Twee jaar geleden: Occupy Wall Street

walls

In oktober was het twee jaar geleden dat de beweging Occupy Wall Street in de VS het licht zag. Het bezette Zuccotti Park werd echter midden november, twee maanden na haar ontstaan, door de politie van New York ontruimd, wat ook het officiële einde van Occupy inluidde. Maar de recente ‘government shutdown’, het sluiten van Amerikaanse overheidsdiensten wegens het toedraaien van de geldkraan, maakt twee jaar na het ontstaan van Occupy ook op een pijnlijke manier duidelijk dat het niet Occupy is die er in geslaagd is op de maatschappelijke organisatie van de VS en haar instituties te wegen maar haar radicale tegenhanger, de Tea Party. Een uitsluitend positief bilan kan men dus zeker niet maken van Occupy en misschien is het zelfs aangewezen een aantal strategische lessen uit deze ervaring te trekken die de Amerikaanse context overstijgen.

Positief aan de Occupy-beweging is dat het voor een groot stuk geworteld was, in interactie zat en connecties had met reeds bestaande bewegingen zoals vakbonden en organisaties van wijkbewoners. De beweging werd gekarakteriseerd door een hoge mate van spontaneïteit waarin werd geëxperimenteerd met organisatievormen gebaseerd op consensus. En in het begin gaf dit veel mensen een eerste positieve ervaring met democratische participatie in politieke strijd.

Maar naargelang de bezettingen bleven duren, begonnen sommige activisten zich de vraag te stellen hoe de beweging zich kon in stand houden en hoe dit kon vertaald worden in concrete politieke verwezenlijkingen. Want tegen eind oktober werd het duidelijk dat de bezettingskampen onder vuur zouden komen en dat de beweging haar organisatorische infrastructuren moest versterken wou het overleven. Een moeilijke kwestie aangezien het net die bezettingskampen waren die tot dan toe het succes van Occupy hadden verzekerd.

De 99% ontdekt haar stem…

Voor de activisten symboliseerden deze kampen de directe confrontatie en de herovering van openbare plaatsen in de vorm van het oprichten van wat men gemeenschappen binnen de gemeenschap zou kunnen noemen. Deze verschaften een fysieke arena waarin mensen elkaar konden ontmoeten om over politieke strategie te praten en via dewelke nieuwe mensen zich konden aansluiten aan de beweging. Deze kampen vervingen op een zekere manier de organisatorische structuren waar veel jonge activisten afkerig tegenover staan (maar hierover verder meer).

Sommigen beweren dan ook dat het zonder de kampen onmogelijk geweest was bepaalde mensen te bereiken en te betrekken tot de beweging. Voor deze positieve critici moet men in de evaluatie van Occupy dus ook kijken naar de manier waarop Occupy geworteld zat in reeds bestaande strijdbewegingen die haar voorafgingen, en anderzijds mag haar blijvende impact niet uit het oog verloren worden. Zo was er in de lente van 2011 de strijd in Wisconsin tegen de bezuinigingsplannen van gouverneur Scott Walker, die een heuse mobilisatie ter ondersteuning van de vakbonden van de publieke sector teweegbracht waarin wekenlang het Capitol gebouw in Madison bezet werd.

Na jaren van terugval en herstructureringsplannen vanwege het bedrijfsleven was dit de eerste massale verzetsactie van de werkende klasse die de VS sinds jaren gekend heeft. En slechts enkele weken voor Occupy het licht zag, gingen de werknemers van het Amerikaanse telecommunicatieconcern Verizon aan de oostkust in staking met massale publieke ondersteuning. Occupy kan daarom gezien worden als onderdeel uitmakend van een proces van heropbouw in de organisatie van de Amerikaanse arbeidersklasse.

Volgens sommigen opende Occupy ook nieuwe mogelijkheden die tot vandaag nog doordringen. “De 99 procent tegen de 1 procent” maakte haar intrede in het politieke discours. En in de geboorteplaats van Occupy, New York heeft de burgemeester die de beslissing nam om de bezetting te ontruimen, Mike Bloomberg, in de recente gemeenteraadsverkiezingen plaats moeten ruimen voor Bill de Blasio, een progressieve Democratische kandidaat wiens verkiezingsslogan ‘A Tale of Two Cities’, hiermee verwijzend naar Charles Dickens’ boek over onderdrukking, uitdrukkelijk aanleunt bij de boodschap van Occupy.

Radicalisering

Volgens optimisten heeft Occupy ook het ontstaan van een reeks radicale strijdvormen in de laatste twee jaar gestimuleerd. Zo werden tijdens Occupy een aantal banden versterkt onder syndicale activisten wat op zijn beurt voor een radicalisering van de campagnes zou gezorgd hebben bij de Service Employees International Union in haar verdediging van laaggeschoolde arbeiders.

Veel activisten die zich lieten inspireren door Occupy zagen het als een breuk met het verleden. Concreet vergeleken ze de directe confrontatie met de autoriteiten via bezettingstactieken met de toegelaten massademonstraties die georganiseerd werden door andere bewegingen. Volgens veel mensen, waaronder ook activisten, heeft Occupy haar succes dus ook te danken aan haar tactische dapperheid, de verwerping van organisatorische structuren en haar onafhankelijkheid ten aanzien van bestaande groepen en krachten, die als bureaucratisch en vastgeroest gezien worden.

Maar wat Occupy werkelijk machtig maakte was haar massamobiliserend karakter. En dit werd bereikt via een complexe interactie van jonge activisten die aan directe actie doen, van nieuwe mensen die hun weg naar de beweging vonden en ontdekten welke rol ze precies kunnen spelen en van reeds bestaande organisaties zoals vakbonden en progressieve groepen. Dit verliep zeker niet van een leien dakje. Gaandeweg werden compromissen en ongemakkelijke allianties gesloten en ondervond men zelfs tactische terugtocht.

Occupy als beweging zal misschien niet herleven op de manier waarop we het kennen. Maar het heeft op een permanente wijze de woordenschat van Amerikaanse politiek gewijzigd, waar referenties naar de 1% nu veralgemeend zijn. De beweging bracht de breuklijnen van klasseongelijkheid aan het licht vertrekkend van een wijdverspreid en diepgeworteld ongenoegen. In die zin heeft het ongetwijfeld een bijdrage geleverd aan het zelfvertrouwen, de organisatie en het militantisme van de Amerikaanse werkende klasse.

… en valt verliefd op haarzelf

Men kan echter ook een kritischer bilan maken van hedendaagse bewegingen zoals Occupy. Bewegingen zoals Occupy hebben zich steeveast proberen distantiëren enerzijds van het sociaaldemocratisch opportunisme en anderzijds van de essentiële principes van wat men de leninistische organisatie binnen bestaande sociale bewegingen kan noemen. Maar hoewel deze distantiëring terecht kan zijn, nieuwe bewegingen zoals Occupy blijven ook niet gespaard van gebreken en grote structurele afwijkingen, die zoals het reformisme of het leninisme net zoveel onze aandacht verdienen.

De demarcatie ten aanzien van het leninisme heeft deze nieuwe bewegingen er toe aangezet nieuwe organisatievormen te ontwikkelen. Op basis van negatieve ervaringen binnen het socialisme is het best begrijpbaar dat sommige activisten zijn gaan twijfelen aan de ‘partij’ als organisatievorm. Maar we moeten oppassen dat we het kind niet te snel met het badwater wegwerpen. Bij Occupy alsook bij de Spaanse Indignados was deze antipathie op een gegeven moment zo sterk dat politieke partijen niet mochten deelnemen, wat ook hun politieke kleur was. Zelfs symbolen waren taboe. En wat men hier dan tegenover stelde waren losse netwerken en de autonomie van het individu.

Deze nieuwe bewegingen verliezen soms uit het oog dat we geconfronteerd worden met een staat met een leger en een gedisciplineerd politieapparaat. In de VS heeft men trouwens ontdekt dat de FBI samenwerkte met private veiligheidsdiensten, privébedrijven, banken, de Federal Reserve en lokale politiediensten met het doel de Occupybeweging te breken. Er werden antiterreurtactieken en zelfs dodelijke aanlsagen beraamd tegen de ‘leiders’ van deze beweging. Het idee dat bewegingen en mensen best zo autononoom mogelijk oppereren is dan ontoereikend om dergelijke problemen te lijf te gaan. Dit zijn problemen die we niet kunnen beantwoorden met een op het individu gerichte, moraliserende politiek en de hoop op spontane opstanden.

Deze opstanden zijn uiteraard niet uitgesloten, maar door op voorhand elke discussie over een politiek programma en gepaste organisatiestructuren te verhinderen, riskeren deze opstanden of revoltes geen resultaat op te leveren, behalve misschien wat reformistische pogingen om de scherpe kantjes er wat af vijlen. De politieke context bepaalt grotendeels de organisatievormen en –modaliteiten. “De mensen maken hun eigen geschiedenis, maar ze maken hem niet op een willekeurige manier, op basis van de door henzelf bepaalde voorwaarden, maar binnen de condities die rechtstreeks overgeërfd worden van het verleden”, alsdus Marx. De discussie dus op voorhand afsluiten is onzinnig. Sommige situaties, op een bepaalde plaats, op een gegeven moment kunnen een grote uitstraling, stevige en open organisatievormen of zelfs een sterke leiding, discipline, eenheid en unanimiteit vereisen (maar telkens rekening houdend met de inherente risico’s van machtsconcentratie die hiermee gepaard gaan).

“het proces is de boodschap”

Wanneer men de Occupy beweging in de VS analyseert, ziet men goed hoe de actiemodaliteiten of actievormen een belangrijk zwakte vormden. Deze kwamen neer op het bouwen van gemeenschappen in de publieke ruimte en de weigering om woordvoerders te verkiezen, terwijl men nergens verduidelijkte hoe de macht van de banken te counteren. De Amerikaanse essayist en hoofdredacteur van The Baffler, Thomas Frank schrijft hierover in 2012 in een artikel met als titel ‘To the Precinct Station – How theory met practice … and drove it abslutely crazy’ het volgende: “De Occupy beweging heeft geen staking veroorzaakt, geen interim-kantoor geblokkeerd, noch het bureau van een decaan bezet. Voor deze militanten is de horizontale cultuur het ultieme stadium van de strijd: “het proces is de boodschap”, hoorde men in koor de manifestanten roepen”.

Na zowat de ganse literatuur die over de beweging gepubliceerd werd na de feiten te hebben gelezen, stelt Frank vast dat men nergens terugvindt hoe de activisten in Zuccotti Park geprobeerd hebben de agenda van de bankenwereld te stoppen. Niet omdat dit moeilijk te achterhalen valt, “maar omdat de wijze waarop de Occupy-campagne beschreven wordt in deze boeken de indruk geeft dat de beweging nooit de intentie gehad heeft wat dan ook te doen, behalve het bouwen van “gemeenschappen” in openbare ruimtes en de mensheid te inspireren met haar nobele verwerping van leiders”. Frank windt er geen doekjes om: de opbouw van een cultuur van democratische strijd is zeker noodzakelijk voor militante kringen, maar dit is slechts een vertrekpunt.

Een andere zwakte was de weigering om eisen of voorstellen te formuleren. Dit is een zware tactische fout. Volgens ‘Occupy Wall Street’, het quasi-officiële verslag van dit avontuur, “wordt elke programmatorische neiging geassimileerd met een fetisj die gecreëerd wordt om het volk in de vervreemding van de hiërarchie en de onderworpenheid te houden”. Wat volgens Frank dan weer op de fundamentele contradictie van deze campagne duidt: “al deze calamiteiten vinden hun oorsprong in de deregulering en de vermindering van de belastingen  – anders gezegd, van een filosofie van de individuele emancipatie, die minstens in haar retoriek niet tegenstrijdig is met de eisen van Occupy Wall Street”.

Narcistisch libertarisme

Het kwam er in de protesten tegen Wall Street in 2011 uiteraard op neer dat geprotesteerd werd tegen het schandalige wangedrag van de financiële wereld die ons tot een grote recessie geleid heeft. Er werd geprotesteerd tegen de politieke macht van het geld die ons opgescheept heeft met een redding van de banken. Er werd geprotesteerd tegen de exorbitante compensatiepraktijken die de Amerikaanse arbeidersklasse omgevormd heeft tot bonussen voor de 1%. Dit is volgens Frank allemaal het gevolg van deregulering en belastingvermindering: “van een bevrijdingfilosofie die minstens even anarchistisch in haar retoriek is dan dat Occupy in realiteit was”.

Frank detecteert dus een overeenkomst met de eisen van de banken tegenover de staat. Hij gaat zelfs verder en toont de overeenkomsten tussen de Occupy-beweging en de radicaal conservatieve Tea Party-beweging. Één van de symbolen van de nieuwe sociale bewegingen, waaronder Occupy, die regelmatig in het oog springt, is het masker van Guy Fawkes. Dit masker, geïnspireerd op een personage uit de film ‘V for Vendetta’, die in plaats van de 99% een held symboliseert die een solitaire oorlog voert tegen een tirannieke overheid, wordt door beide bewegingen gebruikt. Op het bureau van de conservatieve libertaire leider en activist van de Tea Party-beweging Grover Norquist staat hetzelfde masker te pronken. En wanneer men van naderbij de Tea Party-beweging analyseert, vinden we zelfs dezelfde weigering van Occupy terug om eisen te stellen.

De reactionaire libertaire filosofe en grote inspiratrice van de Tea Party-beweging Ayn Rand (1905 – 1982) prijst in één van haar boeken de opbouw van een modelgemeenschap binnenin de wereld die ze verwerpt. Exact volgens de strategie van Occupy merkt Frank op. Dit soort retoriek is echt typisch voor Occupy, en wat Frank academisch links noemt: steeds terug “de staat” aanvallen en haar helse macht waarmee ze “reguleert en controleert”. Beiden vloeien voor hem voort uit een ietwat gemakzuchtig en narcistisch libertarisme dat stilaan onze visie over contestatie begint te bepalen.

Participatiecultus

Wat dit academisch links betreft, maakt Frank een andere relevante kritiek op basis van de literatuur over Occupy. Hij klaagt de academische discussie aan die op hoog niveau gevoerd wordt op basis van een onbegrijpbaar en elitair jargon als model voor sociaal protest. Ondanks alle intellectuele verdiensten zorgt het niet voor een overwinning van links en het helpt in geen geval om banden te smeden met de ordinaire Amerikaanse bevolking.

Volgens Frank hebben we geen nood aan een “poststructuralisme dat leidt tot het anarchisme” (de woorden van een spreker in Zuccotti Park) om te begrijpen hoe we de antisociale ontwikkeling kunnen tegengaan. We kunnen hier enkel in slagen door “terug een competente en sterke regulerende overheid op te bouwen, door de arbeidersbeweging terug op te bouwen, we doen dit met behulp van bureaucratie […] en we zullen enkel slagen in het stoppen van de conservatieve periode door de opbouw van een soort linkse sociale massabeweging. […] Een beweging die haar fundamentele waarden niet afleidt uit een abstracte vijandigheid tegenover de staat of van de nood van betogers om hun stem te ontdekken, maar eerder uit het alledaagse leven van arbeiders. Het zou helpen moest de beweging niet gecentraliseerd zijn in New York City. En het is essentieel dat het zich niet ontwikkeld op basis van een wens om een activistische fantasie van Parijs ’68 te doen herleven”.

Ik weet niet op welke manier Thomas Frank de term bureaucratie gebruikt en ondanks de progressieve elementen deel ik ook niet zijn politiek perspectief dat me eerder (post)keynesiaans lijkt. Maar wat ik het onthouden waard vind, is zijn kritiek op de libertaire tendenszen die een soort participatiecultus ophemelen waarin de ervaring van het protesteren op zich het doel van het protest is. De filosoof Slavoj Zizek had de bezetters van Zuccotti Park in oktober 2011 nochtans gewaarschuwd: “Val niet verliefd op jullie zelf. We hebben momenteel een aangenaam moment van samenzijn hier. Maar vergeet niet dat carnavals goedkoop zijn. Wat telt is de dag er op, wanneer we terug onze ordinaire levens moeten verder zetten. Zal er iets veranderd zijn?”.

Volgens Frank toont de quasi uitsluitend positieve manier waarop over de gebeurtenissen geschreven wordt in de literatuur aan dat het net dat is wat zich heeft voorgedaan: “hun auteurs zijn intens verliefd op Occupy Wall Street. Iedereen is er van overtuigd dat de anti-Wall Street-bezetters de machtigen der aarde hebben doen beven en de verworpenen der aarde verstomd doen staan hebben van admiratie”.

Conclusie

De Occupy Wall Street beweging liet als gebeurtenis het politieke potentieel en de mogelijkheden zien van de Occupy beweging. Maar het bracht ook serieuze uitdagingen aan het licht die onze aandacht verdienen indien we een nieuwe linkerzijde willen opbouwen. We kunnen ons bijvoorbeeld afvragen welke soort organisatie of strijdvorm vereist is om de 1% te lijf te gaan. De afwezigheid van structuur, eisen en leiderschap was één van de elementen die Occupy aantrekkelijk maakte voor nieuwe activisten. Mensen kregen namelijk de ruimte om initiatieven te nemen en hun eigen eisen te formuleren. Maar deze eigenschap zorgde er tezelfdertijd voor dat de beweging zich niet kon consolideren op lange termijn.

Elke beweging die vandaag de dag succesvol wil zijn, zal moeten nadenken over hoe ze democratische en verantwoordelijke structuren creëert,  die er tegelijkertijd in slagen een zo groot mogelijke groep activisten te betrekken en leiderschap te geven, een richting of lijn te bepalen. Er zal een manier moeten gevonden worden om individuele strijd zoals bijvoorbeeld rond huisvesting, te verbinden aan een bredere uitdaging van het systeem.

Ik denk dat het noodzakelijk is om te evalueren welke verzetsvormen het meest effectief waren de laatste jaren. Velen vergeleken Occupy met de Egyptische revolutie van 2011. Occupy werd zelfs het Tahrir van Amerika genoemd. Veel Occupy-activisten lieten zich ook inspireren door de bezetting van het Tahrir-plein, en van de bezettingsbewegingen in Spanje. Maar wanneer we bijvoorbeeld de val van de dictaturen in Tunesië en Egypte analyseren, stellen we vast dat dit ondanks een zekere originaliteit voor een groot stuk het gevolg was van klassieke revolutionaire mobilisaties.

De meest zichtbare uitdrukking van de beweging was de massa van gemobiliseerde arbeiders, kleinhandelaars, kunstenaars, werklozen of onderbetaalde werknemers die niet ondersteund worden door hun familie en mensen die overleven dankzij de informele economie die zich verzameld had op het Tahrir-plein. Maar het was de mobilisatie van de grote aantallen arbeiders op hun werkplaats die echt cruciaal was voor de afzetting van Mubarak. Het is deze permanente mobilisatie die de voorwaarden creëerde waarin de revolutie zich kon verdiepen of verhevigen van een politieke uitdaging naar een sociale en economische uitdaging van de heersende orde.

Bronnen:

http://socialistworker.org/2013/10/02/when-the-99-percent-found-their-voice

http://www.monde-diplomatique.fr/2013/01/FRANK/48630

http://www.thebaffler.com/past/to_the_precinct_station

 

Print Friendly

Reacties

  1. de occupy beweging is nog niet dood in verschillende steden vinden nog steeds regelmatig acties plaats en op betogingen worden er nog steeds 99precent leuzes geroepen , wel een redelijk artikel .

Laat wat van je horen

*

Share This