde actie tegen de toenemende trend om de hoofddoek te verbieden op scholen. BOEH (13) toonde Patrick Janssens dat zijn hoofddoekverbod tegen zijn arrogante voorspelling in nooit zou vergeten worden en haalde gelijk tegen een school in een arrest van de Raad van State. FEL (14) voerde geslaagde acties tegen seksisme en mannen die dachten het nog altijd straffeloos te kunnen beoefenen. Het zijn maar enkele voorbeelden van de vele meestal kleine initiatieven, waar ook al het schrijfwerk op de sociale media moet bij gerekend worden en het onderzoekswerk van enkele academica’s. Vaak vanuit een vrij marginale positie leveren ze taai creatief en actief tegengas tegen het heersende neoliberale feministische discours.

Het is duidelijk dat dit discours resoluut moet bestreden worden. De gezamenlijke eigentijds herdefiniëring van een radicaal antikapitalistisch en intersectioneel feministisch denkkader kan dit weerwerk in moeilijke tijden van neoliberale dominantie alleen maar versterken.

Noten:

1) De invloed van deze laatste strekking is diep doorgedrongen in feministische kringen. Hij manifesteert zich onverwacht zoals op de laatste vrouwendag (zie bijvoorbeeld Ida Dequeecker, 14 nov 2016, De 45ste vrouwendag en het thema van racisme en culturalisering. De Tweede Sekse blog. Die strekking manifesteerde zich ook op laatste internationale vrouwendag waar naast sterke acties en standpunten (zie o.a. interview met Sarah Scheepers op VRT op 8 maart) een wit elitair feminisme en een wit pseudo – feminisme à la Theo Francken, omringd door zijn vrouwelijk personeel met bloem in de hand en tutti quanti veel media aandacht kreeg.

2) Het onderscheid maken tussen de feministische en vrouwenbeweging is zinvol omdat het feminisme als filosofie (die verschillend ingevuld wordt) niet noodzakelijk alle vrouwenstrijd inspireert.

3) Zie bv. Zuhal Demir in De Afspraak

4) zie Feministisch sociaal economisch platform, Furia vzw en Sofie De Graeve, 8 maart 2017, Papieren tijgers zonder tanden, opinie in De Standaard.

5) Zie https://www.belgium.be/nl/justitie/slachtoffer/klachten_en_aangiften/discriminatie

6) Zie http://www.equalpayday.be/

7) De campagne van 2014 had beelden van een kale, een rosse en een dikke man en een zwarte man telkens met de slogan kale enz. mensen moeten meer verdienen. U vindt dit schandalig voor kale enz. mensen? Waarom niet voor vrouwen. De campagne van 2012 had de slogan: Verklein de loonkloof, wordt pornoactrice.

8) in 1954 bedroeg de loonkloof in de industrie 42,72%

9) Zie: Loonkloof smalst in België http://www.standaard.be/cnt/dmf20170308_02770421?_section=60571720&utm_source=standaard&utm_medium=newsletter&utm_campaign=biz&M_BT=148239855670&adh_i=05d8da516734118b25125c2bec835fd9&imai=

10) Zie ook het rapport van het IVGM

11) Nu Furia, https://www.furiavzw.be/

12 Zie https://daklozenaktiekommitee.wordpress.com/2006/11/07/247/

13) BOEH – baas over eigen hoofd

14) FEL – feministisch en links

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This