Over het Grieks bakzeil

eurogroep-grece-raf-sapDe meeste commentaren hebben het op een of andere manier over het ‘Grieks bakzeil’ in verband met het akkoord dat de regering Tsipras aan het afsluiten is met de Trojka, een term die deze regering nu liever vervangen ziet door ‘de instellingen’ (Europese Commissie/Eurogroep, ECB, IMF). De voorstellen die Griekenland op 23 februari voorlegde aan de Eurogroep om een verlenging van het huidig ‘programma’ te bekomen kunnen inderdaad moeilijk anders bestempeld worden dan een zware achteruitgang tegenover het verkiezingsprogramma, het ‘programma van Thessaloniki’.

Dat programma kondigt bijvoorbeeld aan: “Wij nemen onze verantwoordelijkheid op en willen daarom voor het Griekse volk een Nationaal Plan van Wederopbouw, dat het Memorandum zal vervangen vanaf de eerste dagen dat wij aan de macht zijn, nog vóór de onderhandelingen en wat er uit deze onderhandelingen ook moge komen.” Dit is duidelijk wat niet gebeurde met het principeakkoord van 20 februari tussen Griekenland en de Eurogroep, en in de voorstellen die de regering op 23 februari indiende.

We stellen ons eerst de vraag: waarom willen de Grieken überhaupt een overeenkomst met Europa? Dan bekijken we de toegevingen die gedaan werden om tot de huidige overeenkomst te komen, en ten slotte maken we een aantal opmerkingen over wat nog moet komen.

Waarom een pact met de duivel?

Het scenario voor de korte termijn dat de nieuwe regering voor ogen had na de verkiezingsoverwinning van 25 januari zag er ongeveer als volgt uit. De kosten voor de uitvoering van het ‘Nationaal plan van wederopbouw’ werden op 12 miljard euro geschat. De financiering ervan zou voor de helft komen uit interne bronnen (terugvordering van verplichte bijdragen, bestrijding van fiscale fraude, meeropbrengsten door het herstel van de economie) en voor de andere helft uit nog niet uitbetaalde gelden van het lopende ‘bailout’-programma, door de vorige regering overeengekomen met de Trojka.

Voor het welslagen van dit plan waren twee elementen essentieel: de nodige tijd, en de instemming van de EU met de nieuwe koers. Tijd was nodig om bijvoorbeeld de eerste resultaten te zien van een fraudebestrijdingscampagne, Europese instemming om de resterende tranches van het lopende hulpprogramma uit te betalen. In deze overbruggingsperiode zou er dan met de EU onderhandeld worden over een drastische schuldvermindering, eventueel door het beleggen van een Europese schuldenconferentie waarin ook de landen met gelijkaardige problemen betrokken zouden worden.

Dit scenario betekende dus een breuk met het verleden. De Griekse regering verlangde absoluut geen nieuwe Europese leningen, geen nieuw ‘bailout’-programma met de daaraan gekoppelde Trojka-voorwaarden. Overbruggingsperiode, schuldvermindering, en zo vlug mogelijk op eigen vleugels en met een uitgemeste augiasstal een nieuwe koers varen, dat was het toekomstbeeld van de nieuwe regering dat op veel enthousiasme van de bevolking kon rekenen.

Heel vlug bleek echter dat de Europese ‘partners’ niet in dit scenario wilden stappen, en er alles aan zouden doen om het te boycotten. Reeds op 4 februari liet de ECB merken dat er van enige samenwerking met het nieuwe regime geen sprake was. Op een indirecte manier werd het vuur aan de schenen gelegd: de Griekse banken konden door een beslissing van de ECB moeilijker aan nieuwe liquide middelen komen (1). Indertijd paste de ECB dezelfde truc toe in Italië, Ierland en Spanje; het schrikbeeld van een bankrun is voldoende om tegenspartelende regeringen tot de orde te roepen. Ondertussen werd ook in de Eurogroep, in Berlijn, bij het IMF over het ‘extremistisch’ regime in Athene overlegd en beslist: no pasaran. Concreet: geen kwestie van een herbestemming van de nog resterende tranches, geen sprake van schuldvermindering. De enige keus die restte was: de toezegging om de volledige schuld af te betalen, dus een nieuw bailout-programma met bijhorende Trojka-voorwaarden, of … niets. Dat niets betekent ook: geen normale financiële dienstverlening meer door de ECB aan de Griekse private banken, geen uitbetaling van resterende kredieten van het vorige programma, geen uitbetaling van de winst door de ECB gemaakt op Grieks schuldpapier, geen toelating voor het uitgeven van T-bills (kortlopende kredieten)… (2) Dat betekende niet alleen de onmogelijkheid om het Nationaal programma van Wederopbouw uit te voeren, maar riep ook het schrikbeeld op van een staat die zijn ambtenaren niet meer kan betalen, geen pensioenen meer kan uitkeren, leeggehaalde banken, … Minder dan een maand na haar vorming, wist de regering Tsipras duidelijker dan ooit van welke Unie Griekenland een lidstaat is. Van enige onderhandeling is op de drie bijeenkomsten van de Eurogroep nooit sprake geweest, Varoufakis kon er alleen de bevelen in ontvangst nemen.

Te vlug geïmponeerd door de chantage?

Is dit een te alarmistische voorstelling van zaken? Misschien. Eric Toussaint, woordvoerder van het Comité voor de kwijtschelding van de schuld van de Derde Wereld (CADTM) verklaarde op 18 februari voor een Grieks tv-programma (3) dat hij niet inzag welke stappen de EU kon nemen met heel negatieve gevolgen voor de Grieken, en dat er dus niet geaarzeld moet worden met de uitvoering van het regeringsprogramma. Nochtans vermeldt een andere studie van CADTM (4) wel degelijk die gevaren. Indien de ECB de kraan naar de Griekse banken dicht draait (wat dus reeds gedeeltelijk het geval is) komt men volgens de auteurs in het meest dramatische scenario terecht, met een nieuwe armoedeschok als gevolg.

Niemand kan natuurlijk met zekerheid voorspellen wat er gebeurd zou zijn indien de Griekse regering haar Nationaal Plan van Wederopbouw was beginnen uit te voeren nog vóór de onderhandelingen waren gestart, en onafhankelijk van wat er ook uit deze onderhandelingen mocht komen. Het is juist dat ook de Eurozone en de EU in haar geheel risico’s zouden lopen als ze Griekenland laten vallen. Maar men zal toch moeten erkennen dat er een enorme ‘asymmetrie’ bestaat tussen de twee protagonisten. Men kan ook steeds meer geloven dat het QE-programma van de ECB (monetaire versoepeling) niet toevallig gelanceerd werd rond de regime-wissel in Athene. Een dreiging met een uitstap uit de euro en de daarvan te verwachten chaos (een dreiging die de Griekse regering nog absoluut niet gehanteerd heeft) zou daardoor volgens waarnemers een groot deel van zijn kracht verliezen.

Hoe dan ook, de SYRIZA-regering heeft momenteel het risico op een staatsbankroet niet willen lopen, en heeft inderdaad bakzeil gehaald. Heeft SYRIZA (en vele sympathisanten in Europa, waaronder we onszelf rekenen) de ware aard van het EU-beest verkeerd ingeschat? Blijkbaar wel. Het is een zwak scenario als het reeds na enkele dagen achterhaald blijkt. Maar dit is slechts één deel van het verhaal. Het andere is dat het onwaarschijnlijke toch gebeurd is, dat er in één lidstaat openlijk verzet is ontstaan tegen dit EU-beest, dat er een openlijk conflict is waarvan het einde nog niet in zicht is.

Dit conflict heeft ook zijn repercussies binnen SYRIZA zelf. De belangrijke linkse minderheid, het Links Platform (en andere componenten van de Griekse linkerzijde buiten SYRIZA, zoals Antarsya, om niet te spreken van de sektariërs van de KKE) bestrijden de huidige aanpak. Dit is een noodzakelijk en positief proces. Voor zover we van hier kunnen oordelen, gebeurt het op een hoogstaande, inhoudelijke manier (5). Dit kan het strategisch nadenken over verandering in Europa enorm vooruit helpen.

Nieuw: lidstaten mogen nu zelf het duivelspact schrijven!

Na de bijeenkomsten van de Eurogroep van 11, 16 en 20 februari bleek dus dat de EU (waarmee we kortweg de hele Europese machtsconstellatie aanduiden) van de nieuwe regering eist dat ze zich, zoals de vorige, engageert tot het integraal terugbetalen van de bailout-schulden, zo ‘n 240 miljard €. Het betreft schulden bij het IMF (32 miljard), de ECB (27 miljard), het Europees hulpfonds EFSF (142 miljard), en bilaterale leningen bij EU-lidstaten (53 miljard), grotendeels schulden die aanvankelijk bij private banken berustten en door bovengenoemde instellingen werden overgenomen.

Zoals het steeds gaat bij staatsschulden, worden deze afbetaald door nieuwe leningen aan te gaan. De EU verlangt dus van Griekenland, met een staatsschuld van 170% van zijn BBP, dat het nieuwe leningen aangaat (‘hulp krijgt’) om oude leningen terug te betalen. Een scenario dat volgens de meeste weldenkende economen totaal irrealistisch is, maar niettemin het uitgangspunt van de Europese beleidsmakers blijft.

Om dit onmogelijke toch mogelijk te maken, verbinden ze aan de zogenaamde hulp voorwaarden, een zogenoemd ‘programma’. Zo een programma zou de economie weer concurrerend moeten maken, wat dan garant moet staan voor de terugbetaling van de ‘hulp’. Het recept is bekend: druk op de lonen, het mes in de pensioenen, de sociale zekerheid en de openbare diensten, privatiseringen enz. Dat de Griekse economie door deze remedie ineengestort is, en de schuld toegenomen, maakt voor de EU-ideologen niets uit.

In het verleden werden de programma’s opgesteld en de naleving ervan gecontroleerd door de Trojka. SYRIZA had altijd gesteld dat het tijdperk van de Trojka voorbij is, en bovendien had deze politieke ufo voor een toenemende irritatie gezorgd (en zelfs bij sommige Europese beleidsmakers de vraag naar de democratische legitimiteit doen rijzen!) Oplossing: er wordt niet langer over de Trojka gesproken, maar over ‘de instellingen’. En in plaats dat de Trojka het programma opstelt, eist men van de Griekse regering dat ze dit zelf doet. Voorwaarde blijft dat het opgestelde programma voldoet aan de wensen van ‘de instellingen’. De democratische schijn is gered want de gefolterde koos zelf het folterprogramma…

Wat de Griekse regering na de eurotop van 20 februari tijdens het weekend (!) moest klaarstomen, was de aanzet van een dergelijk programma; tegen eind april moest dan een volledig uitgewerkt programma klaar zijn, waarna de Grieken dan weer voor enkele jaren hun sisyfusarbeid kunnen voortzetten.

De gestelde deadlines zijn niet toevallig gekozen. De regering Tsipras had gevraagd dat het voorlopig akkoord voor zes maanden zou gelden. Dat zou tot eind augustus 2015 zijn geweest. Dan zouden twee belangrijke vervaldata gedekt zijn, voor twee leningen bij de ECB, namelijk 20 juli (een bedrag van 3.5 miljard) en 20 augustus (3.2 miljard). Nu het akkoord slechts voor vier maanden geldig is wordt de druk des te groter om de ECB niet voor het hoofd te stoten, de instelling die beslist over het wel en wee van het Grieks financieel systeem…

Wat Athene voorstelt

Het hervormingsprogramma zoals voorgelegd door Athene (6) bevat vier luiken: overheidsfinanciën, financiële stabiliteit, economische groei en bestrijding van de humanitaire crisis. In het eerste luik wordt vrij uitvoerig ingegaan op de strijd tegen de belastingsfraude en het innen van achterstalige belastingen , met expliciete vermelding van de high income social groups. Mediagroepen zullen ook moeten gaan betalen voor het gebruik van de zendfrequenties. Maar op het gebied van tewerkstelling en het herstel van de arbeidsrechten maken een paar voorbeelden vlug duidelijk dat uit het ‘programma van Thessaloniki’ de essentie verdwenen is.

Geen sprake van de aanwerving van 300.000 mensen en het herstel van de gecastreerde arbeidswetgeving. In plaats daarvan komt de “voortzetting van bestaande programma’s van tijdelijke contracten voor werklozen”, en dit bovendien in agreement with partners and when fiscal space permits. In plaats van het onmiddellijk herstel van de collectieve arbeidsovereenkomsten heet het nu dat hiervoor een ‘smart approach’ zal gevolgd worden die ‘flexibiliteit’ en ‘fairness’ verzoent. De minimumlonen zullen ‘na verloop van tijd’ verhoogd worden op een manier die de competitiviteit vrijwaart, en dit bovendien in consultation with the European and international institutions. Er wordt niet teruggekomen op reeds doorgevoerde privatiseringen, en over de reeds in het verleden geplande privatiseringen zijn de uitspraken vaag.

Zeker, er zijn ook positieve elementen, zoals de expliciete vermelding van universele toegang tot medische diensten en de intentie om huisuitzettingen wegens wanbetaling te vermijden. Maar zelfs het programma ter bestrijding van de humanitaire crisis is herleid tot maatregelen tegen de ‘absolute armoede’, via bijvoorbeeld het uitdelen van voedselbonnen. Een pilootproject rond een leefloon (‘Minimum Guaranteed Income Scheme’ ) zou geëvalueerd worden om het eventueel nationaal uit te breiden. Maar … aan deze strijd tegen de humanitaire crisis wordt expliciet de voorwaarde verbonden dat er ‘geen negatieve budgettaire gevolgen’ zijn. Over deze budgettaire gevolgen is er misschien een heel klein beetje speelruimte, omdat niet expliciet opgelegd is hoe groot het ‘primair saldo’ (budgettair overschot zonder intrestbetalingen) moet zijn.

En is de duivel nu tevreden?

Op basis van het Griekse voorstel werd groen licht gegeven om het lopende programma met vier maanden te verlengen: “The first list of reform measures presented by the Greek authorities… is sufficiently comprehensive to be a valid starting point for a successful conclusion of the review“.

Vereist is nog wel de goedkeuring van een aantal lidstaten, in de eerste plaats Duitsland, die hierover hun parlement laten beslissen. Maar wie denkt dat de ‘Europese partners’ nu jubelen over het Grieks bakzeil heeft het mis. Men spreekt over ‘een goed begin’ maar voegt daar meteen allerlei bedenkingen aan toe.

Eurogroepvoorzitter Dijsselbloem: “Je kunt makkelijk opschrijven dat je belastingontduiking groot gaat aanpakken, maar dat gaat tijd kosten“. Mario Draghi (ECB): “We moeten nog bezien of maatregelen die niet worden aanvaard door de autoriteiten worden vervangen door gelijkwaardige of betere maatregelen“. Christine Lagarde (IMF) in een brief aan Dijsselbloem (7): “Ik ben niet overtuigd dat de Griekse regering van plan is de hervormingen door te voeren die voorzien waren in het Memorandum” (een duidelijk bewijs dat regeringen nu wel zelf de pen mogen vasthouden, maar toch moeten schrijven wat de Trojka wil.) Belgisch minister van financiën Van Overtveldt gelooft er ook allemaal niet veel van.

Het is duidelijk dat de ‘partners’ hun goedkeuring van het akkoord voor de volgende vier maanden momenteel als een grote toegeving beschouwen, maar dat ze eind april een door Varoufakis persoonlijk handgeschreven kopie van het vorig Memorandum verwachten.

En nu ? 

De huidige situatie werd door de Griekse vakbondsmilitant Christos Triantafillou (8) kernachtig als volgt samengevat: de confrontatie is uitgesteld. Dit standpunt gaat er vanuit dat de Griekse regering momenteel een tactisch manoeuvre uithaalt, maar niet van plan is af te zien van de essentie van haar regeringsprogramma. Het huidig Grieks bakzeil zou dan uitgelegd moeten worden naar de oorspronkelijke betekenis van deze scheepvaartterm: het zeil zo instellen dat de vaart tijdelijk verminderd wordt, niet met de bedoeling om rechtsomkeert te maken. De confrontatie zou dan komen in mei- juni bij het indienen van een nieuw voorstel, of eventueel bij het ontbreken van een voorstel.

De huidige situatie heeft in ieder geval als voordeel dat er tijd is binnen SYRIZA en binnen de Griekse samenleving om over de volgende stap te discussiëren (wat onmogelijk was wanneer in de loop van een weekend een document over fundamentele keuzes opgesteld moest worden). Vier maanden blijven evenwel een zeer korte termijn, te kort om in Griekenland zelf reeds veel succes te boeken, of om in Europa betere krachtsverhoudingen te verwachten door mobilisatie van vakbonden en/of linkse partijen. Het zal dus een afweging worden of de Griekse regering over voldoende steun onder de bevolking beschikt om de confrontatie daadwerkelijk aan te gaan.

We twijfelen er niet aan dat een dergelijke confrontatie noodzakelijk is, wil men ooit uit de wurggreep van het Europa van het Kapitaal raken. In een situatie als de huidige is de ware aard van het beest duidelijker dan ooit, en wie nog illusies had in de hervormbaarheid van de EU zal die stilaan ook al kwijtgeraakt zijn. De vraag is dus ‘alleen’ of de huidige krachtsverhoudingen voldoende gunstig zijn om de confrontatie aan te gaan. Het debat is geopend.

Noten:

[i] Een paar cijfers verduidelijken het probleem. Begin 2012 waren er op de Griekse banken deposito’s ten bedragen van 150 miljard €; in december 2014 was dit geslonken tot 50 miljard en in die maand alleen werd er 7.6 miljard € naar het buitenland verplaatst.

[ii] Zie ekathimerini.com. De winst die de ECB bijhoudt en die voor Griekenland bestemd is bedraagt 1.9 miljard €, een resterende tranche van de lopende bailout bedraagt 7.2 miljard. Voor de uitgifte van bijkomende T-bills moet de ECB de toegelaten grens verhogen.

[iii] Zie Nous marchons ensemble; de uitspraak is rond de 7e minuut.

[iv] Gabriel Colletis en François Morin, CADTM, Quels sont les scénarios de négociation entre la Grèce et ses créanciers ? 15 februari 2015.

[v] We verwijzen naar de 5 vragen van SYRIZA-parlementslid Lapavitsas, en naar de vele commentaren van Statis Kouvelakis. Zie bv. Hoe moet het verder na de overwinning van Syriza? of Going on this way can only mean defeat.

[vi] Greek finance minister’s letter to the Eurogroup, Reuters 24 februari.

[vii] IMF Letter to Eurogroup’s Dijsselbloem on Greece, mni 24 februari.

[viii] Christos Triantafillou gaf op 25 februari in Brussel op het Europees Vakbondsinstituut (ETUI) een uiteenzetting over de toestand in Griekenland vanuit het standpunt van de wereld van de arbeid.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Ander Europa.

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This