Petrograd op 8 maart 1917: “Het volk wil de val van het regime!”

Ter gelegenheid van deze honderdste verjaardag van de Februarirevolutie schreef Jean Batou (SolidaritéS, Zwitserland) een artikel voor La Gauche, ons tijdschrift in Franstalig België. We brengen hier een herwerkte vertaling van dit artikel met twee inhoudelijke commentaren van de vertaler: een eerste over het vraagstuk van organisatie en spontaneïteit in de Februarirevolutie en een tweede over het ontstaan, de rol en de evolutie van de sovjets. (redactie SAP-Rood)

Actie zonder bevelen en ongehoorzaamheid tegenover bevelen…

De Russische Revolutie wordt ontketend door de spontane betogingen en stakingen in de arbeiderswijken van Petrograd ter gelegenheid van de “Internationale Dag van de Vrouw” op 8 maart 1917 (23 februari volgens de juliaanse kalender). Vandaag, 100 jaar later, is de 110de editie van de inmiddels “Internationale Vrouwendag” nog steeds een moment van feministische mobilisatie met dit jaar als erg strijdbare invulling een internationale vrouwenstaking. (1)

In de dagen ervoor bereiden de sociaaldemocratische kringen gerichte acties (bijeenkomsten, toespraken, flyers, werkonderbrekingen) voor te midden van een klimaat van oorlog, vrieskou en eindeloze wachtrijen voor bakkerijen. Niemand heeft een echte staking, laat staan een opstand, in gedachten. De leiders van de bolsjewieken geloven niet in het ontstaan van een beweging van belang. Nochtans zou een dag later ’s middags dit gebeuren: een immense menigte vrouwen trekt naar het stadscentrum nadat de textielarbeidsters van Vyborg (ten noordoosten van de hoofdstad) hun werkplaatsen in de ochtend verlaten en de solidariteit van de metaalarbeiders inroepen. Op dat moment kunnen de militanten van de arbeiderspartijen niet anders dan de stakingsbeweging – die in sneltempo meer dan 100.000 werknemers en werkneemsters in beweging zou brengen – te steunen. Maar hoe reageert de politie en het leger op een dergelijke mobilisatie, bovendien in oorlogstijd?

Enkele rode vlaggen worden tevoorschijn gehaald terwijl de vrouwen zich richting Doema (raadgevende vergadering) begeven om brood te eisen. De dag erna bevindt de helft van de arbeid(st)ers zich in staking en worden bijeenkomsten gehouden voor de fabrieken alvorens naar het centrum te trekken met als slogans “Weg met de aristocratie!”, “Weg met de oorlog!”.

Orlando Figes (De Russische Revolutie, 1996) schrijft hierover: “De mobilisatie had het uiterlijk van een leger uitgehongerde arbeiders op weg naar de oorlog”. De menigte valt de wijken binnen, maakt schroot van de politieversperringen en gaat de confrontatie aan met de gendarmes. De machthebbers wachten tot 10 maart om de politie te bevelen om te schieten, terwijl de staking zich op dat moment veralgemeent. De menigte verweert zich stevig, maar zoekt vooral de verbroedering met het leger op: “Stoutmoediger dan de mannen dringen zij [de vrouwen] op tegen de rij soldaten, grijpen met de handen naar de geweren, smeken, bevelen bijna: “Wend uw bajonetten af, sluit U bij ons aan!”” (Trotsky, Geschiedenis van de Russische Revolutie, 1930).

Diezelfde dag verstuurt de tsaar een telegram naar de bevelhebber ter plaatse met de vraag om komaf te maken met de onrusten. Het leger moet een keuze maken: terwijl de hoofdstad over 3.500 politiemensen beschikt, telt het garnizoen 150.000 mannen. Het gaat om reservebataljons die wachten om opnieuw naar het front gestuurd te worden. Zondag 11 maart (26 februari), een zachte lentedag, is beslissend: vanuit de buitenwijken stroomt een mensenmassa naar het centrum. De door de politie gesloten bruggen worden omzeild door de Neva over het ijs over te steken. De schoten zijn steeds raker en het aantal gewonden en doden neemt toe. Wat zal het garnizoen van Petrograd doen? In de namiddag nemen Kozakken een boeket rode rozen (symbool van vrede en revolutie) in ontvangst van een jong meisje die uit de rangen van de betogers en betoogsters was getreden. Elders grijpt het leger in aan de kant van de bevolking en tegen de politie. ’s Avonds slaat een eenheid aan het muiten uit protest tegen de afslachting van de menigte. Over dat moment schrijft Trotsky: “De nieuwe machtsverhouding drong zich op geheimzinnige wijze in het bewustzijn van de arbeiders en soldaten”.

De onverwachte opstand

Maandag 12 maart, in het zog van de algemene staking en de betogingen, is het uur van de gewapende opstand aangebroken, zelfs al zagen de partijen – met inbegrip van de bolsjewieken – het moment niet aankomen. Voor de kazernes trotseren de arbeiders het spervuur van de machinegeweren. Maar hoe kunnen andere wapens worden verkregen dan de revolvers die van de politie werden buit gemaakt? Het lot van de revolutie staat of valt met de deelname van de moujiks (boeren) in uniform… ’s Ochtends slaat de ene na de andere kazerne aan het muiten. Er is geen weg meer terug. Onderofficieren met democratische sympathieën en arbeiders nemen de leiding van de operaties.

De revolutionaire socialistische sergeant Fedor Linde ziet hoe een jong meisje verpletterd wordt door een kozakkenpaard: “Ze schreewde. Het is haar onmenselijke, doordringende geschreeuw dat iets in me los maakte. Ik sprong op de tafel en riep luid: Vrienden! Vrienden! Leve de revolutie! Te wapen! Te wapen, ze doden onschuldigen: onze broeders en zusters (…) Later zei men dat iets in mijn stem mijn oproep onweerstaanbaar maakte… Ze volgden zonder te begrijpen… Allen hebben ze me vervoegd in de aanval tegen de kozakken en de politie. We hebben er een aantal gedood. De anderen besloten zich terug te trekken…” (geciteerd door Figes)

De strijd is intens en sommige eenheden weigeren te plooien. Nochtans slagen de muiters erin om het arsenaal buit te maken en wagens op te vorderen, tot en met de Rolls-Royse van een groothertog. “Het was de eerste revolutie op wielen”, schreef Gorki, waarbij de auto’s, uitgerust met bajonetten, leken op “enorme gek geworden egels”. De hele burgerbevolking plaatst zich tegenover het repressie-apparaat. Politiecommissariaten, gevangenissen en rechtbanken worden belaagd. De lichaamstaal verandert: soldaten dragen hun kepie omgekeerd en hun tenue zonder knopen; vrouwen kleden zich als mannen, “alsof het omkeren van de seksuele dress-codes een omkering van de sociale orde met zich teweeg brengt”; er wordt geflirt, gekust en zelfs gevreeën in de straten (Figes).

Eens de nacht gevallen, kan een balans van het aantal doden worden opgemaakt: zeker 1.500 (veel meer dan in de Oktoberrevolutie). Maar de revolutie is genesteld in het Taurisch Paleis, zetel van de Doema die weldra de Sovjet en de Voorlopige Regering onderdak zou verschaffen. De rest van het land volgt de koers van Petrograd zonder confrontaties, met enkele dagen achterstand in de grote steden en enkele weken in de meer afgelegen territoria. De Februari – revolutie werd gestart door werkonderbrekingen en betogingen van vrouwen en triomfeerde dankzij een algemene staking en een opstand die in extremis door een muiterij van het garnizoen werd ondersteund. Wat wilde ze? Brood, rechten voor het volk en een snel einde van de oorlog. Geen enkele partij had de gebeurtenissen geleid, en al zeker niet vooraf georganiseerd.

De “paradox van februari”

Aan wie zouden de overwinnende opstandelingen echter hun macht overdragen? Aan de socialistische leiders die geen enkele rol van belang hadden gespeeld in de revolutie, en die een “voorlopig uitvoerend comité van de raad van afgevaardigden van de arbeiders” op poten zouden zetten, bestaande uit 50 leden onder wie geen enkele fabrieksarbeider. Feit is dat ze niet van plan waren om zelf de macht in handen te nemen. Vanuit een enge “marxistische” visie waren ze van oordeel dat enkel de zakenburgerij in staat was om in een “achtergesteld” land als Rusland de macht uit te oefenen. De macht zou best overgedragen worden aan een groep liberale verkozenen van de Doema die een grondwettelijke monarchie voorstaan. Deze laatste zou een Voorlopige Regering vormen met de steun van de Sovjet, met als voorwaarde het garanderen van een democratische orde. Trotsky noemde dit de “paradox van februari”.

Enkel de opeenvolgende troonafzettingen van Nicolaas II – onder druk van de legerleiding – en vervolgens van zijn broer Michaël – onder druk van het volk – dwongen de nieuwe leiders van het land om de keuze van nieuwe instellingen over te hevelen aan een toekomstige constituante. Noch van een landhervorming, noch van het einde van de oorlog (dat men vanaf dan een “defensief” noemt) zou in de nabije toekomst werk worden gemaakt.

De gebeurtenissen van 8 tot 12 maart 1917 in Petrograd zijn niet revolutionair omdat ze werden geleid door een revolutionaire leiding (dit was duidelijk niet het geval), maar wel omdat ze een levendige illustratie zijn van het “veroveren van de macht door de massa’s om hun eigen lot te bepalen » (Trotsky). Op vergelijkbare wijze vormde de omverwerping van de dictaturen van Ben Ali en Moebarak door de Tunesische en Egyptische massa’s 6 jaar geleden het begin van een revolutionair proces… We stelden echter eveneens vast dat, eens een revolutie op gang gebracht, de uitkomst ervan van verschillende omstandigheden afhangt. De belangrijkste factor is wellicht die van de politieke krachten die de leiding nemen, evenals hun politiek programma, zoals zo goed aangetoond werd door het Rusland van april tot oktober 1917, maar eveneens (voorlopig) in het negatieve door de Arabische regio sinds 2010.

Commentaar 1: Organisatie en spontaneïteit in de Februarirevolutie

Batou legt in zijn artikel erg de nadruk op de spontane ontketening van de Februarirevolutie. Daar zijn alle historici het echter niet mee eens. In 1997 publiceerde James D. White een invloedrijk artikel met als titel The Russian Revolution of February 1917: The question of organisation and spontaneity waarin hij de dichotomie tussen de spontane Februarirevolutie en de georganiseerde Oktoberrevolutie sterk nuanceert. Hij toont aan hoe de omverwerping van het tsarisme vanuit twee verschillende hoeken werd voorbereid: aan de ene kant door liberale politici en aan de andere kant door georganiseerde arbeiders. De liberale oppositie vond dat het bewind van Nicolaas te zwak was om de oorlog te winnen, vreesde voor een volksopstand en stuurde daarom aan op een “paleisrevolutie”. Er werd gepland om de tsaar op zijn gepantserde trein te ontvoeren en hem te verplichten om troonsafstand te doen ten voordele van zijn broer Michaël. De coup moest plaatsvinden in maart 1917, maar de Februarirevolutie stak hier een stokje voor.

Aan de andere kant vinden we een groep fabrieksarbeiders die ervaring opdeden in de Revolutie van 1905 en een nieuwe revolutie voorbereidden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stonden de vrienden Vasily Kayurov, Ivan Chagurin en Dmitry Pavlov aan het hoofd van het districtscomité van Vyborg (arbeiderswijk van Petrograd) van de bolsjewieke partij. Ze voerden een eigen koers binnen de partij en weigerden orders op te volgen van andere instanties. Begin 1917 heerste er onder de bolsjewieken van Petrograd wel eensgezindheid over het organiseren van mobilisaties in het voorjaar tegen de tsaar en de oorlog: op de verjaardag van Bloedige Zondag van 1905, op de Internationale Dag van de Werkende Vrouw en op de Dag van de Arbeid. Op deze laatste afspraak zouden de massa’s van Petrograd de doodsteek moeten geven aan het tsarenregime.

Kayurov en zijn kompanen zagen echter hoe de betoging van 23 februari (8 maart in de gregoriaanse kalender) een groot succes werd en een dag later een fenomenale uitbreiding kende, zoals in het artikel van Batou wordt beschreven. Op 25 februari willen Kayurov, Chugurin en Pavlov gevechtsafdelingen vormen zoals ze in de Revolutie van 1905 hadden gedaan, maar bolsjewiekenleider Alexander Shlyapnikov verzette zich hiertegen om een gewapende confrontatie tussen revolutionairen en soldaten te vermijden. Op 26 februari ontkwamen Kayurov en zijn mannen aan de vele arrestaties van die dag en op 27 februari organiseerden ze aanvallen op een arsenaal om wapens buit te maken, op gevangenissen om revolutionairen te bevrijden en op politiecommissariaten. In het licht van de gebeurtenissen kozen de soldaten van Petrograd kant en schaarden zich achter de revolutie. De Mensjewieken hadden niet deelgenomen aan de gevechten, maar haastten zich nu wel naar de Doema om er de sovjet van Petrograd op te starten. Het comité van Vyborg wilde echter hun leiding van de revolutie niet uit handen geven en deden een poging om een sovjet te vormen in Vyborg, maar tevergeefs: de massa’s vloeiden samen richting de sovjet van Petrograd.

Ondanks het bestaan en de beschikbaarheid van de memoires van leiders van het comité van Vyborg, houdt een groot deel van de geschiedschrijving over de Russische Revolutie echter helemaal geen rekening met hun bestaan en ondernemingen. White besluit nochtans zijn artikel dat “the overthrow of tsarism was widely anticipated both by the liberals and by the organised workers, and both of these groups had in its own way planned and prepared the event. It was mainly the precise timing of the February days that took those involved by surprise. Nobody had foreseen that the demonstration on 23 February would gather momentum in the manner it did, and that it would bring with it the defection of the troops from the government side”.

White reikt zelf een dubbele verklaring aan voor deze discrepantie. Aan de ene kant zijn er de invloedrijke memoires van Kerensky en Sukhanov wiens persoonlijke inbreng in de Februarirevolutie pas aanvatte met de vorming van de sovjet van Petrograd. Ze hadden er alle baat bij om de gebeurtenissen van 23 tot 27 februari af te schilderen als een spontane opstand, zonder andere leiders en voorbereidingen. Aan de andere kant zijn er de geschriften van de leiders van de bolsjewieken die zich tijdens de revolutie in het buitenland bevonden. Omdat ze zelf niet betrokken waren bij de Februarirevolutie, was het voor hen gemakkelijker om de gebeurtenissen voor te stellen als spontaan en ongeorganiseerd. Nochtans bestaan ook de memoires van Shlyapnikov, maar deze werden in de Sovjet Unie bekritiseerd voor een overdreven inschatting van de graad van organisatie van de Februarirevolutie.

Commentaar 2: Het ontstaan, de rol en de evolutie van de sovjets

Het artikel van Jean Batou is een levendig en bondig relaas van de Februarirevolutie, maar vertelt weinig over de “sovjets”. Deze vorm van zelforganisatie dook voor het eerst op tijdens de Revolutie van 1905 in Petrograd en wordt nieuw leven ingeblazen en uitgebreid met de Februarirevolutie van 1917 en haar onmiddellijke nasleep. We kiezen ervoor om het ontstaan, de rol en de evolutie van de sovjets wat meer toe te lichten aan de hand van fragmenten uit een artikel van François Vercammen uit 2007 met als titel De etapes van de Russische Revolutie van 1917:

“In het zog van de opstand [de Februarirevolutie] creëren de arbeiders structuren van zelforganisatie: vorming van soviets (raden) in de fabrieken, wijken en steden, evenals van een rode garde (een revolutionaire militie). Op het front zelf, kiezen de soldaten hun comité’s en… officieren! Later, in de zomer van 1917, schieten de kleine boeren op hun beurt in actie, waardoor het regime achterblijft zonder enige sociale basis.

Een situatie van dubbele macht

Tussen eind februari en eind oktober 1917 bevindt Rusland zich in een bijzondere revolutionaire situatie: één van dubbele macht. De arbeidersklasse is voldoende vastberaden om in februari komaf te maken met het tsarenregime, maar is niet onmiddellijk klaar om alle macht te veroveren. Nochtans vult ze de fabrieken en steden met een dicht netwerk aan raden die zich snel uitbreiden, eerst naar het leger en tenslotte ook naar het platteland. De sovjets zijn een echte tegenmacht; ze worden steeds talrijker en beter gecentraliseerd en kunnen op ieder moment de burgerij omver werpen.

Twee sovjet-structuren spelen een doorslaggevende rol : zij die, verkozen op territoriale basis, een politieke macht in de samenleving uitoefenen en zij die, als fabrieksraden, de krachtige dynamiek van de arbeidersklasse gestalte geven.

Deze raden, ontstaan vanuit de dringende behoeften van de massa’s, weerspiegelen eveneens de staat van hun bewustzijn en hun politieke vooroordelen. Om de taak van de machtsovername duidelijk te kunnen stellen, is een revolutionaire partij nodig die hiervan een objectieve prioriteit maakt: de organisatie die hiertoe in staat is, is de bolsjewiekenpartij. Maar de bolsjewieken blijven tot september 1917 in de minderheid bij de arbeiders en in de sovjets. In die zin is de geschiedenis van de evolutie van de situatie van dubbele macht ook die van de strijd tussen de verschillende politieke partijen van de volks- en arbeidersbeweging, om de belangrijkste knoop van het revolutionaire proces door te hakken: voor over tegen de machtsname door de raden. “

Voor een uitgebreidere analyse van de evolutie van de sovjets tussen maart en november 1917 verwijzen we naar het volledige artikel van François Vercammen (in het Frans).

Noot:

1) Om het artikel leesbaarder te maken, kozen we er bij de vertaling voor om de openingsalinea over de Internationale Dag van de Werkende Vrouw naar deze voetnoot te herschikken:

“De Russische Revolutie wordt ontketend door de spontane betogingen en stakingen, ter gelegenheid van de Internationale Vrouwenrechtendag in de arbeiderswijken van Petrograd. Het jaarlijkse treffen wordt in 1909 voorgesteld door de vrouwen van de Socialist Party of America, alvorens in 1910 te worden hernomen door de Tweede Internationale op voorstel van Clara Zetkin en Alexandra Kollontaï. 0p 19 maart 1911 komen in Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Zwitserland een miljoen betoogsters op straat voor het vrouwenstemrecht, tegen de discriminaties en voor het recht op werk. Enkele dagen later komen 140 arbeidsters – waarvan een meerderheid van Italiaanse en joodse Oost-Europese afkomst – om het leven in een brand in een textielfabriek in New York. De verwevenheid tussen vrouwenstrijd en de arbeidersbeweging wordt eens te meer versterkt.”

Vertaling vanuit het Frans en commentaren: Neal Michiels

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This