Uitdagingen voor links in de Spaanse Staat

podemos

Podemos is een van meest fascinerende ontwikkelingen in links Europa.(1) Jarenlang werd de politiek in Spanje gedomineerd door twee partijen: de conservatieve Volkspartij (Partido Popular, PP), van Mariano Rajoy, en de Socialistische Arbeiderspartij van Spanje (PSOE), van Pedro Sánchez. Maar bij de verkiezingen van december 2015 won het nieuwe linkse Podemos vijf miljoen stemmen, stemmen van de lagere klassen tegen de economische elites en hun bezuinigingspolitiek. Dat is 20 procent van het electoraat en gaf Podemos 69 van de 350 zetels in het huis van afgevaardigden.

Podemos heeft zijn wortels in de Spaanse occupy-beweging 15-M, vernoemd naar de dag dat ze begon, 15 mei 2011, ook bekend als de indignados (verontwaardigden) of movimiento de las plazas (beweging van de pleinen). Uiteindelijk namen 6 miljoen Spanjaarden deel aan de 15 mei protesten die van pleinbezettingen uitgroeiden tot twee jaar durende golven van protest tegen werkloosheid en privatisering van publieke voorzieningen als de gezondheidszorg en onderwijs.

Deze beweging toonde het gebrek aan vertrouwen van grote delen van de Spaanse samenleving, vooral van geschoolde jongeren, in het oude tweepartijensysteem, inclusief de sociaal-liberale PSOE die het bezuinigingsbeleid vormgaf en uitvoerde, maar ook in het sociaaldemocratische Izquierda Unida (IU, Verenigd Links, (2)). Deze lange golf van protestbewegingen tastte de legitimiteit aan van het tweepartijensysteem dat bestond sinds de overgang van de Franco-dictatuur naar democratie in 1978.

Het succes van Podemos in de verkiezingen voor het Europese parlement in 2014 was aanleiding voor conservatieve krachten, die ontevreden waren over de inefficiëntie en corruptie van de PP, om een nieuwe neoliberale partij op te richten: Ciudadanos (Burgers). Het succes van Podemos op links en Ciudadanos op rechts betekende dat noch de PSOE noch de PP meer dan 50 procent van de stemmen haalden. Geen van beide had dus de benodigde meerderheid om een regering te vormen en aangezien ze het niet eens werden over een coalitie moesten ze andere allianties vormen.

De PP trachtte een alliantie te vormen met de nieuwe rechtse partij Ciudadanos terwijl de PSOE, geketend aan neoliberaal beleid, ook de voorkeur gaf aan een coalitie met Ciudadanos. Zelfs een alliantie met de PP, hetgeen voor de PSOE politieke zelfmoord zou betekenen, had voor hen de voorkeur boven het vormen van een progressieve coalitie met Podemos. Na 128 dagen was er nog steeds geen regeringscoalitie gevormd en op 26 april ging de PSOE naar koning Felipe VI om hem te vertellen dat er in juni nieuwe verkiezingen nodig zouden zijn.

Podemos, de partij die uitdrukking geeft aan de eisen van de 15-M beweging, werd opgericht door twee groepen. De eerste was een groep van politieke wetenschappers en consultants verbonden aan Spaanse universiteiten, en de tweede een radicaal linkse organisatie, Izquierda Anticapitalista (Antikapitalistisch Links, de Spaanse zusterorganisatie van de SAP), die was voortgekomen uit de trotskistische Revolutionaire Communistische Liga.

Podemos nam veel van de gewoontes van de 15-M beweging over, zoals een breed netwerk van open, democratische vergaderingen (de zogenaamde ‘kringen’) waardoor het snel kon groeien. Podemos heeft nu 300.00 leden en won zoals gezegd 5 miljoen stemmen in de afgelopen verkiezingen. Van die 300.000 leden kunnen zo’n 20.000 gezien worden als politiek actief.

Podemos bestaat grotendeels uit drie groepen; de twee oorspronkelijke groepen, de eerste geleid door Pablo Iglesias en Íñigo Errejón, de tweede groep, tegenwoordig Anticapitalistas genaamd, en een derde groep wiens politieke ervaring vooral de 15-M beweging is. Pablo Iglesias, een voormalig lid van de Communistische jeugdorganisatie, is de leider van de jonge academici die samen de steun van de meerderheid van Podemos hebben.

Iglesias is charismatisch en hij en zijn vertrouwelingen neigen ernaar onderling besluiten te nemen die ze daarna, vooral via sociale media, doorgeven aan de leden. Zij sturen aan op een populistische organisatie, gebaseerd op het charisma van de leider, waarin de leden via plebiscieten deelnemen, dat wil zeggen dat de leiders beslissingen nemen die vervolgens door de leden goedgekeurd worden. Recent heeft zich tussen Iglesias en Íñigo Errejón, de op een na belangrijkste leider, een breuk voorgedaan.

De tweede oorspronkelijke component van Podemos is Anticapitalistas, een organisatie met ongeveer 700 leden die deelnemen aan de discussies en de kringen, in een poging de organisatie van de partij democratischer te maken. Hoewel relatief klein heeft Anticapitalistas veel invloed vanwege hun rol in de kringen en omdat hun antikapitalistische ideeën de huidige situatie goed kunnen verklaren en antwoorden bieden.

Anticapitalistas is een revolutionaire stroming, voortgekomen uit een klassieke marxistische arbeidersorganisatie met diepe wortels in sociale bewegingen als de feministische beweging en de beweging tegen het Spaans lidmaatschap van de NAVO.

De organisatie is gedurende de huidige economische crisis opgebouwd en heeft invloed verworven dankzij de rol van haar leden in sociale bewegingen als 15-M, Juventud sin Futuro (jeugd zonder toekomst), Plataforma de Afectados por las Hipotecas (PAH, Platform van door huisuitzetting getroffenen, en het meest recent de Mare Mortuum (Zee van dood) beweging tegen het Europese beleid tegen Syrische en andere vluchtelingen en immigranten.

Anticapitalistas heeft banden met de arbeidersbeweging en steunt de golf van autonome strijd en de stakingen die buiten het raamwerk van de grote bonden plaatsvinden (zoals die van werkers bij Coca-Cola en van bedrijven die ingehuurd worden door het telefoonbedrijf Telefónica).

Anticapitalistas is niet een oude linkse organisatie met een door iedereen nageleefde doctrine en gedisciplineerde leden. Het poogt een radicale, democratische organisatie te vormen. Alle belangrijke beslissingen van de organisatie worden in het openbaar genomen in publieke bijeenkomsten. De organisatie legt haar leden die in sociale bewegingen actief zijn geen verplichtingen op om bepaalde beslissingen uit te dragen maar vertrouwt erop dat zij verantwoordelijk zullen handelen.

De derde groep is de grote en gevarieerde categorie van mensen die zonder eerdere politieke ervaringen deelnamen aan de 15-M beweging. In deze beweging kwamen zij tot de conclusie dat er meer nodig was dan de publieke bijeenkomsten en dat om de instituten en de machtsverhoudingen in de maatschappij te veranderen er een politieke organisatie nodig was. Deze groep vertegenwoordigt de politieke cultuur van 15-M, van democratische, open vergaderingen. In de interne debatten en besluiten in Podemos vormt deze groep geen georganiseerd geheel, maar is ze meestal pragmatisch en sluit ze wisselende bondgenootschappen met de twee andere groepen.

Voor de komende verkiezingen is Podemos aan het onderhandelen met IU over de mogelijkheid van een alliantie. Er bestaat brede steun voor een dergelijke samenwerking omdat de miljoen stemmen van IU links in staat zouden kunnen stellen om de PSOE voorbij te streven als de tweede kracht in het parlement. Dit zou een dramatische verandering zijn. Steun voor deze coalitie is ook een gevolg van het succes van de Volkseenheid-platformen in de lokale verkiezingen van mei 2015.

Deze platformen werden gevormd door Podemos, IU en lokale lijsten opgesteld door bijeenkomsten van 15-M en stelden links in staat de meerderheid in de grote steden te winnen. Vooral belangrijk is dat in Catalonië (een regio in de Spaanse staat met een sterke eigen nationale identiteit) de coalitie Barcelona en Comú erin slaagde het burgemeesterschap van Barcelona te winnen. De organisator van PAH Ada Colau is nu de burgemeester van de tweede stad in het land.

Een overeenkomst tussen Podemos en IU zou ook tot een fusie kunnen leiden, vooral omdat verschillende stromingen IU al hebben verlaten om zich bij Podemos aan te sluiten en binnen de partijstructuur en op kieslijsten posities verworven hebben. Deze mogelijkheid is zowel een kans als een uitdaging voor Anticapitalistas.

Er staan nu vier kwesties centraal in de debatten in Podemos: 1) wat is de relatie tussen Griekenland en Syriza en die tussen Spanje en Podemos? 2) Wat is de relatie tussen het hervormen van het bestaande systeem en het ontwikkeling van een socialistische samenleving? 3) hoe zou Podemos intern georganiseerd moeten zijn? 4) Wat zou de rol van Anticapitalistas moeten zijn binnen Podemos?

Voor Anticapitalistas is een belangrijke rol weggelegd in deze debatten omdat ze het kapitalistische systeem zelf als de centrale kwestie ziet en daarom een ander politiek programma heeft. Zoals Anticapitalistas-lid Manolo Gari het verwoordde in een bijeenkomst van het linkse solidaritéS in Zwitserland: ‘Wij zijn voorstander van nationalisering van de energiebedrijven. We steunen het weigeren van het betalen van de nationale schuld en onderzoek naar deze schuld’.

De komende verkiezingen geven Podemos de kans de grootste linkse partij te worden en Anticapitalistas om een sterkere radicale stroming binnen Podemos op te bouwen. We volgen de ontwikkelingen met interesse.

Noten:

1) Dit artikel is gedeeltelijk gebaseerd op lezingen van Andreu Coll en Manolo Gari, beiden lid van Podemos en Anticapitalistas, op de lenteschool van solidaritéS Suisse en op gesprekken met andere leden van Anticapitalistas.

2) IU werd opgericht in 1986 na tegenvallende resultaten van de Spaanse communistische partij PCE in de verkiezingen van 1982 als een coalitie van de PCE met kleinere linkse groepen. De politiek van IU was een voortzetting van het eurocommunisme van de PCE, de evolutie van de voormalige stalinistische Communistische partijen richting sociaaldemocratie.

Dan La Botz is lid van de redactie van New Politics, en lid van zowel Solidarity als de Democratic Socialists of America (DSA). Hector Grad is lid van Podemos en Anticapitalistas.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website van New Politics, newpol.org. Nederlandse vertaling: redactie Grenzeloos.

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This