Hongkong, toonbeeld van kapitalistische ongelijkheid

hong-gonkBezetten Hongkongers pleinen en regeringsgebouwen alleen maar om rechtstreeks, zonder preselectie, een regeringschef te mogen kiezen? Dat is alleszins de aanleiding. Maar de misnoegdheid is veel ruimer, Hongkong is een toonbeeld van superkapitalisme – onder de hoge bescherming van de Communistische Partij van China. Hongkong, speciale regio binnen “Rood China”, is zowat de wereldkampioen inzake ongelijkheid.

Het Britse Foreign Office ontbood eind september de ambassadeur van de Volksrepubliek China om er de bezorgdheid en verontwaardiging over de situatie in Hongkong over te maken. Men gelooft zijn ogen niet, de koloniale mogendheid die Hongkong in pure koloniale stijl onderdrukte, is bezorgd over de democratische rechten van de Hongkongse bevolking. De Hongkongers die nu massaal op straat komen voor enkele elementaire democratische rechten, hebben geen reden om heimwee naar die koloniale periode te hebben. Ze hebben wel redenen Beijing onder druk te zetten om de plaatselijke regeringsleider bij algemeen stemrecht te verkiezen – zonder preselectie vanuit Beijing. Een preselectie die doet denken aan het Iraans systeem waar eerst de hoge ayatollahs triëren.

Elite

Dit democratisch recht op rechtstreekse verkiezing is geen universeel westers democratisch beginsel. In België worden de gouverneurs aangeduid door de gewestregeringen – tot voor kort door de (niet verkozen) Koning. In Frankrijk worden de prefecten van de departementen door Parijs aangeduid… In Hongkong zou het dus iets tussenin moeten worden. Beijing wil dat de kandidaten voor chef van de Hongkongse executieve de zegen hebben van een commissie met leden van de politieke en economische elite. En die elite staat op zeer goede voet met Beijing, zeker de grote superrijke tycoons die zeer trouw zijn aan de “communistische” Volksrepubliek.

Die verkiezingskwestie is een test om te limieten te meten van Hongkongs speciaal statuut. De vroegere Britse Kroonkolonie kreeg krachtens het Brits-Chinees akkoord van 1984 de garantie dat ze na de overdracht in 1997 een apart statuut zou hebben voor tenminste 50 jaar, dus minstens tot 2047. Hongkong zou kapitalistisch blijven en een liberaal politiek statuut krijgen binnen een Speciale Administratieve Regio.

“Eén land – twee systemen” vatte Deng Xiaoping, toen de sterke man van China, het concept samen. Er kwam een Legislative Council (Legco) waarvan slechts een minderheid van de leden bij rechtstreekse verkiezingen werd aangeduid. Hongkong behield een zeer grote autonomie, het heeft een eigen munt bij voorbeeld, een eigen rechtssysteem, een eigen politie, alleen geen eigen defensie of buitenlands beleid. In Hongkong zitten organisaties die zich bezig houden met het verzamelen en verspreiden van nieuws uit de rest van de Volksrepubliek, onder meer over al de protestbewegingen daar. In Hongkong klopt het hart van de Chinese oppositie, Beijing duldt dat.

Tycoons

Het akkoord van 1984 voorzag dat na verloop van tijd de Hongkongse regeringschef bij algemeen stemrecht zou worden verkozen. Beijing leeft dat nu na, maar met een “correctie” die zoveel kwaad bloed zet. Intussen kwamen er instellingen die deels bij algemeen stemrecht werden aan geduid, deels door socioprofessionele groepen, de meeste Beijing-gezind.

De Volksrepubliek kon daar best mee leven. Beijing had en heeft in Hongkong zeer machtige vrienden, de tycoons met hun zakenimperiums. Vrijheid van vergadering, van vereniging, persvrijheid … het kan allemaal. Als een krant al te kritisch wordt, tracht Beijing – vaak met succes – via de klassieke drukkingsmiddelen die we hier ook kennen, die kritiek bij te sturen, vooral via de bevriende tycoons. In de pers is zelfcensuur de regel. Er zijn vrije vakbonden, maar de grootste zijn wel Beijing-gezind.

Dynamisch?

Hongkong geeft de bezoeker de indruk een zeer dynamische maatschappij te zijn, altijd maar vooruit. Achter die indruk schuilt een klassenmaatschappij van scherpe ongelijkheid. Bovenaan tycoons als Li Ka-shing met o.m. grote belangen in de haven en scheepvaart, de rijkste man van Azië. Vorig jaar staakten de dokwerkers om na 15 jaar eindelijk een loonsverhoging te krijgen. Pas in 2010 kwam er een wettelijk minimumloon van minder dan 3 € per uur, in een regio met hoge prijzen, vooral huurprijzen. Hongkong heeft de tweede duurste vastgoedmarkt van de wereld. Dat minimumloon geldt niet voor de tienduizenden mensen uit de Filipijnen, Indonesië en elders die meestal in zeer slechte omstandigheden moeten werken – vaak als huispersoneel.

De zakenwereld heeft alvast partij gekozen. Het protest brengt de positie van Hongkong als zakencentrum in gevaar, waarschuwen diverse tycoons. Welke positie. The Economist publiceerde in maart zijn jaarlijkse “crony capitalism index”. Hongkong staat ver bovenaan (vóór Singapore, Rusland, Maleisië en … Oekraïne). Hongkong is de plek waar zakenlui letterlijk de leden van het parlement aanduiden, er wonen 45 miljardairs, twee minder dan in Groot-Brittannië… Tegelijk is Hongkong wereldkampioen inzake “vrije markt”, nergens zijn er zo weinig regels om zaken te doen. Aldus The Economist.

Frustraties

Bij de actievoerders van Occupy Central leeft ook de frustratie over de arbeidsmarkt. Hongkong heeft zeer veel hoogopgeleide jongeren, maar de jobs zijn vaak onderbetaald, de werkdagen zeer lang. De militante vakbond Hong Kong Confederation of Trade Unions (HKCTU) voert totnogtoe tevergeefs actie voor het recht op collectieve arbeidsonderhandelingen.

Beijing en de Hongkongse kapitalisten, twee handen op één buik, willen vooral niet weten van ruimere democratische rechten die hun positie zou kunnen aantasten. Het gaat niet alleen om die verkiezing van de “gouverneur”. In de rest van China, zeker in de aangrenzende zone, doen zich dezelfde problemen voor als in Hongkong, schrijnende sociale ongelijkheden, hoge woningprijzen, slechte werkomstandigheden… het is maar beter dat Hongkong geen slecht voorbeeld geeft. En daarom moet de protestbeweging voor Beijing mislukken.

Beijing kan daarbij niet alleen rekenen op zijn bevriende tycoons, maar ook op de zwakheden van de protestbeweging. De leiders van de gevestigde organisaties, zoals de studentenunie, zijn beducht voor gewelddadige repressie,, zij willen vooral campagnes van sit ins en burgerlijke ongehoorzaamheid. De druk om verder te gaan komt echt van onderuit, vooral dan onder de jongeren die de politieke oppositieleiders wantrouwen. De studenten kregen versterking van arbeiders en bedienden, maar een stakingsoproep van de vakbond HKCTU kende weinig succes.

Chauvinisme

Wat als Beijing het been stijf houdt en het protest nekt? Moet er dan niet gewoon geijverd worden voor een onafhankelijk Hongkong? De krachtsverhoudingen maken dat momenteel onmogelijk, maar wat als er in China een ernstige crisis zou uitbreken? Nu China een economisch succesverhaal brengt, zijn de meeste Hongkongers fiere Chinezen, maar tegelijk is er een zeker chauvinisme tegenover die van de “overzijde”, is er een gevoel van “culturele superioriteit”. Het opgelegde patriottisme stuit op weerstand, vooral bij studenten die de schoolprogramma’s over patriottische opvoeding betwisten.

Het idee voor een zelfstandig Hongkong is nog bijzonder marginaal. Maar het ent zich op dat superioriteitsgevoel van Hongkongers die vinden dat ze dankzij de Britse bijdrage aan hun geschiedenis een unieke, superieure, positie hebben. Het leidt zelfs tot georganiseerde agressie tegen bezoekers uit de rest van China.

Dit artikel verscheen eerder op uitpers.be

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This